Logo VGEO

Vereniging van Gepensioneerden Elsevier Ondernemingen

 
 
 
       
 
 
Home
Introductie
Statuten/reglementen
Organisatie
Leden
Actueel/nieuws
Pensioenen-nieuws
60-plussers
Agenda
Wat doet u daar
Nostalgische foto's
Elsevier Connect
Links
Archief
Lid worden
Zoek in website

 

 
 

PENSIOENEN IN HET NIEUWS

CITATEN UIT DE PERS INZAKE PENSIOENEN - deel 183

Deze nieuwsrubriek geeft een samenvatting van in de media verschenen artikelen. Voor de volledige informatie kunt u terecht bij de website van de betreffende uitgever.

Verzameld door Ton Boogers en bewerkt door Harry Nijhuis


Overzicht deel 183 (t/m 7 september 2009):

Nieuws uit de media

Opinies uit de media

Brieven uit de media

Voor de vorige artikelen: zie de index


Nieuws uit de media

KLM-PENSIOENBEHEERDER VAN DER STEE DEKTE ZICH IN TEGEN KOERSDALINGEN.

Pensioenfondsen kampten vorig jaar niet alleen met beurspaniek. Opeens waren zelfs banken geen veilige beleggingen meer.

Het pensioenfonds van de piloten van de KLM wist vorig jaar als een van de weinige grote fondsen beter te beleggen dan de relevante beursgraadmeters. Mede daardoor bleef de verhouding tussen beleggingen en verplichtingen op een comfortabel niveau: 122 procent.

We hadden minder belegd in aandelen en juist wat meer in langlopende obligaties.  Verder heeft het fonds het risico op koersverlies op aandelen al enkele jaren achtereen voor een groot deel afgedekt.

Na het onverwachte faillissement van zakenbank Lehman op 15 september 2008 verlaagde het vliegersfonds in hoog tempo de gelden bij grote banken. Het grootste risico dreigde toen één van de partijen die de aandelenbeleggingen had verzekerd, bankroet dreigde te gaan.  De steun van de Amerikaanse overheid hield deze partij overeind en voorkwam zo een acuut tegenpartijrisico.

Het volledige artikel van Menno Tamminga in NRC Handelsblad, 19 augustus 2009.

STRIJD OM PENSIOEN BARST LOS

Ons stelsel is te duur geworden, zeggen werkgevers. Vakbonden zetten zich schrap. Pensioenfondsen leden verliezen, waarna de premies stegen en bedrijven moesten bijstorten, Dat schaadt het economisch herstel. Versoberen dan maar, dat pensioen? Wat zijn de argumenten voor en tegen?

Olieconcern Shell zag zich genoodzaakt dit jaar omgerekend 3,55 miljard euro te storten in zo’n vijftig gehavende pensioenfondsen.  Zo genereus zijn Nederlandse werkgevers niet altijd. In Venlo zien werknemers van printerfabrikant Océ met afgunst hoe royaal Shell met zijn pensioenfondsen omgaat. Het pensioenfonds van Océ kamt met vergelijkbare problemen, maar de werkgever wil het gat in de balans slechts gedeeltelijk dichten. Nog zo’n twintig Nederlandse pensioenfondsen, waaronder dat van voedingsbedrijf Nutreco, overwegen volgens DNB om het pijnlijke voorbeeld van Océ (verlagen pensioenaanspraken en –uitkeringen) te volgen.

NRC Handelsblad schatte onlangs dat de werkgevers dit jaar 5,5 tot 6 miljard euro extra pensioenlasten voor de kiezen krijgen. Werkgeverslobby VNO-NCW heeft het helemaal gehad met de stijgende premies en de bijstortingen.

Gerard Verheij, de pensioendeskundige van VNO-NCW, meent dat de pensioenlasten voor werkgevers dit jaar met 30 procent stijgen. “Ik kan niet ontkennen dat de pensioenlasten voor een aantal bedrijven fors omhoog zijn gegaan, maar Verheij moet wat er bij Shell en ING is gebeurd, niet veralgemeniseren voor de hele pensioensector,”riposteert pensioenexpert Peter Gortzak van de vakcentrale FNV.

Een goed pensioen dat ook nog jaarlijks aan de inflatie wordt aangepast, is niet goedkoop. Of het té duur is, hangt af van het ambitieniveau. Amerikanen leggen gemiddeld slechts 9 to 10 procent van de loonsom opzij voor het pensioen, maar dat levert vanzelfsprekend een veel kariger pensioen op.

Uit een omvangrijke enquête van DNB bleek in 2005 dat meer dan de helft van de Nederlanders een nog hogere premie acceptabel vindt als daar meer pensioenzekerheid tegenover staat. Veel mensen hebben her er kennelijk voor over.

Het beeld dat de werkgevers schetsen, is om meerdere redenen ongenuanceerd. De vergelijking met de huidige premies met de afdrachten in de tweede helft van de jaren negentig gaat volgens Gortzak mank omdat pensioenfondsen destijds de premies geforceerd verlaagden via premieholidays en zelfs terugstortingen naar ondernemingen. ‘Ik wil dit de werkgevers trouwens niet verwijten, want destijds wilde het kabinet de omvangrijke buffers van pensioenfondsen afromen’, stelt Gortzak. De pensioenpremie schommelt sinds 1980 tamelijk stabiel tussen 20 en 25 procent van de loonsom. Er wordt in absolute bedragen vooral meer premie afgedragen omdat er sinds het begin van de jaren tachtig miljoenen mensen de arbeidsmarkt hebben betreden. Die willen uiteraard allemaal pensioen opbouwen.

DNB rekende onlangs na welk macroeconomisch affect de recente herstelmaatregelen van pensioenfondsen hebben. Conclusie: de hogere premies hebben ‘een negatief effect op de koopkracht’, leiden tot ‘hogere loonkosten’, waardoor de werkgelegenheid en winsten van bedrijven onder druk komen te staan.

