A 2.6.b.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE: Geschillen


Categorie werknemers

CAO art.

ARAV art.

RAV art.

Reed Elsevier Nederland B.V./EMMC

28

-

-

Elsevier Science B.V. BU/TU

28

-

-

Elsevier bedrijfsinformatie bv BU/TU

28

-

-

PBNA

bijl. 3

-

-

Elsevier Opleidingen

-

-

-

Publiekstijdschriftjournalisten

40

-

-

Opinieweekbladjournalisten

40+28

-

-

Vaktijdschriftjournalisten

29

-

-

Grafisch technische werknemers

14

-

-

Grafisch administratieve werknemers

14

-

-

Grafische chefs

13

-

-

Reed Exhibitions Netherlands

-

-

-

NSC

-

-

-

Toeristiek

-

-

-

Boertien & Partners

-

-

-

Directie

-

-

-

 

KLACHTRECHTREGLEMENT VOOR DE NEDERLANDSE REED ELSEVIER-BEDRIJVEN

 

  1. Definities

Werkgever:

Reed Elsevier Nederland B.V. of één van de met haar gelieerde in Nederland gevestigde ondernemingen die ten tijde van het ontstaan van de klacht deel uitmaakt(e) van Reed Elsevier.

Werknemer:

iedere natuurlijke persoon ten tijde van het indienen van de klacht in dienst van de werkgever.

Klacht:

een verwoording van onvrede van de werknemer die betrekking heeft op zijn werksituatie, welke hij ervaart als onbillijk, onrechtvaardig of ongewenst jegens hem en voor de oplossing waarvan noch bij wet, noch bij CAO ingestelde rechtsgangen openstaan.

Klager:

de werknemer, die volgens de bepalingen van dit reglement een klacht indient.

Klachtbegeleider:

de werknemer, die door klager is aangezocht om de klachtprocedure overeenkomstig artikel III van dit reglement te begeleiden en dat heeft geaccepteerd.

Directie:

de bestuurder die alleen of wel te zamen met anderen in de onderneming, waar klager werkzaam is, rechtstreeks de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid.

Bestuurder:

de bestuurder jegens de Centrale Ondernemingsraad.

Adviescommissie:

de commissie, krachtens art. IV, lid 2 van dit reglement ingesteld.

 

 

  1. Wijze van indienen van een klacht
  1. Klager dient schriftelijk een klacht in bij de directie van zijn onderneming binnen twee maanden nadat de normale hiërarchische weg in de onderneming (zie toelichting) vruchteloos is doorlopen.
  2. De klacht dient een uiteenzetting te bevatten van hetgeen waarover geklaagd wordt en de door klager gewenste oplossing. Tevens wordt aangegeven op welke wijze en wanneer de normale hiërarchische weg binnen de onderneming is doorlopen.
    Indien klager zich laat bijstaan door een klachtbegeleider, deelt hij mede wie als zodanig optreedt.

 

Klachtbegeleider

1.

  1. Klager is gerechtigd zich in de procedure te laten bijstaan door een klachtbegeleider. De klachtbegeleider dient in de regel binnen dezelfde onderneming als die van klager werkzaam te zijn. Bij uitzondering kan een werknemer een klachtbegeleider van een andere onderneming van Reed Elsevier aanwijzen.
  2. De taak van de klachtbegeleider is de klager te adviseren en indien nodig te helpen bij het indienen van de klacht en bij de verdere behandeling daarvan.
  3. De klachtbegeleider is bevoegd klager in alle stadia van de klachtbehandeling te vergezellen, vragen te stellen, kennis te nemen van dezelfde informatie als de overig betrokken partijen en indien klager dat wenst, het woord te voeren voor klager.
   

IV. Wijze van behandeling van de klacht

1.

