A 2.5.c.5.1.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE: Premiespaarregeling


Categorie werknemers

CAO art.

ARAV art.

RAV art.

Reed Elsevier Nederland B.V./EMMC

-

20

-

Elsevier Science B.V. BU/TU

-

20

-

Elsevier bedrijfsinformatie bv BU/TU

-

20

-

PBNA

23

-

-

Elsevier Opleidingen

bijlage 7

-

-

Publiekstijdschriftjournalisten

-

11

-

Opinieweekbladjournalisten

-

11

-

Vaktijdschriftjournalisten

-

19

-

Grafisch technische werknemers

-

-

-

Grafisch administratieve werknemers

-

-

-

Grafische chefs

-

-

-

Reed Exhibitions Netherlands

-

-

27

NSC

-

-

-

Toeristiek

-

-

21

Boertien & Partners

-

-

33

Directie

-

-

15

 

 

REGLEMENT VOOR EEN GEPREMIEERDE BEDRIJFSSPAARREGELING, ALS BEDOELD IN DE UITVOERINGSREGELING WERKNEMERSSPAARREGELINGEN EN WINSTDELINGSREGELINGEN VOOR WERKNEMERS

 

Definities

Artikel 1

 

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

Onderneming:

de in Nederland gevestigde vennootschappen welke direct dan wel indirect voor 100% deelnemingen zijn van Reed Elsevier Nederland B.V., en die onder goedkeuring van de directie van voornoemde vennootschap voor tenminste 75% van haar personeel zijn toegelaten tot deze spaarregeling (zie bijgaande lijst).

Deelnemer:

de werknemer die overeenkomstig artikel 3 is toegetreden tot de spaarregeling waarop dit reglement van toepassing is.

Slapende deelnemer:

de ex-werknemer die conform artikel 6 lid 5 te kennen heeft gegeven de bijzondere spaarrekening tijdelijk aan te willen houden.

Partner:

  1. de man of vrouw waarmee de deelnemer wettig is gehuwd, of
  2. de ongehuwde man of vrouw, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de deelnemer, met wie de ongehuwde deelnemer ten minste een half jaar een gezamenlijke huishouding voert. Tenzij de gezamenlijke huishouding reeds vijf jaar of langer bestaat, moet beschikt worden over een notarieel verleden samenlevingscontract, inhoudende (enige) vermogensrechtelijke aangelegenheden.

Spaarbank:

ABNà AMRO, waarvan het bestuur zich bereid heeft verklaard te voldoen aan de bepalingen van dit reglement.

Bijzondere spaarrekening:

de door de spaarbank ten name van de deelnemer geopende spaarrekening, als bedoeld in artikel 5 lid 1.

Spaarbedrag:

ieder overeenkomstig de bepalingen van dit reglement door de onderneming op verzoek van de werknemer ingehouden en op de bijzondere spaarrekening van de deelnemer gestorte besparing.

Spaarpremie:

de bijdrage die door de werkgever aan het spaarbedrag wordt toegevoegd.

Spaartegoed:

spaarbedrag en spaarpremie te zamen.

Vrije rekening:

de door de deelnemer aangewezen rekening waarop de jaarlijks vrijkomende spaartegoeden en de op het spaartegoed gekweekte inkomsten (zoals rente, dividenden e.d.) worden gestort.

 

Doel

Artikel 2

De spaarregeling heeft ten doel het bevorderen van de verwerving van duurzaam bezit bij de personeelsleden van de onderneming.

 

Deelneming

Artikel 3

  1. Aan de spaarregeling kunnen deelnemen alle werknemers van de onderneming uitgezonderd vakantiewerkers en losse krachten.
  2. De werknemer treedt toe tot deze spaarregeling door de onderneming te machtigen een bedrag van het netto salaris exclusief tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer in te houden en overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 op de bijzondere spaarrekening te storten.
  3. De deelneming eindigt:
 

-

op de datum waarop de arbeidsovereenkomst tussen onderneming en deelnemer eindigt.

 

-

op de datum waarop de uitkering krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering die betrekking heeft op loon uit tegenwoordige dienstbetrekking niet meer via de werkgever geschiedt.

 

-

bij overlijden van de deelnemer.

 

-

met ingang van 1 januari of 1 juli van ieder jaar door herroeping van de machtiging, mits deze herroeping uiterlijk in december, resp. juni daaraan voorafgaand schriftelijk ter kennis van de onderneming is gebracht.

