Logo VGEO

Vereniging van Gepensioneerden Elsevier Ondernemingen

 
 
 
       
 
 
Home
Introductie
Statuten/reglementen
Organisatie
Leden
Actueel/nieuws
Pensioenen-nieuws
60-plussers
Agenda
Wat doet u daar
Nostalgische foto's
Elsevier Connect
Links
Archief
Lid worden
Zoek in website

 

 
 

PENSIOENEN IN HET NIEUWS

CITATEN UIT DE PERS INZAKE PENSIOENEN - deel 185

Deze nieuwsrubriek geeft een samenvatting van in de media verschenen artikelen. Voor de volledige informatie kunt u terecht bij de website van de betreffende uitgever.

Verzameld door Ton Boogers en bewerkt door Harry Nijhuis


Overzicht deel 185 (t/m 14 oktober 2009):

Nieuws uit de media

Opinies uit de media

Brieven uit de media

Voor de vorige artikelen: zie de index


Nieuws uit de media

EIGENLIJK WAS AOW MAAR BIJZAAK

Het stuklopen van de onderhandelingen in de SER over de AOW is vooral een nederlaag voor de vakbeweging. Die speelde vanaf het begin hoog spel.

De kater is groot voor de belangrijkste vakbondsvrouw van Nederland. De ‘koningin van de AOW’ stond gisteravond als een muurbloempje dat niet ten dans werd gevraagd in het SER-gebouw. De mislukking  van het AOW-overleg is een nederlaag voor de  FNV-voorzitter en de vakbeweging, die bij de hervorming in het defensief dreigt te raken.

Stoom en superlatieven kwamen gisteravond uit de mond van de FNV-voorzitter, die de werkgevers gisteravond openlijk betichtte van “sabotage” en “onfatsoenlijk gedrag”.

Verrassend kan de opstelling van de werkgevers voor de drie vakcentrales niet zijn geweest. Al twee weken geleden gaf de belangrijkste onderhandelaar van de werkgevers, directeur Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW, het op. “Wat mij betreft is het over. Echt kansloos dat er nog een akkoord komt uitrollen”, zei hij toen. Volgens van Kesteren zat de FNV “geharnast” in het overleg. En dat terwijl de werkgevers, net als de vakbeweging, veel aan een akkoord in de SER was gelegen. Had Wientjes zelf niet voorgesteld de SER in te schakelen, toen het crisisoverleg over een sociaal akkoord in maart in het Catshuis dreigde vast te lopen omdat Jongerius niets voor het optrekken van de AOW-leeftijd voelde?

Toen minister Donner eerder dit jaar maatregelen nam om de pensioenfondsen sneller op herstelkoers te krijgen, reageerden de bonden fel. De AOW is het domein van de staat, maar de aanvullende pensioenen beschouwen de bonden als exclusief domein van de sociale partners waarover aan de cao-tafel wordt gedeald. Hier zit dan ook de pijn voor de vakbeweging en het vormt de kern van de mislukte SER-besprekingen.  “Het is cynisch dat het gat dat ter overbrugging op tafel ligt niet over de overheidsfinanciën gaat”, zei Jongerius gisteravond bitter.

Wat de AOW betreft leken beide partijen eerder deze week net een heel klein beetje bij elkaar te komen. Wientjes deed dinsdagavond in Nova een handreiking aan de vakbonden door een flexibele AOW te aanvaarden. De vakbonden deden water bij de wijn door in hun laatste voorstel de 65 niet langer heilig te verklaren (flexibel doorwerken mag). Maar de kern van het conflict met de werkgevers blijkt over de bedrijfspensioenen te gaan.

De werkgevers willen de almaar stijgende pensioenkosten naar beneden krijgen. Hun inzet was van met af aan: de leeftijd voor de AOW en die voor het bedrijfspensioen moeten tegelijkertijd naar 67. “Dan slaan we twee vliegen in een klap”, aldus Van Kesteren.  Dat levert verlichting van de overheidsfinanciën op en langer doorwerken is gunstig gezien het tekort aan personeel dat na de crisis levensgroot opdoemt. En de uitgeholde dekkingsgraad van de pensioenfondsen verbetert dan aanzienlijk.

Het volledige artikel van Patricia Veldhuis en Michèle de Waard in: NRC Handelsblad, 1 oktober 2009.

AOW BRENGT RUZIE IN DE POLDER (2)

Het mislukken van het AOW-overleg in de SER heeft grote gevolgen

Het overleg over de AOW in de Sociaal-Economische Raad kwam gisteren met een keiharde klap tot stilstand.  Met als extra gevolgen  verslechterende sociale verhoudingen in de polder. Er vielen woensdag grote woorden bij het elkaar toeschuiven van de zwartepiet. Dat belooft weinig goeds voor de cao-onderhandelingen.

En dat terwijl de verhoudingen tussen de sociale partners door de economische crisis al onder druk stonden. De kern van het sociaal akkoord in maart behelsde een gematigde loonontwikkeling in het licht van de crisis. Maar de FNV wil die looneis pas in november bekendmaken. Want als de AOW-leeftijd omhooggaat, gaat de rekening ( 25.000 euro per werknemer) naar de werkgevers, dreigde het FNV-bestuur.

De bonden zullen bij de politiek lobbyen om verhoging van de AOW-leeftijd alsnog van tafel te krijgen.  En de weg lijkt vrij voor een harde opstelling van de bonden bij de vaststelling van cao’s en sociaal plannen.  De onderhandelingen voor een nieuwe cao voor gemeenteambtenaren zij al stuk gelopen na vijf maanden moeizaam overleg over een loonstijging van 1,5 procent. Een nullijn voor alle ambtenaren waarop het kabinet gokt, en waarvoor alvast 3,2 miljard euro is ingeboekt, lijkt daarmee ver weg.

De slechts sfeer na het mislukte AOW-akkoord kan het fundament weghalen onder het komende ‘voorjaarsoverleg’ tussen de sociale partners.

Het volledige artikel van Patricia Veldhuis en Michèle de Waard in: NRC Handelsblad, 1 oktober 2009.

VAKBEWEGING KAN VERVOLG OP HOGERE AOW-LEEFTIJD HINDEREN (3)

AOW-leeftijd naar 67 jaar vergt veel andere wijzigingen. Daarvoor heeft het kabinet telkens de steun nodig van de vakbeweging en werkgevers.

Bij de debatten over de begroting van 2010 verweet de oppositie het kabinet besluiteloosheid. Ni ligt er een kans om dat beeld weg te poetsen. Omdat bonden en werkgevers ruziën over de AOW, kan het kabinet snel besluiten de AOW-leeftijd te verhogen. Eén hamerslag in de ministerraad is voldoende.

Was het maar zo simpel. Verhoging van de AOW-leeftijd is slechts de neus van een kameel. Er volgen veel uitvoeringsproblemen. De vakbeweging kan daarbij telkens dwarsliggen.

De vakbeweging is nodig om naast de AOW ook de pensioenleeftijd te verhogen. Dat kan moeizaam worden, al kan het kabinet de sociale partners wel die kant opduwen door de belastingwetgeving aan te passen. Het kabinet moet hoe dan ook alle sociale zekerheidswetten en het arbeidsrecht doorvlooien op ’65 jaar’. Die leeftijd geldt als het einde van het arbeidzame leven en daar wordt in de wetgeving vaak naar verwezen.  Die regeling geldt ook voor arbeidscontracten, vroegpensioen en sociale premies bij eventueel doorwerken na 65 jaar.

Werkgevers zien in verhoging van de AOW-leeftijd dan een breekijzer om demotie te bespreken, het omgekeerde van promotie. Demotie is voor de bonden onbespreekbaar, omdat het behalve een stap terug op de carrièreladder ook loonsverlaging inhoudt.

Het volledige artikel van Bart Diks en Gijs Herderscheê in: de Volkskrant, 2 oktober 2009.

MET IMMIGRATIESTOP KAN AOW OP 65 JAAR BLIJVEN

PVV-Kamerlid Fritsma lanceert www.watkostdemassaimmigratie.nl. Het is een antwoord op de weigering van het kabinet om de kosten van allochtonen in beeld te brengen. PVV-Kamerlid Fritsma heeft hoge verwachtingen.

“Het Centraal Plan Bureau zei in 2003 al dat een gemiddeld allochtoon gezin 230.000 euro meer kost dan een Nederlands gezin. En dan zijn daar nog niet eens alle kosten inbegrepen. Denk bijvoorbeeld aan de kosten die Justitie maakt voor het vervolgen van de allochtonen. Dat loopt echt nog fors op. Als we stoppen met het toestaan van immigratie uit moslimlanden, kan de AOW absoluut op 65 jaar blijven staan. Onze ouderen kunnen gewoon op tijd stoppen met werken als de grenzen sluiten.  Dat staat voor ons al vast en wellicht houden we dan nog geld over.

Het volledige artikel van Axel Veldhuyzen in: AD Utrechts Nieuwsblad, 5 oktober 2009.

40 PROCENT ZAL DOORWERKEN TOT 67 JAAR

Duitse pensioendeskundige Bert Rúrup over het invoeren van hogere pensioenleeftijd. Duitsland heeft al een wet doorgevoerd om de leeftijd voor het staatspensioen te verhogen. Ging het daar makkelijker dan in Nederland?