  1. De directie neemt een klacht in behandeling. Ingeval de directie van mening is dat een klager in zijn klacht niet-ontvankelijk is op grond van art. V lid 1 deelt zij dit schriftelijk aan klager mede binnen 10 werkdagen na ontvangst van de klacht.
  2. Indien de directie van mening is dat klager in zijn klacht ontvankelijk is, hoort zij in ieder geval de klager, alsmede zijn chef, diens chef en, zo daar sprake van is, degenen tegen wie de klacht gericht is. De directie neemt daarna een beslissing en deelt deze schriftelijk en gemotiveerd mede aan klager, binnen 30 dagen na ontvangst van de klacht.
  3. Indien de directie de termijn als genoemd in lid 1b van dit artikel overschrijdt, is klager gerechtigd zijn klacht, zonder de beslissing van de directie af te wachten, voor te leggen aan de bestuurder volgens de procedure als omschreven in lid 2 van dit artikel, tenzij de directie hem vóór het aflopen van de termijn schriftelijk over de overschrijding van de termijn op grond van artikel IV lid 2 heeft geïnformeerd.

2.

  1. Indien de klager zich niet kan verenigen met de beslissing van de directie als bedoeld in lid 1 sub b. van dit artikel, is hij binnen 10 werkdagen na de ontvangst van de beslissing van de directie gerechtigd schriftelijk beroep aan te tekenen bij de bestuurder.
  2. De bestuurder stelt binnen 10 werkdagen na ontvangst van de klacht een Adviescommissie in, bestaande uit de volgende leden:
   
  1. de stafdirecteur Sociaal Beleid
  2. de (plv.) voorzitter of (plv.) secretaris van de COR
  3. een directielid van een andere onderneming dan die waar klager werkzaam is, gezamenlijk aan te wijzen door de in 1. en 2. Genoemde personen.
 
  1. De Adviescommissie brengt schriftelijk advies uit aan de bestuurder binnen 15 werkdagen na instelling van de commissie. Alvorens advies uit te brengen, dient de Adviescommissie in ieder geval klager en betrokken directie gehoord te hebben. Indien dit door de Adviescommissie noodzakelijk wordt geacht, zullen ook de directe chef en/of mede-werknemer worden gehoord.
    Het advies van de Adviescommissie is niet openbaar.
  2. De bestuurder neemt, na kennis genomen te hebben van het advies, een beslissing en deelt deze schriftelijk en gemotiveerd mee aan klager en de directie binnen 10 werkdagen na ontvangst van het advies.
  3. De beslissing van de bestuurder is bindend.
   

V. Niet-ontvankelijkheid

1.

Een klager is in zijn klacht niet ontvankelijk:

  1. Indien de klacht niet valt onder de definitie van klacht als omschreven in artikel I.
  2. Indien klager niet binnen de in artikel II, lid 1 gestelde termijn zijn klacht heeft ingediend.
  3. Indien klager voor indiening van de klacht niet getracht heeft langs de normale hiërarchische weg tot een oplossing te komen.

2.

  1. Indien de directie de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk heeft verklaard, kan klager daartegen in beroep gaan bij de bestuurder volgens de procedure als omschreven in artikel IV, lid 2 van dit reglement.
  2. Indien de bestuurder de klager in zijn klacht ontvankelijk verklaart, verwijst hij klager terug naar de directie, waarna de procedure een aanvang neemt op de wijze als omschreven in de artikelen II en IV van dit reglement.
   
  1. Aanvullende bepalingen
  1. Geheimhouding:
    Allen die betrokken zijn bij een klachtprocedure zoals beschreven in dit reglement, zijn gehouden tot geheimhouding jegens derden van alle feiten en gegevens waarvan zij bij de behandeling van een klacht kennis nemen.
  2. Termijnen:
    Termijnen, zoals beschreven in dit reglement mogen niet overschreden worden, tenzij gegronde redenen daartoe aanleiding geven. Gegronde redenen in de zin van dit reglement zijn tijdelijke afwezigheid die de afwikkeling van de procedure vertraagt van één of meerdere betrokkenen ten tijde van de klachtprocedure wegen a) ziekte, b) vakantie, c) zakenreis. De termijn kan éénmaal met dezelfde termijn worden verlengd. Van overschrijding van iedere termijn dient klager vooraf schriftelijk in kennis te worden gesteld.
  3. Intrekking klacht:
    Een ingediende klacht kan te allen tijde door klager worden ingetrokken. De intrekking van de klacht dient schriftelijk te geschieden.
 