 

-

door royement van de deelnemer door de onderneming wegens handelingen welke strijdig zijn met het in deze regeling bepaalde.

 

Artikel 4

  1. Op verzoek van de deelnemer wordt maandelijks bij de uitbetaling van zijn salaris een gedeelte daarvan als spaarbedrag ingehouden. Dit spaarbedrag bedraagt tenminste Dfl 25,- per maand. Er geldt geen maximum ten aanzien van het spaarbedrag.
  2. Indien de deelnemer het voornemen heeft aanspraak te maken op de spaarpremie op grond van het verrichten van periodieke betalingen als bedoeld in artikel 6 lid 8, dient hij het bedrag van deze betalingen aan te melden. Ten aanzien van het aan te melden bedrag is het bepaalde in de tweede en derde volzin van het vorige lid van overeenkomstige toepassing.
  3. Het spaarbedrag wordt naar boven in guldens afgerond en bedraagt per maand 1/12 van het voor de eerstvolgende 12 maanden voorgenomen spaarbedrag met inachtneming van het in lid 1, 4 en 5 gestelde.
  4. De inhouding gaat in bij de uitbetaling van het salaris over de eerste maand volgende op die waarin het verzoek is ingediend. Een verzoek tot inhouding mag slechts tweemaal per kalenderjaar worden ingediend en wel in de maanden juni en december van enig jaar.
  5. Ten aanzien van een verzoek tot wijziging van het spaarbedrag of tot beëindiging van de inhouding is lid 4 van overeenkomstige toepassing.
  6. Bij arbeidsongeschiktheid worden de in te houden bedragen afgehouden van de uitkering krachtens de Wet op de Arbeisongeschiktheidsverzekering, indien en voorzover deze uitkering betrekking heeft op loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en geschiedt via de werkgever. Indien en voorzover deze uitkering niet (langer) betrekking heeft op loon uit tegenwoordige dienstbetrekking of niet via de werkgever geschiedt, wordt de deelneming beëindigd.

 

Artikel 5

  1. De spaarbedragen worden door de onderneming aan het einde van elke maand gestort op de bijzondere spaarrekening van de deelnemer bij de spaarbank.
  2. Het is aan een deelnemer niet toegestaan rechtstreeks gelden op de bijzondere spaarrekening te storten behoudens in het geval bedoeld in artikel 9 lid 3 sub d.
  3. De in enige maand gestorte spaarbedragen en spaarpremies zijn rentedragend met ingang van de eerste dag volgend op de dag van storting.
  4. De rente wordt in januari van het daaropvolgende jaar op de vrije rekening van de deelnemer gestort.
  5. Het rentepercentage wordt vastgesteld door de spaarbank overeenkomstig de door de onderneming met de spaarbank overeengekomen afspraken.

 

Spaarpremie

Artikel 6

  1. De deelnemer heeft ten laste van de onderneming aanspraak op een spaarpremie, indien een spaarbedrag sinds het einde van het jaar waarin de storting plaatsvond vier jaar ononderbroken op de bijzondere spaarrekening heeft uitgestaan.
  2. Tegelijk met het spaarbedrag als bedoeld in artikel 4 wordt door de werkgever voorlopig een spaarpremie op de bijzondere spaarrekening bijgeschreven.

3.

a.

De spaarpremie bedraagt 100% van het op de bijzondere spaarrekening gestorte bedrag, dan wel van het uitgegeven bedrag bedoeld in lid 8 sub b, maar over iedere kalendermaand waarin de deelnemer overeenkomstig de regeling heeft gespaard ten hoogste 1/12 van de maximum spaarpremie van dat kalenderjaar.

 

b.

Voor parttimers geldt een maximum spaarpremie naar rato van hun werkfactor. De werkfactor op 1 januari resp. 1 juli van enig jaar is bepalend.

 

c.

De maximum spaarpremie wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de tabelcorrectiefactor zoals bedoeld in de Wet op de Inkomstenbelasting 1964. De maximum spaarpremie op jaarbasis bedraagt in 1998 Dfl 836,-.

