S 2.5.c.2.1.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE ARAV Reed Elsevier Nederland Services B.V.


 

 

 

 

 

 

 

 

AANVULLENDE REGELING ARBEIDSVOORWAARDEN (ARAV) 

 

 

 

geldend vanaf 1 januari 1998 voor werknemers in dienst

van Reed Elsevier Nederland Services B.V.,

gevestigd te Amsterdam:

met uitzondering van de directieleden in dienst van deze

onderneming.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sociaal Beleid 13.01.98

 

INHOUD:

 

blz.

Artikel 1 Definities 4

Artikel 2 Aanvullende verplichtingen van de werkgever 4

Artikel 3 Aanvullende verplichtingen van de werknemer 5

Artikel 4 Aanstelling - ontslag - schorsing 5

Artikel 5 Militaire dienst 6

Artikel 6 Arbeidsduur 7

Artikel 7 Functieniveaubepaling, salarisschalen en salarisbeleid 7

Artikel 8 Promotie 11

Artikel 9 Overwerk 11

Artikel 10 Feestdagen 13

Artikel 11 Afwezigheid met behoud van salaris 13

Artikel 12 Vakantie 14

Artikel 13 Vakantietoeslag 15

Artikel 14 Ziektekostenverzekering 15

Artikel 15 Uitkering bij overlijden 16

Artikel 16 Studiekostenregeling 16

Artikel 17 Pensioenregeling 16

Artikel 18 Gratificatie 17

Artikel 19 Winstdelingsregeling Nederlandse Reed Elsevier-

ondernemingen 17

Artikel 19a Winstdelingsspaarregeling 17

Artikel 20 Premiespaarregeling 17

Artikel 21 Personeelsobligatielening 18

Artikel 22 Tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer 18

Artikel 23 Autokostenvergoeding 19

Artikel 24 Verhuiskostenregeling 19

Artikel 25 Aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering 20

Artikel 26 Ongevallenverzekering 21

Artikel 27 Overplaatsing 23

Artikel 28 Diversen 23

Artikel 29 Inwerkingtreding van de ARAV 24

 

Artikel 1. Definities (CAO artikel 1)

 

In aanvulling op, respectievelijk in afwijking van artikel 1 van de CAO worden in deze aanvullende regeling arbeidsvoorwaarden, hierna te noemen ARAV, verstaan onder:

 

. CAO : de CAO voor Reed Elsevier Nederland B.V. waarvan de inhoud gelijk is aan de inhoud van de vigerende CAO voor het Boekenuitgeverijbedrijf, laatstelijk overeengekomen van 1 juli 1996 tot en met 30 juni 1998.

. werkgever : Reed Elsevier Nederland Services B.V., gevestigd te Amsterdam;

. werknemer : de man of vrouw in dienst van werkgever, indien zijn of haar functie wordt gesalarieerd overeen-komstig de in bijlage A vermelde salarisschalen B t/m O;

. schaalsalaris : het salaris als geregeld in bijlage A;

. salaris : het maandsalaris vastgesteld overeenkomstig artikel 7 van de ARAV;

. bedrijf : alle gebouwen en terreinen behorende tot Reed Elsevier Nederland Services B.V.;

. vakantiedag : een vakantiedag is gelijk aan 7,6 uur bij een volledig dienstverband.

 

Artikel 2. Aanvullende verplichtingen van de werkgever (CAO artikel 3)

 

1. De werkgever gaat met iedere werknemer afzonderlijk een schriftelijke arbeidsovereenkomst aan, waarin de ARAV van toepassing wordt verklaard.

2. De werkgever zal zich, behoudens toestemming van de werknemer of een wettelijke verplichting, onthouden van het verstrekken aan derden van

persoonlijke gegevens betreffende de werknemer.

3. De werkgever is gehouden de ARAV te goeder trouw na te komen.

 

Artikel 3. Aanvullende verplichtingen van de werknemer (CAO artikel 6)

 

1. De werknemer is gehouden een arbeidsovereenkomst te ondertekenen waarin de ARAV van toepassing wordt verklaard.

2. De werknemer is gehouden tot naleving van de desbetreffende door of namens de werkgever gegeven aanwijzingen en voorschriften terzake van de orde en de veiligheid in het bedrijf.

 

Artikel 4. Aanstelling - ontslag - schorsing (CAO artikel 7)

 

A. In afwijking van het bepaalde in artikel 7 lid 4 sub a.1 van de CAO geldt:

 

voor werknemers voor onbepaalde tijd in dienst

door opzegging door de werkgever met een termijn van tenminste zoveel weken als de dienstbetrekking na de meerderjarigheid van de werknemer gehele jaren heeft geduurd tot een maximum van 13 weken; deze termijn wordt voor werknemers ouder dan 45 doch jonger dan 65 jaar verlengd voor elk vol jaar dienstverband na de 45e verjaardag met een week, voor welke verlenging eveneens een maximum geldt van 13 weken;

met dien verstande dat de opzegtermijn voor de werkgever tenminste 3 maanden bedraagt.

