PENSIOENEN IN HET NIEUWS
CITATEN UIT DE PERS INZAKE PENSIOENEN - deel 229
Deze nieuwsrubriek geeft een samenvatting
van in de media verschenen artikelen. Voor
de volledige informatie kunt u terecht bij de website van de betreffende uitgever.
Verzameld door Ton Boogers en bewerkt door Harry Nijhuis |
Overzicht deel 229 (t/m 21 januari 2012)
Nieuws uit de media
Opinies uit de media
Brieven uit de media
Voor de vorige artikelen: zie de index of het archief
Nieuws uit de media
DE GEMIDDELDE LEEFTIJD
WAAROP WERKNEMERS MET PENSIOEN GAAN, LOOPT SNEL OP
Volgens het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS) ligt de gemiddelde leeftijd waarop mensen
stoppen met werken inmiddels op 63 jaar; twee jaar later dan vijf jaar geleden.
Het CBS signaleert een
verdubbeling van het aantal mensen dat 65 jaar of ouder is op het moment van
pensionering: van 15 procent in 2006 naar 30 procent in 2011. De meeste
werknemers zijn overigens gedwongen om op hun 65ste met pensioen te
gaan. De zogeheten ontslagbepaling bij 65 jaar staat in ruim 90 procent van
alle collectieve arbeidsovereenkomsten.
Voor sommige beroepen gelden
uitzonderingen. Zo mogen rechters doorwerken tot hun 70ste en moeten
piloten stoppen als ze 56 zijn.
Het volledige artikel in: NRC
Handelsblad, 17 januari 2012.

ZZP-PENSIOEN IS EEN DRAMA
Als zelfstandige zelf je
pensioen regelen, is zacht gezegd geen pretje. Maar let op: verbetering van het
aanbod is in aantocht.
De zzp’er heet grappend ook
wel de zelfstandige zonder pensioen – omdat er zoveel zzp’ers hun
oudedagsvoorziening niet hebben geregeld. Wie daarin verandering wil brengen
loopt tegen een angstaanjagend oerwoud van pensioenproducten aan.
Onderling de (lijfrente-)
producten vergelijken is lastig, want bij verzekeraars is de risicopremie voor
overlijden en arbeidsongeschiktheid onderdeel van het product. Bij banksparen
voor pensioen, is dat niet zo, en moet je die risico’s afdekken met aparte
verzekeringen.
Helemaal vervelend is dat je
als zelfstandige fiscaal minder vriendelijk wordt behandeld dan iemand die in
loondienst is. Dat komt doordat je als zzp’er maximaal 17 procent van het
inkomen onbelast mag sparen voor later. “Dan ben je in het nadeel ten opzichte
van iemand die bij een pensioenfonds in aangesloten. Die mag fiscaal
vriendelijk al gauw tienduizenden euro’s meer pensioen opbouwen”, zegt Herman
van Kapelle, hoogleraar fiscaal Pensioenrecht aan de VU en een fiscalist bij
Aegon.
Vandaar dat er nu stemmen
opgaan om zzp’ers ook toegang te geven tot collectieve pensioenregelingen,
zodat ze gelijk behandeld worden. Aegon dringt daarop aan, net als partijen
als Befrank, dat goedkope pensioenproducten aanbiedt.
Deze bedrijven willen
collectieve regelingen aanbieden, die concurreren met de al bestaande
pensioenverzekeringen. En dat is hard nodig omdat deze verzekeringen zoals
gezegd vaak ondoorgrondelijk en duur zijn. Het is niet voor niets dat er over
‘woekerpensioenen’ gesproken wordt, analoog aan de “woekerpolissen’.
De nieuwe manier van
pensioenopbouw is sparen en beleggen in de ppi Hiermee kun je zelfstandigen een
individuele spaarpot aanbieden. Met als voordeel dat de kosten vermoedelijk
lager zijn dan het helemaal zelf doen.
Ander voordeel is dat sparen
bij een ppi voor zzp’ers zekerheid biedt dat ze bij pensionering ook
daadwerkelijk een spaarpot hebben. Want net als bij pensioenfondsen kun je het
geld er niet zomaar afhalen. Het risico dat je als zzp’er in geldnood je
zelfbeheerde pot leeghaalt, is natuurlijk niet denkbeeldig.
Het volledige artikel van
Jan-Hein Strop in: Dagblad De Pers, 17 januari 2012.

