A 2.7.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE: Acquisities en fusies


Onderstaand een overzicht van de artikelen in de verschillende CAO’s die ingeval van acquisities en fusies van toepassing zijn.

 

 

Categorie

werknemers

 

 

CAO

art.

 

ARAV

art.

 

RAV art.

 

Reed Elsevier Nederland B.V./EMMC

 

4

 

-

 

-

 

Elsevier Science B.V. BU/TU

 

4

 

-

 

-

 

Elsevier bedrijfsinformatie bv BU/TU

 

4

 

-

 

-

 

PBNA

 

4

 

-

 

-

 

Elsevier Opleidingen

 

6

 

-

 

-

 

Publiekstijdschrift-journalisten

 

hfdst. VI

 

-

 

-

 

Opinieweekblad-journalisten

 

hfdst. VI

 

-

 

-

 

Vaktijdschrift-journalisten

 

4

 

-

 

-

 

Grafisch technische werknemers

 

RFR-reg.

 

-

 

-

 

Grafisch administratieve werknemers

 

RFR-reg.

 

-

 

-

 

Grafisch chefs

 

RFR-reg.

 

-

 

-

 

Reed Exhibitions Netherlands

 

-

 

-

 

28

 

NSC

 

-

 

-

 

30

 

Toeristiek

 

-

 

-

 

-

 

Boertien en Partners

 

-

 

-

 

-

 

Directie

 

-

 

-

 

26

 

 

Inleiding

 

Het is van belang dat binnen Reed Elsevier Nederland een eenheid van beleid wordt gevolgd in het opvangen van de sociale consequenties van acquisities en fusies.

De stafafdeling Sociaal Beleid moet daarom in een zo vroeg mogelijk stadium worden betrokken bij de voorbereiding van deze maatregelen.

Gegeven de gevarieerdheid van te nemen maatregelen is het niet mogelijk uit-puttend in te gaan op de materie, maar wordt volstaan met het geven van een nadere begripsafbakening van de maatregelen en een overzicht van terzake geldende wettelijke bepalingen met een korte vermelding van de inhoud.

 

Nadere afbakening van de begrippen

 

Onderstaand wordt aangegeven wat binnen Reed Elsevier in Nederland verstaan wordt onder fusies, reorganisaties en liquidaties; in deze gevallen zijn de procedure-afspraken van toepassing.

Acquisities en fusie: het verkrijgen van de zeggenschap -direct of indirect- over de activiteiten van een onderneming of een gedeelte daarvan, zoals:

Eén en ander is hier vermeld vanuit de verkrijgende positie van Reed Elsevier: dit kan zich ook in het omgekeerde geval voordoen namelijk, Reed Elsevier als verkopende partij.

Verder kan in dit kader gedacht worden aan het verzelfstandigen van een onderneming, het oprichten van een joint-venture, het verwerven van een deelneming in een andere onderneming.

 

CAO en wettelijke bepalingen

 

Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de CAO- en wettelijke bepalingen, die bij een acquisitie of fusie aan de orde kunnen zijn.

 

1. CAO-bepalingen
In het overzicht op A 2.7. wordt aangegeven welke bepalingen in de verschillende CAO’s van toepassing zijn bij acquisitie of fusie.

 

2. Fusiegedragsregels

De fusiegedragsregels zijn een door de SER vastgestelde gedragscode, door besturen van ondernemingen van een zekere omvang na te leven ingeval van een fusie. Deze code kan onderscheiden worden in gedragsregels ter bescherming van de belangen van aandeelhouders (Hoofdstuk I van de fusiegedragsregels) en de gedragsregels ter bescherming van de belangen van de werknemers (Hoofdstuk II).

De regels, vastgelegd in Hoofdstuk I, hebben betrekking op het uitbrengen van een openbaar bod op aandelen, dat wil zeggen: het doen uitbrengen van een bod op ter beurze genoteerde aandelen van een vennootschap. De regels beogen betrokken aandeelhouders van de vennootschap voldoende informatie te geven over het bod; tevens zijn de regels gegeven om misbruik van voorwetenschap tegen te gaan. Indien een dergelijk geval zich voordoet, dient over dit onderdeel overleg plaats te vinden met de stafafdeling Juridische Zaken.

De regels, vastgelegd in Hoofdstuk II, zijn, gezien de huidige praktijk, de belangrijkste. Deze regels hebben betrekking op een informatie- en overleg-plicht, die op een bepaald moment bij fusies in acht moeten worden genomen. Onder "fusie" in de zin van de Fusiegedragsregels wordt verstaan: de ver-krijging van de zeggenschap, direct of indirect, over de activiteiten van de onderneming of een gedeelte daarvan, zoals overname door middel van aandelen- overdracht, overname van activiteiten van de onderneming, de oprichting van een joint-venture, het verkrijgen van een belang van 50% of uitbreiding van een belang van 50% tot een meerderheidsbelang, en de verwerving van een minderheidsbelang dat gevoegd bij een reeds bestaand minderheidsbelang leidt tot een deelneming van 50% of meer.