 

B. In afwijking van het bepaalde in artikel 7 lid 4 sub a.2 van de CAO geldt:

door opzegging door de werknemer met een termijn van tenminste zoveel weken als de dienstbetrekking na zijn meerderjarigheid tijdvakken van 2 gehele jaren heeft geduurd tot een maximum van 6 weken voor een werknemer ingedeeld in één van de salarisschalen B t/m J en 13 weken voor een werknemer ingedeeld in de salarisschalen K t/m O;

met dien verstande dat de termijn van opzegging voor de werknemer na de proeftijd tenminste 1 maand bedraagt indien zijn functie is ingedeeld in één van de salarisschalen B t/m J en tenminste twee maanden indien zijn functie is ingedeeld in salarisschalen K t/m O.

 

C. 1. In afwijking van de in A en B genoemde minimum opzegtermijnen kan bij schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer een langere opzegtermijn worden overeengekomen met een maximum van zes maanden.

2. In afwijking van de in A en B genoemde minimum opzegtermijnen geldt voor werknemers jonger dan achttien jaar en voor de werkgever een opzegtermijn van één maand indien de dienstbetrekking korter dan een jaar heeft geduurd op het moment van opzegging; de opzegtermijn voor de werkgever is echter zes weken indien de dienstbetrekking een jaar of langer heeft geduurd op het moment van opzegging.

 

D. De opzegging dient zodanig te geschieden, dat het einde van de dienst- betrekking samenvalt met het einde van de kalendermaand.

 

E. In aanvulling op het bepaalde in artikel 7 lid 8 van de CAO geldt:

Voor werknemers op wie de pensioenregeling overeenkomstig het Pensioenreglement 1992 van de Stichting Pensioenfonds Elsevier-Ondernemingen van toepassing is, eindigt de dienstbetrekking op de volgende wijze:

voor mannen en vrouwen van rechtswege op de laatste dag van de maand voorafgaande aan de maand waarin zij de 65-jarige leeftijd hebben bereikt, zonder dat hiertoe enige opzegging is vereist.

 

Artikel 5. Militaire dienst (CAO artikel 7)

 

In aanvulling op het bepaalde in artikel 7 lid 11 van de CAO geldt:

Gedurende de periode waarin sprake is van een sluimerend dienstverband houdt de werknemer aanspraak op de volgende emolumenten/arbeidsvoorwaarden:

a. de studiekostenregeling;

b. de personeelsobligatielening:

c. de pensioenregeling.

 

Artikel 6. Arbeidsduur (CAO artikel 8)

 

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 8A lid 3 van de CAO, geldt dat behoudens in geval van ploegendienst de normale dagelijkse werktijden

liggen tussen 7.30 en 18.15 uur, overeenkomstig de bepalingen van de regeling variabele werktijden.

2. Een werkdag is gelijk aan 7,6 uur bij een volledige dienstbetrekking.

3. De werknemer heeft bovendien recht op twaalfeneenhalve (12,5) roostervrije dagen per jaar, waarvan er één per maand wordt vastgesteld met uitzondering van de maanden juli en augustus. De overige tweeëneenhalve (2,5) roostervrije dagen kunnen door de werkgever, na overleg met de ondernemingsraad, als verplichte collectieve roostervrije dagen worden aangewezen.

 

Artikel 7. Functieniveaubepaling, salarisschalen en salarisbeleid

(CAO artikel 9)

 

Het gestelde in artikel 9 van de CAO in de leden 3 en 4 geldt onverkort.

Op grond van het in artikel 9 lid 8 van de CAO bepaalde gelden in afwijking van hetgeen in artikel 9 in de leden 1,2,5,6 en 7 van de CAO is geregeld onderstaande bepalingen:

 

1. functieniveaubepaling

a. De functieniveaurangorde wordt vastgesteld met behulp van de ORBA-methode van functiewaardering (ORBA).

b. Functies worden overeenkomstig hun niveau ingedeeld in functieniveau-

groepen. Dit zijn categorieën van min of meer gelijkwaardige functies. Aan elke functieniveaugroep is een salarisschaal gekoppeld.

c. Voor zover nodig wordt het niveau van functies bepaald door deze conform ORBA te omschrijven en te graderen. Het omschrijven van functies geschiedt in nauwe samenwerking met betrokken werknemers, zoals dat in ORBA is vastgelegd. Door werknemer(s) en werkgever voor akkoord getekende functieomschrijvingen zijn openbaar.

d. Indien van functies het niveau niet conform ORBA is vastgesteld, wordt dit door de werkgever - tegen de achtergrond van het niveau van andere functies in de onderneming - vastgesteld.

e. Werkgevers en werknemers kunnen bezwaar maken tegen met behulp van ORBA

vastgestelde functieniveaus. Werknemers kunnen tevens bezwaar maken tegen door de werkgever vastgestelde functieniveaus.