OUDE SPELERS VREZEN KOMST
PPI
Vooral
ondernemingspensioenfondsen verwachten concurrentie van nieuwkomers. Nieuwe
toetreders hebben minder last van een imagoprobleem.
Een kwart van de Nederlandse
pensioenfondsen ziet de premie-pensioeninstelling (ppi) als
een geduchte concurrent. Dit
zijn vooral de ondernemingpensioenfondsen, blijkt uit een onderzoek van KPMG.
De ppi is, naast pensioenfonds en verzekeraar, een nieuwe mogelijkheid voor de
werkgevers om de oudedagsvoorziening te organiseren.
De ppi is een
beleggingsinstelling, die onder minder scherp toezicht van De Nederlandsche
Bank staat dan de reguliere pensioenfondsen.
Wat de ppi aantrekkelijk
maakt voor werkgevers, is dat zij hun kosten bij een ppi beter kunnen
beheersen. Zij leggen jaarlijks een vast bedrag in als pensioenpremie, dat
onafhankelijk is van de cao. Werkgevers hebben bovendien geen
bijstortverplichting, zoals bij een ondernemingspensioenfonds. Tien van de
honderd door KPMG ondervraagde pensioenfondsen zeggen dat dat voor de werkgever
wel eens reden zou kunnen zijn het fonds te verruilen voor een pi.
Edward Snieder van KPMG
verwacht dat over tien jaar een aantal ppi’s met succes actief zullen zijn, die
multinationals en andere werkgevers in Nederland bedienen. “De meest succesvolle
ppi’s zullen onttaan uit samenwerkingsverbanden met toonaangevende vermogensbeheerders.
Zij zullen naar onze verwachting ook de eerste grote klanten binnenhalen. De
meest succesvolle spelers zijn zij die op korte termijn een track record van klanten kunnen opbouwen.
Het volledige artikel van
Laura van Baars in: Trouw, 18 januari 212.

KORTEN KAN BEST MINDER
De aankondiging dat 1254
pensioenfondsen moeten korten in april 2013 is voorbarig. Dat zegt Peter
Gortzak, de hoogst verantwoordelijke voor pensioenzaken bij vakcentrale FNV.
“Iedereen is nu in rep en
roer, terwijl er tussen nu en 2013 nog veel kan gebeuren. Waaronder: andere
regels.
“Pensioenfondsen hebben meer
geld dan ooit. De dekkingsgraad is zo laag vanwege de wettelijke regels over
hoe de fondsen hun verplichtingen moeten uitrekenen. Dat is op basis van de
risicovrije rente, die door de crisis zeer laag staat. Daarom wordt er nu
gekort, terwijl werkgevers en werknemers in het pensioenakkoord juist hadden afgesproken
af te willen van deze rekenmethode. Ik vind dat de fondsen de mogelijkheid
moeten hebben om eind dit jaar al de regels uit het pensioenakkoord toe te
passen die in 2014 ingaan.
Wij blijven een veilige
rekenmethode gebruiken. Die wordt nu door werkgevers, werknemers en het
ministerie van Sociale Zaken ontworpen. De rekenrente zal hoger uitvallen dan
wat we nu gebruiken.
De werkgevers zijn het met
ons eens dat het raar zou zijn als je in april 2013 drastisch de pensioenen
verlaagt als je al weet dat in 2014 de regels anders zijn. De ministerie is nog
bang vooruit te lopen op regels die we tussen maart en de zomer af hebben. In
elk geval is het zaak dat pensioenfondsen voldoende tijd krijgen om de nieuwe
regels te bekijken, want ze moeten voor 2013 besluiten of ze die ook willen
toepassen,” aldus Peter Gortzak.
Het volledige artikel van
Maarten van Wijk in”AD Utrechts Nieuwsblad, 18 januari 2012.

