S 2.8.b.1.
01-01-1998

2.0 HANDBOEK PERSONEEL EN ORGANISATIE: Model Sociaal Plan Uitgeverijen


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MODEL SOCIAAL PLAN REORGANISATIE, LIQUIDATIE

EN FUSIE BIJ DE NEDERLANDSE REED ELSEVIER UITGEVERIJEN

EN REED ELSEVIER NEDERLAND B.V.

 

 

 

Inhoudsopgave

 

   

pagina

I.

Inleiding

3

II.

Definities

4

III.

Werkingssfeer Sociaal Plan

5

IV.

Regelingen bij continuering van functie, maar van een ander niveau resp. herplaatsing binnen de onderneming van werkgever

  1. Continueren functie
  2. Tijdelijke plaatsing in een andere functie/herplaatsing in andere functie

5

 

 

5

6

V.

Procedures en regelingen bij herplaatsing binnen Reed Elsevier

  1. Procedures bij herplaatsing
  2. Regelingen m.b.t. arbeidsvoorwaarden, emolumenten ingeval van herplaatsing
  3. Vergoedingen in geval van herplaatsing

7

 

7

8

 

11

VI.

Procedures en regelingen bij beëindiging dienstverband

  1. Procedures bij beëindiging dienstverband
  2. Regelingen bij beëindiging dienstverband

15

 

15

16

VII.

Interne begeleidingcommissie

20

VIII.

Bijzondere gevallen

21

IX.

Geschillen

21

X.

Werkingsduur

21

 

I. Inleiding

 

Dit Model Sociaal Plan geldt voor de werknemers van de Nederlandse Reed Elsevier boeken- en tijdschriftuitgeverijbedrijven, van Reed Elsevier Nederland B.V. en EMMC B.V., met uitzondering van journalisten, ingeval in één van deze ondernemingen sprake is van een reorganisatie, liquidatie of fusie als omschreven in dit Sociaal Plan en indien op grond van de in de onderneming geldende CAO een Sociaal Plan dient te worden opgesteld.

Het zal in een concrete situatie van toepassing worden verklaard na overleg met de betrokken vakorganisaties.

 

Onderstaand een mogelijke formulering van de inleiding:

 

De ondernemingsraad heeft op ------ advies uitgebracht. De directie van --- heeft op --- haar definitieve besluit medegedeeld aan de ondernemingsraad.

Dit besluit heeft tot gevolg dat --- arbeidsplaatsen komen te vervallen. Met de vakorganisaties is, conform het gestelde in de CAO, inhoudelijk overleg gevoerd over de maatregelen en voorzieningen die getroffen moeten worden om de materiële gevolgen van dit besluit zo goed mogelijk op te vangen. De maatregelen en voorzieningen zijn vervolgens vastgelegd in dit Sociaal Plan.

 

Voor de werknemer wiens arbeidsplaats tengevolge van vorenbedoelde maatregelen komt te vervallen, wordt door --- (de werkgever) een maximale inspanning gegeven om een passende functie te vinden en wel als volgt:

1.

Er wordt intensief gezocht naar herplaatsing zowel binnen --- (de werkgever) als elders binnen Reed Elsevier, waarbij de interne kandidaat bij gebleken geschiktheid voorrang heeft boven externe kandidaten (dit zijn kandidaten die van buiten het concern solliciteren). Interne kandidaten worden daarbij, indien noodzakelijk voor de vervulling van een aangeboden functie, in de gelegenheid gesteld zich bij-/her- of om te scholen, zodat zij daardoor aan de gestelde functievereisten kunnen voldoen.

2.

Tevens wordt intensief gezocht naar herplaatsing buiten Reed Elsevier, waarbij - waar nodig - gezorgd wordt voor:

  • een zo groot mogelijke sollicitatiegeschiktheid
  • het begeleiden van sollicitatieprocessen
  • eventuele psychologische- of beroepskeuzetests e.d.

3.

Indien de activiteiten als onder 1. en 2. genoemd niet tot een positief resultaat hebben geleid zal overgegaan moeten worden tot beëindiging van het dienstverband, waarbij de regelingen zoals neergelegd in dit Sociaal Plan van toepassing zijn.

4.

De medewerking van de werknemer bij de herplaatsingsactiviteiten genoemd in 1. en 2. is onontbeerlijk en een voorwaarde.

 

 

  1. Definities

 

a. werkgever:

----

b. werknemer:

de man of vrouw die voor onbepaalde tijd in dienst is van de werkgever, hetgeen blijkt uit de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer.

c. CAO:

de CAO voor het Boekenuitgeverijbedrijf c.q. de CAO voor het Tijdschriftuitgeverijbedrijf.

d. ondernemingsraad:

de ondernemingsraad van ----

e. fusie:

het verkrijgen van de zeggenschap direct of indirect over de activiteiten van de onderneming of een gedeelte daarvan, als bedoeld in hoofdstuk II van het SER-besluit fusiegedragsregels, welke gepaard gaat met gedwongen ontslag en/of overplaatsing van een aanmerkelijk deel van de bij de werkgever in dienst zijnde werknemers zoals omschreven in de CAO.

f. liquidatie:

het besluit van de werkgever de productie binnen tenminste één vestiging van de onderneming geheel te staken, hetgeen gepaard gaat met gedwongen ontslag en/of overplaatsing van een aanmerkelijk deel van de bij de werkgever in dienst zijnde werknemers, zoals omschreven in de CAO.

g. reorganisatie:

de beslissing van de werkgever tot een belangrijke wijziging van de onderneming, welke gepaard gaat met gedwongen ontslag en/of overplaatsing van een aanmerkelijk deel van de bij de werkgever in dienst zijnde werknemers, zoals omschreven in de CAO.

h. bruto maandsalaris:

het op het moment van overplaatsing of ontslag geldende vaste bruto maandsalaris, vermeerderd met eventuele prestatietoeslag, extra toeslag en persoonlijke toeslag.

