PENSIOENEN IN HET NIEUWS
CITATEN UIT DE PERS INZAKE PENSIOENEN - deel 186
| Deze nieuwsrubriek geeft een samenvatting
van in de media verschenen artikelen. Voor
de volledige informatie kunt u terecht bij de website van de betreffende uitgever.
Verzameld door Ton Boogers en bewerkt door Harry Nijhuis |
Overzicht deel 186 (t/m 29 oktober 2009):
Nieuws uit de media
Opinies uit de media
Brieven uit de media
Voor de vorige artikelen: zie de index
Nieuws uit de media
LEDEN PVDA EENS MET PLAN
AOW
De achterban van de PvdA is
akkoord met het kabinetsplan de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar. Een
opvallend grote meerderheid stemde er maandagavond op de politieke ledenraad in
Utrecht mee in. Vakbondsvoorzitter Henk van der Kolk, die bij de ingang stond
te demonstreren werd uitgejouwd.
De PvdA-leden lieten zich
gemakkelijker overtuigen dan gedacht. Na de felle kritiek van vorige week
stemden in de Jaarbeurs negen van de tien leden vóór. Partijleider Wouter Bos
deed een emotionele oproep om de vakbonden ‘misschien niet morgen, maar dan
toch volgende maand of anders volgend jaar’ te kunnen overtuigen schouder aan
schouder verder te strijden. ‘Samen staan we sterk. We kunnen dit in Den Haag
niet alleen.’ Met overslaande stem erkende Bos tegenover zijn achterban de
electorale risico’s. ‘aar ik ben niet de politiek ingegaan om alleen aan
vandaag te denken en de rekening bij mijn kinderen te leggen.’
Amsterdamwethouder Lodewijk
Asscher sprak van een ‘offer dat pijn doet’, maar dat nodig is om banen, beter
onderwijs en veilige buurten te garanderen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma van
Sociale Zaken had het over een ‘fantastisch pakket’ ‘Het is ons gelukt. We
hebben waanzinnig onderhandeld.’ PvdA Kamerlid en onderhandelaar Hans Spekman:
‘Ik realiseer me dat dit pijn doet. Maar er is een manier om het sociaal te
doen en ik vind dit oprecht sociaal.’
De uitslag van de stemming
vond in groot contrast met het debat dat eraan vooraf ging. Daar roerden zich
vooral de tegenstanders.
Fractievoorzitter Mariëtta
Hamer zei de AOW snel te willen regelen: ‘Als wij het niet doen, doet een
volgend kabinet het.’De leden roepen haar op ook dat andere heilige huisje, dat
van de CDA, omver te trappen: de hypotheekrenteaftrek. Dat is ze zeker van
plan, liet Hamer weten.
Het volledige artikel van
Yvonne Doorduyn in: de Volkskrant, 27 oktober 2009.

AOW-LEEFTIJD OMHOOG NAAR 67, OOK VOOR ZWARE BEROEPEN
(3)
De AOW-leeftijd gaat definitief omhoog naar 67 jaar,
maar er zullen vast nog vakbondacties komen.
Voor wie op 1 januari 2010 55 jaar of ouder is verandert
er niets: de AOW gaat gewoon tien jaar later in, op de 65ste verjaardag. Wie een arbeidsverleden heeft krijgt dan ook zijn bedrijfspensioen.
Maar werknemers die in 1955 of later zijn geboren, moeten
;e;en jaar langer doorwerken, tot hun 66ste. De AOW-leeftijd gaat in
2020 met een jaar omhoog. Wie in 1960 of later is geboren krijgt pas AOW met 67
jaar, want in 2025 gaat de AOW met nog eens een jaar omhoog. Iedereen is vrij
om eerder te stoppen, maar dan moet je daar wel zelf voor sparen. Bovendien
zijn er uitzonderingen om toch al met 65 AOW te krijgen, maar dat is dan geen
volledige uitkering. De lage inkomsten worden het eerste jaar 6,5 procent en
het tweede jaar 6 procent gekort.
De fracties van de drie regeringspartijen hebben er
donderdagavond mee ingestemd. De Raad van State moet nog advies geven en daarna
stemt de Tweede Kamer. Vakcentrale FNV en de oppositiepartij PVV en SP gaan
actie voeren.
Het volledige artikel van Bart Diks en Elsbeth Stoker in:
de Volkskrant, 16 oktober 2009.

STILLE ACHTERBAN VAN CDA
IS TRAUMA OVER AOW VERGETEN
Bij de PvdA ging het er hard
toe op een inderhaast ingelaste ledenraad over de verhoging van de
AOW-leeftijd. Op het partijcongres van het CDA, komende zaterdag, belooft het
stil te blijven. Niet één afdeling heeft zich gemeld om discussie te voeren
over de AOW.
Dat is opvallend, omdat de
opiniepeilingen leren dat ook CDA’ers hun twijfels hebben over de maatregel:
zo’n 35 % van de CDA-stemmers is tegen. In 1994 was een AOW-voorstel van
toenmalig partijleider Elco Brinkman mede oorzaak van een historische
verkiezingsnederlaag. De partij kwam daar pas na jaren van menige leiderwissel
overheen.
Toch hebben peilingen,
vakbondskritiek noch historisch trauma geleid tot onrust in de partij, zo
leert een rondgang onder prominente CDA’ers. Sommigen onder hen zijn daar
tevreden over, als partijvoorzitter Peter van Heeswijk. Bovendien, zo legt
Kamerlid Eddy van Hijum uit, is het partijkader met bestuurders en
gemeenteraadsleden enthousiaster over de maatregel dan de CDA-stemmers.
Minister van Sociale Zaken
Piet Hein Donner, die op het congres eventuele vragen over de AOW zal
beantwoorden, zei deze week dat hij wel uitgaat van enige tegenstand binnen
zijn eigen partij. ‘Geen twijfel aan’.
Het volledige artikel in: NRC
Handelsblad, 29 oktober 2009.

BOS STRIJDVAARDIG OVER AOW-BESLUIT
PvdA-partijleider zal AOW-verhoging ‘te vuur en te
zwaard’ verdedigen tegen morrende achterban.
Zelfverzekerd en strijdvaardig gaat de PvdA de
confrontatie met de eigen achterban aan over de verhoging van de AOW-leeftijd.
Op BNR Nieuwsradio zeiden drie van de gewestelijke voorzitters dat ze tegen de
AOW-maatregelen zijn en dat de kwestie een kabinetscrisis waard zou zijn. Volgens
voorzitter Mohammed Mohandis van de Jonge Socialisten zijn gewestelijke
voorzitters niet representatief voor de sfeer in de partij. ‘Dat zijn mensen
die zelf als AOW hebben of ertegenaan zitten. Die generatie doet of de AOW van
hen is! Terwijl de plannen hen helemaal niet raken!. Het zijn allemaal
emotionele argumenten’. Jongere partijgenoten, die wel de gevolgen zullen
ondervinden, zijn volgens Mohandis desondanks massaal voor. “Want wij zien de
noodzaak nu in te grijpen om het stelsel van solidariteit op de langere termijn
levensvatbaar te houden. En dat geldt voor de jongerenafdelingen van alle
partijen, behalve de SP dan’, zegt Mohandis. “Die conflicten zijn er bij de
PvdA altijd geweest, zegt Kamerlid Hans Spekman. ‘Ik ben een ouderwetse, van vastigheid
en zo. Maar ik ben van de noodzaak overtuigd geraakt. Vooral doordat dit plan
socialer is dat wat de FNV had voorgesteld. Die kapten de uitkeringen al op 65.
Bij ons lopen ze door’.
Het volledige artikel van Ron Meerhof in: de Volkskrant,
17 oktober 2009.

