PENSIOENEN IN HET NIEUWS

CITATEN UIT DE PERS INZAKE PENSIOENEN - deel 98

Deze nieuwsrubriek geeft een samenvatting van in de media verschenen artikelen. Voor de volledige informatie kunt u doorklikken naar de aangegeven website (indien bekend).

Verzameld door Ton Boogers en bewerkt door Harry Nijhuis


Overzicht deel 98 (t/m 3 maart 2005):

Brieven uit de media

Nieuws uit de media

Opinies uit de media

Voor de vorige artikelen: zie de index


Brieven uit de media

SOBERE BABYBOOMER IS GEEN PROFITEUR

Jongere generaties zouden moeten opdraaien voor welvarende senioren. Jongeren profiteerden van hard werkende babyboomers.

Opnieuw een waarschuwing voor een mogelijk generatieconflict als gevolg van de vergrijzing. (Forum, de Volkskrant, 10 februari).

Als relatief oude babyboomer (1943) valt mij op dat auteur Bas Jacobs hier de samenleving ongeveer bij 1990 laat beginnen. Van toen af aan is er te weinig pensioenpremie betaald en daarom moet iemand die in 1973 geboren is 15 duizend euro meer aan premie betalen dan hij/zij ooit aan pensioen terugkrijgt ‘als de pensioenen gekoppeld blijven aan de welvaartsontwikkeling’. Gelukkig komt er dus meer welvaart volgens hem; dan kan er misschien ook wel iets af.

Toen de babyboomers begonnen hadden de meeste helemaal geen welvaart. Geen auto, geen eigen huis, vakantie op de fiets. Het grootste deel moest zo snel mogelijk gaan werken (vanaf 16 jaar) om aan het ouderlijk huishouden een bijdrage te leveren. Zij betaalden het pensioen van hun ouders via de net ingevoerde AOW, die op een omslagstelsel gebaseerd was en is, in het vertrouwen uiteindelijk ook op AOW te kunnen rekenen. Door hard te werken, ‘s avonds te studeren en vooral sober te leven kregen ze het uiteindelijk beter. Sommige ‘durfallen’ kochten zelfs een eigen huis, met een maximale hypotheek. Ze moesten zich daarvoor van alles ontzeggen. Ik denk dat als de huidige jongeren genoegen namen met eenzelfde levensstijl als die babyboomers toen, ze een eigen huis konden kopen.

De babyboomers heten nu ‘profiteurs’. De meesten hebben op hun 60ste al 43 jaar of meer gewerkt. Zelfs in fysiek niet zo zware banen is dat belastend. Als ze doorwerken tot 65 jaar houden ze plaatsen bezet voor jongeren en zijn dus niet solidair; als ze eerder stoppen, zijn het profiteurs van VUT, WAO en dus ook niet solidair. Het is nooit goed!

En dan die jongeren die het straks allemaal moeten ‘opbrengen’. Laten we eens kijken naar die in 1973 geborene. Vanaf zijn geboorte in de watten gelegd door die babyboomer, die wilde dat zijn kind het beter kreeg. Daarna lekker lang studeren op mbo, hbo of universiteit. Vanaf de jaren tachtig kwamen de sollicitanten bijna allemaal op hun ‘eindniveau’ het bedrijfsleven binnen. Bij de babyboomers kwam het grootste deel met een surplus aan mogelijkheden binnen en doorliep een heel traject van opleidingen om een goede basis te krijgen.

Ouderen zouden de vakbonden en de politiek domineren, zodat er niks verandert? Maar als die jongeren zoveel problemen zien, konden ze misschien meedoen. Maar dat kost tijd en geld en die kun je beter aan leuke dingen besteden.

Ouderen met een behoorlijk aanvullend pensioen kunnen natuurlijk meebetalen aan de AOW., via fiscalisering, zoals Ferry Haan (het Betoog, de Volkskrant, 12 februari) stelt. De welvaart neemt misschien minder toe, maar vergeleken met de arme landen kunnen we ons nog generaties schamen.
Joop Agterbosch in: de Volkskrant, 18 februari 2005. lezersservice.volkskrant,@ pcmuitgevers.nl

IS SPAREN FOUT? (1)

Vrijdagochtend schoot een hap in het verkeerde keelgat tijdens mijn ontbijt. Uw krant kopte: ’45-plusser moest zijn spaargeld maar es aanspreken’. Als ik deze kop op de voorpagina lees, krijg ik de neiging te gaan vloeken.

Verduidelijking over mijn afkeer omtrent dit artikel is namelijk dat ik 46 ben en mij dus aangesproken voel. Ik ben getrouwd, heb twee kinderen op het voortgezet onderwijs (havo), een salaris net boven de ziekenfondsgrens en mijn vrouw werkt ook nog 2,5 dag. We hebben een gewoon eigen huis (hypotheek) en een gewone auto voor de deur staan en één keer per jaar een gewone campingvakantietje met de auto.

Uitgaven zijn de afgelopen jaren al enkele keren onder de loep genomen en verschillende uitgaven zijn daarbij komen te vervallen. De spaarloonregeling is reeds in een lijfrentepolis omgezet om nog enige aanvulling te krijgen aan het eind van het werkzame leven.

In het artikel wordt de indruk gewekt dat het spaargeld bij 45-plussers zomaar op te nemen is om de economie te laten draaien. De waarheid is echter dat de meesten, net als ik dus, het spaargeld vast hebben staan in polissen voor de oudedagsvoorziening of als aanvulling om een onbetaalbare hypotheek(spaarhypotheek) te financieren. Wij kunnen dit niet zomaar opnemen.

Erger nog, dat wie een beetje vooruit kijkt, weet dat tussen 2010 en 2014 zo’n slordige 300.000 meer mensen dan gemiddeld met pensioen gaan en dat dus voor de groep werkende mensen die overblijven het pensioen nog verder weg komt te liggen. Het gespaarde geld zal verdwijnen als sneeuw in de Sahara.
Het volledige artikel van John Fontijn in ‘BRIEVEN’ Utrechts Nieuwsblad, 22 februari 2005. www.utrechtsnieuwsblad.nl

IS SPAREN FOUT? (2)

Sparen is kennelijk een foute zaak. Als ik het goed heb, zei Wellink laatst ook al zoiets. Maar dan moet de overheid maar eens ophouden met allerlei maatregelen, die ervoor moeten zorgen dat mensen gaan sparen om iets achter de hand te houden.