Na de eerste pensioencrisis, in 2002, is het stelsel ingrijpend gewijzigd.  In de jaren negentig had 60 procent van de werknemers een eindloonregeling.  Op dit moment zit ruim 80 procent van de werknemers in een middelloonregeling, die is gebaseerd op het gemiddelde salaris tijdens de loopbaan.

De bonden prefereren concrete pensioentoezeggingen, maar steeds meer werkgevers overwegen over te stappen op een regeling met vaste premie. Verheij vindt dit een acceptabele trend, zo  lang de drie belangrijkste elementen van ons pensioenstelsel overeind blijven: solidariteit, collectiviteit en de verplichte deelname aan pensioenregelingen. Hij wil geen Amerikaans systeem, waarbij iedereen individueel voor zijn pensioen spaart.

Het volledige artikel van Remko Nods in ELSEVIER 22 augustus 2009.

ZORGPLICHT BIJ PENSIOEN SCHIET TEKORT

Pensioenverzekeraars moeten hun klanten beter adviseren bij het beleggen van hun pensioengelden. De manier waarop zij invulling geven aan hun zorgplicht is niet toereikend. Dat constateert de AFM.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) gaat de verzekeraars die niet voldoen aan de wettelijke eisen nader onderzoeken. Op pensioenverzekeraars die hun deelnemers de mogelijkheid bieden de premie te beleggen, rust een zorgplicht. Zij moeten de deelnemers begeleiden bij hun keuze, onder andere door het geven van beleggingsadviezen en het opstellen van een klantprofiel.  Hierin wordt onder meer opgenomen of de klant veel of weinig risico wil nemen. “Daarbij moet de verzekeraar ook doorvragen”, zegt een woordvoerder van  de AFM.  “Een klant kan zelf wel denken dat hij veel risico wil nemen, maar dat kan in verhouding best heel weinig blijken te zijn.”

5 van de 31 verzekeraars die aan het onderzoek meewerkten, bieden verzekeringen aan met deze beleggingsvrijheid.  Op de vragen die betrekking hadden op de zorgplicht scoorden zij gemiddeld 65 procent. Omdat het gaat om wettelijke vereisten die niet worden nageleefd, zegt de AFM de verzekeraars die tekortschieten op korte termijn te zullen benaderen voor nader onderzoek, waarna mogelijk formele maatregelen zullen volgen.

Uit de vragenlijst blijkt verder dat ruim de helft van de verzekeraars de Uniforme Pensioenoverzichten (UPO’s) niet op tijd verstuurt.  Hierop kunnen deelnemers elk jaar zien hoeveel pensioen zij hebben opgebouwd en welk bedrag zij in verschillende situaties kunnen verwachten.

Het onderzoek werd dit jaar, na de eerste meting in 2007, voor de tweede keer uitgevoerd. De AFM wil hiermee inzicht krijgen in de mate waarin de verzekeraars voldoen aan de pensioenwetgeving en risico’s tijdig signaleren.

Het volledige artikel in: NRC Handelsblad, 21 augustus 2009.

CRISIS LAAT NOG DECENNIA SPOREN NA

Belegt de pensioenwereld wel goed genoeg? Een commissie van experts gaat het onderzoeken. Wie zijn de beste bondgenoot van de beurs? De ondernemingen of de vakbonden?

Twee commissie gaan in opdracht van minister Donner het pensioenstelsel onder de loep nemen. Hoogleraar Kees Goudswaard (Universiteit Leiden) is voorzitter van een commissie van hoogleraren die onderzoeken of het pensioenstelsel gezien de crisis 2002/2003 en in 2008/2009 wel bestand is tegen financiële schokken en hoe dat beter moet. De leden zijn Roel Beetsma (Universiteit van Amsterdam), Theo Nijman (Universiteit van Tilburg) en Paul Schanbel (directeur Sociaal en Cultureel Planbureau). Voormalig topbelegger Jean Frijns van ABP leidt een commissie die het beleggings- en risicobeheersingsbeleid van de pensioenwereld onder de loep neemt. De leden zijn hoogleraar Bert Scholtens (Rijksuniversiteit Groningen) en Jan Nijssen (adviesbureau Montae),

Zo beurzen, zo pensioenen. De aandelenmarkten hebben zich de afgelopen maanden in overrompeld tempo hersteld van hun dieptepunt in maart. De financiële positie van de pensioenfondsen, die afhankelijk is van de hoogte van de beursgraadmeters en de stand van de rente, is meegezogen.

Maar de nasleep van de beurspaniek in de zeven maanden tot maart 2008 zal tot ver in het volgend decennium voelbaar zijn.  Pensioenpremies voor werkgevers en werknemers blijven historisch hoog, pensioenen van werknemers en ouderen blijven bevroren.

Sommige fondsen zoals die van KPN en TNT en het pensioenfonds voor de Metalelektro hadden al voor de crisis last van ondermaatse rendementen.

Een commissie onder leiding van voormalig topbelegger Jean Frijns van pensioengigant ABP gaat in opdracht van minister Donner (Sociale Zaken, CDA) het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen sinds de jaren negentig onderzoeken.  De Nederlandsche Bank heeft al een gedetailleerd onderzoek afgerond naar het beleggingsbeleid van tien fondsen. Dat wordt niet openbaar gemaakt.

Bij fondsen als Rabobank, Philips en ABN Amro willen de ondernemingen niet verrast worden door onbeheersbare risico’s en extra kosten. De internationale boekhoudregels swingen bedrijven om grote tekorten in hun pensioenfonds op de bedrijfsbalans te laten zien. Beleggers zien dat als een extra schuld. Dat werkt in crisistijd als een rode lap op een stier.

Aan de andere kan staan de grote pensioenfondsen die voor complete bedrijfstakken werken, zoals ABP, Zorg en Welzijn en de twee pensioenfondsen in de metaalsector. Zij leden hoge verliezen en hadden zich niet of nauwelijks verzekerd tegen rentedalingen, zodat hun financiële positie per eind 2008 ver onder het wettelijk minimum zakte.  De regels voor de pensioenfondsen moesten verruimd worden om hen te redden.