  1. Geldigheidsduur reglement
  1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 1998 voor een periode van één jaar. Drie maanden voor het verstrijken van de geldigheidsperiode zal door de directie van Reed Elsevier Nederland B.V. in overleg met de COR worden bezien of verlenging voor eenzelfde of onbepaalde periode zal plaatsvinden.
  2. Indien tijdens de geldigheidsduur van dit reglement in een collectieve arbeidsovereenkomst, geldend voor een bepaalde categorie van werknemers een klachtrechtregeling, als in dit reglement bedoeld, wordt opgenomen, vervalt dit reglement voor die categorie van werknemers per dezelfde datum waarop de CAO van kracht wordt.
  3. Ingeval een wettelijke regeling van het klachtrecht wordt ingevoerd, zal bekeken worden of en in hoeverre dit reglement nog van kracht kan zijn.
 
  1. Overgangsregeling

Een klacht die conform dit reglement in behandeling is genomen, wordt volgens de bepalingen van dit reglement afgehandeld, indien tijdens de behandeling een wettelijke regeling resp. CAO als bedoeld in artikel VII, lid 3 resp. lid 2, van kracht wordt, tenzij de wet op de CAO anders beslist.

 

IX. Wijzigingen

Wijzigingen in dit reglement kunnen slechts worden ingevoerd met instemming van de COR.

 

TOELICHTING

 

behorend bij het klachtrechtreglement voor de Nederlandse Reed Elsevierbedrijven.

 

Het reglement bevat een procedure, die door iedere werknemer (zie definitie) kan worden gevolgd indien hij/zij een klacht heeft.

 

Uiteraard is de klachtrechtregeling niet de weg waarlangs geschillen die voortspruiten uit CAO-bepalingen en bijbehorende regelingen behoren te worden beslecht; de bij CAO ingestelde geschillencommissies - hoe ook genoemd - zijn in die gevallen de bevoegde instanties. Evenmin kunnen werknemers op wie een CAO van toepassing is, die voorziet in een geschillenregeling over arbeidsverhoudingen in het algemeen, van deze klachtrechtregeling gebruik maken.

Vervolgens is het zo, dat dit klachtrechtreglement niet bedoeld is voor geschillen of zaken die aan de burgerlijke rechter of het Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening dienen te worden voorgelegd, zoals bijvoorbeeld bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen (art. 7A: 1639w BW) of bij de aanvraag van een ontslagvergunning.

Tenslotte is bovendien vereist dat het een klacht betreft, waarbij een persoonlijk belang getroffen is door een omstandigheid die niet is veroorzaakt door een algemene in de onderneming geldende regeling, maar die wel de werksituatie van de werknemer betreft.

 

Een klacht is pas rijp om als klacht te worden ingediend volgens het klachtrechtreglement wanneer die klacht zonder oplossing langs de normale hiërarchische weg in de onderneming is gegaan.

Deze hiërarchische weg zal niet in elke onderneming dezelfde zijn, doch in ieder geval dient klager gesprekken gevoerd te hebben met:

 

Pas wanneer de bovenbedoelde hiërarchische weg tenminste is bewandeld, en er geen oplossing is gevonden, kan men van een klacht als bedoeld in het reglement spreken en kan de behandeling van de klacht, zoals in dit reglement geregeld, een aanvang nemen.

 

In de klachtprocedure dient de klager zelf zorg te dragen voor het op schrift stellen van de klacht, indiening daarvan, het inachtnemen van de gestelde termijnen en alle andere procedurele voorschriften van het reglement. Hij kan een klachtbegeleider aanwijzen die hem daarbij bijstaat, zowel op het inhoudelijke als op het procedurele vlak. Het is niet de bedoeling dat de klachtbegeleider als een soort raadsman fungeert; de klachtbegeleider moet niet als het ware de behandeling van de klacht overnemen.

De klachtbegeleider dient in de regel in dezelfde onderneming als klager werkzaam te zijn.