  1. Indien het dienstverband wordt beëindigd, anders dan door overlijden, kan de deelnemer de deelneming beëindigen door de bijzondere spaarrekening op te heffen. De deelnemer heeft dan aanspraak op een evenredig gedeelte van de voorlopig bijgeschreven spaarpremie voor elke volle maand dat het betreffende spaarbedrag op de bijzondere spaarrekening heeft uitgestaan.
  2. Indien het dienstverband wordt beëindigd, anders dan door overlijden, alvorens het op de bijzondere spaarrekening gestorte bedrag sinds het eind van het jaar waarin deze storting plaatsvond vier jaar ononderbroken op diens rekening heeft uitgestaan, en de werknemer heeft niet te kennen gegeven overeenkomstig het bepaalde in lid 4 van dit artikel de bijzondere spaarrekening op te heffen, dan zal de bijzondere spaarrekening worden aangehouden totdat aan de voorwaarden voor premiëring door de onderneming is voldaan. Behoudens het in artikel 6 lid 1 gestelde, zijn de bepalingen van dit reglement niet van toepassing op de dan slapende deelnemer.
  3. Indien het dienstverband eindigt door overlijden van de deelnemer, dan wordt de bijzondere spaarrekening opgeheven. De rechthebbende(n) van de deelnemer heeft (hebben) aanspraak op het spaartegoed (dus inclusief alle voorlopig toegekende spaarpremies).
  4. Indien het dienstverband eindigt door overlijden van de deelnemer en de overleden werknemer had ten laste van de bijzondere spaarrekening converteerbare personeelsobligaties van Elsevier N.V. gekocht, dan zal de bijzondere spaarrekening niet worden opgeheven mits de rechthebbende(n) van de deelnemer te kennen heeft (hebben) gegeven deze personeelsobligaties niet te willen converteren en de daaruit verkregen aandelen te verkopen.
  5. Op de in lid 1 bedoelde spaarpremie bestaat voorts aanspraak indien de deelnemer op door de spaarbank aan te geven wijze aantoont dat hij:
 

a.

een van de bijzondere spaarrekening opgenomen bedrag heeft aangewend ten behoeve van één of meer der in artikel 7 genoemde bestedingen;

 

b.

periodieke betalingen heeft verricht ten behoeve van één of meer der in artikel 7 lid 1 onder a, b, c, d en e bedoelde bestedingen.

 

Erkende bestedingen

Artikel 7

1.

Als bestedingen worden erkend:

 

a.

uitgaven ter verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning door de deelnemer en/of diens partner.

 

b.

voor de toepassing van lid a worden als besteed ter verwerving van een eigen woning mede aangemerkt:

   
  1. betalingen ter verwerving van een lidmaatschap van een coöperatie waarvan de leden op de enkele grond van hun lidmaatschap het recht van uitsluitend gebruik hebben van een aan de coöperatie in eigendom toebehorend gebouw dan wel van een afzonderlijk gedeelte van een zodanig gebouw;
   
  • aflossingen op hypothecaire leningen, rustende op en aangegaan ter financiering van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning, daaronder begrepen aflossingen door een lid van een coöperatie als bedoeld sub b.1 op een hypothecaire lening voor welke het sub b.1 bedoelde gebouw dan wel een afzonderlijk gedeelte van een zodanig gebouw is verbonden
  •  

    c.

    voldoening van premies, andere dan premies ingevolge een pensioenregeling, verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente als bedoeld in artikel 45 eerste lid onderdeel g onder 1° , 3° , 4° of 5° , en vierde lid, van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 is verzekerd, mits voldaan is aan het bepaalde in artikel 8;

     

    d.

    voldoening van premies, andere dan premies ingevolge een pensioenregeling, verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits voldaan is aan het bepaalde in artikel 8.

     

    e.

    regelmatige inleggingen, waartoe de deelnemer dan wel zijn partner zich heeft verplicht ingevolge een overeenkomst met een spaarinstelling tot het sparen met levensverzekering, mits voldaan is aan het bepaalde in artikel 8.

     

    f.

    uitgaven in verband met beleggingen in effecten, mits voldaan is aan het bepaalde in artikel 9.

    2.

    Bij het opnemen van tegoeden die korter dan vier volle kalenderjaren op de bijzondere spaarrekening hebben uitgestaan en geschieden uit hoofde van een erkende besteding, zal de deelnemer over het spaartegoed kunnen beschikken. Voor het opnemen is goedkeuring van de spaarbank vereist (zie artikel 12).

     

    Levensverzekering

    Artikel 8

    1.

    In geval van besteding van een spaarbedrag voor voldoening van premies als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub c:

     

    a.

    dient de overeenkomst van levensverzekering te zijn aangegaan met een verzekeraar als bedoeld in artikel 45, lid 5 van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964;

     

    b.

    dient de polis van de overeenkomst van levensverzekering onbezwaard deel uit te maken van het vermogen van de deelnemer en/of dat van zijn partner;

     

    c.

    dienen de termijnen voor de lijfrente behoudens in geval van overlijden niet eerder te kunnen ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan.

