PENSIOENEN IN HET NIEUWS
CITATEN UIT DE PERS INZAKE PENSIOENEN - deel 94
| Deze nieuwsrubriek geeft een samenvatting
van in de media verschenen artikelen. Voor
de volledige informatie kunt u doorklikken naar de aangegeven
website (indien bekend).
Verzameld door Ton Boogers en bewerkt door Harry Nijhuis |
Overzicht deel 94 (t/m 15 januari 2005):
Nieuws uit de media
Brieven uit de media
Voor de vorige artikelen: zie de index
Nieuws uit de media
BEDRIJVEN TREKKEN TEUGELS PENSIOENFONDS
STEVIG AAN
De nieuwe boekhoudstandaard IFRS geldt vanaf nu. De invoering
van de nieuwe Pensioenwet in 2006 nadert met daarin het Financiële
Toetsingskader. Dit noopt steeds meer financieel directeuren zich
intensief te gaan bezighouden met hun ondernemingspensioenfondsen.
Tot voor kort was het pensioenfonds vooral het domein van de afdeling
personeelszaken.
Towers Perrin en consultancybedrijf gespecialiseerd in arbeidsvoorwaarden
en beloningsvraagstukken, deed een wereldwijd onderzoek onder 134
multinationals. Onder deze bedrijven valt duidelijk een toenemende
controle van de financieel directeur op ‘employee benefits’
waar te nemen. Dit is deels het gevolg van het instorten van de
aandelenmarkten (2000-2002) en een dalende rente, waardoor veel
ondernemingspensioenfondsen hun dekkingsgraad onder de 100% zagen
dalen.
Hoewel de aandelenmarkten sindsdien in herstel zijn, blijft de
dekkingsgraad voor veel pensioenfondsen een probleem. Voor bedrijven
die de pensioenfondsen sponsoren, is dit een dreigend risico dat
volgens de nieuwe boekhoudstandaard IFRS duidelijk naar voren moet
komen in de boeken. IFRS en het nieuwe Financiële Toetsingskader
(FTK) zijn onderdeel van de nieuwe pensioenwet die begin 2006 van
kracht wordt. Zij eisen bovendien van ondernemingen dat de pensioenverplichtingen
tegen ‘fair value’ op de balans worden opgenomen.
Van groot belang is volgens Fred Nieuwland van Towers Perrin een
goede balans te vinden tussen het afdekken van de risico’s
en het behoud van het opwaarts potentieel van het fonds.
Volgens Falco Valkenburg van Towers Perrin moeten we toe naar een
andere risico-maatstaf waarbij moet worden gekeken of het pensioenfonds
zijn pensioenen kan betalen ook al zit dit beneden de wettelijke
dekkingsgraad. Het grootste deel van de financieel bestuurders van
beursgenoteerde ondernemingen zit volgens een onderzoek van ING
niet te wachten op de extra verantwoordelijkheden en schuiven die
liever af naar bijvoorbeeld verzekeraars. Op korte termijn lijkt
dit lucht te bieden, maar volgens Valkenburg lost het vanuit financieel
oogpunt niets op: Je blijft als bedrijf verantwoordelijk voor de
pensioentoezeggingen.Bovendien willen verzekeraars hun winst terwijl
de ondernemingspensioenfondsen geen winstoogmerk hebben.
Het volledige artikel van Monique Harmsen in: De Financiële
Telegraaf, 4 januari 2005. www.telegraaf.nl

TOUWTREKKEN OM VROEGPENSIOEN GAAT BEGINNEN
CAO-onderhandelingen worden een test voor de houdbaarheid
van het sociaal akkoord. Een sociaal akkoord is gesloten, maar de
ruzie tussen werkgevers, kabinet en werknemers ook bijgelegd?
Sociaal akkoord of wapenstilstand, dat is de vraag. Het kabinet
heeft vorig jaar ingrijpende hervormingen doorgevoerd in de sociale
zekerheid en het prepensioen. De bedoeling is dat daardoor meer
mensen gaan werken en dat ze langer doorwerken. Maar het kabinet
bepaalt niet hoe lang mensen doorwerken. De afspraken daarover worden
tussen werknemers en werkgevers gemaakt in de CAO-onderhandelingen
die de komende maanden massaal van start gaan. Het kabinet heeft
weliswaar de spelregels veranderd, maar de wedstrijd moet nog beginnen.
“Voor 80 procent van de werknemers kunnen we de huidige prepensioenregelingen
overeind houden”, zei FNV-voorzitter Lodewijk de Waal direct
na het afsluiten van het sociaal akkoord, begin november. Werkgeverscentrale
VNO-NCW stuurde de leden de CAO-onderhandelingen in met de aanbeveling
“terughoudend” te zijn bij de reparatie van het prepensioen.
En het midden- en kleinbedrijf liet bij monde van MKB-voorzitter
Loek Hermans weten geen cent te zullen bijdragen aan de levensloopregeling.
Het belangrijkste onderwerp wordt het vroegpensioen. Het kabinet
schrapte de fiscale subsidiëring daarvan, maar breidde onder
druk van de vakbeweging de mogelijkheden om het gewone pensioen
hiervoor in te zetten uit. Daarmee maakte het kabinet reparatie
van het prepensioen makkelijker. Maar om dat voor werknemers betaalbaar
te houden, moeten de werkgevers meebetalen. De vakbeweging gaat
er nu van uit dat werkgevers al het geld dat ze nu besteden aan
vut en prepensioen zullen inzetten voor deze reparatie, maar de
werkgevers stribbelen tegen. Die realiseren zich wel dat ze niet
prompt verloren een streep kunnen zetten door deze arbeidsvoorwaarden.
Het volledige artikel van Elsje Jorritsma in: NRC Handelsblad,
4 januari 2004. www.nrc.nl/archief