De premies voor ziektekosten zijn schrikbarend hoog, de energielasten gaan omhoog evenals leges van de gemeenten, zoals de WOZ. Misschien wel het grootste knelpunt: de pensioenen. Als je de pech hebt om net buiten de boot te vallen om nog mee te mogen doen aan de bestaande pensioenregelingen (56 jaar per 1 januari 2006) dan weet je ook dat de tijd eigenlijk te kort is om voldoende levensloop te kunnen sparen. Behalve dat je plannen om met 61 of 62 te mogen stoppen van de baan zijn is er ook nog de onzekerheid over de AOW. Daar moeten we straks misschien ook nog premie over gaan betalen.

Ook blijkt het zo te zijn dat de VUT-premie, die je al jaren betaalt, gebruikt wordt voor de huidige vutters. De omslagregeling dus. Regelingen waaraan je mee moest betalen, blijken door de regering heel makkelijk weer van tafel geveegd te worden of zodanig veranderd worden dat het veel slechter wordt. Ook al heb je daar jaren geleden zelfs een officieel contract voor gekregen.

Conclusie: je kunt beter maar zorgen dat je zelf iets regelt met een grote verzekeringsmaatschappij, dan weet je tenminste vrij zeker dat je er op een afgesproken moment ook over kunt beschikken. En behalve dat kan ik me heel goed voorstellen dat je op een gegeven moment de hele zaak in Nederland verkoopt, een leuk huisje ergens in Frankrijk of waar dan ook koopt en lekker van je overwaarde, spaargeld en eventuele lijfrentes geniet van het leven zonder alle regeltjes in Nederland.
Het volledige artikel van Marijke Hondema in BRIEVEN, Utrechts Nieuwsblad, 22 februari 2005. www.utrechtsnieuwsblad.nl

Nieuws uit de media

45-PLUSSER MOEST Z’N SPAARGELD MAAR ES AANSPREKEN

Hoeveel goed nieuws heeft de consument nodig om de somberheid van zich af te gooien?

De werkloosheid daalt. Er zijn meer vacatures. De investeringen groeien. De export bloeit, de bedrijfswinsten stijgen sterk. Het kabinet boekt de eerste meevallers in tijden. De beurs trekt aan. De rente is laag, de inflatie ook. En toch lijkt de consument vooral bedreigingen te zien. CBS-econoom Vergeer: Hij kijkt naar zijn loonstrookje, en denkt: ik hou minder over. De gasrekening komt binnen, en dat is schrikken. Hetzelfde gebeurt bij de ziektekostenverzekering.”

CBS-economen stellen vast dat het pessimisme niet overal even sterk is. Vergeer: “Wij zien dat het pessimisme overheerst bij de 45-plussers.” Hij denkt dat dat vooral wordt veroorzaakt door de onzekerheid rond het (pre)pensioen. Bovendien zijn deze mensen minder flexibel op de zwakke arbeidsmarkt. “Bij deze groep speelt een negatieve emotie”.

Voor de economie lijkt de houding van deze groep cruciaal. De enorme spaartegoeden die de afgelopen jaren zijn aangelegd – 200 miljard euro op spaarrekeningen alleen al – zitten vooral bij de 45-plussers. Als zij hun spaargeld nu gaan uitgeven klaart de economie meteen op.

Johan Verbruggen, hoofd Conjunctuur bij het CPB, deelt de analyse dat onzekerheid over prepensioen het vertrouwen laag houdt. Verder wijst hij op het beursklimaat en de huizenmarkt.
Het volledige artikel van Maurice Wilbrink en Ilse Thoonsen in: Utrechts Nieuwsblad, 18 februari 2005. www.utrechtsnieuwsblad.nl

EERSTE KAMER STEMT TOCH IN MET PENSIOENINGREPEN

De Eerste Kamer heeft dinsdag ingestemd met de kabinetsingrepen in VUT- en prepensioenregelingen per 1 januari volgend jaar. Alleen GroenLinks en de SP stemden tegen. De senaat dwong drong vorige week nog aan op uitstel van de plannen met een jaar. Minister De Geus wist de Kamer gerust te stellen met de toezegging dat de invoerdatum alsnog kan verschuiven als de voorbereidingstijd te krap is.
De Volkskrant, 23 februari 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

DOWN & OUD IN EINDHOVEN

De optelsom van de toekomst is gisteren al gemaakt. Tel de klassenstrijd op bij de generatiestrijd en je krijgt de arena waarin de lusten en de lasten van de vergrijzing zullen worden verdeeld.

Aandeelhouders en topmanagers versus werknemers en vakbonden om winst, loon en banengroei. Gepensioneerden versus werknemers en werkgevers om lage pensioenpremies (loonkosten) en stijgende prijscompensaties op pensioenuitkeringen..

Het gisteren gepubliceerde jaarverslag van Philips spreekt boekdelen. Philips werkt op internationale markten met slopende concurrentie. In Nederland is Philips wel steeds een minder grote werkgever, met 26.772 werknemers eind vorig jaar (een daling van 900), maar wel eentje met een groot pensioenfonds (ruim 13 miljard euro).

In de jubeljaren op de aandelenmarkt plukte Philips, mede dankzij de soepele internationale boekhoudregels, volop de vruchten van de beleggingswinsten. Philips maakte zelfs jarenlang een paar honderd miljoen euro winst op zijn werknemerspensioen, terwijl de gepensioneerden mondjesmaat een paar tienden van procenten extra prijscompensatie kregen.

Toen kwam de beurskrach. Maar wat blijkt uit het gisteren verschenen jaarverslag van Philips? Opnieuw profijt. De cijfers op een rijtje: in 2000 verdiende Philips 422 miljoen euro op zijn pensioenregelingen, in 2001 411 miljoen euro, in 2002 maakte de beurscrash van de opbrengsten weer kosten: 130 miljoen euro. In 2003 kwam het dieptepunt: 442 miljoen euro pensioenkosten. Maar zie, 2004 biedt herstel: de kosten zijn 158 miljoen lager en bedragen 284 miljoen euro.