Het is in het belang van de klager om iemand uit zijn onderneming als klachtbegeleider te hebben, omdat deze van het reilen en zeilen binnen de onderneming en van de werksituatie van klager op de hoogte is.

Mocht klager er echter niet in slagen iemand binnen zijn onderneming te vinden dan is hij gerechtigd een persoon uit een andere onderneming binnen Reed Elsevier als klachtbegeleider aan te wijzen.

 

Indien de klager van mening is dat zijn klacht ten onrechte door de directie en in beroep door de bestuurder niet-ontvankelijk is verklaard, staat hem de gang naar de kantonrechter open indien de kantonrechter bevoegd is kennis van de klacht te nemen. Hetzelfde geldt als hij zich niet kan verenigen met de beslissing in beroep van de bestuurder.

KLACHTENREGELING SEKSUELE INTIMIDATIE OP DE WERKPLEK VOOR DE NEDERLANDSE REED ELSEVIER BEDRIJVEN

 

  1. Definities

 

Werkgever:

Reed Elsevier Nederland B.V. of één van de met haar gelieerde in Nederland gevestigde ondernemingen die ten tijde van het kenbaar maken van de klacht over seksuele intimidatie deel uitmaakt(e) van Reed Elsevier.

Werknemer:

iedere natuurlijke persoon ten tijde van het indienen van de klacht over seksuele intimidatie werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst met werkgever.

Seksuele intimidatie:

ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard waarbij tevens sprake is van één van de volgende punten:

  • onderwerping aan dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor tewerkstelling van een persoon;
  • onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag door een persoon wordt gebruikt of mede gebruikt als basis voor beslissingen die het werk van deze persoon raken;
  • dergelijk gedrag heeft het doel de werkprestaties van een persoon aan te tasten en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren, dan wel heeft tot gevolg dat de werkprestaties van een persoon worden aangetast en/of een intimiderende, vijandige of onaangename
    werkomgeving wordt gecreëerd.

Klacht:

een klacht betreffende seksuele intimidatie.

Klager:

de persoon die zich wendt tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht over seksuele intimidatie indient bij de Klachtencommissie.

Beklaagde:

de persoon tegen wie de klacht is gericht.

Vertrouwenspersoon:

de werknemer die in dezelfde onderneming werkzaam is als klager en door de directie van die onderneming is aangezocht om klager overeenkomstig artikel IV van dit reglement te begeleiden.

Directie:

de bestuurder die alleen of wel te zamen met anderen in de onderneming, waar klager werkzaam is, de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid.

Klachtencommissie:

de commissie, krachtens artikel V van dit reglement ingesteld.

 

 

  1. Seksuele intimidatie

 

  1. Een ieder die met seksuele intimidatie wordt geconfronteerd kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht indienen bij de Klachtencommissie.
    Voor het van toepassing zijn van deze procedure dient de klager, ofwel de beklaagde werknemer te zijn van Reed Elsevier Nederland B.V. of één van de met haar gelieerde in Nederland gevestigde ondernemingen die ten tijde van het kenbaar maken van de klacht over seksuele intimidatie deel uitmaakt(e) van Reed Elsevier.
  2. Een klacht kan uiterlijk binnen één jaar na de confrontatie, of de laatste confrontatie indien dit vaker is voorgekomen, worden ingediend.

 

  1. Vertrouwenspersoon

 

  1. De directie van Reed Elsevier Nederland B.V. en van de met haar gelieerde in Nederland gevestigde ondernemingen die ten tijde van het ontstaan van de klacht deel uitmaakt(e) van Reed Elsevier, hebben een vrouwelijke vertrouwenspersoon in hun onderneming benoemd.
  2. De klager dient de klacht in de regel bij de vertrouwenspersoon, werkzaam binnen dezelfde onderneming als die van klager, in te dienen. Bij uitzondering kan een klager zich wenden tot de directie Sociaal Beleid.
  3. De vertrouwenspersoon is met inachtneming van de nodige vertrouwelijkheid bevoegd de beklaagde of andere betrokkenen binnen de onderneming te horen en informatie in te winnen, voorzover dit voor de uitvoering van de taken noodzakelijk is.
  4. De vertrouwenspersoon legt verantwoording af over de verrichte werkzaamheden aan het Hoofd Personeel en Organisatie van de onderneming waarin zij werkzaam is.
  5. De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks verslag uit aan het Hoofd Personeel en Organisatie van de onderneming waarin zij werkzaam is, over het aantal en de aard van de bij hen aanhangig gemaakte klachten van seksuele intimidatie. De verslaggeving is anoniem.