STEL JE PENSIOENRECHTEN
VEILIG VIA DE RECHTER
De grote pensioenfondsen
publiceren morgen hun dekkingsgraden. Dan wordt duidelijk wie er wordt gekort –
als dit mag van de rechter.
Wat de status van het
pensioenakkoord dat de vroegere vakcentrale FNV in juni ondertekende ook moge
zijn, zeker is wel dat de pensioenen een nieuwe richting ingaan. Te verwachten
is dat de opgebouwde rechten terzijde worden geschoven en dat de pensioenen
worden ‘omgekat’ tot een soort beleggingspolissen. Dit heeft verregaande
gevolgen. Het belangrijkste gevolg is dat pensioenfondsen hun eigenlijke
bestaansrecht verliezen. De vrije markt vervult hun functies even goed of zelfs
beter.
Een houdbaar pensioenstelsel
zou alleen mogelijk zijn als de oude ‘harde’ pensioenrechten worden omgezet in
‘zachte’ pensioenaanspraken. Deskundigen noemen dit het ‘invaren’ van oude
pensioenreglementen in nieuwe pensioenregelingen.
Voor dat invaren zijn twee
routes denkbaar. De eerste is dat de sociale partners samen eenzijdig besluiten
om alle deelnemers in een pensioenregeling collectief te verhuizen naar een
zachte pensioenregeling. Deze regeling krijgt dan het karakter van een
collectieve beleggingspolis zonder zekerheden. De tweede route is dat elke
deelnemer mag kiezen tussen de bestaande of een nieuwe pensioenregeling. Dit
zal enorme uitvoeringskosten opleveren. De kans is groot dat deelnemers
uiteindelijk hun pensioenrechten veranderd zien worden in een individuele
beleggingspolis. Zo’n polis wordt goedkoper aangeboden door een
premiepensioeninstelling ppi. Juristen vragen zich af of het invaren in nieuwe
pensioenregelingen strijdig is met de pensioenwetten. In de praktijk is er al
een trend waarneembaar dat de rechter een grotere rol speelt in het
pensioendebat.
In november hebben
(ex)werknemers van het Energie Centrum Nederland (ECN) in Petten via de rechter
hun werkgever ertoe gedwongen om met een groot bedrag hun pensioenen tot 2007
te compenseren voor prijsstijgingen, op basis van het tot dat jaar geldende
pensioenreglement.
Ook de deelnemersraad van
pensioenfonds Unisys kreeg onlangs gelijk bij de Ondernemingskamer, in zijn eis
dat de werkgever achterstallige pensioenpremies moest betalen.
Deze uitspraken tonen aan dat
de rechter zich weinig gelegen laat liggen aan wat de werkgever kwijt is aan
herstelpremies, als blijkt dat deelnemers destijds onvoldoende zijn betrokken
geweest bij de reglementswijzigingen.
Voor de overheid kan een
forse nabetaling aan het ambtenarenfonds ABP realiteit worden. Tot 1996 was het
ABP een rijksdienst. De opgebouwde pensioenen waren bij wet welvaartsvast. Ze
stegen mee met de loonontwikkeling. Na de verzelfstandiging van het ABP in 1996
werd gestopt met een welvaartsvast pensioen. De Nederlandse Bond voor
Pensioenbelangen vindt dat de indexatietoezegging van pensioenrechten tot 1996
moet worden gerespecteerd en bereidt momenteel een collectieve actie voor tegen
de overheid. Grofweg gaat het om belangen van ambtenaren die nu ouder zijn dan
45 jaar, dus om miljoenen belanghebbenden en aanzienlijke bedragen.
De werkgeversorganisaties en
de meeste vakcentrales realiseren zich nog weinig dat de consequenties van het
pensioenakkoord dramatisch kunnen uitpakken voor pensioenfondsen. Sociale
partners vinden dat het pensioenakkoord is bedoeld om jongeren niet het gelag
te laten betalen van de kostenstijging van bestaande pensioenregelingen. Het
zou inderdaad oneerlijk zijn als jongeren moeten opdraaien voor de
pensioentekorten omdat pensioengerechtigden langer leven dan waarvoor premie is
betaald. Korten op de pensioenuitkeringen door dat langere leven is
rechtvaardig en ook goed uit te leggen aan ouderen. Korten op de uitkeringen
door tegenvallende beleggingsresultaten is daarentegen onaanvaardbaar.
Economische crises zijn er de afgelopen vijftig jaar wel meer geweest,
Het volledige artikel van Rob
Bakker, zelfstandig pensioenadviseur in: NRC Handelsblad, 18 januari 2012.

PVV: 100 EURO VOOR AOW’ERS
De PVV-fractie in
provinciale staten van Utrecht wil dat de provincie alleenstaanden
die moeten leven van
alleen een AOW-uitkering 100 euro netto uitkeert.
Volgens de partij heeft die
groep, veelal gescheiden vrouwen of weduwen, moeite om van 1003 euro in de
maand rond te komen. Het provinciebestuur besteedt volgens de partij vele
miljoenen aan ecoducten, multiculturele festivals en het project Utrecht
Culturele Hoofdstad 2018, maar zou daarbij geen oog hebben voor de noden van de
AOW’ers. Uitbetaling zou via de sociale dienst moeten gebeuren en bekostiging
door bijvoorbeeld een ecoduct te schrappen.
AD Utrechts Nieuwsblad, 18
januari 2012.

METAALFONDSEN KORTEN 6
PROCENT OP PENSIOEN
De pensioenfondsen voor de
metaalsector, PME en PMT, moeten fors korten op de pensioenen: 6 á 7 procent.
Dat verwachten beide fondsen op basis van hun dekkingsgraad per eind vorig
jaar.
Beide fondsen waar bijna twee
miljoen mensen pensioen hebben ondergebracht, zijn er slecht aan toe. De dekkingsgraad
van PME (Metalektro) kwam uit op 90 procent PMT (Metaal & Techniek) 88,5
procent.
De negatieve cijfers liggen
niet aan beleggingen van de fondsen: PME zal zijn vermogen in 2011 9,5 procent
stijgen tot 26 miljard euro, PMT boekte 6,9 procent winst tot 1 miljard euro.
De eurocrisis drukte de rente echter naar beneden, die pensioenfondsen
gebruiken om hun verplichtingen te berekenen.
Vakcentrale FNV en
werkgeversorganisatie VNO-NCW zeiden eerder dat kortingen te voorkomen zijn als
de rekenregels verder worden aangepast. Daarvoor zouden afspraken uit het
pensioenakkoord naar voren moeten worden gehaald.
Volgens minister Kamp komt
dat voorstel echter te vroeg. De bedoelde nieuwe rekenregels moeten eerst
worden uitgewerkt, zet hij. Dan pas is duidelijk hoe die uitpakken voor de
fondsen.
Het volledige artikel van
Maarten van Wijk in: AD Utrechts Nieuwsblad, 19 januari 2012.