Het kostenvoordeel komt vooral voor rekening van een pensioenakkoord met de Nederlandse vakbonden: alle pensioenen van actieve werknemers worden gekoppeld aan het gemiddeld verdiende loon. Hoewel alle? Nee, die van de raad van bestuur blijven ouderwets aan het laatste loon gekoppeld.

Voor gewone werknemers is de jaarlijkse verhoging van pensioen met de prijscompensatie niet meer gegarandeerd. Bovendien krijgen werknemers én gepensioneerden meer kans op minder prijscompensatie.

Deze versobering is winst voor Philips en zijn aandeelhouders. De versobering drukt op langere termijn de pensioenverplichtingen en daarmee de kosten voor Philips. De Philips-gepensioneerden zijn, zoals gebruikelijk in Nederland, niet betrokken bij pensioenonderhandelingen met vakbonden. Zij pruttelen langs de zijlijn over de uitkomst en over het feit dat Philips openlijk mooi weer speelt van hun pensioenrechten.
Menno Tamminga in LUX in NRC Handelsblad, 23 februari 2005. www.nrc.nl/archief

LANG LEVE DE OBLIGATIELENING

Pensioenfondsen beleggen graag voor meer dan tien jaar in staatsleningen, maar het aanbod van obligaties met lange looptijden schiet ernstig tekort.

Beheerders van pensioengelden zijn ongetwijfeld tevreden over de start van dit beursjaar. Europese aandelenmarkten zijn niet te stuiten. De AEX-index, waarin de 25 belangrijkste Nederlandse beursfondsen zijn opgenomen, steeg sinds de start van dit jaar al meer dan 7 procent. Dat rendement is hard nodig om toekomstige uitkeringen veilig te stellen. Pensioenfondsen zijn immers hard geraakt door de beursdip van 2001 en 2002.

Zelfs als aandelen blijven floreren, kampen pensioenfondsen nog met een probleem: de spreiding van hun obligatiebeleggingen. Voor de financiële kracht van pensioenfondsen is het belangrijk dat de looptijd van de leningen waarin ze beleggen aansluit bij hun uitkeringsverplichtingen. Hoe nauwer het aflossingsschema van obligaties overeenstemt met toekomstige pensioenuitkeringen, des te beter.

Pensioen- en verzekeringsexperts spreken over het matching-principe. Het lastige voor pensioenfondsen is dat ze redelijk precies weten welke bedragen ze over een langere periode moeten uitkeren, maar dat ze geen obligatieportefeuille kunnen samenstellen die min of meer automatisch op het juiste moment de juiste hoeveelheid geld oplevert.

Probleem is het gebrek aan obligatieleningen met looptijden van meer dan tien jaar. Betrouwbare westerse overheden lenen bij voorkeur voor een periode van tien jaar of korter. Voor dergelijke leningen gelden doorgaans lagere rentetarieven. Gevolg is wel dat de gemiddelde looptijd van obligatieportefeuilles korter is dan tien jaar. De obligaties van pensioenfonds ABP lossen, enigszins simpel gesteld, gemiddeld na vijf jaar af. De uitkeringsverplichtingen van het grootste pensioenfonds strekken zich daarentegen over een periode van gemiddeld zeventien jaar.

Voor ABP en andere pensioenfondsen zou het aangenamer zijn om geld dat pas over zeventien jaar nodig is, niet om de vijf jaar opnieuw te moeten beleggen. Te meer daar het langer uitlenen van geld meestal een hogere rentevergoeding oplevert.

Afgelopen week was er bijzonder nieuws voor pensioenfondsen. Frankrijk overweegt een staatsobligatie met een looptijd van vijftig jaar uit te schrijven. Grote vraag is: tegen welke rente? Want als pensioenfondsen te gretig zijn, kan de Franse overheid een relatief lage rente bedingen. Daar schieten pensioenfondsen weinig mee op.
Jeroen de Boer in: ELSEVIER, 26 februari 2005.

SLAG OP PREPENSIOEN

Vakbonden ontwaken uit hun overwinningsroes. Met een mislukte bouw-cao dreigt het loonakkoord uit te draaien op een Pyrrusoverwinning.

Het in november gesloten akkoord werd door Lodewijk de Waal verkocht als een definitieve overwinning. Maar de werkelijkheid is anders. De eerste slag hebben de bonden gewonnen, maar de oorlog nog niet. Er volgt een tweede slag: die met de werkgevers aan de cao-onderhandelingstafels. De werkgevers willen wel repareren, maar niet zoals de bonden wensen.

De bonden willen het prepensioen ‘verslepen’ naar het nog wel fiscaal ondersteunde aanvullend ouderdomspensioen. Het schrappen van de werkgeversbijdrage aan het prepensioen moet wat hun betreft worden gecompenseerd in de werkgeverspremie voor het ouderdomspensioen. Zo wordt het mogelijk werknemers al voor hun 65ste een uitkering te geven op het niveau van het huidige ouderdomspensioen.

De werkgeversvereniging AWVN, die meer dan de helft van de cao’s mee afsluit, ontraadt werkgevers hiervoor te kiezen. Reparatie zoals de bonden dit wensen, zou werknemers onvoldoende stimuleren langer door te werken. Ook vrezen werkgevers dat zij voor extra kosten komen te staan. Verslepen van prepensioen naar ouderdomspensioen kan, op de manier waarop de bonden dit wensen, meestal niet budgetneutraal gebeuren.

Liever repareert de AWVN de prepensioenen via de levensloopregeling, die het kabinet volgend jaar wil invoeren. De levensloopregeling moet werknemers in staat stellen te sparen voor extra verlof. Het opgebouwde tegoed kunnen ze opnemen wanneer ze zelf willen, dus ook aansluitend op hun ouderdomspensioen. Sparen voor extra verlof doen werknemers door een deel van hun salaris in te leveren. Hoe meer geld ze storten op hun levenslooprekening, des te eerder kunnen ze met pensioen.