BALKENENDE ROEPT IEDEREEN OP DE STRIJDBIJL TE BEGRAVEN
Vooral bij het ontzien van mensen met zwaar werk zijn
sociale partners nodig. FNV-voorzitter Jongerius spreekt van een ‘misbaksel’ en
een ‘kille bezuiniging’.
Het kabinet verwacht van alle betrokkenen dat ze ‘over hun
schaduw heen springen’ en meewerken met verhoging van de AOW-leeftijd van 65
naar 67 jaar. Die oproep heeft premier Balkenende vrijdag gedaan bij de
bekendmaking van het kabinetsbesluit, dat hij ‘noodzakelijk en sociaal’ noemde.
‘Ik hoop dat ook de FNV dit proces zal willen meemaken’,
aldus Balkenende. Hij benadrukte dat het kabinet in de plannen veel oog heeft
gehad voor de positie van de zwakkeren in de samenleving, zoals degenen die
lang hebben gewerkt en werknemers met zware beoepen.
Werkgeversorganisatie VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO
Nederland toonden zich tevreden. Maar FNV-coorzitter Jongerius noemde de
plannen een gedrocht, een misbaksel en een kille bezuiniging.
Balkenende zei zich geen zorgen te maken over de harde
kritiek van de FNV. ‘Ze hadden de kans om in de Sociaal-Economische Raad zelf
een oplossing aan te dragen, maar dat is niet gebeurd’.
Zonder de PVV en de SP met name te noemen, voorspelde
Balkenende dat ook de volgende kabinetten van een eventueel geheel andere
samenstelling de plannen niet zullen schrappen. ‘Formeel kan een volgend
kabinet dat doen, maar ik zie het niet gebeuren. Ook voor een volgend kabinet
zal verhoging van de AOW-leeftijd een realiteit blijken.’
Het volledige artikel van Ron Meerhof in: de Volkskrant,
17 oktober 2009.

AMBTENAREN TEGEN AOW-VERHOGING
Twee op de drie ambtenaren van gemeenten en provincies
zijn tegen verhoging van de AOW-leeftijd.
Bijna de helft zegt ook strijd te zullen voeren tegen het
optrekken van de pensioenleeftijd. Rijksambtenaren reageren iets gematigder.
Van hen vindt de helft dat de AOW-leeftijd ongewijzigd moet blijven en is
eenderde tot acties bereid.
Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde onderzoek onder ruim
4.400 ambtenaren door Binnenlands Bestuur. Ruim 80 procent van de ondervraagden
werkt bij een gemeente.
De Volkskrant, 17 oktober 2009.

IK WIL HET DEBAT VURIG VOEREN
PvdA-leider Wouter Bos had een overvolle week. Nu moet
hij zijn achterban overtuigen van het sociale karakter van het AOW-besluit. “Ik
heb ze het liefst allemaal op de koffie”.
Vice-premier en PvdA-leider Wouter Bos heeft een hectische
werkweek achter de rug. Gisteravond lichtte hij strijdvaardig het AOW-besluit
toe alvorens hij kwiek de auto nam voor een optreden in Pauw & Witteman.
Wij zouden een geleidelijke invoering zoals in het
Verenigd Koninkrijk en Duitsland ook kunnen doen, begrijp me goed, maar we
kiezen voor een andere systematiek. Wij zijn toonaangevend in de wereld met
onze oudedagsvoorzieningen: via de AOW, via pensioen en het individueel sparen.
In veel landen is alleen de AOW geregeld. Het is bij ons complexer omdat je ook
het pensioensparen moet wijzigen. Elk jaar een stapje zou voor de
pensioenfondsen chaos betekenen. Maar het is ook niet nodig. Door de
aanvullende pensioenen is verhoging van de AOW-leeftijd minder ingrijpend. De
verandering die we daar plegen groeit vanaf 2010 over een periode van 40 jaar
langzaam in. Wie bijvoorbeeld sinds 2000 werkt heeft straks wel 20 jaar rechten
op een aanvullend pensioen vanaf 65 jaar opgebouwd. Veel van de onvrede over de
AOW-maatregelen komt door onbekendheid met het onderwerp. Ik ben mensen tegen
gekomen van 64 die dachten dat ze tot hun 67ste moesten wachten op
hun AOW. Ik ben werklozen tegen gekomen die dachten dat ze twee jaar in de bijstand
moesten overbruggen. Dat is beide niet waar. Dat soort onzekerheden moet je
niet lang laten bestaan. Wij doen dit om de sociale verzorgingsstaat te
behouden. Hoe langer je wacht, hoe bruter je moet ingrijpen’, aldus Wouter Bos.
Het volledige artikel van Jeroen Wester in: NTC
Handelsblad, 17 oktober 2009.

DNB KEURT HERSTELPLAN PENSIOENFONDS ANWB AF
Onder druk van De Nederlandsche Bank past bestuur van
pensioenfonds plan aan. Deelnemersraad wijst aangepast plan af.
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft het herstelplan van de
ANWB afgewezen. Het was het vierde plan waarin het fonds aangaf hoe het de
dekkingsgraad van het fonds weer wil opkrikken. Dit heeft het fonds
bekendgemaakt.
Voor zover bekend is dit de eerste keer dat DNB een
herstelplan afschiet. Het pensioenfonds van de ANWB wilde de pensioenen van de
deelnemers korten. Deze maatregel is volgens DNB de laatste maatregel die
fondsen mogen nemen. Eerst moet een fonds weer gezond zien te worden door
premieverhoging en het schrappen van de indexatie.
In het nieuwe plan duurt het langer voordat de
gepensioneerden weer op indexatie, aanpassing van de pensioenen aan de
inflatie, kunnen rekenen. Het fonds verwacht dat de dekkingsgraad de komende
vijf jaar onder het minimum vereiste niveau blijft. Hierdoor is het fonds
gevoeliger voor tegenvallers zoals een koersval of een daling van de rente.
Volgens het bestuur vergroot dit de kans dat het fonds in 2012 alsnog de
opgebouwde pensioenrechten moet afstempelen (korten)
Eerder had het fonds een plan gemaakt waarin de werknemers
hun loonsverhoging per 1 april van 3,3 procent in het fonds zouden storten. Dit
plan stuitte op verzet van de vakbonden.
Het volledige artikel van Frank van Alphen in: de
Volkskrant, 20 oktober 2009.

SNEL HERSTEL IN PENSIOENWERELD
De Nederlandse pensioenwereld komt dankzij de
maandenlange hausse op de aandelenmarkt veel sneller uit het dal dan enkele
maanden geleden werd verwacht.
Het Pensionfonds Zorg & Welzijn zegt vanochtend dat
zijn financiële positie zo is verbeterd dat gehele of gedeeltelijke verhoging
van de pensioenen met de loonstijging op korte termijn in het bestuur besproken
zal worden. Het fonds wil niet vooruit lopen op die besluiten, die ook tot nul
verhoging kunnen leiden.
Het pensioenfonds Zorg & Welzijn boekte 9,1 procent
rendement in het derde kwartaal. De dekkingsgraad verbeterde tot 107 procent.
Het grootste Nederlandse pensioenfonds ABP had eind
september een dekkingsgraad van 105 procent. Het Metalektro-pensioenfonds en
het Metaal & Techniekfonds boekten rendementen van respectievelijk 8,2
procent en 9 procent. De dekkingsgraad van het Metalektro-fonds per eind
september is 101 procent, dat van het Metaal & Techniek-pensioenfonds 97
procent. Het pensioenfonds van post- en vervoerbedrijf TNT meldde eerder al een
redement van iets meer dan 11 procent in het derde kwartaal en een
dekkingsgraad van 109 procent.
Het volledige artikel in: NRC Handelsblad, 22 oktober
2009.