    2.

    In geval van besteding van een spaarbedrag voor voldoening van premies, als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub d dient:

     

    a.

    de overeenkomst van levensverzekering te voldoen aan artikel 1 eerste lid, onderdeel b van de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf en te zijn aangegaan met een levenesverzekeraar als bedoeld in onderdeel g van dat lid;

     

    b.

    de overeenkomst van levensverzekering te zijn gesloten door de deelnemer danwel zijn partner hetzij op zijn eigen leven hetzij op zijn eigen leven en dat van zijn partner hetzij op dat van zijn partner of kinderen voor wie de deelnemer of zijn partner op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan recht had op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of die zelf recht hadden op studiefinanciering, ingevolge hoofdstuk II van de Wet op de Studiefinanciering;

     

    c.

    de overeenkomst van levensverzekering, voorzover het tijdstip van de uitkering niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde, te voorzien in een looptijd van tenminste vier jaren;

     

    d.

    de polis van de overeenkomst van levensverzekering onbezwaard deel uit te maken van het vermogen van de deelnemer en/of dat van zijn partner, tenzij de polis wordt verpand tot zekerheid van een hypothecaire lening als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub b.2, indien is overeengekomen dat het verzekerd bedrag zal worden aangewend voor aflossing van die lening.

    3.

    In geval van besteding van een spaarbedrag voor voldoening van regelmatige inleggingen, als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub e dient de polis te voldoen aan het bepaalde van het vorige lid.

    4.

    Met betrekking tot de in artikel 7 lid 1 sub c, d en e genoemde bestedingen, is ten laste van de bijzondere spaarrekening slechts één dispositie per jaar toegestaan, tenzij het niet mogelijk blijkt een regeling te treffen waarbij ter voldoening van die verplichting met één betaling per jaar kan worden volstaan.

    5.

    Rechtstreekse betalingen van premies voor levensverzekeringen als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub c en van inleggingen voor een spaarovereenkomst door de deelnemer als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub e mogen voor de toepassing van artikel 7 worden gelijkgesteld met ten laste van de bijzondere spaarrekening voldane premies.

    6.

    Terzake van ingehouden spaarbedragen die ten laste van de bijzondere spaarrekening zijn besteed ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub c, d of e mag bij besteding een spaarpremie worden toegekend van ten hoogste 100%, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 lid 3.

       

    Aankoop van effecten

    Artikel 9

    1.

    Onder effecten in de zin van dit artikel worden uitsluitend verstaan op de Amsterdamse Effectenbeurs genoteerde aandelen en (converteerbare) obligaties alsmede converteerbare personeelsobligaties van Elsevier N.V.

    2.

    Indien en voorzover een spaarbedrag binnen 4 volle kalenderjaren wordt besteed voor belegging in effecten, wordt deze belegging gelijkgesteld met een spaarbedrag dat niet binnen de termijn is opgenomen als bedoeld in artikel 6 lid 1.

    3.

    Om voor gelijkstelling als bedoeld in lid 2 in aanmerking te komen, dient het voor de belegging in effecten bestede bedrag aan de volgende voorwaarden te voldoen:

     

    a.

    de aan- en verkoop van effecten (met uitzondering van converteerbare personeelsobligaties van Elsevier N.V.) dient te geschieden door bemiddeling van de spaarbank; de conversie van converteerbare personeelsobligaties van Elsevier N.V. geschiedt door de werkgever; de verkoop van daaruit verkregen aandelen geschiedt door een door de werkgever aan te wijzen instelling;

     

    b.

    de bewaring van effecten (met uitzondering van converteerbare personeelsobligaties van Elsevier N.V.) dient te geschieden door de spaarbank; de bewaring van converteerbare personeelsobligaties Elsevier N.V. geschiedt door de werkgever;

     

    c.

    de effecten dienen onbezwaard deel uit te maken van het vermogen van de deelnemer;

     

    d.

    indien de effecten binnen de in artikel 6 lid 1 bedoelde termijn weer worden verkocht, dient uit de opbrengst, mits deze toereikend is, onverwijld minimaal het voor de aankoop ervan bestede (deel van het) spaartegoed te worden teruggestort op de bijzondere spaarrekening; in dat geval wordt het teruggestorte bedrag geacht niet te zijn opgenomen binnen de termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1.