Deze bezwaren worden volgens daartoe ontwikkelde procedures behandeld.

f. Iedere werknemer heeft in principe recht op het overeenkomstig ORBA laten omschrijven en graderen van de door hem vervulde functie.

 

2. Functieniveau-verandering

a. Indien door functieniveaubepaling wordt vastgesteld dat het niveau van een functie in een hogere functieniveaugroep/salarisschaal thuishoort, zal de functie in de hogere schaal worden geplaatst en zal het salarisniveau van betrokken werknemer(s) dienovereenkomstig worden aangepast, tenzij de wijze waarop betrokken werknemer(s) de functie vervult resp. vervullen zich daartegen verzet. Deze aanpassing geschiedt met terugwerkende kracht tot het tijdstip dat de functieniveauverzwaring realiter plaatsvond.

b. Indien door functieniveaubepaling wordt vastgesteld dat het niveau van een functie in een lagere functieniveaugroep/salarisschaal thuishoort, zal de functie in de lagere schaal worden geplaatst. Werknemers die op het moment van het lager plaatsen de betreffende functie uitoefenen, zullen ook in de toekomst overeenkomstig de op dat moment voor hen geldende salarisschaal worden gesalariëerd.

 

3. Salarisschalen en salarisbeleid

a. Het salarissysteem en het salarisbeleid zijn openbaar, en wel in die zin dat de salarisschalen en de verdeling van de functies over de functieniveaugroepen/salarisschalen openbaar zijn.

b. Een salarisschaal bestaat in de regel uit een jeugdschaal, een aanloopschaal, een vakvolwassenschaal en een waaier. Jeugdschalen zijn van toepassing op werknemers beneden de 21 jaar.

Aanloopschalen zijn van toepassing op werknemers die ouder zijn dan 20 jaar, maar in het algemeen qua kennis en ervaring nog niet vakvolwassen zijn. Vakvolwassen schalen zijn van toepassing op het moment dat men de vakvolwassen leeftijd heeft bereikt, d.w.z. het moment waarop kan worden verwacht dat men de functie volledig zelfstandig kan uitoefenen.

Aan het eind van de schalen is als eventuele uitloopmogelijkheid een waaier toegevoegd, waardoor het mogelijk is de werknemer die al enige jaren aan het eind van de vakvolwassen schaal zit en niet naar een functie van een zwaarder niveau kan doorgroeien, in de toekomst nog één- of tweemaal een verhoging toe te kennen.

c. 1. In uitzonderingssituaties is het mogelijk, dat de werknemer overeenkomstig de aanloopschaal wordt gehonoreerd, terwijl hij deze qua werkelijke leeftijd nog niet heeft bereikt.

2. De werknemer, geplaatst in de aanloopschaal, wordt overeenkomstig een hogere schaaltrede gehonoreerd dan zijn leeftijd aangeeft indien de wijze van functie-uitoefening daartoe aanleiding geeft.

3. In uitzonderingssituaties is het mogelijk dat in de vakvolwassen schalen versneld periodieke verhogingen worden gegeven.

d. 1. De werknemer die in een jeugdschaal is ingedeeld ontvangt zes maanden

na de maand waarin hij een jaar ouder wordt (en zes maanden daarna) een periodieke verhoging overeenkomstig zijn salarisschaal, onverminderd hetgeen hieromtrent in de wet minimumloon/minimumvakantietoeslag wordt bepaald.

2. De werknemer die in de aanloopschaal of in de vakvolwassen schaal is ingedeeld ontvangt in het algemeen een periodieke verhoging overeenkomstig zijn salarisschaal met ingang van 1 juli zolang de werknemer het maximum aantal schaaltreden van de vakvolwassen schaal nog niet heeft bereikt.

3. Het niet toekennen van een periodieke verhoging kan slechts bij hoge uitzondering plaatsvinden en na tijdige schriftelijke mededeling aan betrokkene onder vermelding van de redenen.

4. In afwijking van het onder d.2. gestelde zal aan de werknemer die tussen 1 januari en 1 juli in dienst treedt de eerstvolgende periodieke verhoging worden toegekend uiterlijk op 1 januari daaropvolgend, tenzij bij aanstelling al rekening is gehouden met de juli-verhoging.

e. de hoogte van het individuele salaris wordt bepaald door het niveau van de functie, de in de functie opgedane ervaring en door de individuele prestaties.

 

 

De wijze waarop de functie wordt vervuld kan worden gehonoreerd met een elk jaar opnieuw vast te stellen prestatietoeslag, indien de individuele wijze van functievervulling boven gestelde (normale) eisen blijkt uit te gaan. De prestatietoeslag bedraagt maximaal 10% van het schaalsalaris, exclusief een eventuele persoonlijke toeslag.