GROTE PENSIOENFONDSEN GAAN
KORTEN OP PENSIOEN
PMT, PME korten meest, ABP
denkt aan 0,5 procent.
Drie van de vijf grootse
pensioenfondsen willen in 2013 korten op zowel de uitkering als de opbouw van
pensioenen. Dat hebben de fondsen vanochtend bekend gemaakt.
De pensioenfondsen wijten hun
benarde positie aan de lage langemarktrente waarmee ze de dekkingsgraad moeten
uitrekenen. In werkelijkheid is het vermogen van een aantal fondsen juist
gestegen ondanks de eurocrisis.
Ook de overheid wordt
gedupeerd door de lage dekkingsgraad. Ambtenarenfonds ABP wil – naast het
korten op pensioenen de pensioenpremies van 1 naar 3 procent verhogen. Die
kosten zijn grotendeels voor rekening van het Rijk als belangrijkste werkgever
bij het ABP. Het gaat om 1 miljard euro.
Het volledige artikel in: NRC
Handelsblad, 19 januari 2012.

ZORG EINDELIJK VOOR RUST
IN PENSIOENLAND
De PVV kiest voor
terugkeer naar een vaste rekenrente in deze instabiele tijden. Dat is goed
voor pensioenen en voor de economie. Ondanks drie financiële crises was
rendement pensioenfondsen de laatste tien jaar 4,8 procent.
Voor het vaststellen van de
dekkingsgraad van pensioenfondsen is de rentevoet waarmee gerekend wordt
bepalend. Tot 2007 werd gerekend met een vaste rente van 4 procent. Daarna werd
de vaste rekenrente vervangen door simpel gezegd, de marktrente. Deze
marktrente schommelt echter dagelijks en daarmee de dekkingsgraden van
pensioenfondsen. De laatste rentevoet van 2011 bedroeg 2,9 procent en leidde
tot een gemiddelde dekkingsgraad van circa 90 procent. Zou de vaste rekenrente
nog steeds worden gehanteerd, dan zou de gemiddelde dekkingsgraad voor 2011
uitkomen op 106,5 procent. Ruim voldoende om geen aanvullende maatregelen te
hoeven treffen.
Uit recent gepubliceerd
onderzoek door De Nederlandsche Bank, als antwoord op de motie Van den
Besselaar c.s., blijkt dat het gemiddelde rendement van pensioenfondsen over de
afgelopen tien jaar 4,8 procent bedroeg. Wordt het rentepercentage uit dit
onderzoek gehanteerd dan zouden de dekkingsgraden van pensioenfondsen circa 30
punten hoger liggen en op 120 procent uitkomen. Ruimschoots binnen de veilige
marges om niet te hoeven herstellen, laat staan te korten.
In het nieuwe pensioenstelsel
zoals neergelegd in het Pensioenakkoord mag de rekenrente worden gebaseerd op
het te verwachten rendement. Deskundigen schatten dat tussen 5 en 8 procent.
Daarmee zouden de dekkingsgraden zelfs liggen tussen 125 procent en 170
procent.
De ECB houdt de marktrente
kunstmatig laag om banken en landen te redden. Goed voor de banken, slecht voor
de pensioenfondsen. De EU-landen stellen bij voortduring beslissingen uit
waardoor beurzen blijven kwakkelen. Ook dat is slecht voor de pensioenfondsen
omdat rendementen die nodig zijn voor verder herstel uitblijven. Gevolg is dat
pensioenen van de meeste gepensioneerden in de afgelopen jaren niet zijn
geïndexeerd en zij daardoor al vele procenten aan koopkracht hebben ingeleverd.
Nu dreigen ook de pensioenen te worden gekort als vast wordt gehouden aan de
zeer grillige en discutabele marktrente.
Daarom kiest de PVV in de
huidige instabiele situatie voor de terugkeer naar de vaste rekenrente van 4
procent, alleen bedoeld voor de periode dat de eurocrisis aanhoudt. Daarna zou,
wat ons betreft, kunnen worden gewerkt met een gemiddelde rente over het
voorafgaande jaar om de dekkingsgraden per 31 december vast te stellen. Is dat
percentage zo vreemd? Nee, het komt overeen met het forfaitair rendement dat de
fiscus u in box 3 toedeelt over uw spaargeld en beleggingen. Waarom meten met
twee maten? Verlaging van pensioenen is onnodig, ongepast en onwenselijk!
Het volledige artikel van
Geert Wilders, fractievoorzitter van de PVV en Ino van de Besselaar,
woordvoerder van de PVV voor SZW/Pensioenen in: de Volkskrant, 21 januari 2012.

