
|
Nic van Rossum: Dwars in ruste
Column december 2010 |
Pensioenpaniek? Niet nodig, we
zijn het rijkste land ter wereld
Lang heb ik geaarzeld of ik nòg
een column zou moeten schrijven
over pensioenen, nadat ik
vorig jaar het beleid van het
bestuur en de uitspraken van
de voorzitter van SPEO met de
grond gelijk had gemaakt. Nog
nooit is er zoveel over pensioenen
gesproken en geschreven als het laatste jaar
en deze Nieuwsbrief staat er ongetwijfeld weer vol
van. Mijn standpunt is onveranderd en wat kan ik
in vredesnaam nog aan de discussie toevoegen?
Aan de andere kant, het onderwerp is zó actueel
en er wordt zóveel overdreven somberheid en onheil
over verspreid dat een wat vrolijker kijk op de
situatie beslist nodig is. Natuurlijk, ook ik kan er
niet omheen dat de gemiddelde dekkingsgraad in
het rampjaar 2008 met zo’n veertig procentpunten
is gedaald, dat die dekkingsgraad bij tweederde
van de pensioenfondsen in 2007 nog boven de 130
stond, wat in dit jaar nog maar bij vijf procent van
de fondsen het geval is.
Maar dat is toch geen reden om in paniek massaal
te gaan afstempelen? Ja, de buffers zijn geslonken,
maar waren die buffers niet juist bedoeld om de
klap op te vangen als de beurzen in elkaar zouden
storten en de rente op een buitengewoon laag peil
zou staan? Statistisch is dat eenmaal in de veertig
jaar het geval. Dat herstelt zich op wat langere
termijn heus wel. Laten we nu even vergeten dat
het lot van het pensioenvermogen tijdelijk in
handen is gelegd van hedgefunds. Als het kapitaal
gedegen wordt belegd zoals vroeger, is een rendement
van een procent of vijf op de lange termijn
haalbaar. En dat strijkt de zorgrimpels (die ik ook
wel heb) een stuk gladder.
Er is al veel geschreven over de idiotie om de
(toekomstige) waarde van het vermogen met een
beleggingshorizon van 50-60 jaar af te meten aan
de hoogte van de dagrente. Wie gebruikt er nu
een meetinstrument waarmee in één maand de
dekkingsgraad met vijftien punten omhoog en
omlaag kan springen? Dat kan alleen maar door
de pessimistische theorieën van De Nederlandsche
Bank, nog verergerd door de paniekzaaierij
van minister Donner.
Navelstaren met tunnelvisie, dat is het: een
levensgevaarlijke cocktail die er toe heeft geleid
dat veertig procent van de Nederlanders geen
vertrouwen meer heeft in ons pensioenstelsel, dat
verreweg het beste stelsel ter wereld is. Ons totale
pensioenvermogen (bijna 800 miljard Euro en
nog steeds groeiende) bedraagt 130% van wat wij
met zijn allen verdienen. Engeland volgt op ruime
afstand met 73% BBP, in Duitsland nauwelijks 5%
en Italië net 4%. Ons pensioenvermogen opgeteld
bij het lijfrentevermogen, spaarsaldi en overwaarde
van eigen woningen, gedeeld door het aantal
inwoners, bestempelt de gemiddelde Nederlander
tot de rijkste mens ter wereld.
De meeste Eurolanden hanteren voor hun pensioenen
voornamelijk het omslagstelsel: de huidige
uitkeringen worden uit huidige premies betaald,
net als bij de AOW. Hier in Frankrijk is dat bijna
honderd procent. Er is nauwelijks pensioenvermogen
opgebouwd laat staan een van € 50.000 per
hoofd van de bevolking, zoals in mijn moederland:
Nederland. Integendeel, het Franse pensioenstelsel
heeft nu al een jaarlijks tekort van € 38 miljard
en dat wordt door de vergrijzing elk jaar groter.
Met alle gevolgen van dien voor de staatsschuld.
Frankrijk heeft echt alle reden tot paniek over de
pensioenen. Dat heb je als je blijft vasthouden aan
het aloude socialistische ideaal: kinderen zorgen
voor hun ouders.
Landen met een grote staatsschuld hebben de
neiging om geldontwaarding aan te wakkeren
door geld bij te drukken. Dat verkleint de relatieve
schuld en verschuift die naar de volgende
generaties. Als die inflatiegolf zich over Europa
verspreidt en ook Nederland overspoelt, vormt dat
een veel grotere bedreiging voor onze pensioenen
dan het niveau van de swaprente.
P.S.: Mijn emailadres voor reacties is:
n.van.rossum@wanadoo.fr
|