Het gestelde in dit onderdeel is van toepassing op werkgevers in de zin van deze CAO, alsmede op werkgevers die zich krachtens een overeenkomst met de vakorganisties verplicht hebben deze CAO toe te passen op de in dienst zijnde werknemers, met betrekking tot afvloeiingsregelingen die zijn ingegaan op 1 juli 1994 of later.
In geval van ontslag als gevolg van de tenuitvoerlegging van een besluit zoals bedoeld in art. 4A lid 3 van de CAO kan de werknemer met wie de dienstbetrekking wordt beëindigd aanspraak maken op de volgende voorzieningen:
De werknemer die wordt ontslagen en daarna een uitkering geniet krachtens de werkloosheidswet, komt gedurende een bepaalde periode in aanmerking voor een bruto aanvulling op de wettelijke uitkering.
De aanvulling wordt vastgesteld op een zodanig bruto bedrag dat de som van de bruto werkloosheidsuitkering inclusief vakantietoeslag en de bruto aanvulling gelijk is aan 80% van het laatstverdiende bruto salaris, inclusief vakantietoeslag.
Het bruto aanvullingsbedrag wordt eenmalig, op het moment van ontslag vastgesteld en blijft gedurende de van toepassing zijnde aanvullingsperiode ongewijzigd.
De bruto aanvulling wordt uitgekeerd onder aftrek van de op dergelijke betalingen van toepassing zijnde wettelijke inhoudingen.
De aanvulling wordt uitgekeerd gedurende de onderstaande periode:
| tot 30 jaar | 6 | maanden |
| 30 t/m 34 jaar | 9 | maanden |
| 35 t/m 39 jaar | 12 | maanden |
| 40 t/m 44 jaar | 18 | maanden |
| 45 t/m 49 jaar | 21 | maanden |
| 50 t/m 54 jaar | 30 | maanden |
| 55 en 56 jaar | 36 | maanden |
De werknemer, die op het moment van ontslag niet ouder is dan 56 jaar en tien jaar of langer in dienst is van de werkgever, ontvangt in afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit Artikel van de werkgever deze aanvulling gedurende de periode waarin recht bestaat op de loongerelateerde werkloosheidsuitkering.
Bij de vaststelling van de leeftijdscategorie geldt de leeftijd van de werknemer op het moment van ontslag.
De aanvullingsperiode vangt aan op de eerste dag na het beëindigen van de dienstbetrekking en eindigt na het verstrijken van de hierboven genoemde periode of zoveel eerder als de loongerelateerde werkloosheidsuitkering wordt gestaakt.
Werknemers van 57 jaar en ouder die wegens reorganisatie in aanmerking komen voor een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, ontvangen van de (ex) werkgever de aanvulling tot aan de de VUT-gerechtigde leeftijd. Vanaf de VUT-gerechtigde leeftijd bestaat de mogelijkheid vervroegd uit te treden. Indien vervroegde uittreding niet mogelijk is op grond van het niet voldoen aan het zgn. 10-dienstjaren criterium behoudt de (ex) werknemer recht op de deze aanvulling tot aan het moment dat hij/zij VUT-gerechtigd wordt dan wel de 65jarige leeftijd bereikt.
Werknemers van 57 jaar en ouder die niet vóór het einde van de periode van loongerelateerde uitkering gebruik kunnen maken van de mogelijkheid vervroegd uit te treden, hebben aanspraak op een kapitaalsuitkering..
De hoogte van deze bruto kapitaalsuitkering is gelijk aan de contante
waarde
van het bruto bedrag behorende bij 80% van het laatstgenoten bruto salaris
inclusief vakantietoeslag verminderd met het bruto minimumloon inclusief
vakantietoeslag, berekend over de maanden waarop de werknemer krachtens de
Werkloosheidswet recht heeft op een aan het minimumloon g
erelateerde uitkering.
Indien aantoonbaar kan worden vastgesteld dat werknemer een
twee-verdiener is, is de hoogte van de bruto kapitaalsuitkering gelijk aan de
contante waarde van het bruto bedrag behorende bij 80% van het laatstgenoten bruto
salaris
inclusief vakantietoeslag verminderd met de bruto vervolguitkering
ingevolge
de Werkloosheidswet.