PENSIOENFONDSEN KLIMMEN UIT DAL
Zorg en Welzijn heeft inmiddels een dekkingsgraad van
107 procent. Ook veel andere fondsen herstellen sneller dan verwacht.
Volgens de pensioenthermometer van Hewitt hebben
pensioenfondsen nu gemiddeld een dekkingsgraad van 111 procent.
Het volledige artikel in: de Volkskrant, 23 oktober 2009.

LANGER WERKEN? HOU HET SIMPEL
Valt het AOW-plan van het kabinet uit te leggen aan
gewonen mensen? Ronald Plasterk, de PvdA-minister van Onderwijs, deed deze week
een poging het plan aan zijn eigen achterban te verkopen.
Als de crisis voorbij is, betoogde de minister, hebben we
structurele tekorten op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in de zorg en voor de
klas. Zwaar werk wordt gelukkig steeds uitzonderlijker, dank zij de ‘heel
strenge’ arbowetgeving. De verhuisdozen zijn veel kleiner en lichter geworden’.
Plasterk gaf ruiterlijk toe dat het AOW-voorstel geen oplossing biedt voor de
bevroren arbeidsmarkt van 50-plussers.
De nieuwste trend is de opmars van wat de socioloog Dick
Pels noemt ‘de economie van de zelfstandigen’. Het aantal zzp’ers en
freelancers groeit explosief, ondanks de crisis. Velen, ook ouderen, nemen het
heft in eigen hand – vaak bij een dreigende reorganisatie of ontslag,
Werknemers worden onafhankelijker, individualistischer en beweeglijker. De
kenniseconomie vraagt om individueel vakmanschap, om mondigheid en eigen
verantwoordelijkheid. Maar de keuze voor zelfstandigheid is óók ingegeven door
de behoefte aan vrijheid. Daarvoor leveren mensen graag inkomen in. Volgens
Pels is het einde van de traditionele beroepsloopbaan met zijn vaste
functieomschrijving, beloning en rechtspositie in zicht. Een Jonge Socialist
wees Plasterk er terecht op dat het AOW-voorstel in het geheel geen rekening
houdt met deze nieuwe zelfstandigeneconomie. Plasterk gaf grif toe dat het nu
eenmaal niet mogelijk is het volledige arbeidsverleden voor iedereen in kaart
te brengen, zeker als het om zzp’ers gaat of om de groeiende groep mensen die
tijdelijk hun werk hebben onderbroken.
Deze enorme uitvoeringsproblemen vormen op zichzelf al
voldoende redenen geen uitzonderingen in de nieuwe AOW-regeling op te nemen.
Maar er zit ook een principiële kant aan de zaak. De AOW is geen
werknemersverzekering, maar een volksverzekering, iedereen krijgt een
staatspensioen, los van zijn arbeidsverleden. Dat moet zo blijven. Want juist
de mensen die niet, of niet hun hele leven in loondienst hebben gewerkt, hebben
vaak onvoldoende aanvullend pensioen kunnen opbouwen.
Het volledige artikel van Hans Wansink in: de Volkskrant,
24 oktober 2009.

DE GRIJZE PLAAG
Het kabinet wil een einde maken aan de populairste
sociale voorziening ooit: AOW voor 65-jarigen. Wat zijn de argumenten voor en
tegen langer doorwerken?
VOOR: Op zaterdag 16 september 2000 maakte toenmalig
PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert in een interview met De Telegraaf een grote
ommezwaai. De toonaangevende AEX beursindex bereikte eerder die maand en
recordstand van 702 punten. Melkert pleitte voor totale aflossing in één
generatie van de Nederlandse staatsschuld van toen, omgerekend, 227 miljard
euro.. Met de aflossing van de staatsschuld wilde Melkert de financiering van
de AOW veiligstellen. ‘We moeten de winst die nu wordt gemaakt voor de komende
generaties vasthouden’,
Aflossing van de staatsschuld is een illusie gebleken.
Volgend jaar rekent het kabinet op een staatsschuld van 381 miljard euro.
N”Geld bestemd voor de toekomst is noodgedwongen hier en nu gebruikt’, schrijft
minister Piet Hein Donner in een notitie over de AOW die hij in juni naar de
Tweede Kamer heeft gestuurd. Verhoging van de AOW-leeftijd moet 4 miljard euro
opleveren.In 1957 stonden tegenover elke AOW-gerechtigde ruim zes mensen tussen
20 en65, nu is het één op vier, in 2040 is het één op twee, schrijft Donner in
zijn notitie. Als Nederlanders niet langer doorwerken dreigen arbeidstekorten –
om te beginnen in de gezondheidszorg. De commissie Bakker becijferde dat
Nederland tot 2020 een half miljoen mensen extra in de zorg nodig heeft en een
kwart miljoen in het onderwijs.
De vergrijzing is een internationaal fenomeen Tot in China
toe buigt men zich over de vraag hoe zij moeten reageren op de groeiende groep
ouderen. Zelfs de Amerikanen verhogen de pensioenleeftijd naar 67. Acht
Europese landen hebben anti-vergrijzingsmaatregelen genomen.
Sinds de invoering van de AOW in 1957 is de
levensverwachting met sprongen vooruit gegaan. Voor mannen van 65 jaar is de
levensverwachting gestegen tot 16,8 jaar; voor vrouwen naar 21,5 jaar.
Het animo om door te werken is de laatste drie jaar
opmerkelijk. Van de totale werkende bevolking wil 36 procent doorwerken tot 65
jaar gestegen. Van alle werknemers is 12 procent bereid ook na zijn 65ste door te werken. De Nederlanders verwachten overigens al jaren dat de
AOW-leeftijd tot 67 jaar wordt opgetrokken.
Na hun pensioen gaan mensen ongezonder leven. , schreef
hoogleraar geriatrie Marcel Olde Rikkert (UMC St Radbout, Nijmegen). Hij
concludeert dat doorwerken in twee opzichten gunstig is: het levert het
individu meer geld op en het pakt positief uit voor zijn gezondheid. De
samenleving profiteert daar zelf ook weer van: het tempert zorgkosten en
verhoogt het nationaal inkomen en het draagvlak voor collectieve voorzieningen
als onderwijs, gezondheidszorg en AOW.
TEGEN: De omvang van de financiële vermogens maakt
Nederland tot een renteniersnatie. De generatie die nu met pensioen gaat heeft
bovendien trekjes van een geluksgeneratie: geen oorlog, grote welvaart, AOW en
pensioen plus een spectaculaire stijging van hun bezittingen. Wat ligt dan
meer voor de hand dan de vergrijzingskosten te bestrijden via de
belastingheffing. Niet doorwerken, maar meer geld betalen. Een fiscale heffing
in plaats van premiebetaling door alleen werknemers levert op de lange termijn
4,5 miljard euro op.
De AOW geldt als een sociale uitkering met een grote
fanclub. Een symbool van het contract van de burger met een betrouwbare
overheid. De uitkering is niet alleen begrijpelijk en ingeburgerd, maar door
zijn eenvoud is de kans op fraude bijzonder gering, ook ten opzichte van andere
sociale uitkeringen.
Mensen met een lage opleiding beginnen eerder aan het
arbeidsproces en zijn ook eerder versleten omdat ze vaker lichamelijk werk
deden. Daarom zou het alleszins redelijk zijn om niet aan te sturen op een
verhoogde vaste pensioenleeftijd, maar te differentiëren naar duur van het
werkzame leven. Laagopgeleiden betalen al die tijd premie, maar halen minder
vaak de 65.
De sectoren onderwijs en gezondheidszorg en welzijn scoren
het hoogst in de categorie uitputtend werk, dat zijn activiteiten met een hoge
werkdruk en een lage autonomie om het eigen werk in te delen. In de gezondheids-
en welzijnszorg ervaart 36 procent van de werknemers zijn arbeid als uitputtend
werk, in het onderwijs is dat zelfs 44 procent. Daar komt nog bij dat
werkgevers vaak negatieve gevoelens hebben over oude werknemers. Duur, lage
productiviteit, weerstand tegen verandering. Werkgevers zien hen liever gaan
dan komen en bespoedigen vertrek.
De vakbonden willen dat werknemers zelf mogen kiezen. Wie
wil doorwerken om een pensioengat te dichten of omdat hij lol heeft in zijn
werk moet dat kunnen doen. Maar het moet geen verplichting zijn.
CONCLUSIE. De verhoging van de AOW-leeftijd draait niet om
geld, maar om arbeid. Er moeten genoeg mensen aan de slag blijven om de
arbeidsintensieve publieke diensten (leraren, gezondheidszorg) te blijven
verlenen zonder dat de lonen worden opgedreven. Hogere lonen betekenen hogere
belastingen en premies. Dat wil het kabinet niet.
De eerste politieke slag in het vergrijzingstijdperk gaat
niet tussen oud en jong, of links en rechts, of arm en rijk. Het gaat tussen
Zwitserlevengevoel en calvinisme.
Het volledige artikel van Menno Tamminga inNCR Weekblad,
24 oktober 2009.