Tussen deze twee uitersten ligt het grote grijze pensioenveld: er zijn 600 zelfstandige pensioenfondsen.  Ja, diverse grote ondernemingspensioenfondsen leverden puike prestaties

Maar onder de grootste verliezers zijn ook ondernemersfondsen zoals die van Shell en Elsevier. Daar staat tegenover dat sommige bedrijfstakpensioenfondsen ook fantastische prestaties hebben geleverd, dankzij beperking van risico’s. De Eendracht Pensioen, een fonds voor meerdere verpakkingsbedrijven,  had een rendement van plus 4,4 procent. Het Bedrijfstakpensioenfonds Wonen boekte plus 9,8 procent rendement.

De les van de pensioencrisis in 2002/2003 was dat je aandelen moest blijven bijkopen. Frijns leidde toen de beleggers van ABP en het fonds en Nederland hebben vervolgens volop geprofiteerd van het beursherstel.  De commissie Frijns zal lessen uit deze crisis moeten trekken.

De aandelenmarkt is een trouwe bondgenoot van de vakbonden. Stijgende aandelenkoersen moeten pensioenen op langere termijn betaalbaar houden en genoeg opleveren om de pensioenuitkeringen te verhogen met de welvaart.  De ondernemingspensioenfondsen die het goed deden in de crisis hebben dat bondgenootschap opgezegd. Zij kiezen voor zekerheid boven ongewisse pieken en dalen.

Het volledige artikel van Menno Tamminga in: NRC Handelsblad, 25 augustus 2009.

CNV: FLEXIBILISEER HOOGTE VAN DE AOW

Verhoging AOW-leeftijd naar 67 jaar onder strikte voorwaarden aanvaardbaar.

Om uit de impasse rondom de verhoging van de AOW-leeftijd te geraken, is de christelijke Vakcentrale CNV onder strikte voorwaarden bereid akkoord te gaan met een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar.

Een van die voorwaarden is om de hoogte van de uitkering te flexibiliseren: de volle mep bij 67 jaar, een iets lager bedrag wie toch wil stoppen met werken op zijn 65ste. Dit zeggen bronnen binnen CNV

Volgens een woordvoerder van de VNV is verhoging van de AOW-leeftijd alleen bespreekbaar als mensen met een hoiger inkomen ook een veer laten.  Zo moeten inkomens die boven de Balkenendenorm (181 duizend euro) zitten hoger worden belast.

Ook wil de CNV dat de AOW wordt ‘gefiscaliseerd’. Niet langer moet iedere 65-plusser, rijk of arm, hetzelfde bedrag krijgen, maar moet de uitkering inkomensafhankelijk worden. De vakbond eist ook dat er harde garanties komen dat er voldoende werk is voor oudere werknemers: zes van de tien mensen tussen 60 en 65 jaar moeten betaald werk hebben. ‘Het moet niet zo zijn dat een verhoging van de AOW-leeftijd in de praktijk betekent dat veel oudere werknemers zonder baan twee jaar langer in de bijstand moeten zitten om van hun AOW te kunnen genieten’, zegt een woordvoerder. FNV Bondgenoten houdt vast aan de doelstelling de AOW-leeftijd op 65 te houden.

Michiel Haighton in de Volkskrant, 27 augustus 2009.

Het volledige artikel van Hans van Soest in: AD Utrechts Nieuwsblad, 27 augustus 2009.

,,MISSCHIEN MOETEN WE DOORWERKEN TOT 70 JAAR.’’

Dit kabinet moet keihard ingrijpen. Het mes moet in hypotheekrenteaftrek en pensioen.

Vanaf 2015 moet het mes in de overheidsbegroting. Het kabinet houdt er rekening mee dat tegen die tijd 35 miljard euro op jaarbasis moet worden  bezuinigd,  bleek vrijdag uit een bericht in de Volkskrant. Dat is 20 procent van de Rijksbegroting en net zoveel als de totale hoeveelheid geld dat jaarlijks naar onderwijs gaat.  Hoogleraar  economie en oud-staatssecretaris Rick van der Ploeg is niet verbaasd. ‘Dat is heel reëel. Het is nu eenmaal hoog nodig.  Een heleboel van de taboes die we hadden, moeten nu van tafel: de pensioengerechtigde leeftijd moet naar 67 en misschien wel naar 70 en de hypotheekrenteaftrek moet worden aangepakt. Je kunt nog wel verder bezuinigen op de ambtenarensalarissen, Maar dan geldt het spreekwoord: if you pay peanuts, you get monkeys. Op harde ingrepen in de sociale zekerheid niet ook niemand te wachten. Doorschuiven naar een volgend kabinet is absurd. De maatregelen moeten nu worden genomen zodat ze in de volgende kabinetsperiode vruchten afwerpen.  Het kabinet had tegen de voorzitter van de SER en de voorzitter van de vakcentrale FNV moeten zeggen: We gaan de pensioengerechtigde leeftijd verhogen naar 67. We willen binnen drie maanden van jullie horen voor welke groepen we een uitzondering moeten maken.  Voor mensen die 40 of 45 jaar hebben gewerkt bijvoorbeeld.  In Duitsland en Engeland is de pensioengerechtigde leeftijd al verhoogd. Je kunt het Duitse model gelijk invoeren in Nederland en klaar is kees. Het is allemaal heel knap om de teugels te laten vieren en een beetje Keyniaans beleid te voeren maar je bent pas echt een knappe jongen als je daar harde maatregelen voor de toekomst aan verbindt. Nu loopt het kabinet het gevaar dat ze uit angst om de economie nu af te knijpen, de toekomstige economische groei afknijpt’, aldus Rick van der Ploeg.

Het volledige interview met Rick van der Ploeg door Pieter Klok in:  de Volkskrant, 29 augustus 2009.