    4.

    De opbrengsten uit de effecten worden elk jaar door de spaarbank geboekt naar de vrije rekening van de deelnemer.

    5.

    Voor de transactiekosten die de spaarbank maakt in verband met de belegging in effecten, belast de spaarbank de bijzondere spaarrekening van de deelnemer.

    6.

    Indien aan de voorwaarden, genoemd in lid 3, niet wordt voldaan, is op de in dit artikel bedoelde besteding van het spaartegoed het bepaalde in artikel 10 van toepassing.

       

    Niet-erkende bestedingen

    Artikel 10

    1.

    De deelnemer heeft de vrije beschikking over de op zijn bijzondere spaarrekening gestorte spaarbedragen.

    2.

    Bij het opnemen van tegoeden die korter dan vier volle kalenderjaren op de bijzondere spaarrekening hebben uitgestaan en geschieden uit hoofde van een niet-erkende besteding, zal alleen over de ingehouden spaarbedragen beschikt kunnen worden.

    3.

    De deelnemer verkrijgt in dat geval geen aanspraak op de met de opgenomen spaarbedragen corresponderende spaarpremie. Deze zal door de spaarbank naar de onderneming worden teruggeboekt.

    4.

    Bij royement van een deelnemer krachtens artikel 3 lid 3 is het bepaalde in lid 1, 2 en 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

       

    Administratieve bepalingen

    Artikel 11

    1.

    Het verzoek bedoeld in artikel 4 lid 1, alsmede de aanmelding bedoeld in artikel 4 lid 2, dienen plaats te vinden door middel van een formulier volgens het als bijlage bij dit reglement gevoegde model nr. 1.

    Tevens dient bij de eerste aanmelding de aanmeldingskaart ten behoeve van de spaarbank te worden ingevuld. Deze aanmeldingskaart dient samen met een kopie legitimatiebewijs aan de spaarbank te worden gestuurd.

    2.

    Het verzoek bedoeld in artikel 4 lid 5 dient plaats te vinden door middel van een formulier volgens het als bijlage bij dit reglement gevoegde model nr. 2.

       
       

    Artikel 12

    1.

    De deelnemer die een bedrag van zijn bijzondere spaarrekening wenst op te nemen ten behoeve van één of meer der in artikel 7 genoemde bestedingen dient daartoe gebruik te maken van het deblokkeringsformulier dat door de spaarbank ter beschikking wordt gesteld onder overlegging van de nodige bewijsstukken.

    2.

    Het bedrag dat door een deelnemer ten behoeve van één of meer van de bestedingen bedoeld in lid 1 van de bijzondere spaarrekening wordt opgenomen, zal door de spaarbank aan de crediteur van de deelnemer worden overgemaakt.

       

    Artikel 13

    De deelnemer die een bedrag van zijn bijzondere spaarrekening wil opnemen en dit anders wenst te besteden dan voor één of meer der in artikel 7 genoemde bestedingen, dient dit te melden bij de werkgever. De werkgever informeert de spaarbank middels de standaard-brief ‘Opname van spaargeld zonder legitieme besteding’ (zie bijlage nr 5), dit in verband met het terugstorten van de voorlopig bijgeschreven spaarpremie.

       

    Artikel 14

    1.

    Een verzoek om toekenning van een spaarpremie wegens periodieke betalingen als bedoeld in artikel 6 lid 8 sub b, kan slechts éénmaal per jaar worden ingediend, door middel van een formulier volgens het als bijlage bij dit reglement gevoegde model nr 3, onder overlegging van:

     

    a.

    een bewijs dat aflossing hypotheek of premie levensverzekering/spaarpremie is verschuldigd;

     

    b.

    een bewijs dat deze aflossing of premiebetaling inderdaad in het betreffende jaar heeft plaatsgevonden (rente komt niet in aanmerking)

     

    In plaats van a. en b. kan een schriftelijke verklaring van hypotheekbank of levensverzekeringsmaatschappij waarin vermeld welk bedrag in het betreffende jaar aan aflossing of premies is betaald, worden overgelegd.