Eén misverstand wil Bert Rúrup, Duits econoom en pensioenspecialist, meteen wegnemen. Duitsland besloot weliswaar twee jaar geleden de AOW-leeftijd op te trekken naar 67 jaar. Maar soepel ging dat niet. “Ook in Duitsland heeft de vakbeweging en een deel in de politiek er grote problemen mee”. Sterker, Rúrup vreest dat na de verkiezingen, ruim een week geleden, geprobeerd zal worden het besluit ongedaan te maken.

“De grote coalitie (CDU, SPD) van kanselier Angela Merkel heeft het besluit al kort na haar aantreden genomen. En het parlement heeft er mee ingestemd. Dus in 2012 begint de stapsgewijze stijging van de AOW-leeftijd, oplopend naar 67 in 2029. Tegen de tijd dat de SPD mogelijk weer uit de oppositie komt, is de wet al in werking getreden. Er zit wel een adder onder het gras. Om de linkervleugel van de SPD mee te krijgen is een ‘controleclausule’ in de wet opgenomen. Vanaf 2010 moet elke vier jaar getoetst worden hoe het met de kansen van ouderen op de arbeidsmarkt gesteld is. De deelname van werknemers tussen 55 en 65 aan de arbeidsmarkt is de afgelopen jaren opmerkelijk gestegen. In 2000 werkten nog 40 procent, zeven jaar later was dit gestegen naar 52. Dat kwam door de economische bloei, maar ook door de hervorming van uitkeringen, zoals verkorting van werkloosheidsuitkering en beperking van het vervroegd pensioen. Uit de cijfers blijkt niet dat ouderen tijdens de crisis plaats moeten maken voor jongeren. In landen waar veel ouderen werken is ook de arbeidsparticipatie van jongeren hoog. Dat geldt ook voor Zwitserland.  De tendens dat jongeren ouderen zouden verdringen is niet te bespeuren

De Duitse bevolking van 82 miljoen zielen  zal de komende dertig jaar met 5 miljoen dalen. Tegelijkertijd neemt de beroepsbevolking af omdat er minder baby’s worden geboren.  Verwacht werd dat de beroepsbevolking met 20 procent terugloopt. Als je dan wilt dat de welvaart hetzelfde blijft of stijgt, dan moet de werkende bevolking productiever worden. Langer doorwerken is ook een manier. De werkweek kan worden verlengd. Of de financiering voor het sociale stelsel moet via belastingverhogingen worden vergroot. Dat heeft alleen een negatieve impact op het investeringsklimaat en op de arbeidsmarkt, dus is minder aantrekkelijk.  Dan is het gunstiger als iedereen twee jaar langer doorwerkt. Mensen genieten tenslotte ook langer pensioen. In 1970 bedroeg de gemiddelde duur van het pensioen 11 jaar, nu is dat 17,5.

We schatten dat 40 procent daadwerkelijk zal doorwerken tot 67 jaar. Zo’n 30 procent van de werknemers zal een beroep doen op de regelingen voor zware beroepen en 20 procent hoedt vrijwillig eerder op omdat ze zich dat kunnen permitteren. Uiteindelijk winnen alle gepensioneerden bij het optrekken van de leeftijd. Ze houden een behoorlijk pensioen en kunnen daarvan genieten zolang ze leven.’

Het volledige artikel van Michèle de Waard in: NRC Handelsblad, 7 oktober 2009.

DNB WIL GROTERE BUFFERS FONDSEN

Zonder beleggingsrisico’s geen behoorlijk pensioen, stelt de pensioensector, maar DNB wil meer voorzichtigheid. Vakbonden en werkgevers vrezen hogere pensioenpremies door strengere regels.

Juist nu werkgevers en vakbonden in de clinch liggen over de AOW hebben ze elkaar hard nodig in het aanpalende pensioendossier. Alleen gezamenlijk kunnen ze de overheidsinvloed op hun enorme spaarpot beperken. De politiek en de toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) willen dat pensioenfondsen minder risico’s nemen, terwijl werkgevers, bonden, pensioenfondsen en –uitvoerders stellen dat zonder beleggingsrisico’s welvaartsvaste pensioenen onbetaalbaar worden.

De kritiek op het Nederlandse pensioenstelsel, dat wordt bestierd door werkgevers en werknemers zwelt aan sinds het voor de tweede keer in tien jaar grondig door elkaar is geschud door grillige ontwikkelingen op de financiële markten. De eerste keer was na het ontploffen van de internetzeepbel in 2002/2003. Dat leidde tot een forse verhoging van de premies en de overgang van eindloon naar middelloonregelingen. De tweede crisis was eind vorig jaar. Door de scherpe koersdaling en de lage rente kelderde de dekkingsgraad van circa 140 naar 90 procent.

Deze laatste crisis roept grofweg twee soorten reacties op. De pensioensector zelf pleit voor versoepeling van de regels. De kritiek is dat die regels de fondsen te veel dwingen te reageren op dagkoersen en renteschommelingen. Dat strookt niet met het lange termijnkarakter van de fondsen. De verplichtingen zijn immers gespreid over tientallen jaren.

Een tegenovergestelde reactie is afkomstig van de toezichthouder en de politiek. Die willen dat fondsen zich beter indekken tegen de onvoorspelbaarheid en grilligheid van financiële markten. ‘De risico’s zijn onderschat door pensioenfondsen en door de toezichthouder’, zei Joanna Kellerman, directeur pensioentoezicht ban DNB, deze week op een congres van accountant Ernst & Young. ‘Het was de vierde keer in 25 jaar dat we een koersdaling meemaakte van 25 procent’, aldus Kellerman. In de logica van de toezichthouder vraagt dat om stevige buffers. ‘Als een fonds veel belegt in aandelen, mag het de verwachte rendementen gebruiken bij de berekening van de premie. Hoe meer risico hoe lager de premie. Zo wordt de kans op tegenvallers vergoot en de kans op meevallers juist verkleind.’ Dat klopt niet volgens Kellerman.

‘Als je helemaal geen risico neemt, zal je de premie moeten verdubbelen om hetzelfde  pensioenresultaat te behalen.  Als je de premie niet verhoogt, moet je rekenen op een pensioen dat een kwart lager is’, zegt Dick Sluimer, directievoorzitter van APG. Volgens Sluimers groeit de waarde van de aandelen mee met de wereldhandel. ‘Als de beurs sneller groeit, dan weet je dat er eens een slechter jaar komt. Daar hebben we de afgelopen jaren steeds voor gewaarschuwd.’ Pensioenfondsen kunnen de tegenvaller opvangen omdat ze beleggen voor de lange termijn, vinden werkgevers en vakbonden.

Het volledige artikel van Frank van Alphen in: de Volkskrant, 9 oktober 2009.

JONGERIUS ZOEKT STEUN WILDERS IN AOW-KWESTIE

PVV is even populair onder FNV’ers als de PvdA.

FNV, de grootste vakcentrale in Nederland, zoekt steun bij de PVV in haar strijd tegen de AOW-leeftijd. ‘We dealen met de duivel en zijn oude moer’, zegt FNV-voorzitter Agnes 

Jongerius vandaag (10 oktober) in de Volkskrant.

Vrijdag besluit het kabinet hoe de AOW-leeftijd wordt verhoogd tot 67. En dus doet Jongerius een ‘majeure lobbyinspanning’ op het Binnenhof.  Ze zoekt steun voor een flexibele, ‘welvaartsvaste’ AOW,  waarbij het mogelijk blijft met 65 jaar te stoppen.

FNV heeft traditiegetrouw een PvdA-achterban, maar uit de laatste peiling van TNS Nipo blijkt dat van de FNV’ers nu 17 procent PVV zou stemmen, tegen 5 procent in 2006.  Bij de Tweede Kamer-verkiezingen van 2006 kreeg de PvdA zog eenderde van de FNV’ers mee, nu is dat nog 17 procent.

De volledige artikelen van Bart Diks en Elsbeth Stoker in: de Volkskrant, 10 oktober 2009.

EEN BROOS EN TIJDELIJK VERSTANDSHUWELIJK (2)

FNV en PVV sluiten mogelijk verbond tegen kabinetsplannen. Het is niet alleen een verrassing dat Agnes Jongerius met de PVV flirt.  Minstens zo opvallend is dat Geert Wilders haar uitgestoken hand heeft geaccepteerd.                                                                     

Wat is er aan de hand als de grootste vakcentrale van het land opeens bij de rechtse PVV steun zoekt? Volgens Jongerius niet zo heel veel. Toch is de verrassing niet alleen dat Jongerius met de PVV flirt. Minstens zo opvallend is dat Wilders haar uitgestoken hand heeft geaccepteerd. De PVV is voor de meeste belangenorganisaties niet of nauwelijks te benaderen.  Wilders heeft niets op met het gepolder tussen de sociale partners, laat staan met de meeste standpunten van de vakbeweging.