HOE DE AOW VERANDERT
Naar verwachting zullen weinig ouderen daadwerkelijk
langer doorwerken. Toch levert een nieuw pensioenjaar 67 miljarden bezuinigingen
op. De feiten op een rij.
De kern van het AOW-voorstel dat de regering aankondigt, is
simpel. Voor wie dit jaar 55 of ouder is, verandert er niets. Wie geboren is
tussen 1954 en eind 1958 kan pas op zijn 66ste AOW krijgen. Wie nu
jonger is, de jaargangen vanaf 1959, krijgen AOW op hun 67ste.
Als in 2025 de AOW-leeftijd
naar 67 jaar gaat, wordt de korting voor wie met 65 ophoudt 16 procent, en met
66: 8 procent. Oudere werknemers krijgen als zij doorwerken een nieuwe
inkomensgerelateerde arbeidskorting in de loon- en inkomstenbelasting, bedoeld
om doorwerken bij een laag looninkomen aantrekkelijker te maken. Werknemers die
op hun 65ste al werkloos of arbeidsongeschikt zijn, krijgen vanaf
2020 op die leeftijd meteen een speciale uitkering rond het AOW-niveau.
De overgrote meerderheid van
de Nederlanders heeft recht op een aanvullend pensioen boven de AOW. Wanneer
dat ingaat is een kwestie van cao-afspraken of voor zelfstandigen een eigen
keus. Maar de regering kondigt aan de fiscale aftrekbaarheid van
pensioenpremies zo te herzien dat het per 1 januari 2020 fiscaal
onaantrekkelijk wordt om het aanvullend pensioen voor je 67ste te
laten ingaan.
Sinds de verhoging van de
AOW-leeftijd serieus in discussie kwam, leeft de wens om een speciale regeling
te maken voor mensen die zware arbeid verrichten. Het kabinet hoopt de
oplossing te hebben gevonden. Wie werk doet ‘waarvan in redelijkheid niet
verwacht kan worden’ dat langer dan veertig jaar vol te houden ‘zonder
uitzonderlijke slijtage’moet dan van zijn werkgever een aanbod krijgen om
minder belastend werk te doen. Doet de werkgever dat niet, dan moet hij geld
opzijzetten om de zwaarbelaste werknemer de gelegenheid te geven toch op zijn
65ste met pensioen te gaan.
Hoeveel ruimte is er om méér
te werken onder de 65? Het percentage dat werkt is hoog. Maar Nederland bereikt
deze hoge arbeidsparticipatie wel met extreem veel deeltijdbanen. Een
Amerikaan werkt meer dan 1.700 uur per jaar, een Nederlander nog geen 1.400 uur.
Het Centraal Planbureau
maakte in juni een nieuwe berekening van het effect van een tot 67 verhoogde
AOW-leeftijd en spilleeftijd voor aanvullende pensioenen. Al met al verwacht
het CPB dat slechts 1 op de 14 ouderen daadwerkelijk langer doorwerkt.
Niettemin resulteert een duidelijke bezuiniging op de overheidsuitgave van 0,7
procent van het bruto binnenlands product (BBP). Dat zou bij het bpp van dit
jaar ongeveer 4 miljard euro besparing betekenen.
Het volledige artikel van
Paul de Hen in: ELSEVIER, 24 oktober 2009.

DESNOODS EEN AOW-REFERENDUM
De voorzitter van FNV
Bondgenoten, Henk van der Kolk, wil PvdA-leden in het geweer brengen tegen de
AOW-plannen van de top.
We gaan niet rellen,
verzekert Van der Kolk – zelf PvdA-lid. ‘We maken wel duidelijk wat we er van
vinden. Het AOW-plan is een gedrocht.’ ‘De politieke ledenraad is een
belangrijk adviesorgaan van de partij. Als de leden besluiten dat zij het
AOW-akkoord niet zien zitten, dan kan de PvdA-top het moeilijk negeren. De top
heeft zich vastgeklonken aan dit akkoord, dat ze niet terug kunnen. Stem je
tegen het akkoord, dan stem je tegen Bos en Mariëtte Hamer. Wij koersen niet op
hun vertrek. Maar wij zeggen wel dat wat er nu ligt, een gedrocht is. Je kunt
als PvdA zeggen: het ligt ingewikkelder dan gedacht, we stellen het besluit
uit en wachten waar de twintig ambtelijke werkgroepen mee komen. Een andere
optie is om het voor te leggen aan de kiezers door middel van een referendumof
nieuwe verkiezingen,’ aldus Van der Kolk.
Het volledige artikel van
Elsbeth Stoker in: de Volkskrant, 26 oktober 2009.

AOW-LEEFTIJD NAAR 67 JAAR
IS NOG MAAR EEN KLEINE STAP
Het is een illusie te
denken dat de sociale hervormingen in Nederland zich zullen beperken tot de
AOW. Aart Jan de Geus, oud minister van Sociale Zaken (CDA) zegt het beslist.
De verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar die het kabinet wil doorvoeren,
is voor hem een logische maar kleine stap. Er zal meer nodig zijn. “We zitten
midden in de verbouwing van de verzorgingsstaat en die zal zeker nog tien jaar
in beslag nemen”, zegt hij.
“Een belangrijk verschil met
mijn ministerschap is dat een brede meerderheid van de Tweede Kamer zich n iet
tegen de hervormingen keert, ook al ligt de AOW-maatregel bij twee van de drie
coalitiepartners, PvdA en ChristenUnie, sociaal heel gevoelig. De situatie is
echter veel ernstiger. De ontwrichting van de financiële markten en van de
reële economie hebben overheden wereldwijd dermate in financiële problemen
gebracht, dat velen beseffen dat lange termijnmaatregelen hard nodig zijn. De
structuur van de economie moet sowieso versterkt worden als gevolg van een
aantal internationale trends zoals de demografische veranderingen. Door de
vergrijzing komen gigantische zorgkosten op ons af. Technologische
vernieuwingen dwingen tot meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Vroeger ging
een beroep langer mee dan een mensenleven. Nu hebben mensen in hun leven meer
beroepen. De tijd van een collectieve aanpak van de arbeidsmarkt is voorbij.
Ook de globalisering gaat onvermijdelijk door. Deze trends zetten de sociale stelsels
van de geïndustrialiseerde landen onder druk. We willen de verdiensten van de
verzorgingsstaat die na de oorlog is opgebouwd, niet kwijt. Maar bij een
zorgvuldige renovatie kun je ontdekken dat sommige muren zo zwak zijn, dat ze
beter gesloopt kunnen worden”, aldus Aart Jan de Geus.
Het volledige artikel van
Michèle de Waard in: NRC Handelsblad, 29 oktober 2009.