    De premie-uitkering zal in dat geval plaatsvinden:

     

    I.

    bij het salaris in december van het betreffende jaar indien het formulier met de bewijsstukken is terugontvangen vóór december;

     

    II.

    bij het salaris in januari van het daaropvolgende jaar indien het formulier met de bewijsstukken is terugontvangen in december;

     

    III.

    bij het salaris in februari van het daaropvolgende jaar indien het formulier met de bewijsstukken is terugontvangen in januari;

     

    IV.

    bij het salaris in maart van het daaropvolgende jaar indien het formulier met de bewijsstukken is terugontvangen in februari;

     

    V.

    als laatste mogelijkheid bij het salaris in april van het daaropvolgende jaar indien het formulier met de bewijsstukken is terugontvangen in maart.

    2.

    Indien de periodieke betaling is aangewend voor één of meer van de bestedingen bedoeld in lid 1, wordt het verzoek ingewilligd en de spaarpremie aan de werknemer uitgekeerd.

       

    Artikel 15

    1.

    Een spaarbedrag dat sedert het einde van het jaar waarin het werd ingehouden, vier jaar ononderbroken op een bijzondere spaarrekening heeft gestaan, wordt te zamen met de corresponderende, voorlopig bijgeschreven spaarpremie door de spaarbank overgeboekt naar de vrije rekening van de deelnemer.

    2.

    Indien het saldo op de bijzondere spaarrekening nihil bedraagt, zal de rekening door de spaarbank worden opgeheven.

       

    Artikel 16

    1.

    Ingeval van beëindiging van het dienstverband, indien de deelnemer conform het in artikel 6 lid 4 gestelde schriftelijk te kennen heeft gegeven de bijzondere spaarrekening op te heffen door middel van een formulier volgens het als bijlage bij dit reglement gevoegde model nr 4, boekt de spaarbank het op de bijzondere spaarrekening van de deelnemer aanwezige spaartegoed terstond af.

    2.

    a.

    De spaarbank doet vervolgens aan de werkgever en de deelnemer een opgave van het evenredig deel van het in lid 1 bedoelde spaartegoed.

     

    b.

    Ingeval het dienstverband is beëindigd tengevolge van het overlijden van de deelnemer, wordt de bijzondere spaarrekening opgeheven tenzij het bepaalde in artikel 6 lid 7 geldt. Aan de rechthebbende(n) van de deelnemer wordt door de spaarbank machtiging verleend tot het opnemen van het spaarbedrag en van het evenredig deel van de spaarpremie naar rato van het aantal volle maanden dat de spaarbedragen op de bijzondere spaarrekening hebben gestaan. Het resterende deel van de spaarpremie wordt teruggeboekt naar de werkgever, die dit bedrag uitkeert aan de rechthebbende(n) van de deelnemer onder inhouding van loonbelasting en sociale premies.

     

    c.

    Indien het dienstverband wordt beëindigd anders dan tengevolge van het overlijden van de deelnemer, wordt door de spaarbank aan de deelnemer machtiging verleend tot het opnemen van het spaarbedrag en het evenredig deel van de spaarpremie naar rato van het aantal volle maanden dat de spaarbedragen op de bijzondere spaarrekening hebben gestaan. Het resterende deel van de spaarpremie wordt door de spaarbank teruggeboekt naar de onderneming.

         

    Artikel 17

    Jaarlijks op 31 december bepaalt de spaarbank het spaartegoed over dat jaar. Dit bedrag wordt aangetekend. De deelnemer ontvangt hiervan een opgave. Indien een bedrag van de bijzondere spaarrekening wordt opgenomen, geschiedt dit ten laste van het spaartegoed dat het laatst is bijgeschreven; is dit niet toereikend, dan van het voorlaatste en zo vervolgens.

         

    Slotbepalingen

    Artikel 18

    Door toetreding tot deze spaarregeling wordt de deelnemer geacht de spaarbank machtiging te hebben verleend tot het vertrouwelijk verstrekken van die gegevens aan de onderneming over zijn bijzondere spaarrekening welke nodig zijn ter bepaling van de spaarpremie.

         

    Artikel 19

    1.

    De directie van de onderneming heeft, na instemming van de Centrale Ondernemingsraad van Reed Elsevier Nederland B.V., het recht deze spaarregeling te wijzigen dan wel op te heffen.

    2.

    Ingeval van opheffing beslist de onderneming op welke wijze de afwikkeling van de spaarregeling zal geschieden.

    3.

    Ingeval van een geschil omtrent toekenning van spaarpremies of interpretaties van dit reglement wordt een dergelijk geschil beschouwd als een klacht waarop de klachtrechtregeling van toepassing is.