CAO’S DRAAIEN OM VROEGPENSIOEN (2)
Aan de onderhandelingstafel begint de test van het Museumplein-akkoord.
Zal het de bonden lukken het prepensioen te behouden? Het akkoord
werd gesloten met het kabinet. Werkgevers legden zich er tegen heug
en meug bij neer. Nu hebben zij de rug gerecht en harde instructies
aan hun CAO-onderhandelaars gegeven.
Zij voelen niets voor de constructie die de vakbeweging voorstaat
om het vroegpensioen te handhaven. Die komt er op neer dat vroegpensioen
onderdeel wordt van het ouderdomspensioen en geen aparte regeling
meer is.
Dat vinden werkgevers veel te riskant. Een groot deel van de pensioenfondsen
voldoet niet aan de strenge financieringseisen van toezichthouder
PVK. Zij hebben daarom strenge “herstelplannen” met
de PVK afgesproken. Door de lage rentestand, de voortdurende malaise
op de financiële markten en door loonstijgingen worden doelstellingen
van de herstelplannen echter maar mondjesmaat gehaald.
Veel fondsen hebben de pensioenregeling de afgelopen jaren versoberd,
waardoor de aanspraken minder snel stijgen. Toch resteren over het
algemeen twee manieren om de norm van de PVK te halen: premiestijging
en bevriezing van de pensioenen.
Als het vroegpensioen onderdeel wordt van het ouderdomspensioen,
moet de financiering ook voldoen aan de PVK-eisen. Omdat vroegpensioenregelingen
vrijwel geen geld in kas hebben, vergroot dat de problemen van pensioenfondsen.
Weliswaar is een overgangstermijn afgesproken van vijftien jaar,
maar dat biedt weinig soelaas. In de bouw bijvoorbeeld gold een
overgangsregeling van VUT naar individueel prepensioen tot 2030.
De verkorting van die overgangstermijn maakt handhaving van het
vroegpensioen op 62 jaar in de bouw wel erg duur. Voor ambtenaren
geldt iets vergelijkbaars. Alleen het pensioenfonds in de zorg en
welzijn, PGGM, heeft op het eerste gezicht genoeg geld in kas om
de regeling zonder kosten-explosie onderdeel te maken van het ouderdomspensioen.
Het conflict dat zich nu tussen vakbeweging en werkgevers aftekent,
draait om de kosten van het pensioen. Werkgevers hameren er nu al
op dat als de vakbeweging voet bij stuk houdt en bij alle pensioenfondsen
integratie forceert van het vroegpensioen, bij veel fondsen een
premie-explosie en jarenlange bevriezing van de pensioenen dreigt.
Misschien zelfs zodanig dat ook de pensioenaanspraken van werkenden
niet wordt verhoogd. Hun loonsverhogingen tellen dan voorlopig niet
mee bij de pensioenopbouw.
Bonden en werkgevers hebben het dan nog niet eens gehad over de
levensloopregeling. Dat is de verlofspaarregeling waardoor werknemers
2,1 jaar met verlof kunnen, eventueel voorafgaand aan het vroegpensioen.
De vakbeweging ziet dat als een extra spaarregeling waaraan werkgevers
moeten bijdragen om het vroegpensioen op 60 jaar te handhaven. Maar
de werkgevers voelen niets voor extra betalingen.
Natuurlijk, werkgevers rechten hun rug altijd aan het begin van
het CAO-overleg, en meestal is de ruggengraad niet zo sterk als
het ferme taalgebruik.
Maar het gaat nu om heel veel geld. Bovendien om aanspraken van
vroegere en huidige werknemers. En er zijn onafhankelijke rekenaars
van pensioenfondsen en een onafhankelijke toezichthouder bij betrokken.
Daardoor kan het nu anders lopen. En kan de totale overwinning van
6 november de komende maanden in het CAO-overleg een Pyrusoverwinning
blijken, een overwinning die gevolgd wordt door een reeks van nederlagen.
Het volledige artikel van Gijs Herderscheê in: de Volkskrant,
8 januari 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

