S 2.5.c.5.8.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE: Uitkering bij arbeidsongeschiktheid


Arbeidsongeschiktheid

 

Ingeval van volledige arbeidsongeschiktheid van een werknemer gelden de volgende bepalingen:

 

1.

Het dienstverband wordt gedurende 3 jaar na aanvang van de arbeidsongeschiktheid voortgezet.

2.

Gedurende deze 3 jaar zijn de volgende arbeidsvoorwaarden van toepassing:

 
  • aanvulling WAO-uitkering tot 100% van het netto-inkomen (= salaris + vakantietoeslag + gratificatie), conform de CAO-bepalingen;
  • indien een salarissysteem met periodieke verhogingen van toepassing is, worden gedurende deze 3 jaar nog periodieke verhogingen toegekend (indien en voorzover de salarisschaal dit toelaat), tenzij de CAO dit niet voorschrijft; in dat laatste geval wordt alleen een periodieke verhoging over het eerste ziektejaar toegekend;
  • opbouwen van vakantiedagen volgens de CAO en de ARAV over maximaal een half jaar en wel het half jaar voorafgaande aan het einde van de arbeidsongeschiktheid of einde van het dienstverband.
    Het recht op vakantiedagen dat vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de werknemer was opgebouwd, blijft gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid intakt, met dien verstande dat deze verjaard zijn indien 2 jaar zijn verstreken na het tijdstip waarop zij zijn verworven.

3.

In het tweede WAO-jaar wordt het dienstverband beëindigd op zodanige wijze dat het einde van het dienstverband samenvalt met het einde van het tweede WAO-jaar.

4.

Indien de aanvang van de arbeidsongeschiktheid ligt op of na de 57-jarige leeftijd van de werknemer, wordt het dienstverband niet beëindigd. De werknemer kan alsdan gebruik maken van de VUT-regeling.

 

 


Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

Terug naar de homepage van deze website.