Toch blijven er genoeg geschilpunten tussen PVV en FNV bestaan. De PVV wil de AOW-leeftijd  simpelweg op 65 jaar houden, terwijl de FNV bereid is tot een vorm van flexibilisering.  Wilders vindt dat de vakbeweging daarmee al ‘haar ziel aan de duivel heeft verkocht’, zei hij eind september. Omgekeerd moet de FNV absoluut niets hebben van de alternatieven die de PVV uitdraagt voor het behoud van de AOW-leeftijd – een migrantenstop, alle moslims het land  uit en weg met de ‘linkse hobby’s’ .

Dus als er een verstandshuwelijk komt tussen Jongerius en Wilders, zal het broos en tijdelijk zijn, met wederzijdse tegenzin en wantrouwen.

Het volledige artikel van Bart Diks en Elsbeth Stoker in: de Volkskrant, 12 oktober 2009.

DONNER MOET AOW PAS NA 2016 VERHOGEN

De AOW-leeftijd kan pas na 2016 omhoog, anders ontstaan grote problemen voor vutters. Dit schrijven de vier grote pensioenuitvoerders aan minister Donner van Sociale Zakenb. De vier (ABP,PGGN, Achmea en MN Services) stellen Donner voor om met een uitvoeringstoets dreigende problemen in kaart te brengen.

De pensioenuitvoerders wijzen Donner op een reeks technische complicaties die kunnen opduiken als de AOW-leeftijd wordt verhoogd. ‘Voor de uitvoeringsorganisaties is een al te snelle invoering van een nieuw stelsel met veel risico’s omgeven’, schrijven de vier.

Zo geldt  tot 2016 een overgang voor de afschaffing van vut en prepensioen. Ambtenaren en werknemers in het bedrijfsleven kunnen als zij geboren zijn voor 1950 nog met vroegpensioen. Die uitkering stopt echter als zij 65 worden, in de veronderstelling dat zij dan AOW en pensioen krijgen. Ook de financiering is daarop afgestemd.

Dergelijke problemen doemen op bij veel regelingen die gekoppeld zijn aan sociale zekerheid. Zo hebben veel pensioenfondsen nog een invaliditeitspensioen, dat gekoppeld is aan een arbeidsongeschiktheiduitkering. Ook het partnerpensioen is een aanvulling op de sociale zekerheid. ‘Veranderingen in de sociale zekerheid tengevolge van een verhoging van de AOW-leeftijd hebben dus grote gevolgen voor de pensioenfondsen’.

De vier pensioenuitvoerders zijn tegen een koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. De regeling wordt daardoor complex en onvoorspelbaar. De onduidelijkheid groeit als het aanvullende bedrijfspensioen steeds wordt versoberd wanneer de levensverwachting stijgt en de AOW-leeftijd steeds verder opschuift.  Als dat gebeurt, zal het bedrijfspensioen altijd lager uitvallen dan de werknemer eerder werd voorgespiegeld.

Gijs Herderscheê in: de Volkskrant, 12 oktober 2009.

JONGERIUS: IN NOVEMBER DE STRAAT OP

Besluit over AOW-leeftijd valt vrijdag. De FNV kondigt nu al grote acties aan tegen de aanstaande verhoging van de AOW-leeftijd. Als het kabinet vrijdag besluit deze naar 67 te brengen, gaat de vakbeweging eind november op de barricaden.

Dat zei voorzitter Agnes Jongerius gisteravond na afloop van een drie uur durend crisisberaad met de aangesloten bonden in Den Haag.  Het FNV-bestuur was door de Abva-kabo en de andere bonden op het matje geroepen nadat Jongerius vorige week in onder meer deze krant (AD Utrechts Nieuwsblad)  had aangegeven in haar verzet tegen de AOW-verhoging ‘desnoods zaken te willen doen met Geert Wilders en zijn PVV’.

Voorafgaand aan het overleg van gisteravond sprak Jongerius ’s ochtends met minister Bos (Financiën) en ’s middags met minister Donner (Sociale Zaken) over de AOW en de visie van de FNV daarop. “Van die gesprekken kreeg ik geen gerust gevoel”, zei ze.

“Het lijkt helaas tijd te worden voor harde maatregelen. Als het kabinet doorzet, gaan we eind november op drie plekken acties voeren”. De exacte tijd, locatie en aard van de acties kan ze nog niet aangeven. “Het worden in elk geval; drie grote manifestaties. We willen laten zien dat een groot deel van de Nederlandse bevolking verhoging van de AOW=leeftijd absoluut niet ziet zitten.”

Met haar optreden lijkt Jongerius de geest weer in de fles te hebben gekregen. Uren voor de vergadering haalde het FNV-bestuur de ergste kou echter uit de lucht door op de oproep van Abvakabo in te gaan.  In een persverklaring liet het bestuur weten de uitnodiging van Wilders af te slaan.

Na afloop van het drie uur durend beraad stonden alle vakbondsneuzen weer in één richting met Jongerius als boegbeeld. “Nee, ik zeg niets over het overleg. Onze voorzitter doet het woord, hebben we afgesproken” zei vakbondsprominent Henk van der Kolk, voorzitter van FNV-Bondgenoten.  Zelf sprak Jongerius over een ‘vastberaden sfeer. We hebben allen 6 één gezamenlijk doel en dat is een eerlijke AOW voor iedereen.

Het volledige artikel in: AD Utrechts Nieuwsblad, 13 oktober 2009.

AOW-AKKOORD NABIJ: IN 2026 NAAR 67

Coalitie wil vandaag afronden waarin aow-LEEFTIJD IN 2020 EERST NAAR 66 JAAR GAAT. Regeringspartijen praten vandaag verder. Huidige 55-pluser wordt ontzien. Plan ontziet ook werknemers die 40 jaar werkten.

Volgens betrokkenen gaat de AOW-leeftijd vanaf 2020 eerst in een klap naar 66 jaar. Vervolgens stijgt de leeftijd stapsgewijs tot 67 jaar in 2026. In deze regeling worden de werknemers ontzien die op 1 januari 2010 55 jaar of ouder zijn. Vanaf 2020 gaan zowel de leeftijd voor de AOW als voor de aanvullende bedrijfspensioenen in één keer naar 66 jaar. Daarna zal de pensioenleeftijd ofwel elk jaar met twee maanden stijgen, ofwel rond 2026 in één keer tot 67 worden verhoogd.

Werknemers die tussen de 40 en 45 jaar hebben gewerkt zouden wel het recht behouden om met 65 jaar te stoppen. Dat betekent echter dat ze genoegen moeten nemen met een uitkering die 5 tot 8 procent lager is.  De korting is bedoeld als prikkel om de arbeidsparticipatie van ouderen te verhogen.  De coalitie wil bedrijven en werknemers de tijd geven om zich voor te bereiden op de veranderingen.

Sinds de AOW-mislukking eind september in de Sociaal-Economische Raad (SER) is het kabinet aan zet om een eigen plan te maken. Verhoging van de AOW-leeftijd vinden de bewindslieden noodzakelijk om de oudedagsvoorziening ook in de toekomst betaalbaar te houden. Het kabinet wil met deze ingreep op termijn 4 miljard euro besparen. De FNV heeft al laten weten dat er acties komen tussen nu en de kerst, indien de vakcentrale ontevreden is met de nieuwe AOW-wet. De FNV is er fel op tegen dat samen met de AOW ook de bedrijfspensioenen worden aangepast.

Het volledige artikel van Bart Diks en Elsbeth Stoker in: de Volk,skrant, 14 oktober 209.

Opinies uit de media

GA ZO DOOR AGNES, LAAT JE NIET INPAKKEN, DE BEUK ERIN!

Alleen FNV-voorzitter Agnes Jongerius begrijpt wat er op het spel staat bij de macabere verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Ik vraag me af of ze wel goed bij hun hoofd zijn binnen de vakbeweging. Van de politiek-bestuurlijke elite verwacht ik niets meer, maar van de vakbeweging verwacht ik dat ze eensgezind de mouwen opstroopt en knokt voor de AOW op 65 jaar.  Alleen Agnes Jongerius schijnt dat te begrijpen.

Het is al erg genoeg dat in de SER werkgevers, kroonleden en het CNV bereid waren om de AOW-gerechtigde leeftijd van 65 jaar op te offeren.  En dat de FNV feitetijk alleen stond door vast te houden aan 65 jaar. De FNV’ers die zich zo druk maken om de flirt van Agnes met Geert kunnen zich beter centreren op de AOW en het schijnargument dat door de voorstanders van de verhoging van de AOW-leeftijd wordt gehanteerd om een ordinaire bezuinigingsoperatie legitimiteit te verschaffen.

De koppeling van de verhoging van de AOW-gerechtigde  leeftijd aan de hogere levensverwachting is ronduit macaber. Hogere levensverwachting voor wie?  Uit onderzoek van het CBS blijkt dat mensen met een lagere opleiding een kortere levensverwachting hebben.

Het opzetje van het kabinet om met steun van hun politieke handlangers in de SER de regering een alibi te verschaffen om de AOW af te breken, is jammerlijk mislukt.  En maakt duidelijk dat de SER als instituut een politiek fossiel is, dat niet snel genoeg kan worden opgeheven. Alleen FNV-voorzitter Agnes Jongerius begrijpt haarscherp wat er op het spel staat voor miljoenen Nederlanders. Daarom, ga door Agnes. Laat je niet inpakken.