Indien de werknemer een alleenstaande ouder is die recht heeft op kinderbijslag
voor een kind jonger dan 18 jaar, dan is de hoogte van de bruto
kapitaalsuitkering gelijk aan de contante waarde van het brutobedrag behorende bij 80%
van
het laatstgenoten bruto salaris inclusief vakantiegeld verminderd met een
bedrag gelijk aan 90% van het bruto minimumloon.
De contante waardeberekening geschiedt op basis van een rekenrente van 4% cumulatief, gedurende de periode van de loongerelateerde werkloosheidsuitkering.
De bruto kapitaalsuitkering wordt uitbetaald onder aftrek van de op dergelijke betalingen van toepassing zijnde wettelijke inhoudingen.
De door de werkgever in acht te nemen mimimum opzegtermijn bedraagt voor werknemers van 30 tot 45 jaar 2 maanden, en voor werknemers van 45 jaar en ouder 3 maanden
Indien de werknemer in aanmerking komt voor een pensioenbijdrage krachtens de Wet Fonds Voorheffing Pensioenverzekering zal deelname aan de pensioenregeling op basis van de pensioengrondslag bij het einde van het dienstverband onder geldende voorwaarden worden voortgezet zolang recht bestaat op de bijdrage uit het Fonds.
NB. Partijen bevelen aan om, in geval de ex-werknemers in aanmerking kunnen komen voor een pensioenbijdrage krachtens de Wet Fonds Voorheffing Pensioenverzekering, daarvan gebruik te maken. Tevens bevelen partijen aan om, indien daarvan gebruik wordt gemaakt, de daardoor ontstane premiebesparing aan te wenden ten gunste van betrokken ex-werknemers.
Indien en voorzover de werknemer niet in aanmerking komt voor een
pensioenbijdrage krachtens de Wet Voorheffing Pensioenverzekering zal deelname aan
de pensioenregeling op basis van de pensioengrondslag bij het einde van
het dienstverband onder de geldende voorwaarden worden voortgezet, met dien
verstande dat:
voor werknemers jonger dan 57 jaar de voortzetting slechts plaatsvindt
gedurende de aanvullingsperiode zoals vermeld in art. 2 van deze bijlage
voor de werknemers van 57 jaar en ouder de voortzetting zal plaatsvinden
tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Voortzetting van deelname aan de pensioenregeling door werknemers die op of na de 57-jarige leeftijd werkloos zijn geworden ingevolge een reorganisatie krachtens Artikel 4A van de CAO en die aansluitend vervroegd uittreden, geschiedt gedurende de WW- en VUT-periode als ware het dienstverband niet geëindigd.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid bestaat de mogelijkheid de deelneming gedurende de WW- en VUT-periode voort te zetten op basis van de pensieongrondslag bij het einde van het dienstverband tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd mits de pensioengrondslag wordt geïndexeerd.
De werknemer die op het moment van ontslag niet verplicht was verzekerd krachtens de Ziekenfondswet kan gedurende de aanvullingsperiode zoals vermeld in Artikel 2 van deze bijlage, aan de ziektekostenverzekering die op hem van toepassing was blijven deelnemen. Gedurende die periode komt hij in aanmerking voor de gebruikelijke compensatie in de premie van de zijde van de werkgever.
Wanneer de werknemer, aan wie door de werkgever is meegedeeld dat zijn
arbeidsplaats zal vervallen een andere werkkring buiten de onderneming c.q. het
concern
vindt en het dienstverband met de werkgever wenst te beëindigen, heeft
hij recht op:
de helft van het salaris over de opzegtermijn die de werkgever ten
opzichte van
hem in acht zou moeten nemen,
of indien de werknemer reeds door de werkgever is opgezegd:
de helft van het salaris over de resterende opzegtermijn.
De werknemer die wegens het vervallen van zijn functie buiten het bedrijf c.q. concern een werkkring aanvaardt tegen een lager salaris, komt voorzover hiervoor geen wettelijke voorzieningen bestaan gedurende de periode als genoemd in Artikel 2 van deze bijlage in aanmerking voor een aanvulling tot het laatst verdiende bruto salaris, echter tot ten hoogste het bedrag aan bruto aanvullingen dat de werknemer zou hebben ontvangen indien Artikel 1 van deze bijlage op hem van toepassing zou zijn. Deze uitkering is slechts verschuldigd indien tijdig deugdelijke loonspecificaties worden overlegd.