GUALTEMATEEK LOOPT WÉL
WARM VOOR ZIJN PENSIOEN
Ontwikkelingslanden maken
steeds vaker werk van oudedagsvoorziening.
Het mooiste verhaal is misschien
wel dat van de twee Nederlandse pensioenexperts in Gualtemala. Die werden
totaal overrompeld door de oprechte belangstelling van de bevolking voor een
deugdelijk pensioensysteem. Door zowel de economische groei als de ouder
wordende bevolking in die landen groeit het besef dat een volwaardige
oudedagsvoorziening essentieel is. “Meer dan in Nederland beseffen ouders dat
ze hun kinderen straks zwaar zullen belasten als ze geen pensioen hebben” zegt
Caroline van Dullemen van Worldgranny. De verwachting is dat in 2020 , voor het
eerst in de geschiedenis van de mensheid, het aantal 60-plussers hoger is dan
het aantal 15-minners.
Het goede nieuws is dat
steeds meer ontwikkelingslanden een staatspensioen kennen. 86 midden- en
lage-inkomenslanden hebben een soort AOW. En waar wij in Nederland ook een
volwassen tweede pijler hebben – via de pensioenpremies die werknemers en
werkgevers afdragen –wordt die fase in de meeste ontwikkelingslanden
overgeslagen omdat de economieën aldaar veel minder formeel zijn dan in de
traditionele industrielanden. Dus komt meteen de derde pijler van een
pensioensysteem in beeld: spaar of verzekeringsregelingen die particulieren
zelf treffen, al dan niet in collectief verband.
Hoe zien de regelingen eruit?
Het antwoord ligt, voorlopig in micropensioenen. Veel minder bekend dan
microkredieten, Maar als het aan Jan Nijssen van adviesbureau Monrae ligt,
gaan we er nog veel van horen Hij doet een proef met micropensioenen in India
waarbij mensen hun AOW verdubbelen.
In het meerjarige Indiase
proefproject met micropensioenen, legt een deelnemer straks 100 roepies,
ongeveer 1,50 euro) per maand in. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd – en die ligt in India, vanwege de slechtere arbeidsomstandigheden en
de lagere levensverwachting – komt er een aanvullend pensioen vrij van rond de
10 euro per maand. Een verdubbeling van het staatspensioen.
Het volledige artikel van
Christoph Schmidt in: Trouw, 21 januari 2012.

MINDER PENSIOEN VOOR
MILJOENEN NEDERLANDERS
Korting vanaf 2013 tenzij
de dekkingsgraad flink omhoog gaat.
Van grote invloed zijn: De
rekenrente, het pensioenakkoord en de politiek.
De precieze hoogte van de
kortingen worden begin februari vastgesteld. Dan moet ook De Nederlandsche Bank
(DNB) nog akkoord gaan. De korting wordt dan in april 2013 doorgevoerd. Als de
pensioenfondsen zich tussentijds herstellen, zouden de maatregelen afgeblazen
kunnen worden.
Pensioenfondsen vakbonden en
ouderenorganisaties lobbyen al geruime tijd voor een gemiddelde rekenrente. DNB
en het ministerie van sociale zake zien dat niet zitten omdat in 2007 juist besloten
werd de vaste rekenrente af te schaffen en de marktrente te gebruiken.
Op het ministerie van Kamp
wordt hard gewerkt om het pensioenakkoord vanaf maart politiek te kunnen
vertalen. Dan moeten de onderzoeken klaar zijn die laten zien hoe er met oude
rechten kan worden omgegaan en hoe alle maatregelen doorwerken. Om dan als een haas
het pensioenakkoord in de Tweede en Eerste Kamer te bespreken. Daarbij moet Kamp
nog wel een andere vertragende factor in de gaten houden. Als het de vakbeweging
niet snel lukt zich bij elkaar te rapen, zijn ze een zwakke gesprekspartner
over de invulling van het akkoord.
De VVD,PvdA, CDA en de
ChristenUnie willen afspraken maken voor de lange termijn. D66 en GroenLinks
zien weinig in het pensioenakkoord omdat daarin volgens hen nog altijd de
jongeren de dupe worden.
Het volledige artikel van
Karen Zandbergen in Trouw, 20 januari 2012

ZIT JE IN FONDS MET VEEL
JONGE MANNEN, DAN LEVER JE MEER IN
Het pensioenfonds PMT
heeft pech, constateert directeur Guus Wouters. Het mag zijn korting op de
pensioenen van (oud) werknemers niet over twee jaar uitsmeren.
‘Ons bestand bestaat voor een
groter deel uit jonge mannen. Juist bij mannen is de levensverwachting de
afgelopen jaren sterk gestegen. Vrouwen hadden al een hogere levensverwachting.
Dat kostte ons 13 procentpunten van de dekkingsgraad. Bij andere fondsen lag
het percentage tussen de 6 en 10 procent.
Het volledige artikel van
Frank van Alphen in; de Volkskrant, 20 januari 2012

