A 2.5.c.3.2.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE Salarisbeleid


 

Categorie

werknemers

 

 

CAO

art.

 

ARAV

art.

 

RAV art.

 

Reed Elsevier Nederland BV/EMMC

 

9+10+11

 

7

 

-

 

Elsevier Science B.V. BU/TU

 

9+10+11

 

7

 

-

 

Elsevier bedrijfsinformatie bv BU/TU

 

9+10+11

 

7

 

-

 

PBNA

 

9

 

-

 

-

 

Elsevier Opleidingen

 

11

 

-

 

-

 

Publiekstijdschrift-journalisten

 

3 t/m 10

 

-

 

-

 

Opinieweekblad-journalisten

 

3 t/m 10

 

-

 

-

 

Vaktijdschrift-journalisten

 

9 t/m 11

 

6

 

-

 

Grafisch technische werknemers

 

5

 

6

 

-

 

Grafisch administratieve werknemers

 

5

 

6

 

-

 

Grafisch chefs

 

5

 

6

 

-

 

Reed Exhibitions Netherlands

 

-

 

-

 

4

 

NSC

 

-

 

-

 

4

 

Toeristiek

 

-

 

-

 

6

 

Boertien en Partners

 

-

 

-

 

9

 

Directie

 

-

 

-

 

2

 

Salarisbeleid en salarisschalen

 

  1. het salarissysteem en het salarisbeleid zijn openbaar, en wel in die zin dat de salarisschalen en de verdeling van de functies over de functie-niveaugroepen/salarisschalen openbaar zijn.
  2. een salarisschaal bestaat in de regel uit een jeugdschaal, een aanloop-schaal, een vakvolwassenschaal en een waaier. Jeugdschalen zijn van toe-passing op werknemers beneden de 21 jaar.
    Aanloopschalen zijn van toepassing op werknemers die ouder zijn dan 20 jaar, maar in het algemeen qua kennis en ervaring nog niet vakvolwassen zijn.
    Vakvolwassenschalen zijn van toepassing op het moment dat men het vak-volwassen niveau van functioneren in zijn functie heeft bereikt, dat wil zeggen: het moment waarop kan worden verwacht dat men de functie redelijk zelfstandig kan uitoefenen.
    Aan het eind van de schalen is als eventuele uitloopmogelijkheid een waaier toegevoegd, waardoor het mogelijk is de werknemer die al enige jaren aan het eind van de vakvolwassenschaal zit en niet naar een functie van een zwaarder niveau kan doorgroeien, in de toekomst nog één- of tweemaal een verhoging toe te kennen.
  3. 1. In uitzonderingssituaties is het mogelijk, dat de werknemer overeenkom-

stig de aanloopschaal wordt gehonoreerd, terwijl hij deze qua werkelijke leeftijd nog niet heeft bereikt.

  1. De werknemer, geplaatst in de aanloopschaal, wordt overeenkomstig een hogere schaaltrede gehonoreerd dan zijn leeftijd aangeeft indien de wijze van functie-uitoefening daartoe aanleiding geeft.
  2. In uitzonderingssituaties is het mogelijk dat in de vakvolwassen- schalen versneld periodieke verhogingen worden gegeven.

d. 1. De werknemer die in een jeugdschaal is ingedeeld ontvangt 6 maanden na

de maand waarin hij een jaar ouder wordt (en 6 maanden daarna) een periodieke verhoging overeenkomstig zijn salarisschaal, onverminderd hetgeen hieromtrent in de wet minimumloon/minimumvakantietoeslag wordt bepaald.

  1. De werknemer die in de aanloopschaal of in de vakvolwassenschaal is ingedeeld ontvangt in het algemeen een periodieke verhoging overeen-komstig zijn salarisschaal met ingang van 1 juli zolang de werknemer het maximum aantal schaaltreden van de vakvolwassen schaal nog niet heeft bereikt.
  2. Het niet toekennen van een periodieke verhoging kan slechts bij hoge uitzondering plaatsvinden en na tijdige schriftelijke mededeling aan betrokkene onder vermelding van de redenen.
  3. In afwijking van het onder d.2. gestelde zal aan de werknemer die tussen 1 januari en 1 juli in dienst treedt de eerstvolgende periodieke verhoging worden toegekend uiterlijk op 1 januari daaropvolgend, tenzij bij aanstelling al rekening is gehouden met de juliverhoging.

e. de hoogte van het individuele salaris wordt bepaald door het niveau van de

functie, de in de functie opgedane ervaring en door de individuele prestaties.
De wijze waarop de functie wordt vervuld kan worden gehonoreerd met een elk jaar opnieuw vast te stellen prestatietoeslag, indien de individuele wijze van functievervulling boven gestelde (normale) eisen blijkt uit te gaan. De prestatietoeslag bedraagt maximaal 10% van het schaalsalaris, exclusief een eventuele persoonlijke toeslag.

 

Aanloopschalen versus afgeleide schaal

 

De vraag wanneer werknemers in de aanloopschaal van een bij een functie behorende salarisschaal geplaatst dienen te worden en wanneer gekozen moet worden voor een andere (= lagere) salarisschaal is in zijn algemeenheid als volgt te beantwoorden: indien een medewerker die nog niet als vakvolwassen is aan te merken functie-inhoudelijk dezelfde werkzaamheden verricht als na passering van het vakvolwassen tijdstip en er uitsluitend sprake is van kwantitatieve (lager werktempo) en/of kwalitatieve (meer fouten) verschillen, is plaatsing in de aanloopschalen aan te bevelen. Indien echter bepaalde wezenlijke werkzaamheden in de aanloopfase naar vakvolwassenheid nog niet worden verricht ligt plaatsing in een lagere schaal meer voor de hand.

 

Hier volgt in de papieren versie één pagina: pagina 5 met de tabel met de geldende ELSEVIER SALARISSCHALEN TEN BEHOEVE VAN DE AMSTERDAMSE UITGEVERIJEN EN REED ELSEVIER NEDERLAND BV per 1 april 1998, verhoogd met 3,00% t.o.v. de schalen per 1 januari 1997.

 

Salarisverhogingsbeleid

 

Salarisverhogingen die niet direct voortvloeien uit algemene CAO loonronden of wettelijke maatregelen, dienen zoveel mogelijk op één tijdstip in het jaar plaats te vinden (1 januari of 1 juli). De directie van de werkmaat-schappij dient tijdig vó ó r het jaarlijkse tijdstip aan de stafdirecteur Sociaal Beleid ter fiattering een samenvattend voorstel voor te leggen door middel van onderstaand formulier.

 

Voorstel voor individuele salarisherziening

Samenvattend voor-

stel voor de 1 juli

verhogingen

werknemers nog niet op

het maximum van hun

schaal

werknemers op het

maximum van hun schaal

 

Totaal

 

1-7-97

30-6-98

1-7-98

1-7-97

30-6-98

1-7-98

1-7-97

30-6-98

1-7-98

aantal werknemers

                 

aantal werknemers

dat geen schaaltrede-

verhoging ontvangt

 

aantal werknemers

dat één schaaltrede

erbij krijgt

 

aantal werknemers dat

meer dan één schaal-

trede erbij krijgt

                 

aantal werknemers met

een prestatietoeslag

(of extra toeslag of

bomilo)

 

aantal werknemers

waarvan de prestatie-

toeslag verhoogd

wordt

 

aantal werknemers

waarvan de prestatie-

toeslag verlaagd

wordt

 

prestatietoeslag in %

van het totaal aan

bruto maandsalarissen

                 

totaal aan bruto

maandsalarissen

                 

 

 


Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

Terug naar de homepage van deze website.