 

  1. Taken van de vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon heeft in ieder geval de volgende taken:

  1. het fungeren als aanspreekpunt voor personen die met seksuele intimidatie worden geconfronteerd;
  2. de eerste opvang, begeleiding en nazorg aan die personen;
  3. het doorverwijzen naar externe deskundigen als verdere opvang noodzakelijk is;
  4. het adviseren van klagers over eventueel verder te ondernemen stappen;
  5. het op verzoek van de klager ondernemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing;
  6. het op verzoek begeleiden van personen die overwegen een klacht in te dienen bij de Klachtencommissie.

 

  1. De Klachtencommissie

1.

b.

De Klachtencommissie bestaat uit de volgende leden:

  • de (plv) stafdirecteur Sociaal Beleid;
  • de voorzitter of secretaris van de Centrale Ondernemingsraad of hun plaatsvervang(st)er;
  • een medewerker van de door de onderneming waar klager werkzaam is ingeschakelde Arbo-dienst.
 

c.

Aan de Klachtencommissie wordt een secretaris toegevoegd; deze beschikt niet over beslissende bevoegdheden.

 

d.

In de Klachtencommissie dient tenminste één vrouw zitting te hebben.

 

e.

Indien geen van bovenstaande leden van het vrouwelijk geslacht is, zal één van de commissieleden vervangen dienen te worden door een voldoende deskundige vrouwelijke werknemer, die werkzaam is in een andere onderneming dan die waar klager werkzaam is.

 

f.

Elk van de commissieleden dient te worden vervangen door een vergelijkbare functionaris werkzaam bij een andere onderneming dan waar klager werkzaam is, indien het commissielid werkzaam is in dezelfde onderneming als klager.

 

g.

Een lid van de Klachtencommissie wordt vervangen, indien klager of beklaagde gegronde redenen heeft te twijfelen aan zijn of haar onafhankelijkheid.

Een lid van de Klachtencommissie wordt in ieder geval vervangen indien hij/zij direct of indirect betrokken is of is geweest bij de seksuele intimidatie waarover de klacht is ingediend, danwel in familierechtelijke betrekking staat tot de klager of de beklaagde.

 

h.

De Klachtencommissie kan zich laten bijstaan door een extern deskundige; hij/zij heeft een adviserende stem.

 

i.

De secretaris houdt van de door de Klachtencommissie behandelde klachten een archief bij. De stukken in dit archief zijn verzegeld. Dit archief is uitsluitend toegankelijk voor leden van de Klachtencommissie en de secretaris.

2.

a.

Afhankelijk van de aanwezige deskundigheid en de voorkeur van de klager, wordt één commissielid aangewezen zich speciaal toe te leggen op de ingestelde klacht en deze te onderzoeken.

Dit commissielid brengt verslag uit aan de gehele commissie.

 

b.

Indien het in het vorig lid gestelde geen doorgang vindt, is de gehele commissie bevoegd.

3.

De Klachtencommissie dient zelfstandig een klacht in behandeling te kunnen nemen, en dient hieromtrent ook zelfstandig advies te kunnen geven.

 

  1. Indiening en inhoud van klacht

 

1.

Een klacht dient schriftelijk door klager te worden ingediend bij de Klachtencommissie en bevat:

 

a.

de omschrijving van de confrontatie met seksuele intimidatie (tijd, plaats, datum);

 

b.

de naam van de beklaagde of de namen van de beklaagden;

 

c.

indien mogelijk, de beschrijving van de door de klager ondernomen stappen.