Het volledige artikel van Arno Brouwer, communicatie-adviseur en FNV-lid. In: de Volkskrant, 13 oktober 2009.

KABINET GOOI DEBAT AOW OPEN

Wie plotseling fors ingrijpt in het symbool van de sociale bescherming, de AOW, speelt met vuur en riskeert een uitslaande brand.

De voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar is een forse ingreep in ons stelsel van sociale zekerheid.  De meningen over het voorstel zijn ook sterk verdeeld.  Des te merkwaardiger dat er in de betrokken (coalitie)partijen en in de Tweede Kamer tot nu toe niet of nauwelijks over gesproken is.

Voor wie het vergeten is: CDA, PvdA en ChristenUnie voelden in 2006 weinig of niets voor de verhoging en hebben het ook niet in hun programma staan; de PvdA wees verhoging zelfs expliciet af. Drie jaar later wordt er toch voor gekozen. Enkel en alleen om budgettaire redenen (in één klap een besparing van 4 miljard euro)  en omdat de pijn en onvrede  zodoende gelijkmatig over de partijen verdeeld worden.

Vervolgens verschijnt in september de miljoenennota. Die spreekt van 30 miljard aan bezuinigingen en kondigt een intensief politiek en maatschappelijk debat aan.  Behalve nota bene over de AOW, omdat daar de beslissing al genomen is.

We willen de bestaande AOW-regeling allerminst heilig verklaren. 65 hoeft ook niet perse 65 te blijven. Maar eventuele hervormingen vragen wel om zorgvuldigheid en overtuigingskracht.  Dat begint met inzicht in de grote gevoeligheid van het onderwerp.

Eedn overhaaste ingreep, aangevuld met allerlei compromissen, dreigt bvovendien op een verrommeling van de AOW uit te lopen. Op z’n minst zouden ook varianten bekeken moeten worden die de bestaande AOW-leeftijd van 65 jaar als uitgangspunt nemen. De onontbeerlijke vergelijking met andere bezuinigingsvoorstellen blijft zo achterwege. De noodzakelijke verbinding met het vraagstuk van de aanvullende pensioenen wordt niet gelegd. En de bescherming van de zware beroepen, eerst een strikte voorwaarde voor de verhoging naar 67 jaar, blijkt er moeilijk uitvoerbaar te zijn.

Laat het kabinet het debat opengooien, in plaats van zich uit misplaatste flinkheid aan een eerdere beslissing (over een bezuiniging op zeer lange termijn) vast te klampen. Dat zou pas van zelfvertrouwen getuigen.

Het volledige artikel van Paul Kalma,lid Tweede Kamer voor de PvdA en Felix Rottenberg, oud-voorzitter van de PvdA in: de Volkskrant, 14 oktober 2009.

ERFENIS VAN DREES MAG NIET BIJ HET GROFVUIL

In plaats van te bedenken hoe de afbraak van de AOW er uit moet zien, is het beter te knokken voor behoud van de erfenis van Drees.

Uit onderzoeken van de SP onder werkers in de publieke sector blijkt dat de werkdruk nog steeds toeneemt. Ik wacht dan ook vol spanning af met welke goede voorstellen minister Bos komt om deze problemen op te lossen. PvdA-fractieleider Hamer wil de AOW-leeftijd flexibel maken, met een uitzondering voor de mensen met een zwaar beroep. Maar wat is een zwaar beroep? En is alleen de zwaarte van de baan belangrijk, of ook de zwaarte van het bestaan? Iedereen kent mensen die vrijwillig, of door omstandigheden gedwongen, geen betaalde arbeid verrichten. Dit bezwaar kleeft ook aan het voorstel van GroenLinks. Het is prachtig als mensen na veertig jaar mogen stoppen met werken. Maar er kunnen heel veel omstandigheden zijn die maken dat iemand überhaupt geen veertig jaar kan werken. Hebben die mensen dan ook geen recht op hun AOW op hun 65ste?

Bij de invoering van de AOW werd gezegd: Oud en arm hoeven nooit meer in één zin gebruikt te worden’. Maar dat gaat wel gebeuren, als dit voorstel doorgaat.

Laten we ervoor zorgen dat meer mensen die dat willen en kunnen onder de 65 jaar aan het werk blijven. En laten we de erfenis van Willem Drees niet bij het grofvuil zetten.

Het volledige artikel van Agnes Kant, fractievoorzitter SP in de Tweede Kamer in: de Volkskrant, 7 oktober 2009.

WAAROM AOW-LEEFTIJD OMHOOG MOET

Verhoging van de AOW-leeftijd is onvermijdelijk, maar ontzie de lagere inkomens door de AOW te fiscaliseren, betogen zeven kroonleden.

Sinds de invoering van de AOW in 1957 is Nederland aanzienlijk veranderd. Wij zijn welvarender geworden, we leven langer en vergrijzen.  Dat betekend ook dat de instandhouding van de na-oorlogse verzorgingsstaat steeds grotere financiële offers vraagt. De vergrijzingslast wordt in grote mate afgewenteld op de jongere generatie. De aard van het werk is gewijzigd en er zijn steeds meer hulpmiddelen beschikbaar om ook met gebreken actief te blijven in het arbeidsproces.  Dat biedt veel meer participatiemogelijkheden. Die moeten we dan ook benutten.

De AOW fungeert als hoeksteen van de verzorgingsstaat die ouderen vrijwaart van een armoedige postactieve periode.  Iedere inwoner heeft recht op een AOW-uitkering als basispensioen, ongeacht zijn of haar arbeidsverleden. Dit basispensioen is gebaseerd op solidariteit tussen alle inwoners van Nederland.

De ontwikkelingen in de bevolkingsopbouw op de arbeidsmarkt maken een herijking van de wettelijke pensioenleeftijd onontkoombaar. Een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd – en daaraan gekoppeld de ingangsleeftijd voor aanvullend pensioen – is daarom onvermijdelijk als we de gevolgen van de vergrijzing voor onze kinderen en kleinkinderen straks draaglijk willen houden.  We moeten niet vergeten dat de resterende levensverwachting van de 65-plusser vandaag, in vergelijking met die ten tijde van de invoering van de AOW met veel meer dan twee jaar is toegenomen, méér dus dan de thans voorgestelde ophoging van de AOW-leeftijd. En die levensverwachting neemt de komende jaren alleen maar toe. In uitkeringsjaren gemeten gaat de AOW’er er dus in de toekomst niet op achteruit. Jongeren krijgen straks later hun AOW, maar profiteren toch even lang van hun AOW als de huidige ouderen.

Wij zijn ons ervan bewust dat een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd aanzienlijke effecten heeft voor lagere inkomensgroepen met een minder hoge levensverwachting. Die effecten ontstaan mede omdat de AOW als basisinkomen in die categorie een substantiëler deel uitmaakt van het totale inkomen. Maar dat betekent tegelijkertijd dat het juist voor die lagere inkomensgroepen extra belangrijk is, dat de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de AOW als basispensioen voor de toekomst wordt geborgd.

Er kan een herverdeling van de lasten plaatsvinden bij de AOW-gerechtigden door verdergaande fiscalisering van de AOW. Dat betekent dat draagkrachtige ouderen ook bijdragen aan de financiering van de AOW, waarbij lagere inkomens minder belast worden dan hogere inkomens. Een deel van de aldus verkregen middelen zou benut kunnen worden om de lagere inkomens te ontzien.

Formele verhoging van de pensioenleeftijd laat onverlet dat wie eerder met pensioen wil gaan, dat kan doen, zij het met een iets lagere uitkering. We staan voor een onontkoombare keuze. We mogen niet weglopen door de steeds dringender  wordende vergrijzingsproblematiek.  De politiek is weer aan zet. Wij vinden dat bovenstaande overwegingen en aanvullingen in de vervolg besluitvorming moeten worden meegenomen. We moeten nu regelen hoe we geleidelijk de gevolgen van de vergrijzing op een voor ieder rechtvaardige manier oplossen. Dit kunnen en mogen we niet doorschuiven naar volgende generaties.

Dit artikel behelst de persoonlijke opvattingen van de onafhankelijke leden (kroonleden) van de SER t.w. Ferdinand Grapperhaus, Louise Fresco, Arnout Boor, Lans Bovenberg, Theo Bovens, Fokko van Duyne en Leo Stevens, en is niet de weergave van één van de compromisvoorstellen die de afgelopen weken zijn gedaan.

Het volledige artikel in: de Volkskrant, 2 oktober 2009.

UIT ELKAAR GEGROEID

De wonderlijke mislukking van het AOW-overleg. De SER begint in maart monter aan een alternatief voor het kabinetsplan voor een hogere AOW-leeftijd. Het optimisme blijkt van korte duur. ‘Het overleg was al dood voor het begonnen was’.