Opinies uit de media
DESASTREUZE GEVOLGEN VOOR
PENSIOENEN
Ik heb met enige verbazing
kennisgenomen van de reactie van Boelaars c.s. (de Volkskrant, O&D 13
januari) op mijn recent stuk (de Volkskrant, O&D, 10 janarie). Zij valt op
door haar emotionele en tendentieuze toon. Ongeveer tien keer vallen de
woorden fraude, diefstal, lobby, aansmeren, rendement in eigen zak steken, etc.
Het stuk heeft een hoog demagogisch gehalte. Maar, en dat is ernstiger, er
staat geen enkel valide argument in. Ik kan er ook weinig logica in ontdekken.
Het enige wat ik beweerd heb
is dat de dekkingsgraad via de DNB-methode op een onrealistische manier wordt
berekend met desastreuze gevolgen voor gepensioneerden, nog actieven, het Nederlandse
pensioenstelsel en het Nederlandse arbeidsklimaat.
Laat ik het simpel houden.
Een bedrijf moet over een jaar 1.000 euro uitkeren, en weet op grond van
jarenlange evaring dat het een rendement haalt van 6 procent. Moet dat bedrijf
de toekomstige verplichting dan op 40 euro waarderen, of via een vrij arbitrair
opgelegde rentevoet van 2 procent op 980 euro Mij lijkt dan 6 procent
realistisch.
DNB heeft in haar recente
november-rapport over de rendementen bij de pensioenfondsen de afgelopen tien
jaar gemeld dat het gemiddelde rendement 4,8 procent was. Wat is dan de
betekenis van 2,7 procent als uitgangspunt over de komende vijftig jaar?
Van de term ‘verwacht
rendement’ gaat in de recente discussie de insinuerende suggestie uit dat die
bepaald wordt door vinger inde wind te houden, en zich ‘rijk rekenen’. Wanneer
dat gebeurt is er inderdaad alle kans dat veel te hoge rendementen worden
ingeschat. Gebeurt dit met opzet, dan is de beer los en kan er inderdaad zelfs
van fraude sprake zijn. Hier moet tegen worden gewaakt en dat kan ook. Dat is
echter geenszins wat ik bepleit.
Uit mijn artikel valt af te
leiden dat de basis de rendementshistorie van het fonds moet zijn over een
periode van tien jaar of meer. Bovendien wijs ik nog op het belang van een
risicomarge om fluctuaties op te vangen en wijs ik erop dat bedrijven met hoog
rendement vaak meer risico lopen in hun beleggingen. Daarom zou ik ook de
rekenrente voor elk fonds apart willen vaststellen op basis van zijn eigen
rendementshistorie.
De risicovrije rente waarover
de auteurs reppen is een erg onduidelijk begrip. Tot voor kort kon men nog
denken dat het de opbrengst van staatspapier was. Maar bij de recente
afwaarderingen van valuta, de inflatieverschillen tussen landen, de
renteverschillen op staatspapier en de majeure politieke beïnvloeding door de
ECB en de Fed, lijkt mij de risicovrije rente geen juiste basis om
verplichtingen die zich uitstrekken over vijftig jaar te waarderen.
Sterker nog, er is nauwelijks
risicicovrij beleggingsmateriaal meer over. Wel is duidelijk dat de absurde
manier van dekkingsgraadberekening zal leiden tot massale afstempeling,
premieverhoging en het uitblijven van indexaties. Bovendien zal er grote schade
mee worden aangericht aan het Nederlandse arbeidsklimaat, waarvan een duurzaam
vertrouwen tussen werkgever en werknemer de basis vormde.
Bernard van Praag, emeritus
hoogleraar economie, in: Opinie & Debat, de Volkskrant, 17 januari 2012.