Werkgevers kunnen financieel bijdragen aan de levensloopregeling door hun bijdrage aan de prepensioenen voortaan hiervoor te bestemmen. De AWVN wijst ze erop dat ze hun bijdrage zelfs budgetneutraal kunnen verhogen. Dit als ze het spaarloon en de seniorendagen uit de cao’s schrappen.

De bonden willen graag afspraken maken over de levensloopregeling.Ze zijn eventueel bereid het spaarloon hieraan op te offeren. Maar voor het repareren van de prepensioenen vinden ze de levensloop minder geschikt. Oudere werknemers hebben namelijk op dit moment minder aan de levensloopregeling dan jongere werknemers. Een 25-jarige kan gemakkelijk drie pensioenjaren bij elkaar sparen, omdat zijn premies bijna veertig jaren kunnen renderen. Een 50-jarige lukt het hooguit een paar manden extra verlof op te bouwen.

De AWVN erkent dit probleem. ‘Maar er valt misschien een mouw aan te passen’, zegt hoofd arbeidsvoorwaarden Ap Fraterman. ‘Het wetsvoorstel inzake vut, prepensioen en levensloopregeling biedt werknemers van 50 tot 55 jaar een grotere fiscale ruimte. Zij kunnen zo jaarlijks belastingvrij een hoger levenslooptegoed bij elkaar sparen.’ Dit hoeft niet geheel ten koste te gaan van hun salaris. ‘Werkgevers kunnen financieel bijdragen aan de levensloopregeling. Ze kunnen werknemers van tussen de 50 en 55 jaar een hogere bijdrage bieden.’

Maar dan ontstaat een ander probleem. Er is een wettelijk verbod werknemers op grond van leeftijd te discrimineren. Reparatie van de prepensioenen via de levensloopregeling is voor de bonden een riskante operatie. De rechter zou een hogere werkgeversbijdrage voor oudere werknemers kunnen verbieden. En dus staan werkgevers en bonden lijnrecht tegenover elkaar.

Hoe nu verder? In de bouw hebben de bonden hun eerste nederlaag geleden. Na vier weken van onafgebroken cao-overleg, hebben de werkgevers er een punt achter gezet.

De bouwwereld noemt de onderhandelingsvoorstellen van de bonden ‘volstrekt irreëel en onverantwoord’. Alleen al de eis de prepensioenen te verslepen, zou volgens de werkgeversorganisatie, gemoeid gaan met een loonstijging van 5 procent.

Het is voor de bonden weinig bemoedigend dat hun eerste poging de prepensioenen te repareren in een voorbeeld-cao jammerlijk is mislukt. De totale overwinning die Lodewijk de Waal voor zichzelf opeiste, zou in het cao-overleg een Pyrrusoverwinning kunnen blijken te zijn, een overwinning die gevolgd wordt door een reeks nederlagen.
Eric van de Beek in: ELSEVIER, 26 februari 2005.

FONDS PAKT VOOR AZIË EEN EURO UIT DE POT

‘Mogen we uit uw naam een euro uit de pensioenspaarpot pakken?’ Deze gewetensvraag moeten ruim een miljoen werkers en gepensioneerden uit de zorgsector de komende week beantwoorden. Wie zwijgt, stemt toe.

De vraag wordt gesteld in het relatietijdschrift van PGGM. Dit pensioenfonds voor de zorg- en welzijnssector heeft samen met het ABP, het pensioenfonds voor ambtenaren en leraren, besloten tot een steunfonds voor de oudere slachtoffers van de zeebeving in Azië. Die verloren hun kinderen en dus een belangrijk deel van hun oudedagsvoorziening.

Omdat pensioenfondsen niet zomaar geld mogen uitdelen, heeft PGGM voor elke euro de impliciete toestemming van een deelnemer nodig. ‘We hebben voor deze methode gekozen omdat het een efficiënte manier is om deze actie te organiseren’, zegt PGGM-woordvoerder Cor Brockhoven.

Deelnemers en gepensioneerden die niet willen dat een euro uit hun naam in het steunfonds wordt gestort, moeten dat voor 1 april laten weten. ‘Tot nu toe hebben we 150 reacties ontvangen’, aldus Brockhoven. ‘Er waren ook twintig mensen die de hele actie afkeuren. Ze vinden dat dit niet de taak is van een pensioenfonds.’

De storting in het steunfonds leidt niet tot een hogere pensioenpremie of een lager pensioen, stelt PGGM. Het effect op het pensioenvermogen van 60 miljard euro is ‘zelfs niet in fracties van procenten uit te drukken.’

ABP heeft hetzelfde bedrag voorgeschoten, maar kiest voor een andere manier om het geld in te zamelen. Dit fonds met 170 miljard euro onder beheer, vraagt de 1,2 miljoen deelnemers en 800 duizend gepensioneerden in april een vrijwillige bijdrage.
Frank van Alphen in: de Volkskrant, 28 februari 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

CPB PLEIT VOOR AFSCHAFFEN AOW

Het Centraal Planbureau (CPB) wil dat de algemene ouderdomswet (AOW), allerlei subsidies en belastingkortingen op de helling gaan. De overheid moet alleen die mensen steunen, die het echt nodig hebben, schrijft het CPB in een studie over de toekomst van de verzorgingsstaat.

Mensen die kúnnen werken, moeten volgens het CPB desnoods worden gedwongen weer aan het werk te gaan. Dat werkt veel effectiever dan mensen die via subsidies of sollicitatietrainingen proberen aan het werk te krijgen. De huidige verzorgingsstaat is gericht op inkomenszekerheid voor mensen en herverdeling van welvaart, aldus het CPB. Als het om de herverdeling gaat, zouden fiscale regelingen als de hypotheek-rente-aftrek en het spaarloon moeten vervallen, concludeert het CPB. Van die regelingen profiteren alleen mensen met hogere inkomens.

De hogere inkomens profiteren van algemene uitkeringen als de AOW. “Je kunt je afvragen of dat terecht is. Veel ouderen hebben tegenwoordig een goed pensioen en een eigen huis. Een algemene regeling als de AOW is duur en niet effectief als het gaat om ondersteuning van lage inkomens en herverdeling van welvaart.” Aldus CPB-onderzoeker Kooiman.