    Beslissingen omtrent de geldigheid van bewijsstukken ten behoeve van deblokkering van het geblokkeerde spaartegoed worden genomen door de spaarbank; een geschil omtrent deze beslissing wordt derhalve niet beschouwd als een klacht waarop de klachtrechtregeling van toepassing is.

    4.

    Wordt naast of in de plaats van de gepremiëerde bedrijfsspaarregeling een wettelijke regeling met verplicht sparen van overeenkomstige strekking als deze regeling van kracht, of komt een andere op wettelijk voorschrift berustende regeling tot stand, dan zullen de bepalingen van dit reglement worden geachte op de dan geldende wettelijke regeling te zijn vooruitgelopen.

       

    Artikel 20

    Deze regeling is in werking getreden op 1 januari 1997 en eindigt op 31 december 1997. Voor het einde van 1997 zal deze regeling met de Centrale Ondernemingsraad van Reed Elsevier Nederland B.V. worden geëvalueerd en zal worden besloten of en zo ja in welke vorm deze regeling zal worden voortgezet.

     

    Bijlage bij de gepremiëerde bedrijfsspaarregeling (premiespaarregeling)

     

    Overzicht van ondernemingen die toegelaten zijn tot de premiespaarregeling.

     

    Reed Elsevier Nederland B.V. te Amsterdam

    Elsevier Opleidingen B.V. te Zwijndrecht

    B.V. ISC (Boertien en Partners) te Naarden

    Elsevier Science B.V. te Amsterdam

    Excerpta Medica Medical Communications B.V. te Amsterdam

    Koninklijke PBNA B.V. te Arnhem

    Elsevier bedrijfsinformatie bv te Amsterdam

     

     

    Model nr 1.

    Spaarrekening nummer

       

    BEDRIJFSSPAARREGELING

     

    DEELNEMINGSFORMULIER

    Ondergetekende:

    ------------------------------------

    Naam:

    ------------------------------------

    Voornamen (voluit):

    ------------------------------------

    Geboortedatum:

    ------------------------------------

    Adres:

    ------------------------------------

    Postcode + woonplaats:

    ------------------------------------

    Werkzaam bij maatschappij:

    ------------------------------------

    Employee nr. (zie salarisstrook)

    ------------------------------------

     

     

     

    1. Wenst deel te nemen aan de gepremiëerde Bedrijfsspaarregeling.
    2. Verzoekt daartoe maandelijks een bedrag groot Dfl ---- (per jaar
      Dfl ------) als spaarbedrag in te houden op zijn/haar salaris en dit over te maken naar de Spaarbank.
    3. Ontvangt van de Spaarbank één nieuwe bijzondere spaarrekening (op dagafschrift).
    4. Werktijdfactor ---% (percentage invullen) per 1 januari 19--/ resp. 1 juli 19--.

     

     

     

    -------------------- ------------------------- 19--

    (woonplaats) (datum)

     

     

    --------------------------------

    (handtekening)

     

     

    IN DUPLO indienen bij

    Mw J. van Bergem, Afd. Personeelsverzekeringen

    vdSB, 7e etage, kamer 720

     

    Model nr 2.

    Spaarrekening nummer

       

    BEDRIJFSSPAARREGELING

     

    WIJZIGINGSFORMULIER

    Ondergetekende:

    ------------------------------------

    Naam:

    ------------------------------------

    Voornamen (voluit):

    ------------------------------------

    Geboortedatum:

    ------------------------------------

    Adres:

    ------------------------------------

    Postcode + woonplaats:

    ------------------------------------

    Werkzaam bij maatschappij:

    ------------------------------------

    Employee nr. (zie salarisstrook)

    ------------------------------------

     

    deelnemer aan bovengenoemde gepremiëerde bedrijfsspaarregeling,

     

    1. nieuwe werktijdfactor: ---% per 1 januari 19-- / 1 juli 19—;
    2. verzoekt van zijn/haar eerder opgegeven maandelijks spaarbedrag te wijzigen van Dfl ---- in Dfl ----;
    3. verzoekt de maandelijkse inhouding ad Dfl ---- op zijn/haar salaris te doen beëindigen m.i.v. ------------- (datum);

     

     

     

    -------------------- ------------------------- 19--

    (woonplaats) (datum)

     

     

    --------------------------------

    (handtekening)

     

     

    IN DUPLO indienen bij

    Mw J. van Bergem, Afd. Personeelsverzekeringen

    vdSB, 7e etage, kamer 720

     

    Model nr 3.