  1. netto-salaris

incl. vakantie-

toeslag:

het op het moment van ontslag geldende bruto salaris, vermeerderd met de op dat moment geldende vakantietoeslag onder aftrek van de op dat moment geldende werknemerspremies sociale verzekeringen, premie AOW/ANW en loonbelasting, alsmede de werknemersbijdragen in de pensioenpremie, de premie vrijwillige ziektekostenverzekering, de VUT-premie en de premie arbeidsongeschiktheidsvoorziening, zoals die laatstelijk op het salaris van de werknemer werden ingehouden.

j. de commissie

de interne begeleidingscommissie als bedoeld in VII van dit Sociaal Plan.

k. de vakorganisaties:

de vakorganisaties, partij bij de CAO.

 

 

  1. Werkingssfeer Sociaal Plan

Het Sociaal Plan is van toepassing op alle werknemers wier arbeidsplaats tengevolge van de reorganisatie, fusie of liquidatie komt te vervallen, dan wel wier functie tengevolge hiervan een ingrijpende wijziging ondergaat, met uitzondering van:

  1. De werknemer die heeft opgezegd voordat de werkgever definitief een besluit omtrent de reorganisatie, fusie of liquidatie heeft genomen.
  2. De werknemer die ontslagen wordt wegens dringende redenen (art. 7A: 1639p BW).
  3. De werknemers in de proeftijd.
  4. De werknemer die VUT- of pensioengerechtigd is.

 

  1. Regelingen indien de werknemer in de onderneming van werkgever werkzaam blijft, maar in een functie met een ander niveau.

 

  1. Continueren van functie, maar van een ander niveau

 

  1. Indien wordt vastgesteld dat het niveau van een functie, ten gevolge van het genomen besluit tot liquidatie, fusie of reorganisatie dermate lager is geworden dat deze in een lagere functieniveaugroep/salarisschaal thuis hoort, zal de functie in de lagere schaal worden geplaatst. Indien nodig wordt de functie gegradeerd.
    Voor de vaststelling van het slaris van de werknemer geldt het volgende: Indien het niveau van deze functie één schaal lager uitkomt, zal het salaris van de werknemer niet worden gewijzigd, en in de toekomst zal hij overeenkomstig de oorspronkelijk voor hem geldende salarisschaal worden gehonoreerd. Indien het niveau van deze functie twee of meer schalen lager uitkomt, zal in de regel naar een andere meer passende functie elders binnen Reed Elsevier moeten worden gezocht. Indien de werknemer deze functie echter wenst te blijven uitoefenen en naar het oordeel van de werkgever dit geen onoverkomelijke problemen oplevert, ook indien deze functie twee (2) of meer schalen lager uitkomt, wordt de werknemer met ingang van de eerstvolgende betalingsperiode in de met de lager ingedeelde functie overeenkomende salarisschaal ingedeeld. In dat geval geldt de regeling van art. 4A lid 9 van de CAO.
  2. Indien wordt vastgesteld dat het niveau van een functie, ten gevolge van het genomen besluit tot reorganisatie dermate hoger is geworden dat deze in een hogere functieniveaugroep/salarisschaal thuis hoort, zal de functie in de hogere schaal worden geplaatst. Het salarisniveau van de werknemer zal worden aangepast als ware het een promotie, tenzij hij nog niet aan de functie-eisen voldoet.

 

  1. Tijdelijke plaatsing in een andere functie/herplaatsing in een andere functie

 

1.

a.

ofwel wanneer er uitzicht bestaat op en definitieve herplaatsing in een andere functie, die de werknemer ook heeft aanvaard, maar die nog niet direct door hem vervuld kan worden;

 

b.

ofwel in bijzondere situaties, wanneer er nog geen uitzicht bestaat op een definitieve functie; een dergelijke tijdelijke plaatsing zal maximaal 18 maanden bedragen. In deze periode zal --- blijven zoeken naar een definitieve herplaatsing binnen --- en binnen Reed Elsevier. Indien na afloop van deze tijdelijke plaatsing geen definitieve herplaatsing tot stand gebracht kan worden, zijn de bepalingen van dit Sociaal Plan verder normaal van toepassing.

 

Tijdens de periode van deze tijdelijke plaatsing blijven de arbeidsvoorwaarden die golden vóór de tijdelijke plaatsing van toepassing.

2.

De werknemer blijft binnen de onderneming van de werkgever werkzaam doch in een andere functie.

De werknemer wordt ingeschaald in de voor hem in de nieuwe functie geldende salarisschaal met inachtneming van het bepaalde in art. 4A lid 9 van de CAO

3.

Indien herplaatsing tot gevolg heeft dat de werknemer onder de werkingssfeer van een andere CAO komt te vallen, is deze CAO van toepassing; m.b.t. de vaststelling van het bij de nieuwe functie behorend inkomen gelden de uitgangspunten als genoemd onder punt 2 van V.B. van dit Sociaal Plan en wordt naar analogie van het onder V.B.2 gestelde gehandeld.

 

  1. Procedures en regelingen bij herplaatsing binnen Reed Elsevier

 

  1. Procedures bij herplaatsing

 