VIJFTIGERS EN ZESTIGERS DUPE PENSIOENCRISIS

Twee directieleden van het CPB publiceren vandaag een boek over de kredietcrisis. Ze gaan onder meer na wie de slachtoffers zijn en de klappen van de pensioenfondsen opliepen.

In het boek De grote recessie geschreven door twee directeuren van het Centraal Planbureau (CPB), Casper van Ewijk en Coen Teulings  beschrijven zij het ontstaan en de gevolgen van de financiële crisis voor een breed publiek.

De recessie heeft verregaande gevolgen, onder meer voor de overheidsfinanciën. De CPB-auteurs dringen aan om op korte termijn niet te bezuinigen, maar wel een herstelplan voor de overheidsfinanciën te hanteren voor de lange termijn.

Uit de berekeningen van het CPB blijkt dat de gevolgen van de financiële crisis voor de pensioenen het hardst aankomen bij vijftigers en zestigers.Het verlies aan besteedbaar inkomen  voor mensen geboren tussen 1940 en 1955 kan oplopen tot 15 procent. Als de beurskoersen zich de komende vijf jaar niet herstellen kan dit oplopen tot 18 procent. In een scenario van versneld koersherstel op de aandelenmarkten beperkt het verlies zich tot 8 procent.

Het bestedingsverlies is een gevolg van de verplichting voor pensioenfondsen om pensioenen niet te indexeren en premies te verhogen om de effecten van gedaalde beurskoersen en lagere rente op te vangen. Mensen aan het eind van hun werkend bestaan hebben een relatief hoog opgebouwd pensioen en worden het hardst door de bevriezing getroffen,  terwijl ze de minste tijd hebben om hun pensioen verder op te bouwen.

Voor jongeren en de oudste generatie zijn de bestedingsgevolgen van de pensioencrisis beperkt. De CPB-auteurs opperen de wenselijkheid om de gevolgen van de pensioencrisis beter over de generaties te spreiden door jongeren meer risico’s te laten lopen dan oudere werknemers.

Het volledige artikel van Roel Janssen in: NRC Handelsblad, 1 september 2009.

INSPRAAK BIJ PENSIOENFONDSEN

Kamer wil dat inspraak van belanghebbenden beter wordt geregeld.

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat bij de bedrijfstakpensioenfondsen de inspraak van gepensioneerden, jongeren en andere belanghebbenden beter wordt geregeld. Werkgevers en Vakbonden die in het bestuur van de sectorfondsen zitten, krijgen tien weken de tijd om met onder meer ouderenorganisaties daarover voorstellen te doen.

Een motie van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt die minister Donner vraagt de sociale partners hiertoe te bewegen, werd woensdag met steun van PvdA, ChristenUnie, VVD, D66, GroenLinks en SGP ingediend.

VVD en D66 kregen niet de handen op elkaar in de Kamer voor hun initiatiefwetsvoorstel om gepensioneerden een plaats te geven in het bestuur van de bedrijfstakpensioenfondsen. VVD-Kamerlid Stef Blok en zijn D66-collega Fatma Koser Kaya waren wel blij dat door de discussie over hun voorstel brede steun is ontstaan om de inspraak beter te regelen.

D66 is al ruim veertig jaar bezig om de medezeggenschap bij pensioenfondsen te verbeteren. Volgens Koser Kaya is eindelijk een doorbraak bereikt. Vooral omdat het CDA heeft toegezegd nog dit jaar mee te werken aan een wettelijke regeling als werkgevers, vakbonden en ouderenorganisaties half november geen breed gedragen voorstel hebben.

De Volkskrant, 3 september 2009.

KABINET SCHRAPT 1 MILJARD IN UITKERING

Het kabinet wil in twee jaar bijna een miljard euro bezuinigen op de sociale uitgaven.  Zo zal de toeslag die AOW’ers krijgen voor hun jongere niet-werkende partner (onder 55 jaar) versneld worden geschrapt. Het inkomensverlies voor deze oudere stellen kan oplopen tot maximaal 636 euro per maand.

Tijdens intensief overleg de afgelopen dagen tussen het kabinet en de coalitiepartijen is besloten, dat forse bezuinigingen op de sociale uitkeringen onontkoombaar zijn, zo bevestigen Haagse bronnen.

“Dit besluit is rampzalig. Vooral voor de meest kwetsbare groep ouderen met lage inkomens wordt getroffen “, aldus Stella Salden van de Unie KBO. Van de 2,7 miljoen AOW’érs krijgen 276.634 mensen partnertoeslag.

Ook de grootste vakcentrale FNV toonde zich vanmorgen verrast door de voorgenomen maatregel. “Onvoorstelbaar dat het kabinet ouderen opnieuw wil treffen”, zegt een FNV-woordvoerder. Afschaffing van de partnertoeslag moet 170 miljoen euro opleveren. Ook moet zo’n 80 miljoen worden bezuinigd op reïntegratie van werklozen. Een deel wordt weggehaald bij de gemeenten, die gelden voor bijstand hadden gereserveerd om mensen aan het werk te helpen.

Het volledige artikel van Michèle de Waard in: NRC Handelsblad, 3 september 2009-09-05

DONNER BEZUINIGT EERDER OP PARTNERTOESLAG AOW (2)

Vanaf 2011 geen toeslag voor jongere partner AOW’er. Deeltijd-WW kost fors meer.

De toeslag die AOW’ers ontvangen voor hun jongere, niet-werkende partner tot 55 jaar komt al vanaf 2011 te vervallen.

Al eerder was afgesproken dat de partnertoeslag in 2015 helemaal komt te vervallen.

Het ministerie van Sociale Zaken moet in de begroting van 2010 een bedrag van 400 miljoen euro bezuinigen. Naast de inperking van de partnertoeslag wordt er ook 80 miljoen geschrapt aan reïntegratiegelden om werklozen te begeleiden naar werk.

Het volledige artikel van Bart Dirks in: de Volkskrant, 4 september 2009

OUDEREN VS BLIJVEN AAN HET WERK

Pensioen voor oudere werknemer ver weg door verdampte spaartegoeden. De arbeidsmarkt in de VS raakt verstopt met oudere werknemers. Ze durven of kunnen niet meer met pensioen omdat hun spaartegoeden zijn verdampt.