De voorgenomen fusie dient op het moment, dat de verwachting gewettigd is dat overeenstemming kan worden bereikt, schriftelijk te worden gemeld aan de SER-commissie fusie-aangelegenheden en de betrokken vakorganisaties. Verder is bepaald dat de vakorganisaties moeten worden geïnformeerd over de te verwachten sociale, economische en juridische gevolgen van de fusie en moeten zij in de gelegenheid worden gesteld in een bespreking met de betrokken partijen hun oordeel te geven vanuit het gezichtspunt van het werknemersbelang. Als er sprake is van een fusie in de zin van de fusiegedragsregels, zijn deze regels altijd van toepassing -hoe gering van omvang de fusie ook is-. In CAO’s zijn veelal nadere bepalingen omtrent de toepassing van de fusie-gedragsregels vastgelegd. De fusie gedragscode berust niet op een wettelijke bepaling; de uiteindelijke sanctie bij niet nakoming van de code is een openbare kennisgeving van een berisping. Het beleid van Reed Elsevier Nederland is de gedragscode zorgvuldig na te leven.

 

3. WOR
Op grond van artikel 25 van de WOR dient de betrokken ondernemingsraad in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen over een voorgenomen besluit van de directie met betrekking tot de in dit artikel genoemde maatregelen: hier worden veelal de maatregelen genoemd, die in dit hoofdstuk aan de orde zijn.
Het advies moet in een zodanig stadium gevraagd worden, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Artikel 25 geeft verder een aantal voorschriften ten aanzien van informatieverschaffing en procedure die nauwkeurig moeten worden gevolgd.

Indien de directie een besluit neemt dat afwijkt van het advies van de OR, is de ondernemer gehouden de uitvoering van het besluit één maand op te schorten. In die maand kan de OR op grond van artikel 26 WOR in beroep gaan bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam. Dit beroep kan de OR eveneens instellen, indien feiten of omstandigheden bekend zijn geworden, die, waren zij de OR bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van het advies, aanleiding zouden zijn geweest tot het uitbrengen van een ander advies. De ondernemingskamer toetst bij de behandeling van het beroep, of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen en kan, indien zij van mening is dat dit niet het geval is, op verzoek van de OR bepaalde voorzieningen treffen. De vraag in welke gevallen de uitspraak zal zijn dat de ondernemer in redelijkheid niet tot zijn besluit had kunnen komen, is in zijn algemeenheid niet aan te geven. Wel moet bedacht worden, dat overal waar de ondernemer de procedureregels niet of niet goed in acht heeft genomen, het beroep van een OR zeker succes heeft bij de Ondernemingskamer.

4. Artikelen 7A: 1639aa e.v. Burgerlijk Wetboek (alsmede artikel 14a Wet CAO en artikel 2a Wet op het algemeen verbindend/onverbindend verklaren van bepalingen van CAO’s).
In de artikelen 7A: 1639aa e.v. BW wordt bepaald dat bij de overgang van een onderneming of een gedeelte daarvan, de arbeidsovereenkomsten van de daarbij betrokken werknemers (en de uit de arbeidsovereenkomsten voortvloeiende rechten en verplichtingen) van rechtswege (dus automatisch) overgaan op de verkrijger. Dit is een bepaling van dwingend recht. Van deze automatische overgang van rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst, zijn uitgezonderd de pensioenverplichtingen. Onder overgang van de onderneming wordt hier verstaan de overdracht van ondernemingsactiviteiten door middel van een overeenkomst tot huur, koop etc.
De veel voorkomende vorm van overname door middel van de aandelenoverdracht valt hier niet onder; in dat geval blijft de werkgever in de vorm van de rechtspersoon dezelfde en krijgen de werknemers geen andere werkgever.
Na het inwerking reden van deze wettelijke bepalingen, zijn heel wat uitspraken van rechters gevraagd in verband met de vraag of het een overgang van de onderneming in het kader van de wet betrof. Van belang is dat de ondernemingsactiviteiten of een gedeelte daarvan wordt overgedragen, teneinde te worden voortgezet door de verkrijger. Steeds zal beoordeeld moeten worden of de artikelen 7a: 1639aa e.v. van toepassing zijn.
Indien in de betrokken ondernemingen, één of meerdere CAO’s van toepassing zijn, wordt in artikel 14a van de Wet CAO en artikel 2a Wet AVV de overgang van rechten en plichten, voortvloeiend uit de CAO(’s), geregeld.

5. Wet Melding Collectief Ontslag
Voor een beschrijving van dit onderwerp wordt verwezen naar 2.8.a.

 

 

Procedure-afspraken

Indien één van de maatregelen, als bedoeld in dit hoofdstuk, bij een werk-maatschappij in voorbereiding is, dient de stafafdeling Sociaal Beleid daarvan zo vroeg mogelijk in kennis te worden gesteld, teneinde vast te kunnen stellen welk beleid op sociaal terrein gevoerd moet worden, welke regelingen er getroffen dienen te worden, en welke wettelijke of CAO-bepalingen van toepassing zijn. Daarna dient in overleg met de stafafdeling Sociaal Beleid een draaiboek te worden opgesteld, waarin de actiepunten en tijdsplanning worden vastgelegd, alsmede wordt bepaald welke functionarissen hierbij betrokken zullen zijn. Er vindt geen overleg met de vakorganisaties en ondernemingsraad plaats dan na overleg met de stafafdeling Sociaal Beleid.