  1. De werkgever zal de werknemer zo spoedig mogelijk nadat het besluit tot liquidatie, fusie of reorganisatie is genomen een schriftelijke bevestiging zenden van het wegvallen van diens arbeidsplaats onder vermelding van het tijdstip waarop de arbeidsplaats vervalt. De werkgever geeft tegelijkertijd, met instemming van de werknemer, de persoons- en overige relevante gegevens van de werknemer door aan de hoofden P en O van de werkmaatschappijen van Reed Elsevier in Nederland.
  2. De hoofden P en O zullen ingevolge het bepaalde in de nota herplaatsing (zie regeling A 2.8.c. pag. 1 t/m 11) alles in het werk stellen om een passende functie binnen Reed Elsevier te vinden. Tevens zal het hoofd P en O behulpzaam zijn bij het vinden van een functie buiten Reed Elsevier. De medewerking van de werknemer is daarbij een voorwaarde. Indien de werknemer geen medewerking verleent aan de herplaatsingsactiviteiten, zullen deze activiteiten gestaakt worden. Daarna zal overeenkomstig het bepaalde in VI van dit Sociaal Plan het dienstverband worden beëindigd, waarbij de werkgever kan besluiten om de aanvulling op een eventuele Loondervingsuitkering ingevolge de WW, welke hem op grond van dit Sociaal Plan zou toekomen, te weigeren gezien de non-coöperatieve houding van de werknemer. Alvorens de werkgever een besluit dienaangaande neemt, zal hij eerst het advies van de commissie inwinnen.
  3. De herplaatsingsactiviteiten, als hiervoren bedoeld, zullen de gehele periode, vanaf het moment als hierboven bedoeld bij 1, tot het einde van het dienstverband plaatsvinden.
  4. Indien de functie vervallen is en er nog geen passende functie elders binnen Reed Elsevier gevonden is, kan de werknemer tijdelijk worden vrijgesteld van eigen werkzaamheden.
    Gedurende de tijd dat de werknemer tijdelijk is vrijgesteld dient hij beschikbaar te zijn om andere passende werkzaamheden voor de werkgever of binnen Reed Elsevier te verrichten, binnen het kader van art. 6 van de CAO (verplichtingen van de werknemer).
  5. De werknemer krijgt een bedenktijd van twee weken om te beslissen nadat de nieuwe werkgever een concreet schriftelijk functie-aanbod en een concreet schriftelijk voorstel inzake het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden heeft gedaan.
  6. De overplaatsing geschiedt zonder inachtneming van de wettelijke proeftijd.
  7. De werknemer kan bij wijze van inwerkperiode voor twee tot zes maanden bij de nieuwe werkgever worden gedetacheerd. Meent de werknemer of de nieuwe werkgever bij het verstrijken van de inwerkperiode dat omzetting van de detachering in een dienstverband niet wenselijk is, dan is het Sociaal Plan alsnog van toepassing, waarbij wel rekening wordt gehouden met eventuele gedane uitkeringen in verband met de herplaatsing.
  8. Indien een herplaatsing op onredelijke gronden wordt geweigerd of door de werknemer op dergelijke gronden niet wordt voortgezet, zal tot beëindiging van het dienstverband worden overgegaan zonder dat dit Sociaal Plan nog van toepassing is. Alvorens de werkgever een besluit dienaangaande neemt, zal hij eerst het advies van de commissie inwinnen.
  9. Voor bijzondere groepen personeel geldt de volgende aanvullende bepaling:
    Indien de werknemer op het moment dat de arbeidsplaats vervalt 55 jaar en 6 maanden of ouder is (maar niet ouder dan 57 jaar) en hij een dienstverband van 10 jaar of langer met een onderneming die deeluitmaakt van Reed Elsevier heeft, zal naar herplaatsingsmogelijkheden worden gezocht binnen Reed Elsevier; indien geen herplaatsingsmogelijkheden worden gevonden, kan betrokkene tijdelijk worden vrijgesteld van eigen werkzaamheden tot het moment dat de werknemer de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt; aan het eind van de maand waarin de werknemer de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt wordt het dienstverband beëindigd, met dien verstande dat de ontslagprocedure bij het RBA op een zodanig tijdstip dient te worden gestart, dat met inachtneming van de opzegtermijn het dienstverband eindigt op de laatste dag van de maand waarin de werknemer 57 jaar is geworden; hierbij zullen de regelingen gelden zoals vermeld in dit plan onder VI.B.
  10. Aan herscholing, omscholing en bijscholing zal waar nodig, dit ter beoordeling van de nieuwe werkgever, zorg worden besteed. De hieraan verbonden kosten komen ten laste van de werkgever.

 

  1. Regelingen m.b.t. arbeidsvoorwaarden en emolumenten ingeval van

herplaatsing.

 

1.

Herplaatsing binnen Reed Elsevier naar een onderneming waar de CAO voor het Boekenuitgeverijbedrijf en/of de CAO voor het Tijdschriftuitgeverijbedrijf geldt:

Indien de werknemer wordt herplaatst in een onderneming naar een functie waarop de CAO voor het Boekenuitgeverijbedrijf of de CAO voor het Tijdschriftuitgeverijbedrijf van toepassing is geldt het bepaalde in art. 4A lid 9 van de CAO.

2.

Herplaatsing binnen Reed Elsevier naar een onderneming waar de CAO voor het Boekenuitgeverijbedrijf en/of de CAO voor het Tijdschriftuitgeverijbedrijf niet geldt:

In het kader van herplaatsing dienen de arbeidsvoorwaarden en emolumenten volgens het daartoe bepaalde in de nota herplaatsing in de volgende categorieën te worden onderscheiden:

 

a.

  • bruto maandsalaris (inclusief eventuele prestatietoeslag, extra toeslag, persoonlijke toeslag, functioneringstoeslag);
  • vakantietoeslag;
  • gratificatie;
  • winstdeling;
 

b.

  • vergoedingen voor het werken in ploegendienst of in onregelmatige diensten;
 

c.

  • overige arbeidsvoorwaarden, zoals aantal arbeidsuren per week, vakantierechten, VUT;
 

d.

  • pensioenregeling;
 

e.

  • onkostenvergoeding;
  • lease-auto;
  • telefoonkostenvergoeding.
   
 

Bij herplaatsing worden de arbeidsvoorwaarden per categorie bepaald en wel als volgt:

 

Categorie a

Er kan sprake zijn van herplaatsing in een functie van gelijkwaardig niveau, van een hoger niveau of van een lager niveau, uitgedrukt bijvoorbeeld in punten ORBA.

 

Een en ander is van belang voor de vaststelling van het bruto maandsalaris en van de andere componenten van categorie a.