In de dagen voorafgaande aan het overleg in het Catshuis op dinsdag 24 maart,  waarin het kabinet en de sociale partners het eens geworden waren over een sociaal akkoord, heeft Niek Jan van Kesteren, directeur van de werkgeversclub VNO-NCW samen met cao-coördinator Wilna Wind van FNV gelobbyd voor het vooruitschuiven van de AOW-bom.  Zonder dit compromis zou een sociaal akkoord met crisisoplossingen er niet zijn gekomen. Iets waar geen van de partijen in deze economische en politiek woelige tijden op zit te wachten. Geen moment twijfelde Wind aan een goede afloop van het SER-overleg. Ze kent de werkgevers als een ‘degelijke, betrouwbare partner met wie je zaken kunt doen’.

Ook bij VNO-NCW heerst de overtuiging dat het wel goed komt.  Dat er iets moet gebeuren met de AOW-leeftijd,  daar zijn de werkgevers van overtuigd. Met was extraatjes voor laagbetaalden en ouderen kunnen we de bonden wel overtuigen, denkt Van Kesteren.

Maar een kwartier nadat de deuren van het Catshuis zijn geopend, verdwijnt zijn opgewekt gevoel op slag. Hij aanschouwt van een afstandje Jongerius, die omringd wordt door cameraploegen en journalisten. Haar boodschap: de verhoging van de AOW-leeftijd is van tafel.

Van Kesteren schrikt. Niet eerder was het bij hem opgekomen dat Jongerius het sociaal akkoord zó stellig zou uitleggen als haar overwinning. Vanaf nu is een AOW-compromis onmogelijk, denkt hij even later in de auto, op weg naar zijn huis in Katwijk.

Op zondagavond 30 augustus zendt Van Kesteren een mailtje naar Wilna Wind ‘Het AOW-akkoord gaat hem niet worden’. Wind belt hem meteen terug ‘Hé, we hebben nog vier weken. Je hebt toch niet de illusie dat we al klaar zijn?’

Op Zaterdag 25 september hebben Wientjes en Jongerius elkaar gesproken in een hotel bij Nulde. Dat was vruchtbaar, aldus Jongerius. Op zondag 26 september praten de partijen verder. Aan de werkgeverskant: Wientjes, Van Kesteren en Cees Oudshoorn. Aan de werknemerskant: Jongerius, Wind en Gortzak.

Die avond gebeurt er iets wonderlijks. Wat de FNV beschrijft als een avond ‘vol constructieve gesprekken’, beschouwen de werkgevers als de avond waarop ‘definitief de stekker uit het overleg is getrokken’. Om half elf zijn we uit elkaar gegaan met de belofte dat we elkaars standpunten goed zouden overdenken’, zegt Wind achteraf. Van Kesteren beschrijft het anders. ‘Die zondag besloten we met elkaar dat het niet ging lukken. We waren geen stap dichter bij elkaar gekomen. Er heerste een gelaten stemming. We overdachten de gevolgen van het stopzetten van de onderhandelingen. Het had zo mooi kunnen zijn als we eruit waren gekomen’.

Op woensdag 30 september hebben in het SER-gebouw een man of tien – enkele kroonleden, onderhandelaars van de bonden en werkgevers – met voorzitter Alexander Rinnooy Kan geschaafd aan het ultieme compromis. Rond half vijf is de werkgeversdelegatie vertrokken om zich te beraden in hun eigen kantoor, op vijf minuten lopen.  Rond half zes komt een SER-voorlichster de vergaderzaal in.  Ze heeft gehoord dat de werkgevers om half zeven een eigen persconferentie organiseren in de hal van hun Malietoren. Even later krijgt Rinnooy Kan een telefoontje. Het is Wientjes.  Zodra Van Boggelen en de andere vakbondsleden Rinnooy Kan zien, beseffen ze dat het mis is. Achteraf gezien, zegt CNV’er Van Boggelen, ‘hebben we de signalen verkeerd geïnterpreteerd’. Maandag nog sprak hij met Van Kesteren, die hem zei dat het voor de werkgevers niet meer hoefde.  ‘Hij geloofde niet dat FNV nog voldoende zou toegeven.  Ik zei: dat zie je verkeerd. Ze zijn best bereid tot verandering. Ik had niet gedacht dat het wantrouwen zó diep zat’.

Het volledige artikel van Bart Dirks en Elsbeth Stoker in: de Volkskrant, 3 oktober 2009.

WEG MET DE AOW, LANG LEVE DE BIO

De kroonleden in de SER zijn door de regering benoemde onafhankelijke deskundigen die het algemeen belang vertegenwoordigen.  Van hen hadden we een serieus alternatief mogen verwachten voor de weinig doordachte regeringsvoorstellen over de AOW-leeftijd. Maar in plaats daarvan kauwen de kroonleden de AOW-motitie van Donner uit dit voorjaar nog eens na.

Voor hen heb ik een progressief alternatief bedacht, waarbij de arbeidsparticipatie van ouderen wel wordt vergroot. We schaffen de AOW af! Vervolgens voeren we de BIO in:  een basisinkomen voor ouderen vanaf 63 jaar. De BIO met 63 jaar is de helft van het huidige AOW-bedrag voor alleenstaanden. Daarna stijgt de BIO  met de leeftijd van de ontvanger. Conservatieven zetten de BIO gelijk aan honderd procent AOW als de ontvanger 65 wordt, De SER-kroonleden zouden de uitkering bij een hogere leeftijd, bijvoorbeeld 70 jaar, gelijk aan honderd procent AOW zetten. Ouderen mogen dit basisinkomen aanvullen, bijvoorbeeld door te werken.

Dankzij de BIO staan werkgevers de ouderen met open armen op te wachten: ze weten immers dat ouderen een BIO hebben en dus minder loon hoeven te ontvangen dan voorheen.  Zelfs als werkgevers minder dan het minimumloon betalen aan werknemers ouder dan 62 jaar kunnen die dankzij de BIO toch ver boven het minimumloon uitkomen. Men kan natuurlijk altijd met 63 stoppen en de BIO aanvullen met een pensioen.

De oudere werknemer is nu winstgevend geworden. Er stoppen dus minder mensen rond de 63ste met werken. De pensioenleeftijd kan gewoon op 65 blijven; als mensen eerder met pensioen willen met de BIO als basis, wordt het pensioeninkomen lager. Pensioenfondsen worden dus niet negatief door de BIO beïnvloed.  Het enige probleem zijn de mensen die geen aanvulling hebben op hun BIO,  maar ook niet op hun 63ste kunnen doorwerken.  Zij komen in aanmerking voor een aanvulling op de BIO (ABIO). De ABIO wordt uitgekeerd onder dezelfde condities als de bijstand.

Dankzij de BIO worden oudere werknemers goedkope en veel gevraagde arbeidskrachten. Grote kans dat ouderen daardoor zelfs tot hun 65ste willen doorwerken.  Dankzij de toename van de arbeidsparticipatie van oudere werknemers krijgt de overheid extra belastinginkomsten. Zelfs als

De BIO op 65-jarige leeftijd gelijk wordt aan honderd procent AOW-uitkering, zou de extra belastingopbrengst de extra BIO-uitgaven wel eens kunnen overtreffen. De BIO is dus een heel wat betere investering dan het domweg verhogen van de AOW-leeftijd.

Harrie Verbon, HOOGLERAAR OPENBARE FINANCIËN IN Tilburg in: de Volkskrant, 7 oktober 2009.

MIJN PENSIOEN BIJ TOUTATIS!

Keynes zei het al: op de lange termijn zijn we allemaal dood. Maar eerst is er de AOW.

Ludiek hoor, dat de vakbeweging deze week een actie van 65 minuten voerde  voor het behoud van de AOW-leeftijd van 65 jaar.  De opkomst was niet overweldigend, want het regende. Ondertussen sleutel het kabinet noest verder aan het voornemen om de AOW op de lange termijn op 67-jarige leeftijd te laten ingaan. Wat ooit begonnen is als een volksverzekering voor iedereen,  dreigt te ontaarden in een gedrocht met uitzonderingen, compensaties en variabele instapleeftijden. Zoals de opgetuigde kilometerheffing, maar dan voor ouderen.

 Over de vraag of het nodig is, hebben beleidsmakers het niet meer. Heel Nederland is in de greep van de berekening van het Centraal Planbureau dat er 4 miljard euro op de AOW bezuinigd moet worden door de leeftijd met twee jaar te verhogen.

Heel Nederland? Nee. In een kleine nederzetting, Tilburg, is een professor die de zekerheden van het CPB in twijfel waagt te trekken. Hoogleraar openbare financiën Harrie Verbon heeft de uitgangspunten van het CPB kritisch bekeken.  Levert verhoging van de AOW met twee jaar echt 4 miljard euro op?  Het hangt er maar van af wast voor gegevens je in de rekenmachine stopt.  Verander een paar technische aannames – bijvoorbeeld:  verslechtering van de arbeidsmarkt voor oudere werknemers, hogere pensioenpremies om pensioentekort aan te vullen. En presto!  Het positieve budgettaire effect van het CPB waarop het kabinet rekent,  slaat om in een tekort van 2 miljard.

Sterker: Verbon laat zien dat een verlaging van de AOW-leeftijd naar 63 jaar budgettair een gunstiger resultaat heeft.