Opinies uit de media
HOE ‘A’ VAN ALGEMEEN UIT DE VERZEKERING VERDWEEN
Met de afbraak van de volksverzekeringen wordt de
erfenis van Drees en Suurhof vernietigd.
`Tussen alle argumenten voor of tegen een hogere AOW
0-leeftijd die de afgelopen weken de rebue passeerden, ontbrak het meest
fundamentele punt: de meeste AOW-voorstellen komen neer op het afscheid nemen
van de AOW als volksverzekering.
Nederland kent sinds een halve eeuw een sociaal stelsel
dat is opgebouwd uit werknemersverzekeringen en volksverzekeringen. De
werknemersverzekeringen – zoals WW en de WIA beschermen werknemers tegen
verlies van hun baan, de volksverzekeringen bieden bescherming aan alle
ingezetenen, ongeacht of zij aan die verzekeringen hebben bijgedragen. Die
combinatie van beroepsgerelateerde uitkeringen en universele uitkeringen maken
in belangrijke mate het unieke karakter van de Nederlandse verzorgingsstaat
uit, waarin wij ons decennia lang internationaal onderscheidden.
Het stelsel van volksverzekeringen – herkenbaar aan de ‘A’
van Algemeen waarmee de afkorting begint – is sinds de jaren negentig echter
stap voor stap ontmanteld. De Algemene Weduwen- em Wezenwet (AWW) is in 1996
vervangen door de Algemene Nabestaandenwet (AWN) De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW is in 1998 opgeheven. De Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten AWBZ) staat al geruime tijd onder druk en dreigt een voorziening
voor de armen te worden. En nu wordt ook aan het karakter van de Algemene
Ouderdomswet (AOW) als volksverzekering getornd. Merkwaardig genoeg gebeurt dat
door de tegenstanders van verhoging van de AOW-leeftijd. Zo hebben zij met
succes aandacht gevraagd voor de werknemers met ‘zware beroepen’ Nog afgezien
van de enorme uitvoeringsproblemen van een dergelijke regeling wordt hiermee
afstand genomen van de AOW als volksverzekering. Alsof we voor zware beroepen
niet al een werknemersverzekering hebben; de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Wie zich nu ineens zorgen maakt over de zware beroepen plengt
krokodillentranen. Dat geldt ook voor de constatering dat laagopgeleiden en
lage inkomensgroepen korter leven dan hoger opgeleiden en hogere
inkomensgroepen. Door de AOW-leeftijd te koppelen aan het arbeidsverleden
wordt opnieuw inbreuk gemaakt op het principe van een volksverzekering die alle
burgers dezelfde rechten biedt.
Ooit had Nederland een mooi en goed functionerend stelsel
van volksverzekeringen. Dat gold als een teken van beschaving. De AOW was daar
het meest sprekende voorbeeld van: een heldere regeling, eenvoudig uitvoerbaar
en ondersteund door een breed maatschappelijk draagvlak. Daarvan dreigt nu
afscheid te worden genomen. Niet de verhoging van de AOW-leeftijd betekent het
verkwanselen van de erfenis van Drees en Suurhoff, zoals de tegenstanders
betogen, maar de sluipende afbraak van het stelsel volksverzekeringen.
Het volledige artikel van Paul de Beer, hoogleraar voor
arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam in: NRC Handelsblad, 19
oktober 2009.

MIJN GENERATIE BETAALT HET GELUK VAN DE BABYBOOMERS
Zij die het land na de oorlog opbouwden, laten het nu
in waardeloze staat en met grote schulden achter.
De AOW-leeftijd gaat naar 67 jaar. Maar nu nog even niet.
Eerst wordt er gewacht tot alle mensen die in de tien jaar na de oorlog zijn
geboren, 65 geworden zijn en hun AOW kunnen opstrijken. Daarna, als het toppunt
van de vergrijzing voorbij is, wordt er pas ingegrepen. En dat terwijl de
premies die de werkende bevolking voor de AOW afdraagt, al lang niet meer de
kosten dekken. Sterker, ongeveer eentiende van de huidige overheidsuitgaven
hebben we helemaal niet, dat wordt geleend. De babyboomers laten ons dus niet
alleen achter met een peperdure regeling, maar ook nog eens met een razendsnel
groeiende staatsschuld.
Waar waren de jongeren eigenlijk toen dit besloten werd?
Tja, waar waren we eigenlijk? Lachwekkend, compleet irrelevant, gheen
prioriteit. We beginnen net met werken, en hopen dat we zo’n leuke carrière
voor de boeg hebben dat we er niet aan moeten denken om op ons 65ste te stoppen.
De babyboomers willen wel stoppen. We gunnen onze ouders
hun oude dag toch wel na zoveel jaar noeste arbeid? Ze hebben tenslotte ons
land weer opgebouwd, ze hebben ons gevoed, naar school gestuurd, een toekomst
gegeven. Tranentrekkende beelden worden geschetst van 65-jarige mannen die op
hun knieën nog straten aan het maken zijn en zuchtend dromen over hgun
welverdiende pensioen.
Maar ondertussen hebben we het ook over een generatie die
heeft kunnen profiteren van een zeer ruim sociaal stelsel: studiefinanciering
zolang ze wilden, vut, prepensioen, WAO voor elk pijntje, ontslagvergoedingen.
Voorzieningen waar wij allemaal geen gebruik meer van kunnen maken, of alleen
in een sterk versoberde variant. En nu worden de babyboomers weer uit de wind
gehouden. Maar ja, waar waren we? Onze stem werd nergens gehoord.
De vakbonden vertegenwoordigen nog maar 20 procent van de
beroepsbevolking en daarvan is maar een minutieus deel jong. Wij zien niet zo
van de hesjes, we gaan niet op een regenachtig Malieveld staan met een
megafoon. En zelfs het idee ‘lidmaatschap’ spreekt niet meer aan.
De geluiden van de CNV-jongeren (AOW naar 67) werden sterk
afgezwakt door de moedervakbond richting een voorstel met een wel heel langzame
invoering. Bij de FNV hebben de rijen zich ook gesloten: de jongerenfractie is
tegen het kabinetsvoorstel. Of dat een unaniem besluit was, is maar de vraag.
Bij de politieke partijen waren het vooral de jongeren van
het CDA die een veelzeggende actie voerden door de rommel van de
vakbondsprotesten op het Malieveld op te ruimen. Zij noemden zich zelf terecht
de ‘puinruimgeneratie’. En Eva Gerrebrands, interim-voorzitter van de
jongerenorganisatie van de SP, blijft erop hameren dat we 23.000 euro
belastinggeld mislopen doordat we twee jaar minder AOW opstrijken.
Ach, bleef het daar maar bij. Zolang er ouderen zijn die
profiteren van onbetaalbare voorzieningen, zal onze generatie veel meer
afdragen dan we terugkrijgen. De babyboomers mogen dan wel een mooi land voor
ons hebben opgebouwd, ze hebben het in waardeloze staat aan ons achtergelaten.
Het volledige artikel van Rosanne Hertzberger(25) o.a.
columnist van nrc.next in: NRC Handelsblad, 19 oktober 2009.

