A 2.4.c.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE Beroepsprocedure


A Procedure inzake beroep tegen vastgestelde functieniveaus in ondernemingen waar een op functieclassificatie gebaseerde salarisstructuur wordt inge- voerd.

-----------------------------------------------------------------------------

 

Functieniveaus kunnen bij invoering van een op functieclassificatie gebaseerde salarisstructuur op twee manieren worden vastgesteld:

 

Alle functies, dus zowel de omschreven en gegradeerde (referentiefuncties) als de afgeleid ingeschaalde (de gerefereerde) functies, worden in de zoge-naamde functierangschikkingslijst opgenomen. Deze functierangschikkingslijst heeft gedurende een van tevoren bepaalde tijd (meestal ca. 6 maanden) een voorlopig karakter. In deze periode kunnen bezwaren worden ingediend tegen zowel afgeleid ingeschaalde als gegradeerde functies, conform procedures zoals hieronder aangegeven. Eventuele salariële consequenties die hieruit voortvloeien hebben in principe terugwerkende kracht tot het moment van invoering van de salarisstructuur. Als deze periode is afgelopen wordt een definitieve functierangschikkingslijst opgesteld. Bezwaren tegen vastgestelde functieniveaus worden hierna behandeld als vermeld in "Procedure inzake beroep tegen vastgestelde functieniveaus in ondernemingen waar een op functieclassificatie gebaseerde salarisstructuur is ingevoerd".

 

Beroepsprocedure voor de gerefereerde functies

  1. Bezwaren tegen door afgeleide inschaling vastgestelde functieniveaus wor-den kenbaar gemaakt bij de chef en de afdeling P en O. Deze afdeling informeert de ORBA Begeleidingscommissie alsmede - indien aanwezig - de Indelingscommissie, omtrent het feit dat een bezwaar is ingediend. P en O bespreekt vervolgens aard en inhoud van het bezwaar met de indiener, voorzover nodig (en indien de indiener daarmee instemt) in het bijzijn van de chef.
    In deze bespreking kan het bezwaar nader worden geformuleerd en gepreci-seerd. P en O regelt een afspraak tussen de indiener, de organisatie-analist en (eventueel) de chef, indien:
    - de toelichting naar aanleiding van het bezwaar twijfel oproept ten
  2. aanzien van de juistheid van de afgeleide inschaling;
    of:
    - de indiener de afgeleide inschaling als onjuist of onbillijk blijft

    ervaren.

  3. De organisatie-analist bespreekt het bezwaar met de indiener, zo nodig (en indien de indiener daarmee instemt) in het bijzijn van de chef. In deze bespreking wordt ondermeer het functieniveau toegelicht tegen de achter-grond van de functieniveau-rangorde binnen de onderneming, alsmede van functieniveaus van relevante vergelijkbare functies van andere onder-nemingen binnen het concern. Blijft ook dan nog twijfel bestaan omtrent de juistheid van de afgeleide inschaling of wordt de afgeleide inschaling nog steeds als onjuist/onbillijk ervaren, dan zal de functie worden omschreven en het niveau daarvan worden bepaald conform de ORBA-methode van functie-waardering.
  4. P en O informeert de ORBA Begeleidingscommissie en - indien aanwezig - de Indelingscommissie omtrent het resultaat van deze beroepsgang.

Beroepsprocedure voor referentiefuncties

Zie "Procedure inzake beroep tegen vastgestelde functieniveaus in onder-nemingen waar een op functieclassificatie gebaseerde salarisstructuur is ingevoerd", vanaf punt 1.

 

  1. Procedure inzake beroep tegen vastgestelde functieniveaus in ondernemingen waar een op functieclassificatie gebaseerde salarisstructuur is ingevoerd.

-----------------------------------------------------------------------------

 

Functieniveaus kunnen op twee manieren worden vastgesteld:

 

Beroepsprocedure voor gegradeerde functies

  1. Bezwaren tegen het niveau van referentiefuncties worden schriftelijk kenbaar gemaakt bij de afdeling P en O. Een afschrift hiervan wordt door P en O aan de ORBA Begeleidingscommissie gezonden.
    P en O informeert de ORBA Begeleidingscommissie en - indien aanwezig - de indelingscommissie, tijdig over het resultaat van elk van de volgende stappen in deze procedure.
  2.  