Uitgangspunten hierbij zijn:

  • de componenten van categorie a. worden bepaald conform de regelingen bij de nieuwe werkgever; de hoogte van het maandsalaris moet passend zijn binnen de nieuwe werkmaatschappij;
  • opvang van een eventuele inkomensachteruitgang tot op zekere hoogte en gedurende een bepaalde periode.

 

Bij herplaatsing kan de hoogte van de gratificatie verschillen t.o.v. die in de werkmaatschappij waarin men werkzaam was; dit geldt eveneens voor de eventuele vakantietoeslag; de salarisschalen zullen in de regel eveneens verschillend zijn; bovendien geldt een andere CAO. In een dergelijke situatie dient een vergelijking gemaakt te worden tussen het bedrag aan salaris, vakantietoeslag, gratificatie en winstdeling in de oorspronkelijke functie (‘totaal oud’) en in de functie bij de nieuwe werkgever (‘totaal nieuw’). Deze vergelijking wordt als volgt gemaakt: de werknemer wordt ingeschaald in de nieuwe voor hem geldende salarisschaal en ontvangt de vakantietoeslag, gratificatie en winstdeling welke in de nieuwe werkmaatschappij gelden. Indien en zo lang ‘totaal nieuw’ niet lager is dan ‘totaal oud’ is er geen probleem. Indien ‘totaal oud’ wel hoger is en het nieuwe salaris uit zou gaan boven het maximum van de salarisschaal die hoort bij de nieuwe functie, wordt het verschil door de oude werkgever afgekocht. Het afkoopbedrag is gelijk aan het bedrag dat volgens art. 4A lid 9 van de CAO, theoretisch als tijdelijke persoonlijke toeslag zou kunnen worden gegeven.

Na het bereiken van de 55-jarige leeftijd wordt de theoretische persoonlijke toeslag of het eventuele restant ervan niet (verder) afgebouwd). Bij de vaststelling van de hoogte van het afkoopbedrag wordt buiten beschouwing gelaten dat deze persoonlijke toeslag ingeval van afbouw mee zou tellen bij de bepaling van de pensioengrondslag, de vakantietoeslag, de eventuele VUT-premiegrondslag, de gratificatie en de winstdeling.

 

Categorie b

Bij herplaatsing in een functie waaraan geen of een andere toeslag is verbonden voor het werken in ploegendienst of onregelmatige diensten wordt gehandeld volgens de desbetreffende regels in de bij de oude werkgever van kracht zijnde CAO.

 

Categorie c

Bepalend voor het toekennen van arbeidsvoorwaarden volgens deze categorie zijn de regelingen die daarvoor gelden bij de nieuwe werkgever. Een eventuele achteruitgang t.o.v. de regelingen in de oorspronkelijke functie wordt niet gecompenseerd.

 

Categorie d

De pensioenvoorziening van de nieuwe werkgever is van toepassing vanaf de datum van indiensttreding bij de nieuwe werkgever. Herplaatsing kan een wijziging van de geldende pensioenvoorziening met zich mee brengen. In dat geval heeft de werknemer wettelijk het recht zijn opgebouwde pensioenaanspraken bij de huidige pensioenuitvoerder over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Daarbij gaan in het verleden opgebouwde pensioenaanspraken bij de oude pensioenuitvoerder niet verloren. Bij zijn keuze al dan niet opgebouwde pensioenaanspraken over te dragen, kan de werknemer gebruik maken van de binnen Reed Elsevier aanwezige deskundigheid.

 

Categorie e

Bepalend zijn hierbij de aard van de functie en de arbeidsomstandigheden. Dit is een algemene regel die ook geldt bij herplaatsing. Indien betrokkene vanuit een functie waaraan b.v. een lease-auto is verbonden, herplaatst wordt in een functie waaraan geen lease-auto is verbonden, krijgt hij derhalve na herplaatsing geen lease-auto ter beschikking. Met betrekking tot deze punten bestaan geen verkregen rechten, zodat betrokkene in het hiergegeven voorbeeld geen compensatie krijgt voor het niet meer kunnen beschikken over een lease-auto.

3.

De anciënniteit van de werknemer blijft gehandhaafd; voor de bepaling van de dienstjaren, behalve voor de bepaling van het aantal pensioenjaren, worden alle jaren die onafgebroken binnen Reed Elsevier zijn doorgebracht samengeteld.

   
  1. Vergoeding bij herplaatsing

Wanneer als gevolg van de herplaatsing de nieuwe werkgever het noodzakelijk oordeelt dat de werknemer verhuist, zullen werkgever en werknemer alle medewerking verlenen bij het zoeken van een passende woning in of nabij de nieuwe standplaats. De hiervoor noodzakelijk te maken reiskosten en verblijfkosten worden naar redelijkheid en na voorafgaand overleg met de werkgever vergoed.

Ten behoeve van de verhuizing krijgt de werknemer twee dagen vrij met behoud van loon. Wanneer de verhuizing van de werknemer naar de nieuwe standplaats wordt geëffectueerd, komt de werknemer in aanmerking voor de hierna te noemen vergoedingen c.q. tegemoetkomingen:

1.

a. vergoeding van de transportkosten van de inboedel inclusief de kosten van inpakwerkzaamheden en van verzekering van de inboedel tijdens het transport;

b. eenmalige reiskosten per openbaar vervoer, ook van gezinsleden;

c. een tegemoetkoming in de overige voor de loonbelasting c.q.

inkomstenbelasting aftrekbare kosten zoals:

- het verlies op niet meer bruikbare stoffering en meubilering uit de "oude" woning;

- kosten voor het pasklaar maken van de "overgebrachte" stoffering;

- kosten van behangen, schilderen, reparatie van hang- en sluitwerk;

- de kosten van de loodgieter, die was-/vaatwasmachine weer moet aansluiten;

- eventuele kosten van tijdelijk verblijf in een hotel in afwachting van de verhuizing minus de besparing huishoudelijke uitgave;

- tijdelijke dubbele huisvestingskosten.