“Dit soort berekeningen – zowel die van mij als van het CPB – over wat er in 2035 zal gebeuren, zijn onzinnig”, schrijft hij op de website mejudice.nl. Feit is dat de vergrijzing in Nederland vergeleken met die in andere Europese landen niet extreem is. Als de arbeidsparticipatie toeneemt van de huidige 74 naar 80 procent (een kabinetsdoelstelling),  verslechtert de verhouding werkenden/niet-werkenden niet zo dramatisch als het kabinet die presenteert.

Het is ook geen uitgemaakte zaak, zoals minister Donner betoogt,  dat de kosten voor de AOW als percentage van het bruto binnenlands product verdubbelen. Niet alleen de vergrijzingskosten stijgen, ook het bbp neemt toe. Teller en noemer hebben effect.

Spielerei van een professor in een academische enclave tegen het hele land? Verbon heeft wel iets van Asterix die het opneemt tegen de Romeinen. We weten allemaal hoe dat afloopt.

Roel Janssen in: NRC Handelsblad, 10 oktober 2009.

ONTTROOND

De grote socioloog Karl Mannheim had al voor de oorlog betoogd dat intellectuelen een zeker afstand tot de maatschappij  en belangengroepen moesten bewaren. Freischwebende Intelligenz noemde hij dat. Van dat ideaal is praktisch niets meer over. Studenten staan, gefixeerd op een goedbetaalde carrière, met hun rug naar de samenleving. Docenten zijn vooral bezig met eigen status en het zeker stellen van voldoende middelen voor de eigen faculteit.  Zelfs als intellectuelen in overlegorganen worden benoemd om als onafhankelijke denkers tegenwicht te bieden aan belangengroepen, is er van die onafhankelijkheid nog maar weinig te merken. Harrie Verbon wees daar gisteren terecht op(Forum, de Volkskrant 7 oktober) in verband met het artikel van zeven kroonleden in de Sociaal Economische Raad. (Forum, de Volkskrant 2 oktober).

Om de AOW betaalbaar te houden ‘mag van alle inkomensgroeperingen een zekere bijdrage worden verwacht’, orakelen de onafhankelijken.  Toen ik het las, dacht ik:  nu komt het. Ze sluiten zich aan bij de wens van links om voor veelverdieners een extra belastingtarief van 60 procent in te stellen. Maar nee. Ze bedoelen dat alleen ouderen met een aanvullend pensioen meer belasting moeten gaan betalen.

In het hele artikel gaan de zeven kroonleden er als vanzelfsprekend vanuit dat ouderen zelf moeten opdraaien voor de kostenstijgingen die volgens hen het gevolg van de vergrijzing zijn.  Over de extra inkomsten voor de schatkist als gevolg van de vergrijzing hoor je ze niet. Want dan zouden ze moet erkennen dat die de stijging van AOW-uitgaven als gevolg van de vergrijzing volledig compenseren. En dat er van de zogenaamde onbetaalbaarheid van de AOW niets overblijft.

Dat de zeven kroonleden volledig afstand hebben genomen van het ideaal van de freischwebende Intelligenz wordt vooral duidelijk door het overnemen van de misleidende retoriek die het angstscenario van de vergrijzing moet inkleuren.  Zoals de leugen dat ‘straks de AOW van een gepensioneerde door twee werkenden moet worden opgebracht, waar dat er nu vier zijn’.  Sinds in 1996 de AOW-premie is gemaximeerd,  wordt een steeds groter deel van de AOW betaald uit de belastinginkomsten. In 2010 gaat het al om een derde van het totale bedrag, ongeveer 10 miljard euro.  Ouderen betalen ook belasting en omdat hun aantal groeit en het aanvullend pensioen gemiddeld hoger wordt, steeds meer.

Als het relevant zou zijn is het verhaal van de ‘twee werkenden van straks waar het er nu vier zijn’ ook onjuist. Die getallen zijn gebaseerd op de potentiële beroepsbevolking en die bestaat voor een flink deel uit mensen die niet werken, bijvoorbeeld huisvrouwen,  die geen premie betalen.  Voor het aantal premiebetalers is de werkzame beroepsbevolking relevant. Dat zijn er nu geen vier, maar drie. Dat scheelt 25 procent. Intelligenz?

Gezien de politisering van de kroonleden rijst de vraag wat de meerwaarde van de Sociaal Economische Raad nog is in vergelijking met bijvoorbeeld de Stichting van de Arbeid, waar werkgevers en werknemers onder elkaar tot overeenstemming proberen te komen.  Van een verpolitiekte SER zou je de leden moeten kunnen kiezen. Maar we kiezen de Tweede Kamer al, waar de beslissingen over de AOW thuis horen.  Daarvan weet je dat er van freischwebende Intelligenz geen sprake is.

Het volledige artikel van Marcel van Dam in: de Volkskrant, 8 oktober 2009.

PVDA, LATEN WE HANDEN INEEN SLAAN

Moeten we wel naar 67? De AOW van de toekomst is te belangrijk om over te laten aan de werkgevers en hun politieke paladijnen.

GroenLinks vindt de hervorming van de AOW onvermijdelijk. Maar het is oneerlijk om jongeren eenzijdig te laten opdraaien voor de stijgende AOW-lasten. Het is ook onrechtvaardig dat mensen die vroeg beginnen met werken, vaak in zware beroepen, langer moeten doorwerken dan hoogopgeleiden. Hoogopgeleiden betalen later en minder AOW-premie, maar mogen net zo snel met pensioen als de bouwvakker die op zijn achttiende op de steiger staat.  Het is onbegrijpelijk dat de linkse SP met haar dogmatische ’65 is 65’ dit sociale onrecht welbewust in stand houdt

In ons verkiezingsprogramma hebben wij gekozen voor een flexibele AOW, die rekening houdt met het aantal gewerkte jaren: vanaf het 63ste levensjaar krijgt iedereen die minimaal veertig jaar (in deeltijd) heeft gewerkt, recht op AOW. Voor diegenen die arbeidsongeschikt of onvrijwillig , werkloos zijn, gelden de ‘uitkeringsjaren’ ook als gewerkte tijd. Dat betekent dat een bouwvakker in de toekomst vanaf zijn 63ste recht heeft op AOW en  een hoogopgeleide en bevoorrechte werknemer tot zijn 67ste of 68ste doorwerkt.

Een bijkomend voordeel is dat vrouwen in de toekomst gestimuleerd worden om te werken en zo de groeiende armoede onder alleenstaande en gescheiden moeders en vrouwen doen afnemen. Solidariteit tussen generaties rechtvaardigheid voor werknemers in zware beroepen en emancipatie van vrouwen zijn drie uitgangspunten die ook bij de werknemersorganisaties en de PvdA hoog in het vaandel staan. Samen moeten wij in staat zijn op korte termijn  een voorstel te lanceren voor een flexibele en eerlijke AOW

Het volledige artikel van Jolande Sap en Femke Halsema in: de Volkskrant, 7 oktober 2009.

LEIDERSCHAP BETEKENT NIET DAT JE HET VOLK NAKAKELT

Is verhoging van de AOW-leeftijd geen politieke zelfmoord? Veel kiezers zullen naar Wilders vluchten als het kabinet zijn plannen doorzet.

‘Het belangrijkste argument om de AOW-leeftijd te verhogen, heeft niets met de crisis te maken maar met de arbeidsmarkt. Door de vergrijzing hebben we straks een gebrek aan handen. Dat is vooral een probleem voor mensen met een smalle beurs. De rijken kunnen straks nog wel handen kopen, de armen niet.

Het kabinet was al bijna overstag, de crisis heeft slechts het laatste duwtje gegeven. Dat heeft inderdaad tot de beeldvorming geleid, dat de verhoging van de AOW-leeftijd nodig is vanwege de crisis. Dat moet echter geen reden zijn de AOW-leeftijd niet te verhogen. Je moet het zo vroeg mogelijk doen, om te voorkomen dat je straks botte bezuinigingsmaatregelen moet doorvoeren. Nu hebben de bedrijven en werknemers de tijd zich aan te passen zodat iedereen inderdaad langer kan doorwerken.

De verhoging van de pensioenleeftijd komt zwaar aan bij mensen met een lage levensverwachting. Zij gaan er relatief het meest op achteruit.  Dat zijn vaak ook de mensen met een laag inkomen. Daar kun je niet omheen. Er zijn redenen genoeg om tegelijkertijd nivellerende maatregelen te treffen. Bijvoorbeeld door draagkrachtige ouderen ook AOW-premie te laten betalen. Als je tegelijkertijd de AOW flexibiliseert, kunnen ook mensen met een laag inkomen voor hun 67ste met pensioen. Met een ouderenkorting kun je ervoor zorgen dat niemand onder het bijstandsniveau terecht komt.

Het gekke is dat vooral ouderen zich tegen het verhogen van de AOW-leeftijd verzetten.  En dat terwijl zij er juist het meest belang bij hebben. Zij hebben dankzij deze maatregel straks meer handen aan het bed. Jongeren zijn juist voor, terwijl zij er het meeste last van hebben.