 

Artikel 8. Promotie (CAO artikel 10)

 

In aansluiting op het bepaalde in artikel 10 lid 2 van de CAO geldt: bij plaatsing in een hoger ingedeelde functie wordt bezien of en in hoeverre een toegekende prestatietoeslag wordt herzien en een eventuele persoonlijke toeslag wordt gereduceerd.

 

Artikel 9. Overwerk (CAO artikel 12)

 

1. In plaats van het in artikel 12 lid 1.a van de CAO gestelde geldt:

Onder overwerk wordt verstaan de arbeid die in opdracht van de werkgever wordt verricht:

- op andere tijden dan tussen 7.30 uur en 18.15 uur op maandag tot en met vrijdag, of

- indien de normale wekelijkse arbeidsduur wordt overschreden.

Indien op een normale werkdag tenminste twee uur wordt overgewerkt, heeft de werknemer het recht een half uur als pauze op te nemen met doorbetaling van salaris. Bovenstaande geldt niet voor werknemers die in ploegendienst werkzaam zijn of indien er sprake is van verschoven werktijden als bedoeld in artikel 12 lid 2 van de CAO.

2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 12 lid 1.b van de CAO geldt: De werknemer kan niet tot het verrichten van overwerk worden verplicht indien hij jonger is dan achttien jaar.

3. In afwijking op het bepaalde in artikel 12 lid 1.d van de CAO geldt:

Wanneer op grond van het bepaalde in dit artikel overwerk wordt verricht geldt het volgende:

a. de eerste vier overuren gemaakt in de periode van maandag tot en met vrijdag worden gecompenseerd in vrije tijd d.w.z. één uur vrij voor

één gewerkt uur, op te nemen binnen een daaropvolgende periode van vier weken (buiten de bloktijden). In uitzonderingsgevallen kan de werkgever na overleg met de werknemer deze uren volgens het normale geldende uurloon vergoeden in plaats van een compensatie in vrije tijd.

b. voor de daaropvolgende uren gelden de volgende toeslagen boven het voor de betrokken werknemer geldende uurloon:

- de eerste twee overuren per dag in de periode van maandag

tot en met vrijdag 30%

- verdere overuren op maandag tot en met vrijdag 50%

- overuren op zaterdag, zondag en maandag tot 7.00 uur,

alsmede op feestdagen als bedoeld in artikel 13 van de CAO 100%

De werknemer kan verlangen dat de vergoeding van de onder b. bedoelde overuren geschiedt door middel van compensatie in vrije uren, waarbij het aantal vrije uren gelijk is aan het aantal overuren verhoogd met het percentage aan toeslag; de werknemer die de vergoeding in vrije uren gecompenseerd wenst te krijgen dient dit, voordat het overwerk wordt verricht, aan de werkgever kenbaar te maken. In geval de vergoeding in vrije uren plaatsvindt wordt er naar gestreefd dat de vrije uren worden opgenomen in het lopende kalenderjaar.

4. In plaats van het bepaalde in artikel 12 lid 1.e van de CAO geldt:

Het in lid 1 tot en met 3 van dit artikel gestelde geldt uitsluitend voor werknemers met een functie die gehonoreerd wordt volgens een van de salarisschalen B tot en met H, alsmede voor de werknemers die gehonoreerd worden volgens de aanloopschaal van schaal I.

Voor de werknemers die gehonoreerd worden volgens de vakvolwassen schaal of de waaier van schaal I of volgens schalen J en K voorzover het salaris bij een volledige dienstbetrekking lager is dan schaal I-61, is het bepaalde in dit artikel eerst van toepassing indien men bij de aanvang van het vakantiejaar heeft gekozen voor de overwerkvergoedingsregeling krachtens artikel 15 lid 2.d van de CAO (in plaats van vier extra vakantiedagen) en nadat gerekend over een maand tenminste 12 overuren (franchise) als bedoeld in lid 3.b van dit artikel, zijn gemaakt. De franchise wordt niet uitbetaald.

 

Artikel 10. Feestdagen (CAO artikel 13)

 

In aanvulling op het bepaalde in artikel 13 lid 1 van de CAO geldt:

a. Op Goede Vrijdag is de werknemer die normaliter op vrijdagmiddag werkt 's middags na 12.00 uur vrijgesteld van het verrichten van arbeid, met behoud van salaris over 3,8 uur.

b. Op 5 december en 31 december wordt het bedrijf om 16.00 uur gesloten; de werknemers die normaliter op deze dagen 's middags werkzaam zijn, krijgen het loon doorbetaald als ware het eind van de arbeidsdag op 16.41 uur gesteld.

 

Artikel 11. Afwezigheid met behoud van salaris (CAO artikel 14)

 

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 14 lid 2.i van de CAO, geldt onderstaande bepaling:

. gedurende één dag bij 10-, 20-, 30-, 40- of 50-jarig dienstjubileum van de werknemer.