De tegemoetkoming in deze kosten bedraagt:

- voor degenen die na de verhuizing over een zelfstandige woning beschikken (hieronder wordt ook verstaan een appartement of deel van een woning, mits dit het recht inhoudt op het uitsluitend gebruik van een bepaald gedeelte van het gebouw, dat blijkens zijn inrichting bestemd is om als afzonderlijke woning te worden gebruikt) een bedrag gelijk aan 12% van het bruto jaarsalaris met een maximum van f 12.000,-;

- voor de overige werknemers (kamerbewoners etc.) de werkelijke kosten tot maximaal 7,5% van het bruto jaarsalaris op het moment van verhuizing met een maximum van f 6.218,-;

N.B.

Niet aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld:

- kosten van aanschaf nieuwe vloerbedekking, vitrage en overgordijnen;

- kosten van het aanbrengen van sierplaster;

- aanlegkosten tuin;

- in het algemeen kosten van verbouwingen;

- sleutelgeld.

d. De onder a, b en c bedoelde bedragen zijn volgens de huidige wetgeving vrij van belasting en sociale lasten.

 

2.

Tegemoetkoming in hogere woonlasten

a.

Van huurwoning naar huurwoning

  • Indien de werknemer voor een gelijkwaardige woning een hogere huur moet betalen, zal door de werkgever een vergoeding van het huurverschil tot ten hoogste Dfl 250,- per maand worden gegeven. Een dergelijke vergoeding wordt eenmalig vastgesteld en wel op het tijdstip waarop de nieuwe woning wordt betrokken. Indien deze vergoeding door de fiscus wordt aangemerkt als loon, zal het bedrag worden verhoogd met een evenredige compensatie voor wettelijke inhoudingen.
  • De werknemer die in aanmerking wenst te komen voor vergoeding van huurverschil dient gegevens te overleggen over de huursamenstelling van zowel oude als nieuwe huur.
  • Onder huur wordt in dit artikel verstaan het maandelijkse huurbedrag, alsmede de eventuele service-kosten verminderd met de eventueel tot de huur behorende vergoedingen voor gebruik van meubilair, stoffering, verwarming, gas, water en electriciteit.
  • De vergoeding van het huurverschil vervalt op het moment dat het dienstverband door de werknemer wordt verbroken. De vergoedingsregeling vervalt niet, indien het dienstverband wordt verbroken op initiatief van de werkgever, behoudens bij ontslag wegens dringende redenen. De nog uit te keren vergoedingen worden met de laatste salarisbetaling uitgekeerd.
  • Door de werknemer dient een aanvraag voor een wettelijke huursubsidie of huuraanpassingsregeling te worden ingediend. Bij toekenning van een dergelijke huursubsidie zal deze, voor de berekening van het huurverschil in mindering worden gebracht op de nieuwe huur. Indien de werknemer geen huursubsidie aanvraagt waar dat wel mogelijk is, zal op de huurtoeslag de subsidie in mindering worden gebracht die hij had kunnen krijgen.
  • De vergoeding van het huurverschil wordt, afhankelijk van de hoogte van dit verschil, geleidelijk afgebouwd met het volgende resultaat:
   

bij een verschil van

Dfl 0,- - Dfl 60,- : 12 mnd 100% van de vergoeding;

Dfl 61,- - Dfl 120,- : de eerste 12 mnd 100% van de vergoeding;

daarna 6 mnd 75% van de vergoeding;

en tenslotte 6 mnd 40% van de vergoeding;

Dfl 121,- - Dfl 250,- : de eerste 12 mnd 100% van de vergoeding;

de tweede 12 mnd 75% van de vergoeding;

daarna 6 mnd 50% van de vergoeding;

en tenslotte 6 mnd 25% van de vergoeding.

b.

Van huurwoning naar koopwoning

 

Indien de werknemer vanuit een huurwoning naar een koopwoning gaat zal door de werkgever een tegemoetkoming in de kosten worden gegeven op de wijze als onder V.C.2.a. is aangegeven indien de economische huurwaarde van de koopwoning op jaarbasis, waarvoor een bedrag van 7,5% van de bruto-aankoopprijs zal worden genomen, hoger is dan de huur van de oude huurwoning. Indien deze vergoeding door de fiscus als loon wordt aangemerkt, zal het bedrag worden verhoogd met een evenredige compensatie voor wettelijke inhoudingen.

c.

Van koopwoning naar koopwoning

 

Indien de werknemer een eigen woning bezit en zelf bewoont en deze dient te verkopen, en vervolgens een andere woning koopt en gaat bewonen, komen de volgende kosten voor rekening van de werkgever:

 

1. kosten die aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting

 
  1. kosten terzake van afsluiten hypothecaire lening;
  2. kosten van een door de geldgever verlangde taxatie van het te verbinden onderpand;
  3. kosten van de aanvraag van gemeentegarantie;
  4. kosten van de hypotheekakte;
  5. kosten van royement van de hypotheek en de boeterente bij vervroegde aflossing;
  6. kosten van het oversluiten van de hypotheek.
 

2. kosten die niet aftrekbaar zijn van de inkomstenbelasting

 
  1. overdrachtsbelasting;
  2. notariskosten terzake van het verlijden van de transportakte;
  3. makelaarskosten i.v.m. koop of verkoop van de woning;
  4. veilingkosten
  5. kosten van vergunningen e.d.
 

Op de vergoeding van de onder 1. genoemde kosten zullen de wettelijke inhoudingen plaatsvinden.

De vergoeding van de onder 2. genoemde kosten zal worden verhoogd met een evenredige compensatie van de wettelijke inhoudingen. Hierbij wordt uitgegaan van aankoop van een gelijkwaardige woning. Indien sprake is van een meer dan gelijkwaardige woning worden deze kosten naar rato vergoed.

