De werkgever kan in overleg met de ondernemingsraad, indien en voorzover Artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden dit voorschrijft, wijziging aanbrengen in de geldende arbeidstijden en de wijze van effectueren van de arbeidstijdsverkorting. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad zal dit geschieden in overleg met de werknemers.
Hierbij geldt dat de arbeidstijdverkorting dient te worden geëffectueerd binnen een periode van ten hoogste zes weken, waarbij elke wijze van effectueren, van ATV per dag tot roostervrije dagen, inclusief mengvormen daarvan, mogelijk is.
In afwijking van het bepaalde in artikel lid 1 heeft de werkgever de mogelijkheid ten aanzien van een werknemer in de salarisschalen VIII of IX met een leidinggevende, danwel sterk persoons- of taakgebonden functie de arbeidstijdverkorting binnen een periode van ten hoogste 3 maanden te effectueren. Indien roostervrije dagen naar het oordeel van de werkgever niet door de werknemer konden worden opgenomen in het jaar waarin zij zijn verworven, is de werknemer gerechtigd maximaal 6 niet-opgenomen roostervrije dagen over te boeken naar het volgende kalenderjaar. Indien de overgeboekte dagen niet in dat kalenderjaar worden opgenomen, zijn zij vervallen.
De geldende bedrijfstijd zal in principe worden gehandhaafd.
De arbeidstijdverkorting geldt in principe zowel voor werknemers in volledige als in gedeeltelijke dienst, tenzij op grond van individuele omstandigheden door de werkgever met de werknemer in gedeeltelijke dienst anders is/wordt overeengekomen. Het hier gestelde geldt eveneens als bevestiging voor die ondernemingen die reeds in deze geest hebben gehandeld.
Indien en voorzover de arbeidstijdverkorting geheel of gedeeltelijk in de vorm van hele of halve roostervrije dagen wordt geëffectueerd, geldt daarbij het volgende.
Een roostervrije dag is een van te voren door de werkgever via een rooster vastgestelde dag waarop door de werknemer geen arbeid behoeft te worden verricht en geen recht bestaat op doorbetaling van het salaris.
In verband met het feit dat voor de werknemers de normale wekelijkse arbeidsduur van 36 uur gerekend over een periode van 6 opeenvolgende weken gemiddeld gehandhaafd blijft, wordt voor de sociale verzekeringswetgeving voor een werknemer in volledige dienst uitgegaan van 261 dagen van 7, 2 uur voor de berekening van het dagloon.
Het CAO uurloon is vastgesteld op 12 maal het maandsalaris, c.q. 13 maal het periodesalaris gedeeld door 1872 (52 × 36 uur).
Een werknemer in volledige dienst heeft gerekend over een periode van 12 aaneengesloten maanden recht op een arbeidstijdverkorting van 208 uren (10% van 52 × 40), hetgeen overeenkomt met ten hoogste 26 roostervrije dagen van 8 uur.
Een werknemer in volledige dienst heeft gerekend over een periode van 12 aaneengesloten maanden recht op een basis-vakantie van 23 maal 7, 2 uur is 165, 6 uur vakantie. Aan de ondernemingen die roostervrije dagen invoeren, wordt geadviseerd over te gaan tot de registratie van vakantierechten in uren.
Indien arbeidstijdverkorting in de vorm van roostervrije dagen wordt toegepast, geldt een overwerktoeslag indien een dagelijkse arbeidsduur van 8 uur of een wekelijkse arbeidsduur van 40 uur wordt overschreden, behoudens in het geval van variabele arbeidstijden.
Indien in een bepaalde week een arbeidsduur geldt van 32 uur (roostervrije dag), dient overwerk tot 40 uur in vrije tijd gecompenseerd te worden, zo mogelijk op te nemen binnen een periode van een maand.
1. Het rooster wordt door de werkgever vastgesteld met inachtneming van het gestelde in de Wet op de Ondernemingsraden (bij wijziging van een werktijdenregeling is instemming OR vereist conform art. 27 WOR).
2. In verband met het principe van de handhaving van de bedrijfstijd ligt het voor de hand de roostervrije (halve) dagen zoveel mogelijk over de werkweek te verspreiden, waarbij het aanbeveling verdient zoveel mogelijk te werken met roulerende schema's.
3. Roostervrije dagen kunnen niet samen vallen met feestdagen in de zin van de CAO.
4. Indien een roostervrije (halve) dag samenvalt met een ziektedag of buitengewoon verlof vervalt de roostervrije dag zonder dat daar een vervangende dag tegenover wordt gesteld.
Het is de werkgever toegestaan om na overleg met de ondernemingsraad ten hoogste 3 hele respectievelijk 6 halve roostervrije dagen, al dan niet op collectieve basis, aan te wijzen.
De werkgever is gerechtigd in overleg met de werknemer maximaal 2 roostervrije dagen per jaar aan te wijzen voor scholing/opleiding van de werknemer, indien de kosten van de scholing/opleiding volledig door de werkgever worden gedragen en er geen terugbetalingsclausule van toepassing is.