2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 14 van de CAO geldt:

a. gedurende een door de werkgever naar billijkheid te bepalen tijdsduur voor het doen van een examen, in het kader van een cursus, zoals bedoeld in artikel 16 van de ARAV, mits de werkgever daarvan, in afwijking van het bepaalde in de aanhef van artikel 14 lid 2 van de CAO, veertien dagen van tevoren in kennis is gesteld;

b. gedurende een in onderling overleg en naar redelijkheid te bepalen tijdsduur om te solliciteren, indien de dienstbetrekking door de werkgever is opgezegd;

c. gedurende de daarvoor benodigde tijd bij de uitoefening van het wettelijk stemrecht, voorzover dit niet mogelijk is buiten de voor de werknemer geldende normale dagelijkse werktijden.

 

Artikel 12. Vakantie (CAO artikel 15)

 

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 15 lid 1 van de CAO geldt:

het vakantiejaar valt samen met het kalenderjaar.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 15 lid 2.c van de CAO geldt:

De werknemer die bij het einde van het vakantiejaar tenminste drie jaar in dienst van de werkgever is of de leeftijd van 50 jaar en ouder heeft bereikt (resp. tien dienstjaren of de leeftijd van 55 jaar en ouder, resp. 15 dienstjaren of de leeftijd van 60 jaar en ouder) heeft per jaar recht op twee (resp. drie, resp. vier) dagen extra vakantie met behoud van salaris.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 15 lid 2.d van de CAO geldt:

Afhankelijk van de zwaarte van de functie volgens de functieniveaubepaling, kunnen één of meer extra vakantiedagen worden toegekend met behoud van salaris. Voor de functies die gehonoreerd worden volgens schaal H wordt één extra vakantiedag en volgens de schalen I en hoger worden vier extra vakantiedagen toegekend, met dien verstande dat werknemers met een functie in schaal I, die volgens de vakvolwassenschaal of waaier worden gehonoreerd, of volgens schalen J en K voor zover het salaris bij een volledige dienstbetrekking lager is dan I-61, bij aanvang van het vakantiejaar de keuze hebben in aanmerking te komen voor overwerkvergoeding (CAO artikel 12, ARAV artikel 9) in welk geval geen aanspraak bestaat op genoemde 4 extra vakantiedagen.

4. In afwijking van het bepaalde in artikel 15 lid 3 van de CAO geldt: De werknemer die slechts een gedeelte van het vakantiejaar in dienst van de werkgever is (geweest), heeft recht op een evenredig deel van het in lid 2 van artikel 15 van de CAO en in lid 2 en 3 van dit artikel genoemde aantal vakantiedagen. Bij de berekening van het aantal wordt dit rekenkundig naar boven op gehele dagen afgerond.

5. In afwijking van het bepaalde in artikel 15 lid 6.a van de CAO geldt: De werkgever kan met instemming van de ondernemingsraad per jaar voor alle werknemers of voor bepaalde groepen werknemers van de hun toekomende vakantiedagen ten hoogste 2 dagen als verplichte collectieve snipperdagen aanwijzen; vóór 1 november van het voorafgaand kalenderjaar wordt aan de werknemer bekend gemaakt of van dat recht gebruik wordt gemaakt en zo ja welke dagen dat betreft.

 

Artikel 13. Vakantietoeslag (CAO artikel 16)

 

In afwijking van het bepaalde in artikel 16 lid 1 van de CAO geldt:

Aan de werknemer wordt overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter gelegenheid van zijn aaneengesloten vakantie de in artikel 16 lid 1 van de CAO vastgelegde vakantietoeslag uitgekeerd; deze toeslag wordt uitbetaald tezamen met het salaris over de maand mei en wordt berekend over het salaris over de maand mei vermenigvuldigd met het aantal gewerkte maanden in de periode van 1 mei tot en met 30 april. Voor parttimers die meer uren werkzaam zijn geweest dan overeengekomen, wordt de vakantietoeslag gebaseerd op het in voornoemde periode gemiddeld gewerkt aantal uren per maand, vermenigvuldigd met het aantal gewerkte maanden. In de vakantietoeslag zijn begrepen eventuele vakantie-uitkeringen krachtens de sociale verzekeringswetten.

 

Artikel 14. Ziektekostenverzekering (CAO artikel 17)

 

In afwijking van het bepaalde in artikel 17 van de CAO geldt:

Werknemers met een salaris dat inclusief vakantietoeslag uitgaat boven de loongrens voor de verplichte ziekenfondsverzekering worden tegen ziektekosten verzekerd onder de voorwaarden van een collectieve polis. Het hiervoor verschuldigd premiebedrag, vermeerderd met de van overheidswege opgelegde heffingen, wordt maandelijks op het salaris ingehouden. De werkgever vergoedt met ingang van 1 juli 1996 50% van de standaardpremie tot maximaal klasse 2B en 50% van de van overheidswege opgelegde heffingen in de vorm van een toeslag op het salaris van de verzekerde werknemer.