ABP KREUNT ONDER LAST VAN
VERLEDEN
Vandaag maken de meeste
pensioenfondsen nieuwe dekkingsgraden bekend. Die zijn ongetwijfeld zeer
slecht. Werkenden en gepensioneerden krijgen nu deels de rekening gepresenteerd
voor politiek opportunisme in de jaren tachtig.
Nu de pensioenfondsen zwaar
in de problemen zitten, zoekt iedereen naar een zondebok. De fondsbesturen
menen die gevonden te hebben in de ‘onrealistisch’ lage rekenrente waarmee zij
hun verplichtingen moeten berekenen. De politiek wijt de malheur aan de snel
gestegen levensverwachting en aan amateurisme bij pensioenfondsbesturen. Anderen
klagen over ‘grepen in de kas’ die bedrijven en overheid in de jaren tachtig en
negentig bij pensioenfondsen pleegden. Het bekendste slachtoffer is het ABP,
het grootste pensioenfonds van Nederland.
Nu ook het ABP mogelijk moet
korten op de pensioenen, worden oude wonden opengereten. De overheid heeft de
ABP-kas ‘leeggeroofd’ en ‘geplunderd’, is de teneur van de vele klachten die de
Volkskrant hierover bereiken. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP)
wil namens gedupeerde ABP’ers een collectieve rechtszaak beginnen om de
‘geroofde’ pensioenrechten bij de overheid op te eisen. Aanklacht:
achtereenvolgende kabinetten hebben in de jaren tachtig en negentig uit de ruif
van het ABP gesnoept om hun begrotingstekorten te dekken.
Tot de jaren tachtig ervaren
ABP-deelnemers hun relatief machteloze positie niet als een groot nadeel. De
uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid en de ambtenaren-vut-regelingen zijn
rianter dan die van werknemers in het bedrijfsleven. Het ABP heeft als enig
pensioenfonds een onvoorwaardelijke indexatieplicht. Ambtenaren krijgen dus een
keiharde garantie op een welvaartsvast, inflatiebestendig pensioen.
Maar dan gaat de nieuwe
regering in 1982 dus bezuinigen. Het kabinet stelt voor de werkgeversafdrachten
aan het ABP te verlagen. De Tweede Kamer stemt daarmee in omdat het ABP op dat
moment meer dan genoeg geld in kas heeft. Bovendien bezuinigt de Kamer liever
op het ABP dan op zaken die kiezers direct raken zoals WW-uitkeringen.
De ABP-wet verplicht de
overheid 21 procent pensioenpremie per jaar in de pensioenpot te stoppen.
Vanaf 1982 tot en met 1988 verlaagt de Tweede Kamer via tijdelijk
‘Uitnamewetten’ acht jaar op rij de rijksbijdrage aan het ABP van 21 procent
naar 8,3 procent. De pensioenen blijven op hetzelfde niveau, evenals de
vut-uitkeringen, waardoor de dekkingsgraad van het ABP langzamerhand
verslechterd.
Het opportunisme van het
kabinet en de Tweede Kamer lokt van begin af aan protesten uit van de
ambtenarenvakbonden. Ook de Raad van State maakt meermalen bezwaar. Daarom werd
aangedrongen op privatisering van het ABP want dan konden ambtenaren tenminste
zelf over hun pensioen beslissen.
Tot ver in de jaren negentig
betalen overheid en ambtenaren geen kostendekkende pensioenpremies. Daarin is
het ABP overigens niet uniek. De beleggingswinsten op de beurzen compenseren
bij de meeste pensioenfondsen de veel te lage pensioenpremies.Tal van bedrijven
romen de vermogenswinsten van hun pensioenfondsen af om daarmee hun
kwartaalcijfers op te poetsen. De vakbonden knijpen een oogje toe in ruil voor
extra loonsverhogingen. Het is CDA-minister Ruding van Financiën een doorn in
het oog dat nogal wat bedrijven hun pensioenfonds misbruiken om
vennootschapsbelasting te ontlopen. Door de kassen van hun pensioenfondsen te
spekken drukken bedrijven hun boekhoudkundige winst en dus hun
belastingaanslag. Ruding wil daarom de vermogens van de pensioenfondsen met een
dekkingsgraad van 120 procent of hoger afromen ten behoeve van de schatkist. In
die tijd vond men zo’n hoge dekkingsgraad nog excessief; 104 procent werd als
meer dan voldoende beschouwd.
De Wet Brede Herwaardering is
nooit ingevoerd, maar bleef tot 2006 boven de masrkt hangen. Toen was de schade
al aangericht. In het vooruitzicht dat ze een ‘teveel’ aan vermogen toch maar
aan de schatkist moesten afstaan, probeerden pensioenfondsen krampachtig onder
de 120-procentsdrfempel te blijven. Stegen de dekkingsgraad tot grotere hoogte,
dan spraken werkgevers en bonden af de premies te verlagen in ruil voor extra
loon. De superrendementen van de gloriejaren op de beurs zijn dus niet gebruikt
om extra pensioenreserve op te bouwen. Ze zijn als premieverlagingen destijds
direct uitgedeeld aan werkenden en werkgevers.
De huidige en toekomstige
generaties werkenden en gepensioneerden draaien op voor het potverteren van hun
voorgangers.
Het volledige artikel van
Yvonne Hofs in: de Volkskrant, 19 januari 2012.

Brieven uit de media
PENSIOEN IS PIRAMIDESPEL
Menno Tamminga heeft gelijk.
Als je alle pensioenrechten onzeker maakt, kun je ze waarderen met een hogere
rekenrente ( Opinie & Debat, 14 januari NRC Handelsblad).
De dekkingsgraden van de
fondsen schieten omhoog. Pensioenen van huidige gepensioneerden hoeven niet te
worden gekort. Er vindt compensatie plaats voor de inflatie. Is dit geen mooie
paradox?
Juist door het accepteren van
onzekerheid wordt het pensioen zeker gesteld, maar het risico neemt toe
naarmate het moment van uitkering verder in de toekomst ligt. Dit is de clou
van het pensioenakkoord. Jongeren die vrijwillig aan dit piramidespel meedoen,
zijn niet wijs.
Roland Van Gaalen, actuaris,
Amsterdam, in: Brieven, NRC Handelsblad, 17 januari 2012.