AOW VERSUS ATV
De AOW is nu nog de simpelste voorziening van de hele
sociale zekerheid. Iedereen heeft er op 65-jarige leeftijd recht op, van de
bedelaar tot de Koningin. En het maakt niet uit of je je hele leven hebt
gewerkt of niet. Alleen als je een tijdje in het buitenland hebt gewoond, wordt
het pensioen gekort.
In plaats van deze eenvoud te handhaven bij de verhoging
van de leeftijd van 65 jaar naar 67 jaar, hebben de coalitiepartners CDA, PvdA
en ChristenUnie het pensioen ongelooflijk gecompliceerd gemaakt, ook door
werkenden anders te behandelen dan niet-werkenden.
Het gevolg is dat een groot deel van het geld straks
opgaat aan kosten om het pensioen uit te betalen en te controleren. Terwijl de
aanpassing van de AOW juist is bedoeld om de staat geld op te leveren.
Een ander doel van het verhogen van de AOW-leeftijd is
mensen langer te laten werken. Op termijn voorziet de overheid namelijk een
tekort aan arbeidskrachten. Als dit klopt, kan de vraag worden gesteld waarom
het kabinet de arbeidstijdverkorting (atv) ongemoeid laat. In 1980 is korter
werken (in ruil voor inleveren van loon) ingevoerd om mensen aan het werk te
helpen. De verhoging van de AOW-leeftijd (langer werken) staat haaks op de atv
(korter werken). Ook wat dat betreft heeft de coalitie nog heel wat uit te
leggen.
Het volledige artikel van Arendo Joustra in: ELSEVIER, 24
oktober 2009.

MONSTRUM
De AOW wordt in het kabinetsplan zowel volks- als
werknemersverzekering. Recept voor ellende.
Als het besluit van het kabinet-Balkenende voor de AOW
wordt ingevoerd, wordt de AOW in feite afgeschaft. Of dat gebeurt, staat niet
vast, want het optrekken van de AOW-gerechtigde leeftijd begint pas over tien
jaar. De feitelijke afschaffing van de AOW is niet zo zeer het gevolg van het
optrekken van de leeftijd als wel het veranderen van het karakter van de AOW.
Die Algemene Ouderdomswet van 1956 was simpel en daarvoor was ook doelbewust
gekozen.
Dat verandert wezenlijk, als het kabinetsbesluit
werkelijkheid wordt. De volksverzekering AOW wordt een combinatie van
volksverzekering en een onnavolgbaar ingerichte werknemersverzekering. Het is
een recept voor ellende.
Het kabinet wil met de leeftijdsverhoging twee zaken
bereiken: de vanwege de groeiende groep AOW’ers oplopende uitkeringskosten
verminderen en de arbeidsdeelname van ouderen vergroten. Het kabinet legt de
last van de AOW-bezuiniging nu bij degenen die vanaf 1960 zijn geboren en maakt
ook een hard onderscheid tussen wie in de eerste helft van de jaren vijftig en
de tweede helft van de jaren vijftig is geboren. Dat had anders gekund, door de
leeftijdsverhoging eventueel sneller, maar in elk geval geleidelijker in te
laten gaan. Dat was bureaucratische gezien ook niet zo simpel geweest, maar het
monstrum dat nu ontstaat door de volksverzekering te mengen met een
werknemersverzekering is aanzienlijk desastreuzer.
Er bestaan al regelingen voor wie niet (meer) in staat is
betaald werk te verrichten, dan wel door eigen toedoen dan wel buiten de eigen
schuld werkloos is. Die regelingen blijven gewoon bestaan.
De AOW had dus kunnen blijven wat die is. De
ingangsleeftijd had in verband met de gestegen en verder stijgende
leeftijdsverwachting van senioren geleidelijk omhoog kunnen gaan. Daar had het
bij moeten blijven.
Het volledige artikel van Syp Wynia in: ELSEVIER, 24
oktober 2009

TE LAAT EN TE COMPLEX
Minister Donner en de regeringspartijen zijn het sinds
gisteren eens. De AOW-leeftijd wordt in 2020 in één klap verhoogd tot 66 jaar. Het kabinet gaat deze en andere maatregelen nu verwerken tot een wet die pas over
tien jaar daadwerkelijk zijn beslag zal krijgen. Tot die tijd zullen er zeker
driemaal verkiezingen worden gehouden (2011,2015,2019) en kunnen in theorie
drie volgende kabinetten de wet nog ongedaan maken.
Dit soort ingrijpende maatregelen volgt altijd de weg van
geleidelijkheid. Maar omdat het kabinet het niet heeft aangedurfd om binnen de
eigen regeertermijn te beginnen, weten burgers, bedrijven en pensioenfondsen
nog maar half waar zij aan toe zijn, hoewel het probleem toch acuut is.
Dat is niet de enige kritiek die op voorhand denkbaar is.
De manier waarop aan dit compromis is gewerkt, was net zo monistisch als in de
verzuilde jaren. Omdat het onwaarschijnlijk is dat de politieke
onderhandelingen alle juridische valkuilen hebben gezien en ontlopen, kan de
kwaliteit van de wetgeving in het geding komen. Ook politiek is het compromis
wankelmoedig. Mogelijk spelen hierbij electorale motieven een rol. Een
maatregel die pas over elf jaar ingaat, zal minder verzet oproepen dan een wet
die volgend jaar van kracht wordt.
De oudere generaties mogen met recht aanspraak maken op
een verzorgde oude dag. Maar jongeren hebben ook hun aanspraken. Zij hebben er
recentelijk weer tientallen miljarden aan staatsschuld bij gekregen als gevolg
van de kredietcrisis. Er moet iets gebeuren. En snel. Maar er zijn maatregelen
denkbaar die alle generaties recht doen, die geleidelijk maar snel worden
ingevoerd en die ook op kortere termijn ingaan. Dit AOW-plan voldoet niet aan
deze voorwaarden.
Het volledige artikel in: NRC Handelsblad, 16 oktober
2009.