In Europa en andere delen van de ontwikkelde wereld gaan oudere werknemers volgens plan met pensioen, dankzij relatief gulle overheden en keurig opgebouwde  bedrijfspensioenen. In de Verenigde Staten daarentegen is de financiële zekerheid in toenemende mate gebaseerd op privéspaarrekeningen en die hebben een forse knauw gekregen. Als gevolg daarvan klampen oudere werknemers zich vast aan hun banen.

In andere landen met betere sociale vangnetten verlaten oudere werknemers ondertussen in rap tempo de arbeidsmarkt, ondanks de economische recessie. Terwijl in de Verenigde Staten vorig jaar een derde van de werknemers tussen 65 en 59 jaar aan het werk was, werkte in Frankrijk nog maar 4 procent van de werknemers in die leeftijdscategorie.

Amerikanen ontvangen van de overheid slechts 45 procent van het laatst verdiende loon, in Denemarken is dat bijvoorbeeld 91 procent. Denen laten zich dus niet van hun pensioenplannen afbrengen

Europa heeft een ander probleem. Om die prachtige overheidspensioenen te kunnen betalen, gaan Deense werknemers bijvoorbeeld gebukt onder een torenhoge belastingdruk. En omdat ook daar de bevolking vergrijst, blijven er steeds minder werkenden over om de dure pensioenen te betalen.

Een groot aantal landen in Europa probeert de mensen te stimuleren om langer aan het werk te blijven. In goede tijden, wanneer alle arbeid nodig is, treden ervaren werknemers terug om van hun opgebouwde tegoeden te genieten. In slechte tijden zoals nu, klampen oudere werknemers zich vast aan hun baan en houden zo de arbeidsmarkt dicht voor jonge veelbelovende werknemers.

Het volledige artikel in: de Volkskrant, 4 september 2009.

JONGEREN ZIEN GEEN PROBLEEM IN LANGER DOORWERKEN

Een generatiekloof is duidelijk zichtbaar in discussie over de AOW-leeftijd en pensioenen. De discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd is vooral voor oudere werknemers emotioneel. Jongeren zien het niet als een probleem om langer door te werken.

Op de website van de Christelijke vakbond CNV barstte vorige week een stevige discussie los nadat de bond had laten weten niet koste wat het kost tegen verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar te zijn. Het regende woedende reacties uit de achterban.

Het felle debat tekent de scheidslijn in het denken over verhoging van de AOW-leeftijd, waar het kabinet op koerst:  jongere werknemers (tussen 20 en 40 jaar) zitten er niet zo mee. Maar oudere werknemers – ook veertigers – schreeuwen moord en brand bij het idee dat ze nog twee jaar langer moeten werken.

“Niets doen is geen optie. Er zijn drie grote problemen waar we voor staan: er is een enorm begrotingstekort, we komen straks mensen te kort op de arbeidsmarkt en we worden allemaal ouder.  De groep werkenden kan de AOW in de huidige vorm straks niet meer opbrengen en er is geen andere ingreep die en veel geld oplevert en ervoor zorgt dat de arbeidsparticipatie groter wordt”, zegt Klaas Pieter Derks (29) tot half september nog voorzitter van CNV Jongeren.

De CNV Jongeren zijn van meet af aan uitgesproken voorstander van langer doorwerken. Net als de jongerenorganisaties van de christelijke politieke partijen CDA en Christen Unie, en progressieve partijen. FNV Jong heeft niets tegen langer doorwerken, zegt Jamila Anzi (27), vice voorzitter van de jongerenorganisatie van de FNV.

Zeker zo belangrijk vindt Anzi dat jongeren gehoord worden in de pensioenorganen die ertoe doen. Dat vindt ook een meerderheid van de Tweede Kamer. De belangen van pensioengerechtigden, ouderen en jongeren, worden onvoldoende behartigd door de besturen van de pensioenfondsen.

De solidariteit tussen de oudere en jongere generatie is nog best groot, maar kalft wel af, stelt de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid Ruud Muffels.

“De huidige vertegenwoordiging via de sociale partners is achterhaald. De pensioenregelingen versoberen al jaren sluipenderwijs. Werkgevers willen zich verder terugtrekken omdat ze de risico’s te hoog vinden. Laat de deelnemers van de pensioenfondsen de besturen kiezen, als Martin Pikaart, voorzitter van Alternatief voor Vakbond (AVV). Boris van der Ham van D66 wees er tijdens het  Kamerdebat fijntjes op dat er naast CNV en FNV ook nog andere bonden zijn, die belangen van nieuwe soorten werknemers vertegenwoordigen, zoals AVV.

Het volledige artikel van Patricia Veldhuis en Mich`le de Waard in: NRC Handelsblad, 4 september 2009.

,,VAKBEWEGING IS ALS DE DOOD.’’

Als enige vakbondsbestuurder strijdt Klaas Pieter Derks (29) voor een pensioenleeftijd van 67 jaar. ‘Ik baal van het beeld van een ouderenclub’.

Hij is een eenzame stem in de vakbondswereld, geeft Klaas Pieter Derks toe.  De vertrekkend voorzitter van de jongerenbond van het CNV wil dat mensen pas als ze 67 jaar oud zijn AOW-pensioen krijgen.  Hij bekritiseert vakbondbestuurders die tegen het plan van het kabinet zijn, ook in eigen huis.  Nu de FNV oproept op 7 oktober 65 minuten te staken tegen de AOW-plannen, roept Derks jongeren op 67 minuten langer door te werken. ‘Iemand moet die staking betalen’.