Indien de werknemer door de verkoop van zijn eigen woning een boete in het kader van een anti-speculatiebeding verschuldigd wordt, zal de werkgever hiervoor naar redelijkheid een vergoeding verstrekken. De vergoeding van deze boete zal worden verhoogd met een evenredige compensatie voor wettelijke inhoudingen.

d.

Van koopwoning naar huurwoning

Indien betrokkene zijn woning verkoopt en een huurwoning betrekt, zal de onder V.C.2.a. vermelde regeling van toepassing zijn. De economische huurwaarde van de oude woning op jaarbasis zal in dat geval worden gesteld op 7,5% van de bruto-verkoopprijs.

Indien de oude woning niet tijdig is verkocht, dient de brutoverkoopprijs door een erkend taxateur te worden bepaald. Bij de definitieve verkoop zal de brutoverkoopprijs de getaxeerde waarde vervangen.

Indien de vergoeding door de fiscus wordt aangemerkt als loon, zal het bedrag worden verhoogd met een evenredige compensatie voor wettelijke inhoudingen.

Daarnaast komt de werkgever in aanmerking voor vergoeding van de kosten van royement van de hypothecaire lening en van de makelaarskosten voor de verkoop van zijn woning. Vergoeding van de hierboven genoemde kosten zal plaatsvinden als bepaald in V.C.2.c.

e.

Zolang geen passende woonruimte is gevonden, worden ofwel de dagelijkse reiskosten vergoed, ofwel, indien de afstand tussen de woonplaats en de nieuwe werkplaats naar redelijkheid niet elke dag per auto of openbaar vervoer kan worden overbrugd, de pensionkosten, gecombineerd met de reiskosten openbaar vervoer op vrijdag en maandag, doch voor ten hoogste zes maanden.

f.

Ingeval van dubbele huur, zal gedurende één maand de huur van de nieuwe woning worden vergoed.

   

3.

Restitutieverplichting

De werknemer wiens dienstverband op eigen verzoek of door eigen toedoen eindigt binnen drie jaar na de verhuizing, kan - indien aan hem door de werkgever vergoedingen zoals genoemd onder V.C. zijn uitgekeerd - verplicht worden bij vertrek:

  • tot één jaar na de verhuizing 75%;
  • van één jaar tot twee jaar na de verhuizing 50%;
  • na twee jaar tot drie jaar na de verhuizing 25%

van deze ontvangen vergoedingen aan werkgever terug betalen. Voor zover de wet dit toelaat zal de afrekening met de uitbetaling van het laatste salaris worden verrekend.

 

 

  1. Procedures en Regelingen bij beëindiging van het dienstverband

 

  1. Procedures bij beëindiging van het dienstverband

 

  1. Nadat de werknemer op de hoogte is gesteld van het wegvallen van zijn arbeidsplaats met inachtneming van het bepaalde in V.A.1. en nadat door de werkgever is vastgesteld dat voor de werknemer geen passende functie voorhanden is, noch op afzienbare termijn voorhanden zal zijn, zal de werkgever een ontslagaanvrage bij de regionaal directeur van het Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (RBA) indienen.
  2. Er zal optimale steun worden verleend bij de bemiddeling van de werknemer naar passende functies buiten Reed Elsevier (zie ook V.A.2.). Alle voor de werknemer van belang zijnde gegevens worden na zijn instemming aan derden verstrekt. Verzuim voor sollicitatiebezoek zal na overleg met de werkgever naar redelijkheid worden doorbetaald, bij voorkeur op vertoon van schriftelijke oproep van de potentiële werkgever. Reiskosten binnen Nederland worden naar redelijkheid vergoed en wel op basis van de tweede klasse openbaar vervoer, voorzover deze vergoeding niet reeds ten laste van de potentiële werkgever plaatsvindt, e.e.a. tegen overlegging van gegevens en deugdelijke bescheiden.
  3. In afwachting van de beëindiging van het dienstverband kan tot tijdelijke vrijstelling van eigen werkzaamheden worden overgegaan. Gedurende de tijd dat de werknemer tijdelijk vrijgesteld is van zijn werkzaamheden dient hij beschikbaar te zijn om andere passende werkzaamheden te verrichten, binnen het kader van het in artikel 6 van de CAO gestelde (de verplichtingen van de werknemer).
    Tijdens de periode van tijdelijke vrijstelling zal de werkgever na overleg met de werknemer de data vaststellen voor het opnemen van vakantierechten die verworven zijn in het voorafgaande vakantiejaar, maar niet zijn opgenomen binnen 6 maanden na afloop daarvan. Indien de periode van tijdelijke vrijstelling valt in de maanden mei tot en met september zullen de op dat moment door de werknemer in het lopende kalenderjaar opgebouwde vakantierechten in goed overleg tussen werkgever en werknemer zoveel mogelijk in die periode worden opgenomen.
  4. Voor de werknemer van 55 jaar en 6 maanden en ouder met een dienstverband van 10 jaar of langer geldt dat hij, indien nodig, tijdelijk vrijgesteld kan worden van de eigen werkzaamheden tot hij de leeftijd van 57 jaar bereikt.
  5. Indien de werknemer op uitdrukkelijk verzoek van de werkgever het dienstverband niet beëindigt vóór een door de werkgever nader te bepalen datum, zal aan betrokkene een nader vast te stellen uitkering ineens worden toegekend (‘aanblijfpremie’).

 

  1. Regelingen bij beëindiging dienstverband.

 

Bij de beëindiging van het dienstverband geldt de afvloeiingsregeling, zoals vastgelegd in bijlage VIII van de CAO. De tekst van deze bijlage wordt hieronder integraal opgenomen te zamen met regels die in aanvulling hierop in het kader van dit Sociaal Plan gelden.

 

Artikel 1. Aanvulling op werkloosheidsuitkering

Lid 1.

De werknemer die wordt ontslagen en daarna een uitkering geniet krachtens de werkloosheidswet, komt gedurende een bepaalde periode in aanmerking voor een bruto aanvulling op de wettelijke uitkering.

Lid 2.