 

Artikel 15. Uitkering bij overlijden (CAO artikel 19)

 

In afwijking van het bepaalde in artikel 19 lid 1 van de CAO geldt:

Indien een werknemer overlijdt, zal aan zijn nagelaten betrekkingen een overlijdensuitkering worden verstrekt gelijk aan het bedrag van het hem

laatstelijk rechtens toekomende salaris over de gehele kalendermaand waarin hij kwam te overlijden plus de twee daarop volgende kalendermaanden respectievelijk de drie daarop volgende kalendermaanden wanneer het dienstverband zes jaar of langer heeft geduurd.

 

Artikel 16. Studiekostenregeling (CAO artikel 21)

 

In aanvulling op het bepaalde in artikel 21 van de CAO geldt:

De werkgever kan, in de gevallen genoemd in de Studiekostenregeling, ter bestrijding van de kosten verbonden aan het volgen van een cursus aan de werknemer een tegemoetkoming verstrekken overeenkomstig de bepalingen van de bij de werkgever geldende Studiekostenregeling. De op grond van deze regeling uitbetaalde vergoeding zal worden teruggevorderd indien de betrokken werknemer Reed Elsevier verlaat, met dien verstande dat voor ieder dienstjaar na aanvang van de cursus resp. elk opleidingsjaar een derde gedeelte van de toegekende vergoeding wordt kwijtgescholden (zie Studiekostenregeling).

 

Artikel 17. Pensioenregeling (CAO artikel 24)

 

Bij de werkgever geldt een pensioenregeling.

 

 

Artikel 18. Gratificatie

 

Indien de bedrijfsresultaten dit veroorloven en de werkgever daartoe termen aanwezig acht, kan worden overgegaan tot het uitbetalen van een extra beloning in de vorm van een gratificatie ter hoogte van een telkenjare vast te stellen percentage over het jaarsalaris (voor 1997 vastgesteld op 8,33%); deze gratificatie wordt met het salaris over de maand december uitbetaald en berekend over het in dat kalenderjaar genoten salaris. De werknemer die in de loop van het jaar in dienst is getreden, ontvangt een evenredig deel van de gratificatie. Op het moment van beëindiging van het dienstverband wordt de gratificatie niet uitbetaald; de betaling zal eerst in december plaatsvinden over het aantal maanden dat het dienstverband in dat jaar heeft geduurd.

 

 

Artikel 19. Winstdelingsregeling Nederlandse Reed Elsevier-ondernemingen

 

Voor het boekjaar 1997 geldt de Winstdelingsregeling Nederlandse Reed Elsevier-ondernemingen.

 

Artikel 19a. Winstdelingsspaarregeling

 

Voor 1997 geldt de spaarregeling behorende bij de winstdelingsregeling Nederlandse Reed Elsevier-ondernemingen.

 

Artikel 20. Premiespaarregeling

 

De werknemer is gerechtigd deel te nemen aan de in het bedrijf geldende gepremiëerde bedrijfsspaarregeling.

 

Artikel 21. Personeelsobligatielening

 

Voor het jaar 1997 geldt de regeling converteerbare personeelsobligatie-lening. Indien de werknemer één jaar of langer in dienst is van de werkgever, bestaat voor hem de mogelijkheid over te gaan tot de aankoop van converteerbare personeelsobligaties. Deze personeelsobligaties zijn converteerbaar in certificaten van aandelen van Elsevier N.V. overeenkomstig de voorwaarden van deelneming.

 

Artikel 22. Tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer

 

De werknemer die niet reeds op grond van zijn functie een vergoeding voor reiskosten ontvangt en ook niet een bedrijfsauto tot zijn beschikking heeft, ontvangt een tegemoetkoming in de kosten die hij heeft (of zou hebben) om de dagelijkse afstand (op werkdagen) tussen het centrum van de plaats waarin hij woont (dan wel duurzaam verblijft) en het dichtstbij zijnde station in de gemeente waar hij gewoonlijk werkt (de standplaats) te overbruggen (vice versa), indien hij gebruik maakt of zou maken van de goedkoopste klasse openbaar vervoer per Nederlandse Spoorwegen, tenzij de

woonplaats dezelfde is als de plaats waar het bedrijf is gevestigd.

De hoogte van deze tegemoetkoming wordt door de werkgever vastgesteld overeenkomstig de regeling 'tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer'.

 

De grondslag voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming wordt gevormd door de feitelijke kosten volgens de NS (gebaseerd op een maandabonnement 2de klasse dat op werkdagen kan worden gebruikt) of indien er geen spoorwegverbinding is: de theoretische kosten. Een uitzondering hierop is de tegemoetkoming voor werknemers die in Amsterdam Zuid-Oost wonen. Voor hen is de tegemoetkoming gebaseerd op een sterabonnement stads- en streekvervoer op grond van de werkelijk gereisde zônes.

