A 2.3.a.
01-01-1998
2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE: Verslaglegging en Kencijfers
Ten behoeve van het opstellen van de kencijfers, het jaarverslag Centrale
Ondernemingsraad en de gegevensverstrekking volgens art. 31a WOR dienen
periodiek (per half jaar en/of per jaar) de nodige gegevens door de directies van de werkmaatschappijen te worden ingeleverd bij Reed Elsevier Nederland B.V. te Amsterdam volgens het hierna volgend model.
KENCIJFERS PERSONEELS- EN ARBEIDSZAKEN
INVULINSTRUCTIE
RAPPORTAGESET KENCIJFERS PERSONEELS-
EN ARBEIDSZAKEN
Toelichting bij vragen per rubriek
1. Bestand factor arbeid:
1.1 Definitie werknemer:
Op basis van arbeidsovereenkomst; alle werknemers met hetzij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde, hetzij voor bepaalde tijd met de rapporterende maatschappij. Hieronder dienen eveneens te worden begrepen WAO-ers korter dan 2 jaar.
Gedetacheerd van derden; werknemers met een arbeidsovereenkomst met een andere Reed Elsevier maatschappij die gedetacheerd zijn bij de rapporterende maatschappij.
Uitgezonden naar derden; werknemers met een arbeidsovereenkomst met de rapporterende maatschappij maar uitgezonden naar een andere Reed Elsevier maatschappij.
Het gemiddelde per rapportageperiode wordt als volgt berekend: de maandgemiddelden worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal maanden in de rapportageperiode.
Het maandgemiddelde wordt als volgt berekend:
(Eindstand van vorige maand + eindstand van lopende maand) : 2.
equivalenten (FTE’s) als in koppen.
Full-time equivalent:
Uitgangspunt voor de berekening is dat een werknemer die de voor een bedrijf geldende normale arbeidsduur volledig werkt (werkfactor: 100%) telt voor één (1) full-time equivalent.
Werknemers die in deeltijd werken, dus korter dan de geldende normale arbeidsduur, dienen meegeteld te worden naar rato van de door hun gewerkte tijd.
Voorbeeld: Bezetting in absolute aantallen (= koppen): 100
waarvan 75 man 100% werkt (1) = 75
20 man 60% werkt (0,6) = 12
5 man 50% werkt (0,5) = 2,5
koppen = 100; full-time equivalenten = 89,5
Toelichting: Bij relevante afwijkingen beknopte toelichting.
In deze rubriek worden de kosten opgegeven die tot en met de verslagdatum gemaakt zijn; alle kosten omgerekend naar de periode, ongeacht of de kosten ook in die periode worden gemaakt. Indien een kostenpost in feite anders wordt geëffectueerd dan hij was gereserveerd (bijv. winstdeling bleek 2,3% te zijn i.p.v. 2,2%), moet het verschil worden verantwoord in de periode van uitbetaling.
verantwoord.
2.7 Per maatschappij de kosten van gedetacheerd personeel die worden doorberekend op basis van werkelijk salaris verhoogd met sociale lasten. Het betreft dus niet doorberekening van geleverde dien- sten op basis van uurtarieven zoals interne accountantsdienst, automatisering, etc.
2.8 Idem.
2.10.1 De kosten van werving en selectie bij aanstelling behelzen alle kosten die gemaakt worden ter vervulling van een vacature, dus bijvoorbeeld advertentiekosten, kosten headhunters kosten psy-
chologisch onderzoek.
2.10.2 Onder opleidingskosten worden zowel de kosten van langere cursussen en opleidingen verstaan (zoals PD, MBA, grafische opleidingen) als de kosten van deelname aan één- of meerdaagse seminars, congressen, kosten van studies in het kader van een studiekosten regeling etc.
2.10.3 De onbelaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer.
2.10.4 De onbelaste vaste onkostenvergoedingen.
jubileum- en pensioneringsgratificaties en van belasting
vrijgestelde verstrekkingen.
2.12 De totale kosten die gemaakt zijn voor het laten verrichten van werkzaamheden door uitzendkrachten.
2.13 Uitkering ineens op grond van sociaal plan, plus kosten van
loonsuppletie of uitkeringssuppletie (ww) aan ex-werknemers, voortvloeiend uit de toepassing van een sociaal plan of een afvloeiingsregeling.
Hier dient onderscheid te worden gemaakt tussen drie soorten:
1. reservering voor uitkering/suppletie in toekomstige periode;
2. uitkering/suppletie waarvoor geen reservering in het verleden is gemaakt;
3. uitkering/suppletie waarvoor wel een reservering in het verleden is gemaakt.
U dient deze categorieën gesplitst op te geven en op de totaalstaat (blz.2) dient alleen het bedrag dat in de desbetreffende periode als kosten ten laste van de resultatenrekening komt, te worden weergegeven.
2.14 Suppletie door de werkgever op WAO-uitkeringen na meer dan 2 jaar WAO, voorzover die niet zijn opgegeven bij 2.1 t/m 2.5.
Voor onderverdeling: zie 2.13.
2.15 Kosten van degenen die geen arbeidsovereenkomst hebben met het bedrijf, maar wel (veelal) persoonlijk arbeid verrichten, al dan niet in de uitoefening van een zelfstandig beroep, zoals correspondenten, medewerkers, dagbladagenten, rittenrijders, bezorgers. Hierbij dienen echter niet de incidentele kosten van bijvoorbeeld tuinonderhoud opgenomen te worden.
De cijfers op deze pagina moeten overeenstemmen met de cijfers op schedule 101 van het Year-end-pack.
4. Indicatoren voor personeelsmanagement
4.3 Totale kosten van opleidingen en trainingen = 2.10.2.
4.4 Verzuim wegens arbeidsongeschiktheid:
De gemiddelde verzuimduur is het aantal werkdagen dat verzuim wegens ziekte gemiddeld heeft geduurd in de rapporteringsperiode.
Formule:
totaal aantal verzuimdagen x 2
----------------------------------------------- = gvd
totaal ziekmeldingen + totaal hersteldmeldingen
De gemiddelde verzuimfrequentie is het aantal keren dat door de werknemers in de verslagperiode gemiddeld is verzuimd als gevolg van medisch bepaalde arbeidsongeschiktheid.
Formule:
totaal aantal ziekmeldingen
---------------------------- = gvf
gemiddelde bezetting
Gemiddelde bezetting (gb);
abs. aant. wn’s per ultimo rapporteringsperiode + abs aant. wn’s per ultimo vorige rapporteringsperiode
-------------------------------------------------- = gb
2
nemers als bedoeld onder 4.
31-12-19...
5.7 Idem als 5.1.
Hierna volgen nog in de papieren versie pagina's 8 t/m 15: de eigenlijke Kencijferrapportering, alsmede een begrippenlijst (pag. 16+17).
Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.
Terug naar de homepage van deze website.