In een reactie laten CDA, PvdA en D66 weten zich ‘in grote lijnen’ te kunnen vinden in de aanbevelingen. Het afschaffen van de AOW is voor de partijen ‘onbespreekbaar’.
Utrechts Nieuwsblad, 1 maart 2005. www.utrechtsnieuwsblad.nl

CPB: ALLEEN NOG VOOR DE LAGER BETAALDEN AOW (2)

De AOW is als regeling te duur en niet efficiënt. De overheid zou alleen inkomenssteun moeten geven aan degenen die het nodig hebben. Algemene regelingen als AOW, maar ook de hypotheekrenteaftrek en spaarloon zouden moeten verdwijnen.

Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) in een maandag verschenen notitie. Het CPB is van mening dat steun geven aan iedereen te duur is. Met de AOW worden volgens CPB-onderzoeker Kooiman ‘enorme hoeveelheden niet-behoeftige ouderen ondersteund.’

Minister Brinkhorst (Economische Zaken) zei in een eerste reactie dat voor het kabinet de AOW niet ter discussie staat. Ook de regeringsfracties CDA en D66 willen niets van een beperking van de AOW weten. ‘Iedereen moet vanaf zijn 65ste recht houden op een oudedagsvoorziening’, vindt CDA-Kamerlid Verburg. Ze wijst erop dat de hogere inkomens al meer belasting betalen, en zo dus bijdragen aan de solidariteit. Volgens D66-Kamerlid Bakker schieten de CPB-voorstellen ‘voor iedere Nederlander een geweldig gat in de oudedagsvoorziening.’

De Sociaal-Economische Raad (SER), het overlegorgaan van vakbonden en werkgevers, adviseerde onlangs een andere opzet van de AOW. In dat voorstel betalen ouderen zelf mee aan hun AOW.

Het Planbureau gaat ook in op de vraag hoe de overheid werklozen en arbeidsongeschikten kan stimuleren weer aan het werk te gaan. Straffen blijkt daarbij effectiever dan belonen.

Het door vele bepleitte cappucino-model waarbij de overheid een basisuitkering levert en sociale partners zorgen voor een aanvulling, is volgens het CPB ‘geen handige constructie’ voor een nieuwe verzorgingsstaat.
Het volledige artikel van Yvonne Doorduyn en Ferry Haan in: de Volkskrant, 1 maart 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

PERSONEEL ZORG HOUDT PREPENSIOEN

De werknemers in de zorg en welzijnssector, ruim een miljoen mensen, kunnen ook in de toekomst vervroegd met pensioen. Pensioenfonds PGGM gaat de huidige pensioenregeling oprekken, zodat werknemers al vanaf hun 62ste pensioen ontvangen. Met aanvullende afspraken in de CAO kan de pensioenleeftijd met nog drie jaar worden verlaagd tot 59 jaar.

Dit blijkt uit een voorstel van PGGM aan vakbeweging en werkgevers. Het pensioenfonds maakt hiermee het effect vrijwel ongedaan van maatregelen die het kabinet nam. Dat wil dat de Nederlanders langer doorwerken en heeft daarom de aanval ingezet op VUT- en prepensioenregelingen. Werkgevers en bonden in de zorg hebben steeds gepleit voor uitzonderingen voor zware, slijtende beroepen zoals in de zorg.

PGGM is het eerste grote pensioenfonds dat van die mogelijkheden gebruik maakt. In de bouw en de metaal zijn de onderhandelingen vastgelopen. Daar dreigen acties. Bij de overheid zelf zijn de gesprekken binnen het pensioenfonds ABP nog niet begonnen.

PGGM stelt twee mogelijkheden om het vroegpensioen te behouden. In beide gevallen daalt de pensioenpremie, maar lijken werknemers op een hogere vertrekleeftijd uit te komen. Als zij vervolgens echter – bovenop de regulaire pensioenregeling – ook gaan deelnemen aan de nieuwe levensloopregeling, wordt die stijging ongedaan gemaakt. Met de drie verlofjaren die met de levensloopregeling bijeen te sparen zijn, kan de vertrekleeftijd zelfs onder de huidige leeftijden uitkomen.
Het volledige artikel van Gijs Herderscheê in: de Volkskrant, 2 maart 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

Opinies uit de media

AOW: EEN DROOMREGELING

Het is maar één kleine passage in een dik rapport, maar de reactie liegt er niet om.

Het zinnetje in kwestie luidt: “Zo maakt de groeiende welvarendheid van ouderen het steeds minder aantrekkelijk om ouderdom te gebruiken als basis voor herverdeling, omdat een groot deel terechtkomt bij mensen die voldoende draagkrachtig zijn.”

Nu is de oudedagsvoorziening in heel de westerse wereld een voornaam punt van discussie. Wie het internationaal discours beluistert, krijgt een ideaal toekomstbeeld voor de oudedagsvoorziening te horen dat er ongeveer als volgt uitziet: een algemene basisvoorziening via de overheid (die dikwijls al bestaat), met daar bovenop een individuele spaar- of beleggingsregeling. Bij die laatstgenoemde regeling bepalen de eigen prestaties gedurende het werkzame leven voor een belangrijk deel de hoogte van de uiteindelijke uitkering.

In het grootste deel van de westerse wereld wordt druk nagedacht over de mogelijkheden om de huidige collectieve oudedagsregelingen, die gebaseerd zijn op een omslagstelsel, meer te individualiseren en deels buiten de staat te plaatsen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Verenigde Staten, waar president Bush een dergelijke hervorming van wat daar social security wordt genoemd, tot speerpunt heeft gemaakt van zijn tweede termijn.

In het buitenland zal daarom met enige verbazing worden gekeken naar de discussie in Nederland. Wal elders als het ultieme ideaal geldt, is hier namelijk al sinds jaar en dag verwezenlijkt: een bescheiden collectieve AOW-regeling, aangevuld met pensioen waar een levenlang voor is gespaard en belegd en waarvan de hoogte samenhangt met het verdiende salaris dat wil zeggen: de maatschappelijke prestaties door het leven heen.