De tegemoetkoming zal bij verhuizing op initiatief van de werknemer naar een plaats buiten een straal van 40 kilometer van de standplaats die van 40 kilometer niet overtreffen.

 

Artikel 23. Autokostenvergoeding

 

Ingeval de werknemer in opdracht van de werkgever een dienstreis maakt met zijn privé-auto, wordt een kilometervergoeding verstrekt over het aantal gereden kilometers.

De hoogte van deze vergoeding wordt door de werkgever vastgesteld, over-eenkomstig de regeling "Kilometervergoeding voor dienstreizen".

 

Artikel 24. Verhuiskostenregeling

 

De werknemer die naar het oordeel van de werkgever in verband met de uitoefening van zijn functie dient te verhuizen komt in aanmerking voor de volgende uitkeringen:

a. vergoeding van de transportkosten van de inboedel inclusief de kosten van inpakwerkzaamheden en van verzekering van de inboedel tijdens het

transport;

b. eenmalige reiskosten per openbaar vervoer, ook van gezinsleden;

c. een tegemoetkoming in de overige voor de loonbelasting c.q.

inkomstenbelasting aftrekbare kosten zoals:

- het verlies op niet meer bruikbare stoffering en meubilering uit de "oude" woning;

- kosten voor het pasklaar maken van de "overgebrachte" stoffering;

- kosten van behangen, schilderen, reparatie van hang- en sluitwerk;

- de kosten van de loodgieter, die was-/vaatwasmachine weer moet aansluiten;

- eventuele kosten van tijdelijk verblijf in een hotel in afwachting van de verhuizing minus de besparing huishoudelijke uitgave;

- tijdelijke dubbele huisvestingskosten.

De tegemoetkoming in deze kosten bedraagt:

- voor degenen die na de verhuizing over een zelfstandige woning beschikken (hieronder wordt ook verstaan een appartement of deel van

een woning, mits dit het recht inhoudt op het uitsluitend gebruik van een bepaald gedeelte van het gebouw, dat blijkens zijn inrichting bestemd is om als afzonderlijke woning te worden gebruikt) 10% van het bruto jaarsalaris met een minimum van f 5.514,- en een maximum van f 8.273,-;

- voor de overige werknemers (kamerbewoners etc.) de werkelijke kosten tot maximaal 7,5% van het bruto jaarsalaris op het moment van verhuizing met een maximum van f 6.218,-;

N.B.

Niet aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld:

- kosten van aanschaf nieuwe vloerbedekking, vitrage en overgordijnen;

- kosten van het aanbrengen van sierplaster;

- aanlegkosten tuin;

- in het algemeen kosten van verbouwingen;

- sleutelgeld.

d. De onder a, b en c bedoelde bedragen zijn volgens de huidige wetgeving vrij van belasting en sociale lasten.

 

Artikel 25. Aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering

 

1. Indien en zolang een werknemer een jaarsalaris (zie voor de definitie

lid 2) geniet dat tenminste f 1.000,-- uitgaat boven het maximum uitkeringsloon van de wettelijke Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) wordt door werkgever met inachtneming van de bepalingen van de statuten en het reglement-B van de Stichting Pensioenfonds Elsevier-Ondernemingen voor de werknemer een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering (een zogenaamd arbeidsongeschiktheidspensioen) afgesloten. Het maximum uitkeringsloon WAO bedraagt per 1 januari 1998 f 78.777,63 per jaar.

 

2. Onder jaarsalaris wordt voor deze verzekering verstaan: 12 x het vaste maandsalaris, verhoogd met vakantietoeslag, gratificatie, winstdeling zoals bedoeld in artikel 19 van de ARAV, de eventuele tegemoetkoming van de werkgever in de premie ziektekostenverzekering, alsmede toeslagen in dat jaar indien en voorzover deze een vast inkomensbestanddeel vormen, zoals deze gelden per 1 januari van enig jaar. Salarisverhogingen die na 1 januari van enig jaar al dan niet met terugwerkende kracht worden vastgesteld, worden niet meegenomen. Voor de bepaling van het jaar-salaris zal de verleende winstdeling worden vastgesteld op het gemid-delde over ten hoogste de voorafgaande drie kalenderjaren. Indien arbeid op zogenaamde provisiebasis wordt verricht, zal voor de vaststelling van het salaris de gemiddelde jaarprovisie over ten hoogste de voorafgaande drie kalenderjaren worden meegenomen.