WOUTER WOEKERT MET DE
WAARHEID
Als de Ledenraad van de
PvdA had bestaan uit arbeiders met een lage opleiding en een navenant inkomen
was de verhoging van de AOW-leeftijd er niet doorgekomen. Voor die categorie
is 65 jaar al te hoog.
Omdat laagopgeleiden al jong
gaan werken, betalen ze veel langer AOW-premie en omdat ze veel korter leven,
profiteren ze er veel korter van. Vorig jaar was de daadwerkelijke
arbeidsparticipatie van hoger opgeleiden volgens het CBS maar liefst 84 procent
(alle leeftijdsgroepen). Van mensen met alleen basisonderwijs werkte niet meer
dan 37 procent.
Wie het voorstel om de
AOW-leeftijd te verhogen sociaal, eerlijk en solidair durft te noemen, kent de
feiten niet, of weet niet wat die woorden eigenlijk betekenen. In beide
gevallen horen die mensen niet in de top van de PvdA thuis. Maar die is er van
vergeven. Politici hebben de neiging de resultaten van hun werk zo mooi
mogelijk voor te stellen en hun miskleunen zo ver mogelijk uit het zicht te
houden. Maar er is een grens. Wanneer het oppoetsen over gaat in bedrog, wordt
de drempel overschreden.
Wouter Bos is er een meester
in die drempel zo laag mogelijk te maken dat bijna niemand meer in de gaten
heeft wanneer die overschreden wordt. Zijn open brief op deze pagina (Forum, 26
oktober, de Volkskrant) is daar een goed voorbeeld van.
Daarin schrijft hij dat mijn
herhaalde bewering dat de gepensioneerden zo veel extra belasting gaan betalen
(vanwege hun grotere aantal en meer en hogere pensioenen), dat daarmee de extra
kosten van de AOW worden gecompenseerd, niet klopt.
Hij weerlegt de bewering
niet, want die wordt gestaafd door cijfers van het Centraal Planbureau. Hij
zegt dat het niet klopt, ‘omdat het niet enkel gaat om de betaalbaarheid van de
AOW, maar minstens zozeer om de betaalbaarheid van goede zorg, goed onderwijs,
veilige buurten en een fatsoenlijke sociale zekerheid’.
Voor Bos-watchers is
duidelijk dat hij hier zegt: het is wel waar dat gepensioneerden zóveel extra
belasting gaan betalen dat de extra AOW-uitgaven daaruit kunnen worden betaald,
maar ik wil die extra belastingafdrachten van ouderen gebruiken voor andere
dingen. Daardoor ontstaat er een tekort in het AOW-fonds en omdat ik vind dat
ouderen het te goed hebben, moeten ze dat tekort zelf aanvullen door meer extra
belasting te gaan betalen (de Bosbelasting)¸door meer zorg uit eigen zak te
gaan betalen (het strippen van de AWBZ) en door twee jaar AOW in te leveren.
Hij geeft daarmee en passant ook toe dat de Bosbelasting niet ‘noodzakelijk was
om de AOW betaalbaar te houden’. Ik zou volgens Bos ook geen rekening houden
met de slechte staat van de overheidsfinanciën als gevolg van de crisis. Bos
zou duidelijk moeten maken waarom daarvoor uitgerekend de verhoging van de
AOW-leeftijd ‘noodzakelijk’ en ‘onvermijdelijk’ is en waarom dat niet geldt
voor een beperking van de hypotheekrenteaftrek, het schrappen van de Joint
Strike Fighter, een extra belastingtarief voor veelverdieners of een van de
andere honderden maatregelen die een bijdrage kunnen leveren aan het wegwerken
van AOW-tekorten.
Al twintig jaar werkt de PvdA
mee aan het afbreken van de verzorgingsstaat. Bos gaat daarmee door, maar komt
daar liever niet voor uit. Tot grote verontwaardiging van Bos woekerde
Scheringa met polissen. Wouter woekert met de waarheid.
Het volledige artikel van
Marcel van Dam in: de Volkskrant, 29 oktober 2009.

WELGESTELDEN BOUWEN TE
VEEL PENSIOEN OP.
Spaar minder en pensioneer
later. De verhoging van de AOW-leeftijd geldt vooral voor de lagere inkomens,
want de pensioenfondsen rekenen nog op een pensioen met 65. Ze sparen dus
teveel.
Het kabinet heeft een
historische beslissing genomen door de AOW-leeftijd tussen 2010 en 2025 te
verhogen van 65 naar 67 jaar. Hiermee lijkt ons land het goede voorbeeld van
Duitsland en Denemarken te volgen. Maar schijn bedriegt, want in Nederland ligt
de verantwoordelijkheid voor het pensioenstelsel niet alleen bij de overheid
maar ook bij de werkgevers en werknemers. Zij gaan over de pensioenfondsen en
die zorgen voor ongeveer de helft van het inkomen van alle ouderen tezamen.
De AOW is vooral van belang
voor de lage inkomens, terwijl voor de hogere inkomens de zelf bijeen
gespaarde pensioenen zwaarder tellen. Zonder eerdere versobering van de
pensioenopbouw kunnen hogere inkomens de verhoging van de pensioenleeftijd nog
lang voor zich uitschuiven, terwijl er op de arbeidsmarkt van 2025 vooral
grote behoefte aan geschoolde werknemers zal zijn.
De sociale partners zijn aan
zet. Een verhoging van de leeftijd voor uitkeringen van pensioenfondsen vraagt
om een abrupte verlaging van de pensioenopbouw omdat zich dat pas zo’n 40 jaar
later volledig vertaalt in het uitstellen van het pensioen. De kostenbesparing
kan worden besteed aan het welvaartsvast houden van pensioenuitkeringen en aan
een beter functionerende arbeidsmarkt voor ouderen.
De overheid kan op drie
manieren bijdragen aan robuuste aanvullende pensioenen. In de eerste plaats
moet de AOW-leeftijd na 2025 gekoppeld worden aan de levensverwachting. Want
alleen zo kan de huidige pensioenopbouw goed worden afgestemd op de AOW.
Het gelijk oplopen van de
aanvullende pensioenleeftijd met de AOW vereist verder dat de AOW-leeftijd in
kleine stapjes wordt verhoogd. Want de feitelijke pensioenleeftijd in de
aanvullende pensioenen kan niet anders dan geleidelijk omhoog vanwege het
kapitaalgedekte karakter. Om de AOW-leeftijd rond 2025 op 67 te laten uitkomen
moet hij daarom al uiterlijk vanaf 2015 worden verhoogd met twee maanden per
jaar. Daarmee wordt de verhoging ook geloofwaardiger en kan het CPB eerder een
budgettaire opbrengst inboeken.
Tenslotte zouden de mensen
zonder veel arbeidsverleden de mogelijkheid moeten krijgen om vóór de nieuwe
AOW-leeftijd al een AOW-uitkering aan te vragen waar dan wel op wordt gekort.
Het arbeidsverleden hoeft dan niet te worden geregistreerd en de AOW blijft
eenvoudig. Belangrijker is nog dat werkgevers niet met die oudere werknemers
worden opgezadeld die op hun 65ste nauwelijks nog productief zijn.
Sociale partners hebben daarvoor dan ook geen reparaties in aanvullende
pensioenen nodig. Door het denivellerende effect van een hogere AOW-leeftijf te
compenseren met een ruimhartigere, flexibele AOW met zo nodig aanvullende
bijstand voor lage inkomens, wordt een hogere pensioenleeftijd losgekoppeld van
herverdeling. Zonder verdere sociale en politieke barrières kan de
pensioenleeftijd dan al vanaf 2015 omhoog om rond 2025 gekoppeld te worden aan
de levensverwachting.
Het moedige besluit van het
kabinet om de AOW-leeftijd te verhogen vraagt in de komende maanden om een
vervolg waarbij de sociale partners de aanvullende pensioenen hervormen terwijl
de politiek het AOW-besluit bijstelt in het belang van het pensioenstelsel als
geheel.
Het volledige artikel van
Lans Bovenberg, hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg in: NRC
Handelsblad, 26 oktober 200.