DEZE 65-JARIG DRAAGT HAAR
OUDE BROEK WEL AF
Pensioenen gaan omlaag, in
Rotterdam wordt het gratis reizen voor ouderen afgeschaft. Er is geen prijscompensatie
en de gezondheidszorg wordt duurder. Je bent verplicht pensioen
te betalen, anders wordt je
niet aangenomen en heb je geen inkomen. Maar wie altijd trouw betaald heeft
wordt nu gekort. Banken krijgen steun en wachtgelden worden gewoon uitbetaald.
Hoge bonussen zijn aan de orde van de dag en er is wel geld om het ‘suffe’
politie-uniform te vervangen. Ik als 65 jarige moet mijn oude broek afdragen.
Ik had liever de kans gehad zelf voor mijn pensioen te sparen. Dan had ik dit
stukje niet hoeven te schrijven. Waar zijn trouwens de miljarden gebleven die
de overheid uit de pensioenkassen heeft gehaald?
Mv. V.d Blink, Hoogvliet in:
Brieven , AD Utrechts Nieuwsblad, 21 januari 2012.

TEKORTEN ‘ARM’ EUROPA
ZULLEN ONS NEKKEN
‘Aanpassen rekenmethode maakt
korting op pensioen overbodig’(AD20-1). Miljoenen Nederlanders kunnen in 2013
een verlaging van hun pensioen tegemoet zien. En waarom?
Omdat minister Kamp vindt dat
het niet anders kan De laatste 10 jaar is er ondanks de crisis een gemiddeld
rendement behaald van 4,8 procent. Nu wil de minister dat er wordt gerekend met
2,4 procent. Zo wordt de werkende burger gedwongen om tot zijn of haar 67ste door te werken. We moeten wel de rest van het ‘arme’ Europa ondersteunen.
Landen waar men jaren heeft geprofiteerd. Er zijn 27 landen lid van de Eu. Met
en beetje geluk houdt je 8 landen over zonder financiële problemen. Maar die
krijgen ze nog. Dankzij de tekorten van de rest.
A de Waele, Koewacht, in
Brieven, AD Utrechts Nieuwsblad, 21 januari 2012.

DRUK DE KOSTEN EN VOEG
PENSIOENEN SAMEN
In het AD van 19 januari
staat dat de pensioenen in de metaal mogelijk met 6 tot 7 procent gekort zullen
worden omdat de dekkingsgraad niet meer voldoet aan de norm van minimaal 105
procent.
Ook het ABP geeft signalen dat
er in de pensioenen moet worden ingegrepen. Alle deelnemers hebben jarenlang
betaald in het vertrouwen dat zij later van een goed pensioen zouden kunnen
genieten. Niets blijkt minder waar. Dit is mede een gevolg van de
kredietcrisis. Maar ons land telt ook rond de 375 pensioenfondsen. Door
samenvoeging van een groot aantal van die fondsen kan men de kosten enorm
terugdringen. Denk ook aan vrijwillige inzet van gepensioneerden voor
adviserende en uitvoerende werkzaamheden. Hier ligt een taak voor De NederlandscheBank.
Want al we zo doorgaan, blijft er van een fatsoenlijk pensioen niet veel mee
over.
C.M. van den Acker, Berkel en
Rodenrijs in: Brieven, AD Utrechts Nieuwsblad, 21 januari 2012.

ALLES OM EUROPA MAAR
TEVREDEN TE HOUDEN
Steeds weer horen we een
glimlachende minister Kamp premier Rutten en president van De Nederlandsche
Bank Klaas Knot vertellen dat korting op de pensioenen onvermijdelijk is.
Steeds meer horen we jongeren vertellen dat die rijke babyboomers niet
moeten zeuren en dat de jeugd niet de rekening wil betalen. Maar de jeugd kan
nog veel zelf regelen. Dit land is rijk, ook dank zij de harde werkers uit het
verleden. Die moeten zich onderhand schuldig gaan voelen om ouder te worden.
Niet alle gepensioneerden hebben hun huis afbetaald of zijn aan het golven. De
meeste zijn blij dat ze alle kosten kunnen betalen. Miljarden gaan er naar
failliete landen en er is door de overheid gigantisch uit de pensioenpot
geplukt. Hoe durven politici en bestuurders dan te stelen van de ouderen?
Regeren is vooruit zien, maar dat is kennelijk nooit gelukt. En nu weet
plotseling iedereen wat er in de toekomst gaat gebeuren. Het maakt de hoge heren
niets uit. Belangrijker is kennelijk wat Europa vindt en dat de ambtenaren daar
geld blijven verdienen.
K. van den Berg, Rotterdam,
in: Brieven, AD Utrechts Nieuwsblad, 21 januari 2012.

|