|
|
|

|
Nic van Rossum: Dwars in ruste
Column maart 2010 |
Als de aarde nou eens niet verder zou opwarmen ...
Ook al zie je het op de tv, je
gelooft je ogen niet: kinderen
op een schoolplein met een
spandoek ‘VOOR EEN BETER
KLIMAAT’. Hoezo beter, wat
mankeert er in vredesnaam aan
ons huidige klimaat? Je kunt
geen krant opslaan, geen politieke
discussie volgen of het klimaat staat centraal.
Bij het onzinnige af. Er wordt van ons verwacht dat
we ‘het klimaat verdedigen’, dat we het klimaat
dienen te ‘beschermen’, ja, zelfs te ‘redden’.
Gevolgd door de gewetensvraag ‘Wat doet jouw
eten met het klimaat?’.
De klimaathysterie kent zijn weerga niet.
We worden geïndoctrineerd en gemanipuleerd bij
het leven. We zouden worden bedreigd door global
warming: de aarde warmt met 4 tot 6 graden op,
de zeespiegel stijgt met meters (Amersfoort aan
zee), de gletsjers smelten en de ijsberen verzuipen.
Die paniek hebben we vooral te danken aan de (op
zijn zachtst gezegd omstreden) film ‘An inconvenient
truth’ van Al Gore, de mislukte Amerikaanse
presidentskandidaat die met zijn buitenhuizen,
luxe autopark en privéjet vijftigmaal meer energie
verbruikt dan de gemiddelde Amerikaan en vijfhonderd
maal dat van de gemiddelde wereldburger.
Hij kreeg er nog de Nobelprijs voor ook.
Die voor de vrede nota bene. Maar die kregen de
terrorist Yasser Arafat en de in twee oorlogen verwikkelde
president Barack Obama ook. Aan die tot
op het bot verpolitiekte Noorse prijs behoeven we
dus geen enkele waarde toe te kennen.
Wat is er nu echt aan de hand? In 1897 schreef de
beroemde Zweedse onderzoeker Svante Arrhenius
een studie waarin hij aantoonde dat een verdubbeling
van koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer
de temperatuur op aarde met 4 tot 6 graden zou
doen stijgen. In 1903 ontving hij de Nobelprijs
(voor chemie). Niet lang daarna ontdekte hij dat hij
niet CO2 maar waterdamp had geanalyseerd. Zijn
correctie verscheen in een Duitstalig blad en werd
nooit opgemerkt.
Toen in de jaren tachtig van de vorige eeuw klimatologen
een stijging van de temperatuur op aarde
meenden waar te nemen, grepen zij terug op die
foutieve studie van Arrhenius uit 1897. CO2 was en
bleef de boosdoener en elk onderzoek was daarop
gericht. Die opvatting werd overgenomen door een
commissie van de Verenigde Naties, het IPPC
(Intergovernment Panel on Climat Change). De
naam alleen al symboliseert de vooroordelen:
a) de aarde warmt op, b) dat komt door toename
van CO2, en c) door menselijke activiteit. Studies
die in die richting gaan, worden door politici
gesubsidieerd en als enige waarheid gepropageerd.
Studies die van die tunnelvisie afwijken, worden
verbannen naar tijdschriften van de tweede
categorie. Het wetenschappelijke gesjoemel wordt
steeds duidelijker. Zoals de statistische truc met de
‘hockeystickgrafiek’ die de leidende klimaatalarmist
Phil Jones tot aftreden dwong. Climat gate
(klimaatfraude) was geboren.
De werkelijkheid is dat in de vorige eeuw dertigjarige
periodes geweest zijn van temperatuurstijgingen
en dalingen. De stijging met 0,4 graden
tussen 1970 en 1998 leidde tot paniek, omdat in die
periode ook het door de mens uitgestoten CO2 sterk
toenam. In dezelfde periode steeg de temperatuur
op de planeet Mars met 0,5 graden. Van tweeën
een: klimaatveranderingen zijn toe te schrijven
aan variaties in de zonne-activiteit (wat veel onderzoekers
beweren), of alle marsmannetjes rijden in
een Hummer.
Als straks duidelijk wordt dat sinds 1998 de temperatuur
op aarde niet meer stijgt, of zelfs licht daalt,
(ondanks de voortdurende CO2 -toename - een nuttig
en onschuldig gas overigens) en de zeespiegel
maar niet wil stijgen, zal de burger zich opnieuw
grotelijks belazerd voelen. Zoals bij eerdere bangmakerij
als de Club van Rome, de zure regen en
het gat in de ozonlaag. Het gevaar bestaat dat die
burger gaat menen dat hij niet langer zuinig met
energie hoeft om te gaan.
En dat wordt, gezien de beperkte voorraden fossiele
brandstof, een grotere ramp dan de vermeende
global warming.
(Discussie: n.van.rossum@wanadoo.fr)
|
|