BESTE WOUTER BOS
Maak de inhoud van uw politiek socialer, anders legt u
het gegarandeerd af.
Bij Pauw & Witteman was u strijdlustig over
de stijging van de AOW-leeftijd naar 67, maar helaas niet overtuigend. Dus legt
u nu eens uit waarom de AOW naar 67 een sociale maatregel is?
U kent ongetwijfeld het tegenargument van uw vroegere
broeder Marcel van Dam. Hij wijst er op dat met de vergrijzing ook de
pensioeninkomsten toenemen en daarmee dus eveneens de belastinginkomsten uit
deze pensioenen. Deze extra belastinginkomsten uit de pensioenen compenseren de
staat volledig voor de stijgende AOW-uitgaven. Meerdere geleerde economen
vallen hem daarin bij. Gelooft u Marcel van Dam niet?
U benadrukte bij Pauw& Witteman dat ook onze
kinderen recht hebben op goed onderwijs en een goede gezondheidszorg.
Natuurlijk, alleen wat heeft dat met de verhoging van de AOW-leeftijd te maken?
Ik probeer u te volgen en kom daarbij op de volgende gedachtenlijn: De kosten
voor onderwijs en gezondheidszorg zullen de komende decennia alleen maar
stijgen. Die moeten ergens uit betaald worden. Het is daarom sociaal te vragen
twee jaar langer door te werken, zodat we de bezuinigingen op de AOW en de
toenemende inkomsten uit pensioenen kunnen besteden aan de hogere kosten voor
onderwijs en gezondheidszorg.
Is dit uw gedachtengang? Dit is duidelijk een politieke
keuze. Op zichzelf is er niet zo veel mis met deze keuze: de gemiddelde
leeftijd is sinds de invoering van de AOW met ruim acht jaar gestegen. Het is
dus verdedigbaar te vragen twee van die acht jaar te besteden aan langer
doorwerken. Maar hoe verdedigbaar in sociaal opzicht blijft deze keuze,
wanneer je die vergelijkt met het door Kant (en ook door Van Dam) genoemde
alternatief om de hypotheekrenteaftrek van dure huizen te beperken en op deze
wijze extra staatsinkomen te genereren?
Misschien is het korten van de hypotheekrenteaftrek bij
eigenaren van villa’s niet genoeg om de stijgende kosten van onderwijs en
gezondheidszorg te ondervangen en moeten we wellicht aanvullende maatregelen
verzinnen. Misschien komen we daarbij toch weer bij het verhogen van de
AOW-leeftijd. Maar een echte sociaal-democratische partij kan niet
rechtvaardigen dat het verhogen van de AOW-leeftijd nodig is en tegelijkertijd
de hypotheekrenteaftrek ongemoeid laten.
Kunt u dat wel rechtvaardigen? Dus beste Wouter Bos,
strijdlust is niet genoeg. Maak de inhoud van uw politiek socialer, anders legt
u het gegarandeerd af tegen Kant c.s.
Het volledige artikel van Frans Schütt, projectmedewerker
aan de Radboutuniversiteit in: de Volkskrant, 21 oktober 2009.

DE KLOS
Wouter Bos is de klos. Dat zei hij zelf, zaterdag in de
Volkskrant. Wouter is van na 1960 en moet tot zijn 67ste verjaardag doorwerken. Behalve wanneer hij in 2028 – wanneer hij 65 wordt – kan
aantonen dat hij tussen zijn 55ste en 65ste onafgebroken
heeft gewerkt, want als ik het goed begrijp mag hij dan toch op 65-jarige
leeftijd van een welverdiend pensioen gaan genieten. Weliswaar met 6,5 procent
minder AOW, maar dan zoekt hij er maar een klusje bij.
Mensen die heel lang hebben gewerkt mogen er ook eerder
mee ophouden. En dan is er nog het zware werk. Dat mag straks maximaal dertig
jaar en als het tóch langer duurt, mag je ook met je 65ste met
pensioen.
Dit alles onder voorbehoud, want ik had de bestudering van
het nieuwe stelsel gisteravond nog niet helemaal afgerond. Wij zijn namelijk
bijzonder goed in het ontwerpen van erg ingewikkelde regelingen. Elke regel
telt tien uitzonderingen en iedere uitzondering is onderworpen aan acht
beperkende omstandigheden, elk met vijf clausules.
Volgens minister Donner is het allemaal heel eenvoudig.
Voor gewone mensen zoals ik ligt dat anders en is het vanaf nu gespannen
afwachten wanneer de AOW-brief in de bus valt.
Ik weet bijvoorbeeld niet of de journalistiek tot het
zware werk behoort. Bernard Wientjes van de werkgevers stelde in Buitenhof voor
om het net zo te doen als in Duitsland, waar ze alleen mijnwerkers of arbeid in
de metaalindustrie zwaar werk vinden. Omdat wij hier geen mijnen meer hebben en
het er met de staalindustrie ook niet al te florissant voorstaat, vindt
Wientjes dus dat het zware werk hier zijn langste tijd heeft gehad.
Maar dan kent hij ons toch slecht. Wij vinden allemaal dat
we keihard werken en dat ons werk loodzwaar is, dus als we zonder meer in
aanmerking komen voor de dertig jaar-regeling of een andere clausule waardoor
we er rond de 61 mee mogen kappen. Dat wordt nog een hele toestand en het zal
er wel op uitlopen dat er straks meer oudere jongeren in het zonnetje zitten
dan nu het geval is, in plaats van minder.
Komt Zembla ook nog uitgerekend dit weekeinde met het
nieuws dat Nederland elk jaar miljarden misloopt doordat onze multinationals
amper belasting betalen. Dat scheelde volgens de Universiteit van Utrecht
alleen al in 2007 16 miljard euro vier keer zoveel als de regeling met de
verhoging van de AOW-leeftijd jaarlijks probeert te besparen. Als Shell,
Unilever, AkzoNobel en nog een paar van die grote jongens vanaf nu net als
iedereen hun aanslag betalen, kan de AOW-leeftijd gewoon naar beneden!
Ik hoor het Agnes Kant nu al zeggen en ik ben benieuwd of Wouter Bos het grote
belasting ontduiken net zo gemakkelijk kan uitleggen als de nieuwe AOW.
Hoewel ik zelf ook de klos ben, ben ik erg voor de
verhoging van de AOW-leeftijd. Dat lijkt mij redelijk tegenover de jongeren
die straks de AOW voor de grijze golf moeten betalen. Bovendien las ik dat elke
baby die momenteel geboren wordt 50 procent kans heeft om 100 te worden. De
pensioentijd dreigt dus straks langer te worden dan de gewerkte tijd en dat is
natuurlijk niet meer opp te brengen. Niettemin voorzie ik nu al dat ik te
zijner tijd alles uit de kast moet halen om de klos te mogen zijn.
Bert Wagendorp in: de Volkskrant, 19 oktober 2009

Brieven uit de media
STOP TOCH EENS MET DE AOW-DWINGELANDIJ
Er zijn drie argumenten die pleiten voor de afschaffing
van de heersende AOW-dwingelandij.
Verplicht ontslag op je 67ste is
leeftijdsdiscriminatie en daarmee in strijd met Artikel 1 van de
Grondwet.
Iedereen die blijft werken na zijn 67ste bespaart de overheid uitgaven (AOW),
terwijl het inkomen van de overheid toeneemt omdat de werknemer belasting
blijft betalen. Het is een win-winsituatie: burger blij, overheid rijker.
Wanneer mensen die liever doorwerken ook mogen doorwerken,
zullen er meer gelukkige oudere mensen zijn. Een overheid die dit willens en
wetens onmogelijk maakt en derhalve het leven van talrijke werklustigen
vergalt, zoals thans het geval, handelt slecht.
De enige verdedigbare AOW-regeling is dat men op een
bepaalde leeftijd, of na een bepaald aantal jaren, het recht op AOW verwerft,
en niet dat men verplicht tot werkloosheid wordt veroordeeld.
F.A. Muller, Amsterdam in: Brieven, NRC Handelsblad, 18
oktober 2009.

KLEINE ZELFSTANDIGE HEEFT AOW ECHT NODIG
In de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd
wordt de groep van honderdduizenden kleine zelfstandigen structureel
overgeslagen door politiek, de SER en de media. Het gaat dan niet om de goed
verdienende beroepsgroepen als artsen, advocaten en consultants, maar om de
grote meerderheid van de zelfstandigen die een matig inkomen genieten en voor
wie een aanvullend pensioen van enige betekenis onbetaalbaar is.
Zij hebben niet, zoals ambtenaren en werknemers in het
bedrijfsleven, krachtige vakbonden die al lang geleden heel behoorlijke
pensioen-, vut- en andere voorzieningen hebben geregeld. De gemiddelde
zelfstandige moet tot zijn 65ste doorwerken, doet dat doorgaans met
plezier, maar kan tegen die tijd de AOW echt wel gebruiken.
Geen vakbond, geen politicus, geen SER-lid over gehoord.
E. van Ginkel, Leiden in: Brief van de dag, de
Volkskrant, 19 oktober 2009.
|