‘Naar buiten toe sta ik alleen. Maar ik weet dat binnen mijn vakbond allerlei bestuurders mij steunen, van jong tot oud.  En de protestantse ouderenbond is bijvoorbeeld ook voor later met pensioen gaan. Na een motie van ons is er binnen het CNV intensief gediscussieerd.  Uiteindelijk steken de meeste bestuurders toch hun kop weer in het zand. Uit angst voor de achterban. Ze zeggen tegen mij “Je geeft het weg aan de regering.”Ik zeg: “Ik geef het weg aan komende generaties.” We hebben een peiling gehouden. De helft blijkt tegen, de helft voor. Voor de leden is het dus geen uitgemaakte zaak. Het CNV maakt er wel een uitgemaakte zaak van. Als je nu al begint met langer doorwerken, dan is de rekening van de lasten van de vergrijzing verdeeld over de generaties die nu jonger zijn dan 58 jaar.  Dan is die rekening niet alleen voor mijn generatie. De kosten van de vergrijzing moeten ergens vandaag komen. Het zou oerstom zijn als het kabinet het plan schrapt.  De rekening van de vergrijzing blijft staan. Die wordt alleen maar hoger.  Ze moeten zich niet gek laten maken door de ouderen die ertegen zijn. Ik zou het zien als een aanmoediging in de politiek te stappen om voor jongeren op te komen’, aldus Klaas Pieter Derks.

Het volledige artikel van Marieke Stellinga in: ELSEVIER, 29 augustus 2009.

PENSIOENFONDSEN: EU-REGELS ONNODIG

Een groep Nederlandse pensioenfondsen en beheerders heeft kritiek op nieuwe regels die de Europese Commissie wil opleggen. De fondsen hebben in een brief aan eurocommissaris Charlie McCreefy (interne markt) hun zorgen geuit over de concept richtlijn. De fondsen, die vele miljarden beheren, vrezen voor onnodige regelgeving die leidt tot hogere kosten. Uiteindelijk moet dat geld worden opgebracht door de pensioendeelnemers. De briefschrijvers hebben begrip voor de zorg over de stabiliteit van de financiële markten na de crisis,  maar ze vrezen dat ze de gevolgen ondervinden van regels die eigenlijk bedoeld zijn voor investeerders die met geleend geld grote risico’s nemen.

De Volkskrant, 5 september 2009.

PENSIOENRUZIE NIET UNIEK NEDERLANDS

Nederland kan leren van pensioenhervormingen in andere OESO-landen. Veel OESO landen hebben pensioenhervormingen doorgevoerd die relevant zijn voor Nederland. Kijk eens over de grenzen heen.

Nu de bevolking snel vergrijst, moeten veel maatregelen, praktijken en opvattingen op het terrein van de sociale zaken en werkgelegenheid worden herzien.  Naar verwachting zal in Nederland tussen 2000 en 2050 het percentage mensen van 65 jaar en ouder ten opzichte van de beroepsbevolking bijna verdubbelen, van 22 tot 40 procent.  Om de druk van een vergrijzende bevolking op de Nederlandse economie voor een deel te compenseren,  zal het van belang zijn om vooral onder oudere werknemers  de arbeidsparticipatie te vergroten

In sommige opzichten staat Nederland er gunstig voor om deze uitdaging aan te gaan.  Bovendien is Nederland – met Finland – een van de OESO-landen die het beste de trend heeft weten te keren van de dalende arbeidsparticipatie onder oudere mannen op lange termijn.

Zoals in 2006 uiteengezet in het rapport live longer, work longer verlang de OESO initiatief op drie brede fronten om langer werken aan te moedigen. Eén:  pensioenstelsels en andere sociale uitkeringen moeten zodanig worden herzien dat werken op hogere leeftijd loont. Twee:  beletsels voor werkgevers om oudere werknemers in dienst te nemen en houden moeten worden weggenomen, Drie: opleidingsmogelijkheden, arbeidsomstandigheden en flexibele werktijden moeten worden verbeterd, zowel voor oudere werknemers, als voor mensen die op de helft van hun carrière zijn.

Met deze ambitieuze agenda in gedachten hebben veel OESO-landen een breed scala aan hervormingen ingevoerd waaruit boeiende lessen te trekken zijn voor de situatie in Nederland

Wijdverbreid is onder meer de gefaseerde verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd boven de 65:  Australië en Duitsland tot 67 jaar, Groot Brittannië tot 68.  In Denemarken zal de pensioenleeftijd naar 67 stijgen en gekoppeld worden aan de levensverwachting. Tel daar IJsland, Noorwegen en de Verenigde Staten bij op en inmiddels hebben zeven OESO-landen een normale pensioengerechtigde leeftijd van boven de 65, of zijn van plan deze in te voeren. In bijna de helft van de OESO-landen bestaan nu automatische mechanismen om een koppeling tussen pensioeninkomen en levensverwachting aan te brengen. De nadruk moet blijven liggen op revalidatie en begeleiding die werknemers helpen tot op hogere leeftijd door te werken, eventueel in andere,  minder belastende banen.

De grootste moeilijkheid ligt bij de werkgevers met hun dikwijls gesignaleerde tegenzin om oudere werknemers in dienst te nemen of te houden.  Veel landen hebben loonkostensubsidies ingevoerd voor werkgevers die oudere werknemers in dienst nemen of werkgelegenheidsubsidies voor oudere werklozen die een baan vinden.

De maatregelen ter verbetering van scholing en arbeidsomstandigheden mogen niet beperkt blijven tot oudere werknemers. Een levensloopperspectief is een vereiste. Ook de scholingsmogelijkheden voor werknemers halverwege hun loopbaan moeten daarom worden uitgebreid, vooral voor degenen  met relatief geringe of verouderde vaardigheden.

Het volledige artikel van John Martin in: NRC Handelsblad, 7 september 2009.

OVERLEG OVER VERHOGING VAN DE AOW-LEEFTIJD ZIT MUURVAST

FNV denkt eerder aan alternatieven als bezuinigen op hypotheekrenteaftrek of verhoging van hoogste belastingtarief. ,,Als er geen oplossing komt die ons zint, gaan we dwarsliggen.’’