VERPLICHT OUDEREN TE WERKEN
Werknemers van 50 jaar en ouder hebben alleen recht op
een VUT- of prepensioenuitkering als zij vrijwilligerswerk verrichten
of bereid zijn een baan met minder loon te accepteren. In dat laatste
geval wordt het inkomen via de sociale fondsen verhoogd tot het
uitkeringsniveau. Dat adviseert de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkelingen
(RMO) vandaag aan het kabinet en de Tweede Kamer.
De raad acht het van groot belang dat meer ouderen aan de slag
blijven. ‘Een zinvolle dagbesteding, ook op hoge leeftijd,
is een voorwaarde voor het gevoel erbij te horen.’ Volgens
de algemeen secretaris Van Beek van de RMO ‘gaat de subsidiekraan
nu open als je ophoudt met werken’. De raad wil dat veranderen
en de uitkeringen voor mensen van 50 jaar en ouder koppelen aan
de eis van activiteit.
Dat betekent dat een VUT-uitkering pas wordt verkregen als de ontvanger
betaald of onbetaald werk verricht. Is dat er niet, dan moet hij
aantonen dat ernaar gezocht wordt.
Voor WW-gerechtigden geldt al een sollicitatieplicht. In het voorstel
van de raad blijft dat zo, maar kan de werkloze oudere makkelijker
een lager betaalde baan accepteren, mits het verschil tussen de
WW en het nieuwe inkomen wordt aangevuld.
De raad wil het verplichte ontslag op de leeftijd van 65 jaar uit
alle CAO’s schrappen. Ouderen moeten juist aangemoedigd worden
langer door te werken, zoals ook het kabinet wil.
De RMO waarschuwt het kabinet dat niet alle ouderen straks welgestelde
dynamische mensen zijn. De raad schat dat in 2020 éénvijfde
van de 65-plussers te weten ruim een half miljoen mensen, relatief
arm is en daardoor aangewezen op overheidshulp.
Het volledige artikel van Marc Peeperkorn in: de Volkskrant,
12 januari 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

ABP PLEIT VOOR TOETS VAN TOPLOON
Het pensioenfonds ABP komt in actie tegen de salarissen
aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Nederland grootste
pensioenfonds wil dat bedrijven voortaan toetsen of het salaris
aan de top redelijk is. Het pensioenfonds wil hiermee voorkomen
dat de beloning van topmanagers automatisch blijft stijgen.
“We moeten zien te voorkomen dat bedrijven in een beloningsspiraal
belanden, doordat zij slechts mechanisch bekijken welk loon bij
gelijksoortige bedrijven in de sector gebruikelijk is’, zegt
bedrijfsjurist Geert Raaijmakers van het ABP.
‘Een bedrijf moet zelf nadenken wat een reële beloning
is. Vandaar dat wij in de komende aandeelhoudersvergaderingen gaan
vragen om een redelijkheidstoets’, zegt Raaijmakers.
ABP maakt daarnaast bezwaar tegen de complexe beloningsregelingen
bij bedrijven. Uit onderziek van de Volkskrant blijkt dat bedrijven
in toenemende mate aandelen als loon verstrekken. Deze methode vindt
ABP onder voorwaarden een goed instrument. De aandelen moeten minstens
vijf jaar worden vastgehouden, zoals Tabaksblatt voorschrijft. En
de beloning in aandelen moet begrijpelijk en controleerbaar zijn,
vindt Raaijmakers. ‘De regelingen die Aegon en Numico het
afgelopen jaar introduceerden, zijn te complex.
Het CDA toont zich bezorgd over de beloning in aandelen voor bestuurders.
‘Als zelfregulering niet werkt, sluiten wij wettelijke beperkingen
zeker niet uit’, zegt De Vries. Volgens SP-kamerlid Agnes
Kant zou beloning in aandelen geheel verboden moeten worden. ‘Deze
vorm van zelfverrijking geeft perverse prikkels en zou daarom verboden
moeten worden’. Kees Vendrik van GroenLinks is vooral verbolgen
over de dubbele tong waarmee bedrijven spreken. Enerzijds maken
zij goede sier met maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar
anderzijds luisteren zij niet naar de kritiek van de maatschappij
op de hoogte van de beloning.
Het volledige artikel van Merijn Rengers en Xander van Uffelen
in: de Volkskrant, 12 januari 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