Vlekkeloos is het systeem niet, maar dat is geen enkel stelsel. Dat ouderen zelf geen AOW-premie betalen, mag best eens ter discussie worden gesteld. Maar om de AOW nu zelf ‘op maat’ te gaan maken? De regeling is nu een droom: omdat elke leeftijd geldt als criterium, er is weinig tot geen fraude mogelijk en de afhandeling is soepel. Het ambtenarenapparaat dat nodig zou zijn om een AOW op maat, met alle bijbehorende inkomens- en vermogenstoetsen, uit te voeren, is weinig minder dan een nachtmerrie. Discussies over de oudedagsvoorziening in Nederland zijn gewenst en noodzakelijk, al was het maar omdat er altijd wat te verbeteren valt. Maar laten we de senior niet met het badwater weggooien.
Het volledige artikel in: NRC Handelsblad, 1 maart 2005. www.nrc.nl/archief

RENTEBOM ONDER PENSIOENFONDSEN

Pensioenfondsbestuurders bidden in stilte dat de kapitaalmarktrente weer gaat stijgen, anders kampen ze straks met miljardentekorten. Maar de rente daalt. “De pensioenfondsen zitten met een enorm probleem.”

Jean Frijns, scheidend directievoorzitter van het ABP, was redelijk goed geluimd tijdens zijn laatste ontmoeting met de pers, in januari. Het ambtenarenpensioenfonds heeft vorig jaar aardig gepresteerd. Het was mooi op tijd in grondstoffen gestapt en had in 2004 ook in vastgoedbeleggingen een leuke rit gemaakt. De aandelenmarkt veerde na drie beroerde jaren eindelijk wat op, en zelfs de obligatiekoersen deden het onverwacht goed. Niet zonder trots meldde Frijns een beleggingsrendement van 11,5 procent over 2004. Daardoor kon de dekkingsgraad vorig jaar toenemen van 109 tot 118 procent, veilig boven de minimumnorm van 105 procent die de toezichthouder eist.

Maar onder de ogenschijnlijke verbetering van de financiële positie van het ABP smeult een vuurtje dat een enorme binnenbrand kan veroorzaken: de almaar verder dalende kapitaalmarktrente. Deze trend kan het ABP nog meer pijn doen dan de sluipende beurscrash van 2001 en 2002. Als de loontrend het beleggingsrendement langdurig overtreft, komt het fonds in grote financiële problemen. Maar ook op korte termijn dreigt een miljardentekort in de balans van het ABP geslagen te worden door de nieuwe vermogenstoets die de toezichthouder begin 2006 introduceert.

Toen Frijns rond de jaarwisseling de dekkingsgraad op 118 procent berekende, was de kapitaalmarktrente de vier procent al dicht genaderd. Vier procent is decennialang de vaste rekenrente van het fonds geweest, waarmee de toekomstige pensioenverplichtingen contant worden gemaakt. Maar de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB) herrekent vanaf begin januari 2006 de pensioenverplichtingen met een andere disconteringsfactor: de actuele marktrente. Is die op dat moment lager dan vier procent, dan stijgt de pensioenverplichtingen van het ABP schoksgewijs met tientallen miljarden euro’s en duikt de dekkingsgraad fors. Mogelijk zover omlaag dat het fonds op korte termijn de premies draconisch moet verhogen, de jaarlijkse indexatie van pensioenuitkeringen moet beperken of op last van DNB andere pijnlijke maatregelen moet treffen.

Toen Frijns medio januari de cijfers presenteerde, was de rente al ruim onder de vier procent gezakt. Maar Frijns deed er luchtig over. De rente zou volgens hem dit jaar ‘geleidelijk’ weer stijgen. Mogelijk is de wens hier de vader van de gedachte. Eind januari is de tienjaarsrente verder gedaald tot 3,5 procent en de trend is nog steeds omlaag, De onafhankelijke technische analist Royce Tostrams is hiervan overtuigd: We gaan naar 3,25 procent dit jaar. Daarna zakt de rente verder naar 2,5 tot 2,75 procent.” Onheilspellend voegt hij er aan toe: “De rentedaling is een tijdbom voor de pensioenfondsen. Ze hebben een gigantisch probleem.”

Niet alleen het ABP kampt met dit probleem. Alle pensioenfondsen worden binnenkort geconfronteerd met het nieuwe Financieel Toezichtskader. Of de Nederlandse pensioenfondsen eind dit jaar collectief door het ijs zakken is moeilijk te voorspellen, volgens actuaris Rajish Sagoenie van Aon Consulting.

Voorzitter Jeroen Steevoorden van de OPF, de koepelorganisatie van ondernemingspensioenfondsen, erkent dat het risico van de dalende rente het gesprek van de dag is bij pensioenfondsbeheerders. Volgens de nieuwe verslaggevingsregels, de international financial reporting standards (IFRS) moeten ondernemingen met ingang van dit jaar eventuele financiële tekorten van ‘hun’ pensioenfonds op hun eigen balans als een schuld opvoeren.

De meeste pensioenfondsen hebben zich neergelegd bij de onvermijdelijke introductie van het nieuwe toezichtregime, hoewel de weerstand nog groot is tegen de nieuwe waarderingsmethode van hun verplichtingen.
Het volledige artikel van Remko Nods in FEM BUSINESS, 19 februari, 2005.

PANIEK OVER KOSTEN AOW IS MISPLAATST

Niet de betaalbaarheid van de AOW is het probleem, maar het taboe op hogere belastingen voor hogere inkomens. Want de hoogte van de uitkering blijft achter bij de welvaartsontwikkeling.

De afgelopen weken is de Volkskrant bevangen door een lichte paniek over de kosten van de AOW. In dertig jaar verdubbelt het aantal 65-plussers in verhouding tot de groep van 20-65 jaar die de AOW-uitkeringen moeten opbrengen. De AOW dreigt onbetaalbaar te worden. Een rapport dat de Volkskrant uit een lade van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toverde, becijferde dat het gemiddeld inkomen van de 65-plusser in vijftien jaar fors zal stijgen. Om de AOW in stand te houden is het dus onvermijdelijk dat de gepensioneerden gaan meebetalen, concludeerde Ferry Haan (het Betoog, 12 februari).