2.

De schriftelijke stukken die betrekking hebben op de ondernomen stappen worden aan de Klachtencommissie voorgelegd.

 

 

  1. Behandeling van een klacht

 

  1. De Klachtencommissie beslist binnen twee weken nadat een klacht is ingediend of de klacht ontvankelijk is en doet in geval van niet-ontvankelijkheid mededeling aan de klager.
  2. Indien de klacht ontvankelijk wordt verklaard (zie Aanvullende bepalingen) en derhalve in behandeling wordt genomen, zendt de Klachtencommissie een afschrift van de klacht alsmede van de aan haar overlegde schriftelijke stukken aan de beklaagde.
  3. Indien de klacht in behandeling wordt genomen, worden de klager en beklaagde door de Klachtencommissie, al dan niet afzonderlijk, gehoord. Van het horen wordt een verslag gemaakt.
  4. De klager kan zich tijdens het horen door een vertrouwenspersoon laten bijstaan.
  5. Zowel indien de Klachtencommissie de klacht ongegrond acht, danwel gegrond acht, brengt zij haar oordeel ter kennis van degene die de klacht heeft ingediend en van degene tegen wie de klacht zich richt.
  6. De vergaderingen van de Klachtencommissie zijn niet openbaar.

 

  1. Adviesbevoegdheid Klachtencommissie

 

  1. De Klachtencommissie brengt binnen acht weken na ontvangst van een gegrond verklaarde klacht een schriftelijke rapportage uit aan de directie van de onderneming waar klager werkzaam is. Daarbij kan zij de betreffende directie een advies geven omtrent een eventueel te treffen maatregel. Alvorens de Klachtencommissie hiertoe overgaat stelt zij de klager en beklaagde in de gelegenheid hun zienswijze omtrent het uit te brengen rapport en advies mondeling dan wel schriftelijk aan de Klachtencommissie kenbaar te maken. Een afschrift van de rapportage alsmede van het advies omtrent de eventueel te treffen maatregel wordt gezonden aan de klager, de beklaagde en de vertrouwenspersoon.
  2. Indien het rapport en het advies niet binnen de termijn als bedoeld in het eerste lid aan de directie kan worden uitgebracht, stelt de Klachtencommissie de klager en de beklaagde daarvan in kennis. Zij noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen het rapport en advies wel te verwachten zijn.

 

  1. Maatregelen

 

De in artikel VIII lid 1 vermelde maatregelen kunnen betreffen:

 

  1. Beslissing van de directie

 

  1. Binnen twee weken na ontvangst van het rapport en het advies van de Klachtencommissie neemt de directie van de onderneming waarin klager werkzaam is een beslissing. De beslissing wordt terstond aan de klager en de beklaagde medegedeeld. Een afschrift van de beslissing wordt aan de Klachtencommissie gezonden.
  2. Indien de betreffende directie in afwijking van het advies van de Klachtencommissie beslist, geeft het bij de beslissing aan waarom van het advies is afgeweken.

 

  1. Uitbrengen van verslag

 

De Klachtencommissie brengt jaarlijks aan de directie van Reed Elsevier Nederland B.V. verslag uit over het aantal behandelde klachten, de aard daarvan en de terzake gegeven adviezen. Na inzage dienen de stukken te worden geretourneerd aan de secretaris van de Klachtencommissie.

 

  1. Rechtspositie

 

  1. Klagers, vertrouwenspersonen en leden van de Klachtencommissie mogen niet wegens het indienen van hun klacht of uit hoofde van hun functie als vertrouwenspersoon of als lid van de Klachtencommissie benadeeld worden in hun rechtspositie.
  2. Voor beëindiging van het dienstverband van de vertrouwenspersoon of van een lid van de Klachtencommissie is de goedkeuring van de in artikel III lid 1 sub a genoemde directie vereist.

 

  1. Faciliteiten

 

De in artikel III lid 1 sub a bedoelde directies bieden de vertrouwenspersonen en de leden van de Klachtencommissie de faciliteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken.