De politieke druk om naar alternatieven te zoeken, werd afgelopen weekend opgevoerd.  De grootste vakcentrale FNV organiseerde Zaterdag in pakhuis De Zwijger aan het Amsterdamse IJ een dag waar vakbondsleden hun alternatieven konden presenteren. Het overleg zit muurvast omdat de FNV volgens ingewijden ‘van geen wijken wil weten’.

Als er geen oplossing komt die de FNV zint, “dan voelen wij ons zwaar bedonderd en gaan we dwarsliggen”, zei vice-voorzitter Wilna Wind onomwonden.  “Schandalig”, noemde de grootste werkgeversorganisatie VNO-NVW de dreiging van Wind zaterdagavond. En dat terwijl de werkgelegenheid achteruit holt.

Het volledige artikel van Michèle de Waard in: NRC Handelsblad, 7 september 2009.

FNV DREIGT WERKGEVERS (2)

Hogere AOW-leeftijd? Dan ook hogere looneis van vakbond.  Als de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar gaat, moeten werknemers als goedmakertje extra salaris krijgen. Dat eist vakcentrale FNV, tot grote woede van de werkgevers.

Nederlanders schieten er zeker 25.000 euro bij in, als zij straks twee jaar AOW mislopen, rekende FNV-bestuurster Wilna Wind dit weekend voor. “De rekening gooien we direct door de bus bij de werkgevers”. Die zullen bij toekomstige cao-onderhandelingen met een hogere looneis worden geconfronteerd, aldus Wind. Wind legt de zwartepiet bij de werkgevers. Ze zei zich zwaar bedonderd te voelen als het niet lukt het met de werkgevers tijdig eens te worden. “Wij gaan dan dwarsliggen”.

 Schandalig en totaal onverantwoord” noemen de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland de opstelling van het FNV. Bedrijven op extra kosten jagen door een hogere looneis, is volgens VNO-NVW-voorzitter Bernard Wientjes funest. “Zeker in deze slechte  economische tijden waarin de werkgelegenheid toch al achteruit holt. We zijn woedend”. De werkgevers vragen zich af hoe het mogelijk is dat ‘een partij die tot geen enkele concessie in de AOW-discussie bereid is, met dergelijke eisen durft te komen’.

De vakbond krijgt steun uit opvallende hoek: Geert Wilders van de Partij voor de Vrijheid liet gisteren weten een verhoging van de AOW-leeftijd ‘asociaal’ te noemen.

Het volledige artikel van Mark van der Werf in AD Utrechts Nieuwsblad, 7 september 2009.

STERKE VERDEELDHEID AOW (3)

De meningen over de verhoging van de AOW-leeftijd lopen sterk uiteen, ook binnen de politieke partijen. De helft van de kiezers is tegen en de andere helft is voor. Dat meldt Maurice de Hond op basis van een opiniepeiling.

Veel PVV- en SP-stemmers zijn tegen de voorgenomen  verhoging. Van de PVV-aanhang is 80 procent tegen, bij de SP is dat 70 procent. Geert Wilders maakte bekend de maatregel ‘asociaal’ te vinden en die terug te willen draaien als de PVV in een kabinet zou komen.  Mensen die CDA, ChristenUnie, D66 of Groenlinks stemden, zijn in meerderheid voor de verhoging. Maar toch is bij deze partijen nog ruim 30 procent van de aanhang tegen. Bij VVD- en PvdA-kiezers is de verdeeldheid compleet. Respectievelijk 48 en 45 procent van de aanhang van deze partijen is het niet eens met het voornemen van het kabinet.  Of het echt zover komt, is nog onduidelijk.  Werkgevers en werknemers hebben nog tot 1 oktober de tijd om een alternatief te bedenken.

De Pers, 7 september 2009.

Opinies uit de media

GEEF PENSIOENLEEFTIJD VRIJ EN BELOON LANGER WERKEN

De AOW is één van de heetste aardappelen in de Haagse politiek. In het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw is dat bijna het Waterloo van Wim Kok geworden. Ook het vierde kabinet Balkenende worstelt weer met de AOW en pensioenen.

Na eindeloos gesoebat binnen de coalitie werd uiteindelijk voorgesteld de pensioenleeftijd geleidelijk op te schroeven tot 67 jaar, met een uitzondering voor jarenlage beoefenaren van zware beroepen.. Dat voorstel was weer snel van tafel. Vanwege de tegenstand uit de samenleving, vooral bij monde van de vakbonden, is de hete aardappel maar weer eens doorgeschoven naar het nationale polderinstituut: de SER.

Het argument van onbetaalbaarheid in een vergrijzende samenleving is misschien overdreven, maar dat geldt niet voor de angst dat de welvaart gaat inzakken in een land met een krimpende beroepsbevolking.  Daar zijn twee argumenten voor te geven.

In de eerste plaats vergt het geen hogere wiskunde om te begrijpen dat als een kleinere beroepsbevolking de welvaart voor een groeiende groep inactieven moet opbrengen, de welvaart per hoofd van de bevolking moeilijk op peil te houden is. Zorgwekkender is dat grote tekorten dreigen te ontstaan op sleutelsegmenten van de arbeidsmarkt. Wie moeten straks voorzien in de groeiende behoefte aan verplegenden en onderwijzenden? Op immigratie zit de meerderheid van de Nederlandse samenleving niet te wachten. Daarnaast vergrijst ook de immigrantenbevolking.

In de tweede plaats moet welvaartstijging vooral komen van een verhoging van de productiviteit. Dat vergt innovatieve slimheid.  Met de innovatieve kracht van de Nederlandse economie is het de laatste decennia sowieso matig gesteld. Links en rechts is Nederland ingehaald door collega-economieën die veel meer investeren in onderwijs en onderzoek dan de zuinige calvinisten die in Nederland aan de knoppen zitten.  De verschraling van het universitaire onderzoek staat daarvoor symbool.