De aanvulling wordt vastgesteld op een zodanig bruto bedrag dat de som van de bruto werkloosheidsuitkering inclusief vakantietoeslag en de bruto aanvulling gelijk is aan 80% van het laatst verdiende bruto salaris, inclusief vakantietoeslag.

Lid 3.

Het bruto aanvullingsbedrag wordt eenmalig, op het moment van ontslag, vastgesteld en blijft gedurende de van toepassing zijnde aanvullingsperiode ongewijzigd.

Lid 4.

De bruto aanvulling wordt uitgekeerd onder aftrek van de op dergelijke betalingen van toepassing zijnde wettelijke inhoudingen.

N.B.

Indien de werknemer gedurende de aanvullingsperiode komt te overlijden zal de werkgever de volgens artikel 7A: 1639l BW bedoelde uitkering verlenen ter hoogte van de op dat moment voor werknemer geldende aanvullingsbedragen.

   

Artikel 2. Duur van de aanvulling voor werknemers t/m 56 jaar

Lid 1.

De aanvulling wordt uitgekeerd gedurende de onderstaande periode:

tot 30 jaar - 6 maanden

30 t/m 34 jaar - 9 maanden

35 t/m 39 jaar - 12 maanden

40 t/m 44 jaar - 18 maanden

45 t/m 49 jaar - 21 maanden

50 t/m 54 jaar - 30 maanden

55 t/m 56 jaar - 36 maanden

Lid 2.

De werknemer, die op het moment van ontslag niet ouder is dan 56 jaar en tien jaar of langer in dienst is van de werkgever, ontvangt in afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel van de werkgever deze aanvulling gedurende de periode waarin recht bestaat op de loongerelateerde werkloosheidsuitkering.

Lid 3.

Bij de vaststelling van de leeftijdscategorie geldt de leeftijd van de werknemer op het moment van ontslag.

Lid 4.

De aanvullingsperiode vangt aan op de eerste dag na het beëindigen van de dienstbetrekking en eindigt na het verstrijken van de hierboven genoemde periode of zoveel eerder als de loongerelateerde werkloosheidsuitkering wordt gestaakt.

   

Artikel 3. Duur van de aanvulling voor werknemer van 57 jaar of ouder

Lid 1.

Werknemers van 57 jaar en ouder die wegens reorganisatie in aanmerking komen voor een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, ontvangen van de (ex-)werkgever de aanvulling tot aan de 60-jarige leeftijd. Vanaf de leeftijd van 60 jaar en 6 maanden bestaat de mogelijkheid vervroegd uit te treden. Indien vervroegde uittreding niet mogelijk is op grond van het niet voldoen aan het zgn. 10-dienstjaren criterium behoudt de (ex-)werknemer recht op deze aanvulling tot aan het moment dat hij/zij VUT-gerechtigd wordt dan wel de 65-jarige leeftijd bereikt.

Lid 2.

Werknemers van 57 jaar en ouder die niet vóór het einde van de periode van de loongerelateerde uitkering gebruik kunnen maken van de mogelijkheid vervroegd uit te treden, hebben aanspraak op een kapitaalsuitkering.

Lid 3.

De hoogte van deze bruto kapitaalsuitkering is gelijk aan de contante waarde van het brutobedrag behorend bij 80% van het laatstgenoten bruto salaris inclusief vakantietoeslag verminderd met het bruto minimumloon inclusief vakantietoeslag, berekend over de maanden waarop de werknemer krachtens de Werkloosheidswet recht heeft op een aan het minimumloon gerelateerde uitkering.

Indien aantoonbaar kan worden vastgesteld dat de werknemer een ‘tweeverdiener’ is, is de hoogte van de bruto kapitaalsuitkering gelijk aan de contante waarde van het bruto bedrag behorende bij 80% van het laatstegenoten bruto salaris inclusief vakantietoeslag verminderd met de bruto vervolguitkering ingevolge de Werkloosheidswet.

Indien de werknemer een alleenstaande ouder is die recht heeft op kinderbijslag voor een kind jonger dan 18 jaar, dan is de hoogte van de bruto kapitaalsuitkering gelijk aan de waarde van het brutobedrag behorende bij 80% van het laatstgenoten bruto salaris inclusief vakantiegeld verminderd met een bedrag gelijk aan 90% van het bruto minimumloon.

Lid 4.

De contante waardeberekening geschiedt op basis van een rekenrente van 4% cumulatief, gedurende de periode van de loongerelateerde werkloosheidsuitkering.

Lid 5.

De bruto kapitaalsuitkering wordt uitbetaald onder aftrek van de op dergelijke betalingen van toepassing zijnde wettelijke inhoudingen.

 

Artikel 4. Minimum opzegtermijn

De door de werkgever in acht te nemen minimum opzegtermijn bedraagt:

  • werknemers van 30 to 45 jaar : 2 maanden
  • werknemers van 45 jaar en ouder : 3 maanden

N.B.

Ingevolge het bepaalde in de Aanvullende Regeling Arbeidsvoorwaarden van de werkgever geldt voor beide categorieën van werknemers een opzegtermijn van 3 maanden aan de zijde van de werkgever.

 

Artikel 5. Voortzetting pensioenregeling

1.

Indien en voorzover de werknemer niet in aanmerking komt voor een pensioenregeling krachtens de Wet Fonds Voorheffing Pensioenverzekering zal deelname aan de pensioenregeling op basis van de pensioengrondslag bij het einde van het dienstverband onder de geldende voorwaarden worden voortgezet, met dien verstande dat:

 
  • voor werknemers jonger dan 57 jaar de voortzetting slechts plaatsvindt gedurende de aanvullingsperiode, zoals vermeld in artikel 2 van deze bijlage.*)
  • voor werknemers van 57 jaar en ouder de voortzetting plaatsvindt tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

N.B.

Krachtens pensioenregelement-1992 wordt de pensioengrondslag aan het begin van ieder kalenderjaar aangepast aan de hand van de algemene structurele salarisaanpassingen krachtens de CAO.