 

XIV. Aanvullende bepalingen

 

1.

Niet-ontvankelijkheid:

Een klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk:

  1. Indien de klacht niet valt onder de definitie van seksuele intimidatie als omschreven in artikel I.
  2. Indien de klager niet binnen de in artikel II gestelde termijn zijn klacht heeft ingediend.

2.

Geheimhouding:

Allen die betrokken zijn bij een klachtprocedure betreffende seksuele intimidatie, zijn gehouden tot geheimhouding jegens derden van alle feiten en gegevens waarvan zij bij behandeling van een klacht kennis nemen.

 

 

3.

Termijnen:

Termijnen, zoals beschreven in dit reglement mogen niet overschreden worden, tenzij gegronde redenen daartoe aanleiding geven. Gegronde redenen in de zin van dit reglement zijn tijdelijke afwezigheid die de afwikkeling van de procedure vertraagt van één of meerdere betrokkenen ten tijde van de klachtprocedure wegens a) ziekte, b) vakantie, c) dienstreis.

De termijn kan maximaal éénmaal met dezelfde termijn worden verlengd. Van overschrijding van iedere termijn dient klager vooraf schriftelijk in kennis te worden gesteld.

4.

Intrekking klacht:

Een ingediende klacht kan te allen tijde door klager worden ingetrokken. De intrekking van de klacht dient schriftelijk te geschieden.

 

 

  1. Geldigheidsduur reglement

 

  1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 1998 voor een periode van één jaar. Drie maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur zal door de directie van Reed Elsevier Nederland B.V. in overleg met de COR worden bezien of verlenging voor eenzelfde of onbepaalde periode zal plaatsvinden.
  2. Indien tijdens de geldigheidsduur van dit reglement in een collectieve arbeidsovereenkomst, geldend voor een bepaalde categorie van werknemers een klachtrechtregeling, als in dit reglement bedoeld, wordt opgenomen, vervalt dit reglement voor die categorie van werknemers per dezelfde datum waarop de CAO van kracht wordt.
  3. Ingeval een wettelijke regeling van het klachtrecht betreffende de seksuele intimidatie wordt ingevoerd, zal bekeken worden of en in hoeverre dit reglement nog van kracht kan zijn.

 

  1. Overgangsmaatregel

 

Een klacht die conform dit reglement in behandeling is genomen, wordt volgens de bepalingen van dit reglement afgehandeld, indien tijdens de behandeling een wettelijke regeling resp. CAO als bedoeld in artikel XV, lid 3 resp. lid 2, van kracht wordt, tenzij de wet of de CAO anders beslist.

 

 

  1. Wijzigingen

 

Wijzigingen in dit reglement kunnen slechts worden ingevoerd met instemming van de COR.

 

 

TOELICHTING

behorend bij de klachtenregeling seksuele intimidatie voor de Nederlandse Reed Elsevierbedrijven.

 

ad artikel II lid 1:

Ook t.a.v. werknemers van andere bedrijven, die om zakelijke redenen met medewerkers van Reed Elsevier Nederland in contact komen (bijvoorbeeld: klanten, uitzendkrachten, werknemers van schoonmaak- en cateringbedrijven, onderhoudsmonteurs, etc.) kan de klachtenregeling seksuele intimidatie voor de Nederlandse Reed Elsevierbedrijven van toepassing zijn. Echter, in ieder geval dient één van de betrokkenen (klager of beklaagde) werknemer te zijn van Reed Elsevier Nederland.

 

 

ad artikel III lid 1 b:

Ten aanzien van de mogelijkheid, dat een klager zich tot een vertrouwenspersoon van een andere onderneming van Reed Elsevier kan wenden dan waar klager werkzaam is, dient men onder andere te denken aan gevallen als:

 

 

ad artikel VII lid 4

Het feit dat klager en beklaagde zich tijdens het horen door een vertrouwenspersoon kunnen laten bijstaan, laat onverlet de mogelijkheid dat zij zich in casu laten bijstaan door een raadsman of raadsvrouw.

 


Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

Terug naar de homepage van deze website.