Een oplossing kan zijn om vrijwillige pensionering te koppelen aan financiële consequenties. Wie later met pensioen gaat, kan rekenen op een hogere AOW en een hoger pensioen.  Dat is ook redelijk omdat de langer werkenden meer hebben bijgedragen aan fondsvorming en korter kunnen profiteren van de uitkeringen.  In plaats van een wig in de samenleving te drijven door bijna iedereen dezelfde latere pensioenleeftijd op te leggen, lijkt het mij verstandiger om die verplichte pensioenleeftijd helemaal ter schrappen.

Het volledige artikel van Arjen Witteloostuyn in AD Utrechts Nieuwsblad, 22 augustus 2009.

PENSIONADOLAND

Later met pensioen gaan is onvermijdelijk, maar politici moeten wel open kaart spelen.

Wat is het probleem? De bevolking vergrijst. Verhoudingsgewijs telt de samenleving steeds meer gepensioneerden en steeds minder werkenden. Aangezien de werkenden het geld moeten opbrengen om de gepensioneerden te onderhouden, betekent dat een financieringsprobleem. Anders dan velen denken, spaart een Nederlander niet voor het staatspensioen AOW, maar betaalt de huidige generatie werkenden het pensioen van de huidige generatie gepensioneerden. Overigens gaat het bij de kosten van de vergrijzing niet alleen om pensioenen maar ook om de gezondheidszorg. Beide kostenposten zullen gigantisch toenemen:  elk jaar zullen Nederlanders meer uitgeven aan zorg en AOW.  In 2040 50 miljard euro meer dan nu. Dé kwestie: waar komt dit geld vandaan?

Al sinds 1957 speelt bij politici in het achterhoofd dat de pensioengerechtigde leeftijd ooit omhoog moet. Nu is door de crisis dat moment aangebroken om de pensioenleeftijd geleidelijk te verhogen, nadat eerder politici van CDA en PvdA erom zijn afgebrand.

Is dit eerlijk? Is het eerlijk dat dit kabinet zo’n ingrijpende wijziging aanbrengt in de levens van mensen zonder dat ze daar hun stem over hebben kunnen laten horen tijdens de verkiezingen? In 2006 had alleen D66 in haar verkiezingsprogramma staan dat Nederlanders later met pensioen moeten.

Het kabinet grijpt de crisis nu aan als excuus Overigens is het kabinet van zins een lange overgangsperiode te hanteren.  Iedereen jonger dan 50 op het moment van de invoering moet de volle twee jaar langer werken.

Langer werken is niet de enige manier en ook niet afdoende om de vergrijzing te bekostigen.  De regering kan opo haar uitgaven besparen, bijvoorbeeld op de sociale zekerheid, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ( 22 miljard euro per jaar), op de gezondheidszorg.  Maar daar waagt het kabinet zich niet aan.

Toch zit er niks anders op dan de pensioenleeftijd te verhogen. Doet het kabinet dat niet dan komen de kosten niet terecht bij alle werkenden, maar bij een kleine groep werkenden: de jonge generaties. Dat is helemaal oneerlijk

Langer doorwerken is bovendien beter dan alleen de rijke gepensioneerden meer belasting te laten betalen. Het levert meer arbeidskrachten op in het pensionadozorgland dat Nederland hoe dan ook wordt.

Het volledige artikel van Marike Stellinga in: ELSEVIER, 29 augustus 2009.

Brieven uit de media

AOW

Hoogleraar Arjen van Witteloostuyn begint zijn column (AD 22-8) goed door te zeggen dat langer werken moet worden beloond. Maar hij slaat de plank mis door op te merken dat wie later met pensioen gaat een hogere AOW moet krijgen.

Veel mensen werken al heel lang doordat ze op jonge leeftijd zijn begonnen. Vaak zijn dat ook de zwaardere beroepen. Koppel de pensioenleeftijd aan het aantal gewerkte jaren. Als je tot je 30ste hebt geleerd en hoogleraar bent geworden, kun je makkelijk tot je 70ste jaar werken.  Maar als je al op jonge leeftijd in de haven bent gaan werken, ben je na 45 jaar echt toe aan een welverdiend pensioen.

Cees van Eekelen, Vlaardingen in: Meningen, AD Utrechts Nieuwsblad, 25 augustus 2009.

AOW (2)

Wanneer doorwerken tot je 67ste verplicht wordt, zullen veel mensen van 65 en ouder in de WW belanden. Wat is dan de winst? In technische beroepen veroudert kennis snel. Wie gaat de extra scholing voor ouderen betalen? En waarom zullen werkgevers een oudere werknemer in dienst nemen, terwijl er jongeren klaarstaan met nieuwe kennis?

De pensioenleeftijd gaat niet van de ene op de andere dag omhoog, maar je moet met deze gegevens rekening houden.

H.J. Tjemmes, Rotterdam in: Meningen, AD Utrechts Nieuwsblad, 26 augustus 2009

AOW (3)

Toen ik lang geleden een jonge ambachtsman was, leek mij 60 jaar als pensioengerechtigde leeftijd een reële toekomstvisie. De moderne handwerksman heeft fiets en kist met handgereedschap intussen ingeruild voor een auto vol snoerloze machines. De computer maakt automatisering mogelijk. We verrichten dus meer werk in mindere tijd. Maar de VUT bleek een tijdelijke regeling en de AOW-leeftijd van 65 blijkt ook niet houdbaar. Dus met meer machines en computers trekken we de AOW-gerechtigde leeftijd op naar bijna 70 jaar?

A. Hobbel, Spijkenisse in: Meningen, AD Utrechts Nieuwsblad,  29 augustus 2009.

AOW (4)

Geboren in 1950 werk ik nu al 43 jaar. Ik mag nog acht jaar doorgaan. Dan heb ik er 51 jaar op zitten. De vut-regeling is inmiddels afgeschaft en ik moet zelf gaan sparen voor een levensloopregeling. Ik kan straks meteen door mijn kist in. Wakker worden, Tweede Kamer!

A. Mantje, Haarlem in: Meningen, AD Utrechts Nieuwsblad, 1 september 2009.

 
       
 
 
Contact: webmaster