Leiderschap betekent niet dat je het volk nakakelt, maar dat je het volk bij de hand neemt en geduldig uitlegt wat gezond is.  Normaal gesproken moet de elite het goede voorbeeld geven, maar die heeft in deze crisis gefaald door het graaien aan de top.

Het kabinet moet hoop bieden op een betere samenleving, uitstralen dat het mensen gaat helpen om aan het werk te blijven. Dat is de echte grote opgave, de emancipatie van de ouderen.  Nu hebben de mensen het gevoel dat ze op de schopstoel zitten. Het perspectief van een arbeidsmarkt waarin de talenten van ouderen worden gewaardeerd wordt nog te weinig uitgedragen.  Zuiniger worden op mensen, dat is de opdracht voor de komende jaren’

Het volledige artikel het gesprek van Pieter Klok, redacteur van de Volkskrant met Lans Bovenberg in: de Volkskrant, 3 oktober 2009.

AOW: HET SPEL IS OP DE WAGEN

Wat veel sceptische waarnemers al verwachtten, werd de afgelopen week bewaarheid. De sociale partners wisten geen overeenstemming te bereiken over een alternatief voor het kabinetsplan om de AOW-leeftijd op termijn op te trekken naar 67 jaar. Het is belangrijk dat er snel duidelijkheid komt of en in welk tempo de AOW-leeftijd van 65 naar 67 gaat. Bovenal, opdat grote groepen veertigers en vijftigers daarmee rekening kunnen houden. Bijvoorbeeld door hun persoonlijke besparingen voor de oude dag op te voeren, zodat zij op eigen kosten desgewenst eerder met werken kunnen stoppen.

Differentiatie van de AOW-leeftijd naar de zwaarte van vroeger uitgeoefende beroepen is een onuitvoerbaar streven. Want welke beroepen mogen objectief gezien als zwaar gelden? Altijd wordt dan de stratenmaker of bouwvakker ten tonele gevoerd. Maar jongeren zullen zulke fysieke arbeid vaak nog niet als belastend ervaren.  En hebben hoofdarbeiders het niet moeilijk?  Heel wat onderwijsgevenden voelen hun baan als loodzwaar.  Over een lijst met zware beroepen valt dus niet eenvoudig overeenstemming te bereiken. Bovendien ontbreekt een sluitende registratie van alle door werknemers en zelfstandigen tijdens hun arbeidzame leven doorlopen beroepen.

GroenLinks kiest voor een andere insteek. Deze partij wenst de AOW-leeftijd in de zeer verre toekomst te koppelen aan het moment waarop veertig jaar is gewerkt.  Jongeren die met 16 jaar van school komen kunnen dus niet vanaf hun 56ste een beroep op de AOW doen, maar zij moeten dus nog altijd 47 jaar (nu: 49 jaar) ploeteren, totdat zij staatspensioen ontvangen. Dit plan discrimineert tegen individuen die onbetaald, maar maatschappelijk uiterst nuttig werk doen. Denk aan de opvoeding van kinderen, de mantelzorg voor hoogbejaarde ouders, en zo meer.

Partijen die de AOW-leeftijd op 65 willen houden, kunnen de sterke oploop van de pensioenuitgaven als gevolg van de vergrijzing alleen afremmen door de hoogte van de AOW-uitkering los te koppelen van de cao-lonen. Hierdoor raakt de koopkracht van senioren zonder aanvullend pensioen steeds verder achterop. Dit druist in tegen het instinct van links om de inkomensverschillen niet te laten toenemen.

Eén troost is er. Progressieve partijen hebben zich altijd sterk gemaakt voor fiscalisering van het staatspensioen. Het premiepercentage is langer dan tien jaar bevroren. Hierdoor ontstaan toenemende tekorten in het Algemeen Ouderdomsfonds, die worden afgedekt door steeds grotere bijdragen ten laste van de rijksbegroting. Komend jaar bedraagt die rijksbijdrage al meer dan 10 miljard euro. Dat is gelijk aan een derde van de AOW-uitgaven.

De fiscalisering verloopt veel sneller via de toenemende rijksbijdrage aan de financiering van de AOW. Dit linkse ideaal wordt sluipenderwijs verwezenlijkt, terwijl de komende politieke en maatschappelijke strijd over de AOW-leeftijd nog fel zal zijn.

Het volledige artikel van Flip de Kam in: de Volkskrant, 3 oktober 2009.

HET WAAIT AL IN DE POLDER

Het kabinet wil haast maken met een besluit over de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. De reden: er komen verkiezingen aan. De retoriek was opgewonden. ‘Tuig van de richel’. Hoe erg is het als er oorlog is tussen werkgevers en werknemers? Uit de geschiedenis is gebleken dat de vakbeweging zelden boos wordt – tenzij de verzorgingsstaat in het geding is. En dat vakbondsacties maar al te vaak niet meer dan achterhoedegevechten blijken.

Op de avond van 24 maart kondigde Agnes Jongerius van de vakcentrale FNV voor het Catshuis zelfbewust aan dat zij voor 1 oktober met de werkgevers de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar ongedaan zou maken. Nog voor het oktober was, mislukte dat plan. De werkgevers wilden juist wel een latere AOW, maar vooral een later werknemerspensioen, want dat betalen ze grotendeels zelf.

Uiteindelijk bleek Jongerius helemaal geen alternatief te hebben. Voorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW had helemaal geen belang bij een akkoord met Jongerius, hooguit als ze daardoor aantrekkelijke concessies van de bonden zouden krijgen. Wientjes wilde vooral een inperking van de kosten van de werknemerspensioenen. Die beslaan voor de werkgevers nu al 15 tot 20 procent van de loonsom en dat enorme aandeel in de loonkosten dreigt verder op te lopen. VNO-NCW wil om die reden al langer een soberder werknemerspensioen. Het werknemerspensioen later in laten ingaan, is zo’n versobering. En als de AOW later ingaat, zou het pensioen mee kunnen of mee moeten liften, zoals CDA-minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken ook al eens heeft gezegd.

Vandaar dat de werkgevers in laatste instantie de handreiking deden dat de AOW-leeftijdsverhoging pas – in één klap – in 2025 zou ingaan. Dat zou weliswaar alleen invloed hebben op de werknemers die nu nog geen 50 zijn, maar dat is wel meteen de overgrote meerderheid van de werknemers. Die zouden in feite nu al een soberder pensioenregeling krijgen. Het voordeel voor de werkgevers zou al meteen in de miljarden per jaar kunnen lopen.  Maar dat gunde Jongerius ze niet.

Premier Jan Peter Balkenende voorzag een maand geleden al dat het zou gaan ‘stormen in de polder’.Niettemin  kondigden de coalitiepartijen  en diverse bewindslieden meteen nadat de bom tussen Jongerius en Wientjes was gebarsten aan dat het kabinet nu zelf snel met een uitgewerkt besluit zou komen. Opmerkelijk. Waarom zo snel?  Het antwoord luidt: er komen verkiezingen (gemeenteraadsverkiezingen op 3 februari 2010) aan. Door snel een beslissing te nemen over de AOW, kunnen kabinet en coalitie laten zien dat ze wel degelijk daadkrachtig zijn.

Over draagvlak in de Tweede Kamer hoeft het kabinet zich in beginsel ook geen zorgen te maken. De coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie hebben immers al besloten tot verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar. D66 was daar al voor, GroenLinks heeft een alternatief plan, maar kan niet echt tegen zijn. En ook de VVD, die het daar in 2006 niet over eens kon worden, is sinds de jaarwisseling voor 67 jaar. Een hele ruime Kamermeerderheid.

Intussen gaat de FNV onverdroten door met het verzet tegen de AOW-67 en tegen een versobering van het werknemerspensioen.  Daarvoor heeft de FNV een voor de hand liggende bondgenoot in de SP. Een tweede, nogal onverwachte bondgenoot is dus Geert Wilders, die overweegt eigen acties te gaan voeren en die rabiater is dan Jongerius. Zijn  secondante Fleur Agema viel op de televisie Jongerius zelfs aan, omdat die te elfder ure aan de 65 jaar was gaan tornen in een – vergeefse – handreiking aan Wientjes.

Maar er is meer. Het kabinet maakte een misrekening. Het wil de ambtenaren en uitkeringen namelijk op de nullijn zetten. Het veronderstelde dat de werkeloosheid zo snel zou oplopen dat de lonen in het bedrijfsleven daardoor tot de nullijn (of verder) zouden zakken. Maar dat gebeurt helemaal niet.  Zelfs de bouwwerkgevers, die zeggen het zo zwaar te hebben, hebben hun cao’s nog met 2 procent verhoogd.  Daardoor komt het kabinet in de problemen, want de nullijn voor ambtenaren en uitkeringen kan niet meer als ‘solidariteit’ van ambtenaren met gewone werknemers worden verkocht.