2.

Voortzetting van deelname aan de pensioenregeling door werknemers die op of na de 57-jarige leeftijd werkloos zijn geworden ingevolge een reorganisatie krachtens artikel 4A van de CAO en die aansluitend vervroegd uittreden, geschiedt gedurende de WW- en VUT-periode als ware het dienstverband niet geëindigd.

3.

In afwijking van het bepaalde in het vorige lid bestaat de mogelijkheid de deelneming gedurende de WW- en VUT-periode voort te zetten op basis van de pensioengrondslag bij het einde van het dienstverband tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd mits de pensioengrondslag wordt geïndexeerd.

N.B.

Krachtens een bestuursbesluit wordt deelname aan de pensioenregeling van deelnemers aan de 57+ regeling voortgezet als bedoeld onder lid 2 van dit artikel.

   

Artikel 6. Voortzetting vrijwillige ziektekostenverzekering

De werknemer, die op het moment van ontslag niet verplicht krachtens de Ziekenfondswet was verzekerd en die gedurende de aanvullingsperiode zoals bedoeld in artikel 2 en 3 van deze bijlage **) niet verplicht is verzekerd krachtens de Ziekenfondswet, kan gedurende de aanvullingsperiode zoals vermeld in artikel 2 van deze bijlage ***) aan de collectieve ziektekostenverzekering blijven deelnemen; gedurende die periode komt hij in aanmerking voor de gebruikelijke compensatie in de premie van de zijde van de werkgever.

   

*)

**)

***)

= artikel 2 hierboven genoemd

= artikel 2 en 3 hierboven genoemd

= artikel 2 hierboven genoemd.

 

 

N.B.

Artikel 6 is eveneens van toepassing, indien werknemer aansluitend aan het dienstverband bij een nieuwe werkgever in dienst treedt, waar geen ziektekostenverzekering voor hem van toepassing is of bij de aldaar geldende ziektekostenverzekering voor hem uitsluitingsgronden op grond van persoonlijke omstandigheden van toepassing zijn, doch gedurende ten hoogste één jaar.

   

Artikel 7. Vertrekpremie

Wanneer de werknemer, aan wie door de werkgever is meegedeeld dat zijn arbeidsplaats zal vervallen, een andere werkkring buiten de onderneming resp. Reed Elsevier vindt en het dienstverband met de werkgever wenst te beëindigen, heeft hij recht op: de helft van het salaris over de opzegtermijn, die de werkgever ten opzichte van hem in acht zou moeten nemen, of indien de werknemer reeds door de werkgever is opgezegd de helft van het salaris over de resterende opzegtermijn.

N.B.

Dit artikel is alleen van toepassing bij het aanvaarden van een dienstverband met een werkgever buiten Reed Elsevier.

   

Artikel 8. Aanvulling op lager salaris

De werknemer die wegens het vervallen van zijn functie buiten het bedrijf resp. Reed Elsevier een werkkring aanvaardt tegen een lager salaris, komt -voorzover hiervoor geen wettelijke voorzieningen bestaan - gedurende de periode als genoemd in artikel 2 van deze bijlage*) in aanmerking voor een aanvulling tot het laatstverdiende bruto salaris, echter tot ten hoogste het bedrag aan bruto aanvullingen dat de werknemer zou hebben ontvangen indien artikel 1 van deze bijlage **) op hem van toepassing zou zijn. Deze uitkering is slechts verschuldigd indien tijdig deugdelijke loonspecificaties worden overgelegd.

N.B.

Dit artikel is alleen van toepassing bij het aanvaarden van een dienstverband met een werkgever buiten Reed Elsevier.

 

VII. Interne begeleidingscommissie

Er wordt een interne begeleidingscommissie ingesteld, die in ieder geval bestaat uit:

*) = art. 2 hierboven genoemd

**) = art. 1 hierboven genoemd

De commissie heeft tot taak:

  1. Gevraagd of ongevraagd adviezen te geven aan OR, werkgever of werknemer met betrekking tot herplaatsing van werknemers en de uitvoering van dit Sociaal Plan.
  2. Adviezen te geven, als bedoeld in VIII en IX van dit Sociaal Plan.

 

  1. Bijzondere gevallen.

In individuele gevallen, waarin toepassing van dit Sociaal Plan tot volstrekt onbevredigende resultaten zou leiden i.v.m. persoonlijke omstandigheden van betrokken werknemer, of in uitzonderlijke situaties, waarin dit Sociaal Plan niet voorziet, kan de werkgever een afwijkende/aanvullende regeling treffen. Alvorens de werkgever hiertoe overgaat, wordt door de werkgever het advies van de commissie ingewonnen.

 

IX Geschillen

  1. Ingeval van geschillen over de toepassing van het bepaalde in VI.B, dienen deze te worden voorgelegd aan de Vaste Commissie, als bedoel in artikel 28 van de CAO.
    Voordat de Vaste Commissie wordt ingeschakeld, dient eerst door de indiener van het geschil advies van de commissie te worden ingewonnen. Het advies van de commissie wordt bij het indienen van het geschil aan de Vaste Commissie overgelegd.
  2. De overige geschillen (met uitzondering van die voortvloeiend uit VI.B) dienen te worden voorgelegd aan een externe begeleidingscommissie, bestaande uit twee leden, aangewezen door de vakorganisaties, en twee leden aangewezen door de werkever. De 2e en 3e volzin van het hierboven bepaalde onder A zijn eveneens van toepassing.
    De externe begeleidingscommissie brengt, na partijen gehoord te hebben, advies uit aan partijen bij het geschil.
    Het staat de in het ongelijk gestelde partij daarna vrij de burgerlijke rechter in te schakelen.

 

  1. Werkingsduur

Dit Sociaal Plan geldt vanaf 1 januari 1998.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Terug naar de inhoudsopgave van het Handboek.

Terug naar de homepage van deze website.