 

Model draaiboek

  1. Moment, dat de verwachting gewettigd is dat overeenstemming zal worden bereikt; hiermee wordt bedoeld dat het ernaar uitziet dat partijen het eens zullen worden over de beoogde acquisitie of fusie; er mag nog geen sprake zijn van overeenstemming. Indien er al overeenstemming is bereikt over de hoofdpunten (met name de financiële modaliteiten), is er al sprake van overeenstemming en moet al uitvoering gegeven zijn aan de fusie-gedragsregels. Het is daarom van belang dat tijdens de overname bespre-kingen goed gelet wordt op de stand van de besprekingen in verband met de naleving van de fusiegedragsregels.
    Actie:
    Beide partijen informeren meteen schriftelijk de SER-commissie fusie-aangelegenheden en de betrokken vakorganisaties over de stand van de besprekingen. Meestal schrijft één der partijen, mede namens de andere partij.
  2. Persbericht.
    De tekst van het persbericht dient altijd, voordat dit wordt vrijgegeven, eerst bekend te worden gemaakt aan de SER-commissie èn de vakorganisaties. Dit geldt overigens voor elk persbericht dat tijdens deze procedure wordt gepubliceerd.
  3. Op het moment, als bedoeld in 1., mogen de ORen geïnformeerd worden over de stand van de besprekingen, maar er mag nog geen advies gevraagd worden (zie verder bij 6).
    Het is gebruik altijd de COR van Reed Elsevier Nederland B.V. van voor-
  4. genomen fusies op de hoogte te stellen.

  5. Schriftelijke uiteenzetting van beide partijen aan de vakorganisaties over de motieven van de fusie, alsmede de te verwachten sociale, economische en juridische gevolgen en de in verband daarmee te nemen maatregelen. Vaak gebeurt dit aan de hand van de concept adviesaanvrage aan de OR.
  6. Uitnodiging aan de vakorganisaties voor een bespreking, waarin zij in de gelegenheid zijn hun oordeel over de fusie te geven vanuit het gezichtspunt van het werknemersbelang. Eventueel combineren met 4.
  7. Bespreking van beide partijen met de vakorganisaties.
    Onderwerpen:
    - schriftelijke uiteenzetting (zie 4)
    - tijdstip waarop het advies aan de OR(en) zal worden gevraagd *).
  8. Adviesaanvragen naar de ORen. Met betrekking tot de te geven informatie, zie art. 25 WOR.
  9. Oordeel van de vakorganisaties afwachten.
  10. Advies van de ORen afwachten.
  11. Besluit, te nemen door beide directies en schriftelijk mede te delen aan de OR(en). Als het besluit afwijkt van het advies van de OR(en), dient gemotiveerd te worden waarom van het OR-advies is afgeweken. Bovendien dient dan de uitvoering van het besluit (dat wil zeggen: ondertekening fusiecontract en effectuering van de fusie) één maand te worden opgeschort (art. 26 WOR).

N.B.: Sommige CAO’s kennen nadere bepalingen over informatieverstrekking en

dergelijke aan vakorganisaties, bedrijfsinstanties et cetera.

 

*) Er dient alleen maar overleg gepleegd te worden over het tijdstip van de

adviesaanvrage aan de OR; als de vakorganisaties het niet eens zijn met dit tijdstip, zijn de directies gerechtigd om de adviesaanvragen toch op het door hen gewenste moment te doen uitgaan, als zij daartoe termen aanwezig achten (o.g.v. de WOR).

 

Richtlijnen

Er dient een investeringsvoorstel ter goedkeuring te worden voorgelegd, volgens de richtlijnen die daarvoor zijn vastgelegd. In dit voorstel dient tevens aangegeven te worden, welk personeel en organisatie beleid (inclusief arbeidsvoorwaarden) na de overname zal worden gevoerd. Indien het in het voornemen ligt overkoepelende regelingen (bijvoorbeeld: winstdelingsregeling) niet toe te passen, dient dit in het voorstel vermeld te worden; dit laatste dient uitdrukkelijk geaccordeerd te worden.

Het draaiboek en de brieven/informatie aan de SER en vakorganisaties worden door de stafafdeling Sociaal Beleid in overleg met de betrokken werkmaatschappij directie opgesteld.

Persberichten behoeven vooraf de goedkeuring van het lid van de Board van Reed Elsevier plc.

 

De adviesaanvragen voor de OR(en) binnen Reed Elsevier Nederland worden door de werkmaatschappij directie(s) opgesteld in overleg met de stafafdeling Sociaal Beleid.

Het overname contract wordt opgesteld door de stafafdeling Juridische Zaken in overleg met de werkmaatschappij directie.

 


Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

Terug naar de homepage van deze website.