Voor een oordeel over de AOW kan het geen kwaad eens terug te blikken. De geschiedenis laat zien dat de AOW, ondanks de veroudering van de bevolking, steeds goedkoper is geworden. In 1985 waren de kosten 6 procent van het bruto binnenland product (BBP). Inmiddels zijn die gezakt tot onder de 5 procent. De relatieve uitgaven voor de AOW zijn terug op het niveau van 1965. Toch is het aantal 65-plussers in verhouding tot de bevolking van 20-65 jaar in deze periode gestegen van 18,2 naar 22,3 procent. Het is dus te vermijden dat vergrijzing dus vanzelfsprekend gepaard gaat met sterk oplopende AOW-uitgaven.

Hiervoor zijn twee verklaringen. Ten eerste is het aandeel werkenden onder de 65 jaar gestegen van 48 procent in 1985 naar 65 procent in 2003. Ten tweede is de hoogte van de AOW-uitkering achtergebleven bij de gemiddelde loonontwikkeling. In 1985 bedroeg de AOW-uitkering 32 procent van het gemiddelde loon en in 2003 nog maar 27 procent. De koopkracht van gepensioneerden bleef jaarlijks 0,5 procent achter bij die van de werkenden.

Als deze trend zich voortzet dan zullen de uitgaven voor de AOW, in verhouding tot het nationaal inkomen, beduidend minder stijgen dan men op grond van de vergrijzing zou verwachten. Zelfs als de arbeidsparticipatie onder 65 jaar niet verder stijgt, zullen de uitgaven voor de AOW in 2030 niet meer dan 7 procent van het bbp bedragen, slechts 2 procent meer dan nu

Als de ontwikkeling van de afgelopen decennia doorgaat, is er dus geen reden voor paniek over de betaalbaarheid van de AOW. Hierbij past wel de kanttekening dat in het geschetste scenario de AOW-uitkering weliswaar fors in koopkracht stijgt maar toch beduidend achterblijft bij de gemiddelde loonontwikkeling. Dit is een automatisme dat is ingebakken in de bestaande koppelingssystematiek. Deze schrijft voor dat de AOW – en de andere uitkeringen – periodiek wordt aangepast aan de stijging van de CAO-lonen, maar niet aan extra loonstijgingen ( de incidentele looncomponent). Ook als de koppeling trouw wordt toegepast raken de uitkeringen geleidelijk achter bij de lonen, zoals de afgelopen decennia gebeurde. Dit mechanisme draagt weliswaar bij aan de betaalbaarheid van de AOW, maar leidt er ook toe dat de inkomenskloof tussen de werkenden en de uitkeringsgerechtigden groeit. Het mag zo zijn dat de gemiddelde gepensioneerde over tien of twintig jaar beduidend welvarender is dan de gepensioneerden van vandaag, dit geldt veel minder voor degenen die alleen van een AOW-uitkering moeten rondkomen.

Om de minimumuitkeringen gelijke tred te laten houden met de welvaartsstijging zullen de hogere inkomensgroepen (iets) hogere belasting moeten afdragen. Dit geldt voor degenen boven de 65 jaar net zo goed als voor degenen onder de 65 jaar. Kostenstijgingen worden gefinancierd uit de belastingen, waaraan ‘rijke’ gepensioneerden net zoveel bijdragen als jongere belastingbetalers.
Het volledige artikel van Paul de Beer in: de Volkskrant, 1 maart 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

AOW WORDT HERVORMD, MAAR HOE?

Binnenskamers werken politici aan langetermijnplannen voor de AOW.

En ja hoor, daar is ie weer: de AOW. Ouderen worden er zo langzamerhand horendol van. Bijna dagelijks, in elk geval wekelijks, staan de kranten er bol van. De regeling die 65-plussers in Nederland van een basispensioen voorziet, komt er bekaaid af. Maandag weer het Centraal Planbureau (CPB). De AOW zou te duur zijn en niet efficiënt, omdat zowel arm als rijk profiteert.

Menig onderzoek ging dat van de CPB voor. Het kabinet publiceerde in september in de Miljoenennota zelfs een eigen onderzoek naar een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Ook de vakbonden en werkgevers erkennen het probleem; zij pleiten er in het jongste SER-advies voor dat ouderen zelf aan hun AOW-uitkering gaan meebetalen.

Moeten burgers zich zorgen maken? De politiek haast zich steevast te zeggen van niet. Zowel Tweede Kamerleden als Kabinet zeggen keer op keer op geen enkele manier aan de AOW te willen tornen. Net zo min als aan de hypotheek-rente-aftrek overigens.

Toch blijkt het echte antwoord ‘ja’ te zijn. Politici focussen in hun publieke reactie vooral op de huidige kabinetsperiode. Wie na de verkiezingen leeft, wie dan zorgt. Binnenskamers willen ze best erkennen met langetermijnplannen voor de AOW bezig te zijn.

Niet alleen het vinden van een oplossing is een probleem, ook hoe die te verkopen aan de kiezer. CDA-lijsttrekker Brinkman heeft in 1994 ervaren dat de kiezer niet houdt van moeilijke boodschappen op dit terrein. Zijn plan de AOW te bevriezen kostte het CDA destijds twintig Kamerzetels.

Hoe nijpend het probleem ook is; het is onwaarschijnlijk dat een oplossing al in de eerstvolgende verkiezingsprogramma’s te vinden is. Dat hoeft partijen er echter niet van te weerhouden het in een nieuw regeerakkoord te regelen. Dat de fiscale voordelen van VUT en prepensioen zouden worden geschrapt heeft ook geen van de kiezers op CDA en VVD zich in 2003 gerealiseerd.

Kortom, de vraag is niet meer of maar hoe de AOW straks wordt hervormd.
Het volledige artikel van Yvonne Doorduyn in: de Volkskrant, 2 maart 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

MET AOW-PLAN LAPT BUSH BURGERMANSFATSOEN AAN ZIJN LAARS

Het meest geruchtmakende voornemen van de Amerikaanse president voor zijn tweede termijn is de hervorming van de Amerikaanse AOW (Social Security), door gedeeltelijke privatisering van deze volksverzekering.