  3. P en O regelt een afspraak met de indiener (dat is de medewerker die het beroep heeft aangetekend), de organisatie-analist en (eventueel) de chef. In deze bespreking wordt de functie-omschrijving tegen de achtergrond van het ORBA-profiel nogmaals kritisch doorgenomen; één en ander mede gerelateerd aan de functieniveau-rangorde binnen de onderneming alsmede aan relevante vergelijkbare functies van andere ondernemingen in het concern.

    Het resultaat van deze besprekingen kan zijn:

2.1.

  • het bezwaar is weggenomen;
    de organisatie-analist rapporteert dit schriftelijk aan P en O; deze informeert de ORBA Begeleidingscommissie;

2.2.

  • er is reden de functie-omschrijving te herzien (zie procedure voor functieonderzoek en functieniveaubepaling conform de ORBA-methode van functiewaardering" - kortweg: "ORBA-procedures"; fase 5); blijft ook hierna het bezwaar bestaan dan regelt de organisatie-analist een afspraak tussen de indiener en de contactfunctionaris van het Organisatiebureau van de AWVN (zie 3.);

2.3.

  • er is geen reden de functie-omschrijving te herzien en de indiener handhaaft zijn bezwaar; ook dan regelt de organisatie-analist een afspraak tussen de indiener en de contactfunctionaris (zie 3.).

3.

De contactfunctionaris van het Organisatiebureau van de AWVN neemt met de indiener in het bijzijn van de organisatie-analist de functie-omschrijving tegen de achtergrond van het ORBA-profiel nogmaals kritisch door. Resultaat van deze bespreking kan zijn:

3.1.

  • het bezwaar is weggenomen:
    de organisatie-analist rapporteert dit schriftelijk aan Personeels- zaken.

3.2.

  • er is reden de functie-omschrijving alsnog te herzien (zie "ORBA-procedure", fase 5);

3.3.

  • er is geen reden de functie-omschrijving te herzien en de indiener handhaaft zijn bezwaar: zie 4.

3.4.

  • De contactfunctionaris acht het bezwaar gegrond en herziet de gradering; de stafafdeling Sociaal Beleid rapporteert hierover schriftelijk aan de directie onder aangeven van de herinterpretatie van de betreffende (onderdelen van de) functie-omschrijving, alsmede de consequenties daarvan in de ORBA-score en het ORBA-profiel.
    Resultaat hiervan kan zijn:

3.4.1.

  • het bezwaar van de medewerker is hierdoor weggenomen, hetgeen de indiener kenbaar maakt bij P en O;

3.4.2.

  • het bezwaar van de medewerker is hierdoor niet weggenomen: zie 4.

4.1.

Indien de indiener lid is van een erkende vakorganisatie kan hij in de gevallen genoemd onder 3.2, 3.3 en 3.4.2 zijn vakorganisatie verzoeken het ontstane geschil met het Organisatiebureau van AWVN te bespreken.
De klacht wordt dan overeenkomstig daartoe bestaande afspraken behandeld door een ad hoc commissie, bestaande uit één of meer terzake deskundigen van de betrokken vakvereniging, (en) één of meer deskun-digen van de onderneming, respectievelijk van het Organisatie-bureau van het AWVN.

4.2.

Indien de indiener geen lid is van een erkende vakorganisatie kan hij in de gevallen 3.2, 3.3 en 3.4.2 de ORBA Begeleidingscommissie ver-zoeken te bemiddelen. De wijze waarop deze bemiddeling geschiedt is in het reglement van de betreffende ORBA Begeleidingscommissie vastgelegd.

Ook kan hij bezwaar voorleggen aan de Vaste Commissie, als bedoeld in de CAO (KNUB/NOTU; artikel 28 en bijlage XIII).

 

 

Bezwaar met betrekking tot gerefereerde functies

Bezwaren tegen afgeleid ingeschaalde functies (die ontstaan ná invoering van een op functiewaardering gebaseerde salarisstructuur) worden beschouwd als een verzoek tot omschrijven en graderen van deze functies conform ORBA.


Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

Terug naar de homepage van deze website.