Koningin Beatrix zei in de Troonrede dat het kabinet de sociale partners oproept ‘tot een verantwoorde loonontwikkeling’. Dreigend volgde daarop: ‘Indien dit niet gebeurt, zal de regering haar eigen verantwoordelijkheid nemen’. et kabinet zal dus ingrijpen in de lonen, als die blijven stijgen. Wat meteen inhoudt dat dat het kabionet zal ingrijpen in de overheidslonen. Twee redenen voor grote boosheid bij de vakbeweging. Wat niet wil zeggen dat de vakbeweging ook wint.  Zij krijgt doorgaans wel een kleine handreiking, maar wint zelden. \Zo ka

Jongerius wil geen aantasting van  AOW- en pensioenrechten. Bij de AOW heeft zij haar kans verspeeld. Bij de pensioenrechten heeft Jongerius meer mogelijkheden,  omdat die in cao’s tussen bonden en werkgevers worden vastgesteld en door hen samen beheerd. Maar de overheid ‘faciliteert’  diezelfde werknemerspensioenen door de premies aftrekbaar te maken. Dat hoeft niet zo te blijven – het kabinet kan bijvoorbeeld besluiten de aftrekbaarheid boven 65 jaar te schrappen. Ook kan het kabinet besluiten cao’s niet meer voor een hele bedrijfstak wettelijk ‘verbindend’ te verklaren.  Dat zou pas een controverse tussen kabinet en polder geven, omdat het rechtstreeks de macht van polderaars Wientjes en Jongerius aantast.

In het voorjaar van 2004 dreigde het kabinet-Balkenende/Zalm er ook al mee, al ging het toen over de fiscale faciliteiten voor het vroegpensioen. Waarschijnlijk is het niet dat een typisch polderkabinet met CDA en PvdA het meer dan zeventig jaar gebruikelijke, tot wet verheffen van cao’s inperkt. Maar het kan wel.

Het volledige artikel van Syp Wynia in: ELSEVIER, 10 oktober 2009.

Brieven uit de media

DIT GEEFT DE TIJDGEEST WEER

Het overleg tussen werkgevers en werknemers aangaande de AOW is mislukt. Laat ik even in herinnering brengen dat dit overleg niet in twee dagen moest geschieden, maar dat er zes maanden de tijd was.

We zijn allemaal verstandige mensen en willen het beste voor elkaar. We zijn allemaal kinderen van onze ouders, kleinkinderen van onze grootouders. We worden allemaal 65. Maar zijn we ons daarvan bewust? Klaarblijkelijk zijn we zo bang dat we verantwoordelijkheden afschuiven. Dat kost nu niets. Dat wordt wel duur betaald in de toekomst.

Alle mooie woorden ten spijt: dit geeft toch de tijdgeest weer. De groep mensen die bepaalde besluiten moest nemen, zal zelf de gevolgen daarvan niet of nauwelijks ondervinden. Ook niet in hun directe omgeving. Ik heb daar heel veel moeite mee.

Kees Kloost, Amsterdam, De Volkskrant, 3 oktober 2009.

POLDER

‘AOW-overleg mislukt, polder buitenspel’. Dan kunnen we hem nu ook wel laten onderlopen, lijkt me.

Alex Temmingh, Aduard; De Volkskrant, 3 oktober 2009.

PLAN

Uit het mislukte SER-overleg blijkt dat Nederland niet toe is aan verhoging van de AOW-leeftijd.  Mijn voorstel is dan ook dat de werkgevers eerst laten zien doe zij de oudere werknemers binnenboord denken te houden. Als die namelijk in grote getalen in WW of bijstand terecht komen, verdampt mopgelijk de beoogde besparing. Niemand praat daar meer over. Als de werkgevers een plan hebben dan aantoonbaar goed werkt, kan er best over verhoging van de AOW-leeftijd gesproken worden.

Jenneke Vrijenhoek, Geldermalsen; De Volkskrant, 3 oktober 2009.

GEEN BEZWAAR

Wie van al die deskundigen die over de AOW hun zegje doen, geeft nou eens antwoord op de zeer duidelijke beweringen van Marcel van Dam, namelijk dat de stijging van de kosten van de AOW geheel door de toekomstige 65+’ers zelf zullen worden opgebracht.

Van Dam heeft aan de hand van officiële cijfers uitgelegd dat de komende AOW’ers zeer veel aan extra pensioen hebben gespaard en dat daarover flink belasting moet worden betaald. Het extra bedrag dat de fiscus aldus van de gepensioneerden ontvangt,  zal ongeveer gelijk zijn aan de extra kosten die volgens Donner voor de instandhouding van de AOW nodig zijn.

Het vreemde is dat geen van de rekenaars uit de politieke partijen of van de ministeries van Financiën en Sociale Zaken tegenover de berekeningen van Van Dam een duidelijke andere som stellen. Nog vreemder is dat Van Dam berekening niet enthousiast door de oppositie in de strijd worden geworpen. Je zou denken dat FNV en SP juichend zwaaiend met de colums van Van Dam naar Donner en de Tweede Kamer zijn getogen om de geweldige vergissing uit de wereld te helpen.

Thijs Dol, Zoetermeer; De Volkskrant, 3 oktober 2009.

VERDEELD

Toen in 2007 het kabinet Balkenende IV aantrad was de premier zeer opgeruimd. Nu zou hij toch aan iedereen laten zien dat hij het wel kon: regeren. En vooral samen en luisteren naar de burgers. Na een jaar kwam de crisis en was het uit met de pret. Belangrijk punt: de AOW-leeftijd omhoog naar 67. Luisteren naar de burgers is er niet meer bij. Er zijn geen taboes meer. Maar wat je nu krijgt is een samenleving die verdeeld is.  Kijk maar naar de toon van de opiniestukken in de krant: Wat is een zwaar beroep, als je studeert dan kun je wel langer doorwerken want je begint toch laat aan een baan etcetera. Dit is slecht voor het land.’Laten we de AOW vanaf 65 gewoon uitkeren en niet met voorstellen komen die ook nog eens ongelijkheid brengen zoals een lagere AOW als je 65 wordt.  Dan kun je beter de topinkomens hoger belasten en het koningshuis ook mee laten doen in de bezuinigingen.

Els Rademaker-Vos, Zwolle; De Volkskrant, 3 oktober 2009.

HALVEREN

AOW naar 67, nee, wat dacht u van na 80 jaar de helft. Lijkt me veel eerlijker. Daar ligt namelijk het probleem. Na 80 hebben de meeste mensen hun huis afbetaald, wonen dus bijna gratis, delen hun geld alleen nog maar aan hun kinderen uit. Besteden dus veel minder. Voor hen geldt dat de woningbouwverenigingen al lang de waarde van de woning betaald hebben gekregen. Dus na 80 geen huur meer.

R. Frijn, Bilthoven; De Volkskrant, 3 oktober 2009.

ZET VROUWEN NOU EENS AAN HET WERK 

De huidige veertigers en vijftigers hebben jarenlang meebetaald aan het vroegpensioen van eerdere generaties, maar kunnen daar niet meer zelf van profiteren.  Zij worden door de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd dubbel gepakt.

Dit verklaart de weerstand van de Nederlandse bevolking: 62 procent is tegen. Sinds de invoering van de AOW is niet alleen de levensverwachting toegenomen, maar ook de arbeidsparticipatie van vrouwen.  Een verdere stimulering hiervan draagt bij aan betere verhouding van werkenden en niet-werkenden en aan de vrouwenemancipatie.  Koppel het recht op een volledige AOW aan minimaal 32 uur werken per week en de belasting die daarover wordt afgedragen . AOW-rechten krijg je niet meer gratis, maar bouw je op door te werken. Schaf tegelijkertijd de aanrechtsubsidie in ons belastingstelsel af. Dan geeft je een stevige impuls aan zowel de arbeidsparticipatie als aan de emancipatie van de vrouw.

Peter Galjaard, Haarlem in: de Volkskrant, 7 oktober 2009.

GEK

Naar aanleiding van alle discussies over stoppen met werken bij 65, dan wel 67, denk ik met grimmig genoegen aan alle 50+’ers die ik in mijn werkzame leven heb ontmoet en die op elke verandering hun dooddoener klaar hadden: ‘Over een paar jaar ga ik eruit, dus mij maken ze niet meer gek!’Dus wel!

Arjan Broere, Tilburg; De Volkskrant, 3 oktober 2009.

FLEXIBELE AOW

Ik begrijp eerlijk gezegd de argumenten tegen een flexibele AOW-leeftijd niet zo goed. Zo zou het moeilijk vast te stellen zijn wat een zwaar beroep is en er zouden tal van trucjes zijn om ‘eronder uit te komen’.

Maar het is allemaal niet nodig zo ingewikkeld te denken. Laat het aantal door de staat gesteunde jaren onderwijs de maatstaf zijn voor de AOW-leeftijd.  Dit is goed te meten en een betere rechtvaardiging dan de zwaarte van een beroep. De hoger opgeleide staat meer in het krijt bij de staat. (nee mensen, het collegegeld dekt lang niet alle kosten.) De lager opgeleide is eerder begonnen aan het arbeidsproces en heeft minder genoten van het geld dat het onderwijs ons kost. En uiteindelijk kon het ook wel eens een heel goede stimulans zijn voor studenten om eens een beetje door te werken, sprak de docent.

Dick Swart, Amsterdam in: Geachte redactie in de Volkskrant, 6 oktober 2009.

 
       
 
 
Contact: webmaster