Logo VGEO

Vereniging van Gepensioneerden Elsevier Ondernemingen

 
 
 
       
 
 
Home
Introductie
Statuten/reglementen
Organisatie
Leden
Actueel/nieuws
Pensioenen-nieuws
60-plussers
Agenda
Wat doet u daar
Nostalgische foto's
Elsevier Connect
Links
Archief
Lid worden
Zoek in website

 

 
 

Nic van Rossum

Nic van Rossum: Dwars in ruste

 

Column november 2009

Anekdotes uit een Elsevier-loopbaan

Toen een plaatselijke verslaggever aan een jubilerende schoenmaker in Groesbeek de vraag stelde “En, hebt u in die 75 jaar nog iets leuks meegemaakt?”, antwoordde deze na enig nadenken “Nee …eigenlijk niet.” Zo’n treurige loopbaan heeft een journalist niet, althans ik niet. Ik mag wel zeggen dat ik een bewogen arbeidsverleden heb met mooie, vervelende, maar vooral interessante ervaringen en bijzondere ontmoetingen. Wat te denken van een interview met de premier van India die zijn eigen ochtendwater dronk. Op dezelfde reis een gesprek met Moeder Theresa in Calcutta, waar ik ’s nachts meereed met haar open vrachtwagen die de stervenden van het asfalt oppikte en waarvan de chauffeur feilloos de doden van de stervenden wist te scheiden zonder de deken op te lichten.

In Los Angeles zat ik een avond lang achter op de motor van een politieagent die auto’s aanhield en de verdachten fouilleerde (inderdaad: stoppen áchter de auto, pistool in de aanslag, chauffeur handen op het dak, benen uit elkaar). In Harlem (toen nog een criminele zwarte wijk in New York) ben ik met een social worker op huisbezoek geweest in portiekwoningen, waarvan de bewoners elkaar van hun voedselbonnen plachten te beroven. Ik had een interview met de onlangs overleden Ted Kennedy, getooid met nek-brace als gevolg van de duik van een brug, waarbij zijn passagiere, Mary Jo Kopechne, om het leven kwam. Diens woordvoerder bezwoer mij dat het gesprek direct gestopt zou worden als ik één woord zou reppen over ‘Chappaquiddick’. Neem een kort bezoekje aan Ronald Reagan in diens oval office, die overduidelijk zojuist gewekt was uit zijn middagdutje. Of een gesprek met Tom Jones, president van vliegtuigfabriek Northrop, die niet uitgepraat raakte over ‘your marvellous prins Bernard’, aan wie hij naar later bleek regelmatig wat dollars overmaakte, althans aan Victor Baarn. Zo kan ik wel een poosje doorgaan.

Maar in dit jubileumnummer spits ik het toe op mijn ervaringen bij Elsevier. Bonaventura had eens een directeur die elke morgen pontificaal kwam voorrijden, uit zijn Jaguar stapte, zijn koffertje aan de toegesnelde huismeester overhandigde, die voor hem uit de trap van Spuistraat 16 ophinkelde, het koffertje op Leemans bureau deponeerde om vervolgens de auto te parkeren. Louis heeft nooit geweten dat wij die potsierlijke vertoning op de voet volgden. De man had weliswaar meer oog voor status dan voor uitgeven, maar hij stond bij conflicten met de redactie altijd achter de hoofdredactie, zowel bij Ferry Hoogendijk als bij mij, wat van zijn opvolger niet gezegd kan worden. Onze grote baas was in die tijd Dolf van den Brink. Iedereen was doodsbang voor hem. Om een of andere reden stond ik met hem op goede voet. Hij bleek niet te weten dat zijn ondergeschikten zich verscholen als hij binnenkwam. Toen hij eens op het randje van de dood was en wonderbaarlijk herstelde, vertelde hij mij dat hij bij zijn terugkomst nogal wat misbruik van zijn langdurige afwezigheid had aangetroffen. “Ze dachten zeker dat ik niet meer zou terugkomen.” Met naam en toenaam vertelde hij mij van wie van de topmensen hij veel te dure auto’s had ingenomen en hij zelfs een hypotheek met zeer lage rente op een particulier landhuis ten laste van het bedrijf had teruggedraaid. Ik heb nog steeds geen idee waarom hij mij, een eenvoudig hoofdredacteur, zo in vertrouwen nam.

Iedereen wist dat Dolf van den Brink en Pierre Vinken elkaars bloed wel konden drinken. Maar Pierre stond op een gegeven moment niet meer on speaking terms met een andere Bonaventuradirecteur, Henny ten Brink. Na een door mij georganiseerd symposium in de bibliotheek van de Jan van Galenstraat stond prof. Victor Halberstadt (die naarmate het aantal whisky’s dat hij ophad meer op zijn karikatuur begon te lijken) tussen Pierre en Henny in, waarop Ten Brink hem vroeg: “Zeg tegen deze in rijglaarsjes gestoken lamlul …….” Ondanks onze goede verhoudingen had ik grote problemen bij interviews met beide voorzitters van de RvB. Zowel Dolf als Pierre wilden het resultaat vóór publicatie inzien. Van den Brink corrigeerde niet alleen, maar schreef er zoveel bij dat het een onleesbaar proefschrift werd en Vinken keurde het interview wel goed, maar eiste dat het pas gepubliceerd zou worden als het hem uitkwam. Inderdaad ……met Sint Juttemis. Tot zover de onafhankelijkheid van een redactie t.o.v. de uitgever.

(Discussie: n.van.rossum@wanadoo.fr)

 
       
 
 
Contact: webmaster