ABP WIL LOONTOETS VOOR TOPMANAGERS (2)
Het pensioenfonds ABP wil dat ondernemingen voortaan toetsen of
de salarissen van hun bestuurders redelijk zijn. Hiermede moet worden
voorkomen dat de beloningen voor topmanagers in het Nederlandse
bedrijfsleven automatisch blijven stijgen. Dat deelde een woordvoerder
van het pensioenfonds vandaag mee. De oproep van ABP, de grootste
belegger van Nederland, vloeit voort uit de code voor goed ondernemingsbestuur
van de commissie Tabaksblatt.
NRC Handelsblad, 12 januari 2005.
www.nrc.nl/archief
Utrechts Nieuwsblad, 13 januari 2005. www.utrechtsnieuwsblad.nl

ABP BELEGT MILJARDEN IN HEDGE FONDSEN
ABP heeft op dit moment circa 5 miljard dollar (3,75 biljard
euro) geïnvesteerd in zogeheten hedge fondsen. Niet eerder
had het ambtenarenpensioenfonds zoveel geld in deze bijzondere beleggingen
zitten.
Hedge fondsen stellen zich ten doel altijd geld te verdienen, of
de markt nu stijgt of daalt. Zij beleggen ook met geleend geld en
verdienen soms aan koersdalingen. ABP is drie jaar geleden met hedge
fondsen begonnen om zijn beleggingsrisico’s te spreiden.
Het bedrag van 5 miljard dollar dat ABP in deze fondsen heeft geïnvesteerd
komt overeen met circa 2,5 procent van ABP’s totaal beheerd
vermogen.
Directeur ABP Vermogensbeheer Paul Spijkers zegt in een reactie
dat er “onevenwichtige vrees” bestaat voor hedge fondsen
en wijst erop dat zij de afgelopen jaren veel vakkundiger zijn geworden.
Het belegd vermogen bij hedge fondsen is de afgelopen jaren sterk
gestegen. Met name beroepsbeleggers als pensioenfondsen zijn verantwoordelijk
voor de groei.
Het volledige artikel van Jeroen Wester in: NRC Handelsblad,
15 januari 2005. www.nrc.nl/archief

Brieven uit de media
GEEN RIJKE BABYBOOMER
Ik ben geboren in 1942, dus gelukkig not net geen babyboomer.
Die zijn geboren tussen 1945 en 1955. Maar toch! Omdat het maar
enkele jaren scheelt en wellicht ook omdat mijn vrouw een babyboomer
is, irriteert het mij als men babyboomers rekent tot de profijtgeneratie.
Ze zouden van alle geprofiteerd hebben, lang studeren, de mooiste
banen, goedkope huizen om vervolgens de jongere generaties af te
knijpen. Ook zouden ze belangrijke posities bezet houden. Het debat
over instroom en integratie zouden ze decennia lang gedomineerd
en verpest hebben met hun politiek-correcte-denken.
Jongen, jongen, wat een hoop nonsens. Om bij me zelf te blijven.
Ik heb me door in de avonduren en in het weekend te studeren op
hbo-niveau gebracht. Het geld dat ik verdiende gaf ik, zoals de
meeste jongeren, thuis af. Toen ik kon gaan werken, sloot het ene
na het andere bedrijf zijn deuren. Het lukte me eindelijk dankzij
mijn ouders een baan te vinden.
De werkomstandigheden waren verre van ideaal maar ik kon het volhouden.
In het westen van het land vond ik een meer passende baan, maar
daar was woningnood. De huizen waren overwegend klein. In de grote
steden werden nauwelijks huizen gebouwd en las je een huis wilde
kopen, moest je over veel contant geld beschikken.
Banen lagen in het westen ook niet voor het oprapen. Dat merkte
ik toen ik een jaar later, wegens reorganisatie op straat kwam te
staan. Wilde ik weer aan de slag, dan zou ik opnieuw ingrijpende
concessies moeten doen.
Er zijn nu mensen uit de babyboomgeneratie die belangrijke posities
bezet houden: maar is dat ook vrijwillig? De vut is voor menig bedrijfstak
al jaren gelden afgeschaft en nu moet men zeker nog tot 65-jarige
leeftijd meedraaien. Ik kon nog net op mijn zestigste stoppen. Dat
ging gepaard met een forse teruggang in mijn inkomen.
Mijn idealen zijn altijd dezelfde gebleven: een samenleving met
een dusdanige solidariteit dat we in harmonie met elkaar kunnen
samenleven. Dat is een belangrijk goed. Laat u niets anders wijs
maken. Ook niet dat mijn generatie (de babyboomers) het zo rijk
heeft, zeker niet de alleenverdiener! Dat willen ze in Den Haag
wel maar al te graag horen, om straks het inkomen van de gepensioneerde
fiscaal zwaarder te belasten.
Jan de Bruyn, Son in: de Volkskrant, 15 januari 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

|