De president en zijn medewerkers beweren dat deze hervorming dringend noodzakelijk is, omdat het hele systeem anders op afzienbare termijn failliet gaat. Dat is een schandelijke leugen. Dat ook over de noodzaak om de AOW te hervormen gelogen wordt dat het gedrukt staat, is voor deze Amerikaanse regering natuurlijk niet uitzonderlijk. Zij heeft in feite gelogen dat het gedrukt staat over al haar belangrijke beleidsvoornemens, of het nu de belastingverlagingen betrof, de aanval op Irak of de hervorming van de medische zorg voor ouderen.

Wat is er werkelijk aan de hand met de Amerikaanse AOW? In de jaren tachtig is het systeem ingrijpend hervormd, juist om het op de lange termijn betaalbaar te houden. Er is toen besloten de premie voor deze volksverzekering zodanig te verhogen dat de inkomsten van het systeem hoger zijn dan de uitgaven. Dit surplus wordt in een speciaal fonds gestort. Tot het jaar 2020 zal er sprake zijn van een surplus. Vanaf 2020 moet een beroep worden gedaan op het speciale fonds. Dat fonds is pas in 2052 uitgeput. Wel moet worden opgemerkt dat het speciale fonds is gevuld met staatsobligaties. Verzilvering daarvan doet de schuld van de federale overheid toenemen.

Dit is geen enkel probleem, mits de federale overheid tegen die tijd geen last meer heeft van het reusachtige begrotingstekort dat de Republikeinse belastingverlagingen hebben veroorzaakt.

Merkwaardig is dat de door de president voorgestelde privatisering voorlopig zeer beperkt is en bovendien geen enkele bijdrage levert aan de financiering van de AOW op lange termijn.

Als met het plan van de president eigenlijk meer problemen worden gecreëerd dan opgelost, waarom heeft hij dan het plan voorgesteld?

Voorlopig ziet het er niet naar uit dat het voorstel van de president in de komende jaren wordt gerealiseerd. De leugens waren ditmaal wellicht al te doorzichtig. De belangrijkste organisatie van bejaarde Amerikanen, die enorme politieke macht heeft, heeft zich tegen de maatregel uitgesproken. Veel Republikeinen in Huis en Senaat voelen ook weinig voor de plannen, die voor hen aanzienlijke politieke risico’s met zich mee zouden kunnen brengen. Opinie-onderzoek geeft aan dat de kiezers weinig voor de plannen voelen en liever het zekere voor het onzekere nemen, door de huidige situatie te continueren.

De strijd is zeker nog niet gestreden. Er is al een begin gemaakt met een smerige lastercampagne tegen alle tegenstanders van de privatiseringsplannen van de president.
Het volledige artikel van Maarten van Rossem in: Utrechts Nieuwsblad, 3 maart 2005. www.utrechtsnieuwsblad.nl

KALSHOVEN NEEM LOOPJE MET FEITEN OVER AOW

Een discussie over de toekomst van de AOW is prima maar dan wel graag een debat op basis van de feiten.

Kampioen pijnloze oplossingen, leugenachtig karakter, praatjesmaker. Als je dat over je zelf leest in de doorgaans vrolijke economie-rubriek van Frank Kalshoven (de Volkskrant, 26 februari) ben je in ieder geval goed wakker. Het bleek te gaan om de geschiedenis van het AOW-spaarfonds. Kalshoven ziet niets in dat fonds en dus moest ik, als geestelijk vader ervan, het ontgelden. Zelfs nog zeven jaar na dato. Dat vraagt om een repliek.

Allereerst wat betreft dat spaarfonds, dat niet zou zijn wat goedgelovigen ervan denken. Ik heb er nooit twijfel over laten bestaan dat het hier niet om een fonds gaat in de ware zin van het woord, maar eerder om een spaarrekening.

Het belang van deze rekening is niet het creëren van een harde voorziening voor de toekomst maar het maken van een wettelijk verankerde afspraak tot reductie van het financieringstekort. De financiële ruimten die daardoor ontstaat, wordt gebruikt voor de toekomstige financiering van de AOW. Het door mij uitgedragen idee was afkomstig van De Nederlandsche Bank en werd door de DNB ook van harte ondersteund.

Ik heb er nooit moeite mee gehad de betekenis van het spaarfonds te relativeren. Maar het belang ervan terugbrengen tot nu doet onrecht aan de bijdrage die deze combinatie van tekortreductie en reservering voor de AOW wel degelijk levert.

Nu mijn echte verdriet. Dat betreft de selectieve zoektocht in Kalshovens geheugen en het per ongeluk of bewust voorbijgaan aan het meer ‘dappere’ deel van mijn voorstellen de Aow toekomstbestendiger te maken. Namelijk tien jaar voor dat de SER met zijn opmerkelijke en moedige voorstellen kwam de AOW te fiscaliseren, bepleitte ik reeds hetzelfde.

Over de betaalbaarheid van de AOW heeft de PvdA in 1997 een congres georganiseerd en daar is de fiscalisering officieel aanvaard. In het later verschenen verkiezingsprogramma is vervolgens genoteerd dat de AOW-premie na maximering op het huidige niveau geleidelijk uit de belastingen moet worden gefinancierd. Dat vonden destijds ook de FNV en het VNO. Zo opmerkelijk is dat SER-advies dus niet en ik weet uit mijn contacten met de SER dat de vele publiciteit naar aanleiding van dit advies hen ook nogal verbaasd heeft.

Wat nog meer verbazing wekt, maar ook verontrusting, is waarom zo ongeveer om de vijf jaar grote commotie ontstaat of wordt gecreëerd over de betaalbaarheid van de AOW. Verbazing omdat de houdbaarheid van de AOW bepaald niet het bedreigendste vraagstuk is. In de gezondheidszorg, het onderwijs, de sociale zekerheid en het arbeidsmarktbeleid zijn volgens mij ingrijpende en vaak pijnlijke maatregelen nodig om tot een moderne verzorgingsstaat te komen.
Het volledige artikel van Jan van Zijl in: de Volkskrant, 3 maart 2005. lezersservice.volkskrant@pcmuitgevers.nl

   
     

© VGEO | Uw reactie | Laatste aanpassing: 13/03/08