    Spaarrekening nummer

       

    BEDRIJFSSPAARREGELING

     

    AANVRAAGFORMULIER VOOR PREMIE-UITKERING

    Ondergetekende:

    ------------------------------------

    Naam:

    ------------------------------------

    Voornamen (voluit):

    ------------------------------------

    Geboortedatum:

    ------------------------------------

    Adres:

    ------------------------------------

    Postcode + woonplaats:

    ------------------------------------

    Werkzaam bij maatschappij:

    ------------------------------------

    Employee nr. (zie salarisstrook)

    ------------------------------------

    Werktijdfactor op 1 januari

    ----%

    Werktijdfactor op 1 juli

    ----%

     

     

    verklaart in 199— een bedrag groot Dfl -------- te hebben besteed aan onderstaande periodieke betalingen, ten bewijze waarvan de nodige bewijsstukken zijn bijgevoegd.

     

    Periodieke betalingen:

     
         
     

    A. -------------------------------

    Dfl ----------- per jaar

     

    B. -------------------------------

    Dfl ----------- per jaar

         
     

    Totaal

    Dfl ----------- per jaar

     

     

     

    -------------------- ------------------------- 19--

    (woonplaats) (datum)

     

     

    --------------------------------

    (handtekening)

     

     

    Alleen volledig ingevulde aanvraagformulieren voorzien van de benodigde bewijsstukken worden in behandeling genomen.

     

    IN DUPLO indienen bij

    Mw J. van Bergem, Afd. Personeelsverzekeringen

    vdSB, 7e etage, kamer 720

     

    Model nr 4.

    Spaarrekening nummer

       

    BEDRIJFSSPAARREGELING

     

    BEËINDIGING ARBEIDSOVEREENKOMST

    Ondergetekende:

    -------------------------------------

    Naam:

    -------------------------------------

    Voornamen (voluit):

    -------------------------------------

    Geboortedatum:

    -------------------------------------

    Adres:

    -------------------------------------

    Postcode + woonplaats:

    -------------------------------------

    Werkzaam bij maatschappij:

    -------------------------------------

    Employee nr. (zie salarisstrook):

    -------------------------------------

    Datum einde arbeidsovereenkomst:

    -------------------------------------

     

     

     

    1.*

    Verzoekt de werkgever de bijzondere spaarrekening op te heffen en machtiging te verlenen tot het opnemen van de spaarbedragen en een evenredig gedeelte van de spaarpremie voor elke volle maand dat de spaarbedragen op de bijzondere spaarrekening hebben uitgestaan.

    De resterende spaarpremie zal door de spaarbank naar de werkgever worden teruggeboekt.

    2.*

    Verzoekt de werkgever, inzake het overlijden van de deelnemer, de bijzondere spaarrekening op te heffen en aan de rechthebbende(n) van de deelnemer machtiging te verlenen tot het opnemen van het spaartegoed op de bijzondere spaarrekening, inclusief de voorlopig toegekende spaarpremie.

     

    * aankruisen hetgeen gewenst.

     

     

     

    -------------------- ------------------------- 19--

    (woonplaats) (datum)

     

     

    --------------------------------

    (handtekening)

    IN DUPLO indienen bij

    Mw J. van Bergem, Afd. Personeelsverzekeringen

    vdSB, 7e etage, kamer 720

     

     

    Model 5

     

     

    ABN AMRO Bank N.V.

    Afd. Productadministratie Sparen

    T.a.v. de heer T. Babbé

    Postbus 90/AF3441

    1000 AB Amsterdam

     

     

     

    Datum: Referentie: Telefoon:

    Sparen/opname 000

     

     

     

    Betreft: Opname van spaargeld zonder legitieme besteding.

     

     

    Geachte heer Babbé,

     

     

    De heer/mevrouw heeft ons verzocht een bedrag groot

    Dfl ----- op te willen nemen van zijn/haar geblokkeerde premiespaarregeling onder spaarrekeningnr.:

     

    Wij verzoeken U vriendelijk bovengenoemd bedrag over te maken op de vrije rekening van betrokkene.

    De door Reed Elsevier Nederland gestorte ‘voorwaardelijke premie’ dient te worden teruggestort op rekeningnummer: 62.37.71.829 bij de HBU te Rotterdam o.v.v. Naam, rekeningnummer en de maanden waarop het premiebedrag van toepassing is.

     

    Met vriendelijke groet,

     

    Reed Elsevier Nederland B.V.

     


    Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

    Terug naar de homepage van deze website.