 

Artikel 26. Ongevallenverzekering

 

1. De werknemer die genoemd wordt bij de categorieën van werknemers in lid 2 van dit artikel verzekert zich via een collectieve ongevallenverzekering die door de werkgever voor deze werknemers is opengesteld. Deze verzekering voorziet in de uitkering van een bedrag van

- 2,5 x het jaarsalaris bij overlijden

- 5 x het jaarsalaris bij algehele invaliditeit

- f 2.000,-- voor herstelkosten,

een en ander onder de voorwaarden, opgenomen in de polis. Deze voorwaarden liggen ter inzage bij de afdeling Personeelsverzekeringen van Reed Elsevier Nederland Services B.V.

Onder jaarsalaris wordt verstaan 12 maal het salaris.

 

2. Deze verzekering is bestemd voor:

a. werknemers die als journalist reportages maken, waarbij naar het oordeel van de werkgever meer dan normale risico's worden gelopen;

b. werknemers die een lease-auto of een auto van de zaak ter beschikking hebben gekregen;

c. werknemers die naar het oordeel van de werkgever meer dan 10.000 zakelijke kilometers op jaarbasis - woon-werkverkeer niet meegerekend - met hun privéauto moeten afleggen;

d. bewakings- en beveiligingspersoneel, alsmede brandweerlieden en leden BZB voor de periode dat zij hun werkzaamheden daadwerkelijk uitoefe-nen dan wel daarvoor oefenen.

 

3. Opname in de verzekering geschiedt door schriftelijke aanmelding van de werknemer door de werkgever bij de verzekeraar. De verzekering gaat in op de dag dat betrokken werknemer door de werkgever is aangemeld of zo veel later als door de werkgever bij aanmelding is opgegeven en duurt:

- voor de werknemer, bedoeld onder 2a: zolang als door de werkgever bij de aanmelding is opgegeven, maar ten hoogste 12 maanden;

- voor de werknemer, bedoeld onder 2b: zolang als hij de auto ter beschikking heeft;

- voor de werknemer, bedoeld onder 2c en 2d: zolang als door de werkgever bij de aanmelding is opgegeven, maar ten hoogste tot het eind van het kalenderjaar.

De werknemer die in de verzekering wordt opgenomen, ontvangt hiervan schriftelijk bericht van de werkgever.

 

4. De premie voor deze verzekering is voor rekening van de werkgever.

 

5. Voor de werknemer die op 31 maart 1985 opgenomen was in een ongevallenverzekering van de werkgever, die voorzag in hogere uitkeringen ingeval van overlijden en algehele invaliditeit dan die waarin deze verzekering voorziet, wordt het verschil bijverzekerd. Op de premie voor deze bijverzekering is het bepaalde in lid 4 van dit artikel van toepassing.

 

Artikel 27. Overplaatsing

 

Ingeval van overplaatsing van een werknemer door de werkgever binnen Reed Elsevier in Nederland geldt hetgeen bepaald is in de verschillende beleidsnota's, welke zijn opgenomen in het Handboek Sociaal Beleid.

 

Artikel 28. Diversen

 

a. De werknemer die tien resp. twintig resp. dertig resp. veertig resp. vijftig jaar in dienst van de werkgever is, ontvangt ter gelegenheid van dit dienstjubileum een uitkering ter grootte van een kwart maandsalaris (met een minimum van f 750,-; voor werknemers in gedeeltelijke dienst naar rato) resp. één maandsalaris resp. anderhalf maandsalaris, resp. twee maandsalarissen resp. twee maandsalarissen.

b. Indien de werknemer aansluitend aan zijn dienstverband met pensioen/VUT gaat, ontvangt hij een pensionerings-gratificatie ter hoogte van de laatstgenoten jubileumuitkering, met dien verstande dat de uitkering

is berekend over het salaris in de maand van uitdiensttreding.

c. De fiscale vrijstelling voor de in lid a en b genoemde anciënniteitsuitkeringen bedraagt één (1) maandloon na tenminste 25 dienstjaren en wederom maximaal één (1) maandloon na tenminste 40 dienstjaren. Op het deel van de uitkering dat uitgaat boven genoemde fiscale vrijstelling worden de verschuldigde loonbelasting en sociale verzekeringspremies ingehouden en afgedragen. De werkgever neemt de verschuldigde werkgeverspremies voor zijn rekening.

 

 

Artikel 29. Inwerkingtreding van de ARAV

 

Deze ARAV is laatstelijk gewijzigd per 1 januari 1998.

Hetgeen in deze ARAV is geregeld, heeft niet zonder meer een duurzaam karakter, aangezien de ARAV na voornoemde datum wijzigt in de volgende gevallen:

- ingeval van wijzigingen in CAO-artikelen, indien en voorzover daarnaar in deze ARAV wordt verwezen;

- ingeval van wijzigingen in ondernemings- of overkoepelende regelingen waarnaar in deze ARAV wordt verwezen (waar nodig na instemming van het vertegenwoordigend overleg);

- ingeval van wettelijke maatregelen.

 


Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

Terug naar de homepage van deze website.